John van Schagen
31 oktober 2025, 15:30

Zo worden steden koeler en groener terwijl stroomnet vol zit en er woningen bij moeten

Steden staan voor enorme uitdagingen. Ze moeten zich wapenen tegen klimaatverandering en investeren in meer natuur. Tegelijkertijd hebben ze te maken met netcongestie en een woningtekort. Peter Joustra van advies- en ingenieursbureau WSP ziet vooral kansen in slim ontwerpen en samenwerking.

De Groene Loper De Groene Loper in Maastricht: 'Minder hitte in de zomer en ruimte voor water om in de bodem te trekken.' | Credits: WSP
Peter Joustra-WSP

Peter Joustra – WSP

Wie op een zonnige zomerdag door de stad loopt, voelt het meteen: het wordt steeds heter tussen de stenen en het asfalt. De meeste steden zijn niet ingericht op langdurige hittegolven. Ze houden de warmte juist vast, waardoor het soms dagen duurt voordat het weer een beetje afkoelt. Is dat onoplosbaar? Zeker niet, benadrukt Joustra. Hij is actief als teammanager Urban & Area Development bij WSP. Volgens hem zijn de oplossingen zelfs verrassend eenvoudig.

Meer groen in de stad

‘Meer groen in de stad doet wonderen. Bomen en planten zorgen niet alleen voor verkoeling, maar ook voor een prettiger leefomgeving. Dat klinkt logisch, maar in veel steden ontbreekt het nog aan ruimte of visie om dat structureel aan te pakken’, aldus Joustra.

Gelukkig zijn er voorbeelden die laten zien hoe het wél kan. Neem de Groene Loper in Maastricht, waar WSP aan meewerkte. Hier is de snelweg A2 in een tunnel gelegd, met daar bovenop een groene zone. Die zorgt voor minder hitte in de zomer en extra ruimte voor water om in de bodem te trekken. Zo krijgt de stad meer ruimte om te ademen.

Joustra merkt op dat veel bestaande gebouwen in de stad niet zijn ontworpen met dit soort extremen in gedachten. ‘Nieuwe woningen zijn vaak perfect geïsoleerd om energie te besparen. De keerzijde is dat het er in de zomer al snel bloedheet wordt. Gelukkig zien we nu bij nieuwbouw dat ventilatie en natuurlijke koeling vaker worden meegenomen in de ontwerpfase.’

Natuurinclusief bouwen als standaard

Naast hitte is ook het verlies van biodiversiteit een groeiend probleem in stedelijke gebieden. Groen heeft plaatsgemaakt voor woningen, parkeerplekken en winkels onder meer. Toch hoeft stadsontwikkeling volgens Joustra niet ten koste te gaan van de natuur.

Als voorbeeld noemt hij Fabriekskwartier in Tilburg. ‘Daar hebben we biodiversiteit vanaf het begin geïntegreerd in de planvorming. De gemeente heeft een puntensysteem ingevoerd: bouwers krijgen pas een vergunning als ze voldoende natuurinclusieve maatregelen nemen. Denk aan nestkasten, groene daken, gevelbeplanting en waterdoorlatende verharding. Zo wordt duurzaamheid tastbaar en meetbaar.’

Volgens hem is dat precies waar het verschil wordt gemaakt. ‘Als je biodiversiteit meeneemt vanaf de tekentafel, dan wordt het onderdeel van de identiteit van een gebied. Een stad moet gezond zijn voor mensen, maar ook voor planten en dieren’, zegt Joustra. Hij pleit dan ook voor een verschuiving in denken. Denken dat natuur en stedelijke ontwikkeling elkaar uitsluiten, noemt hij achterhaald. Een leefbare stad moet juist een ecosysteem zijn waarin mens en natuur elkaar versterken.

Energiepositieve oplossingen

Files op het stroomnet; ook die ontwikkeling raakt stedelijke ontwikkeling. Ze beperken de ambities van gemeenten en projectontwikkelaars. Toch vindt Joustra de overstap naar volledig elektrische oplossingen een nóg grotere uitdaging. ‘Veel straten moet worden opengebroken, om ruimte te maken voor kabels en transformatorstations. Dat is een gigantische operatie die zorgt voor veel overlast. En dan hebben we het nog niet eens over de praktische problemen, zoals het opladen van elektrische auto’s in dichtbebouwde wijken.’

Toch ziet hij ook hier kansen. Denk aan ruimte voor waterstof als energiedrager, lokale energiesystemen en energiepositieve gebouwen. Een inspirerend voorbeeld komt uit Denemarken, waar WSP betrokken is bij de bouw van het grootste logistieke gebouw van het land. ‘Dat pand levert meer energie op dan het verbruikt’, vertelt Joustra. ‘Het is volledig zelfvoorzienend dankzij de inzet van zonnepanelen, slimme installaties en hergebruik van warmte. Zulke concepten laten zien wat mogelijk is als je durft te innoveren. Die kennis kunnen we ook in Nederland toepassen.’

Sturen op gezondheid en leefbaarheid

Dat steden een aantrekkingskracht hebben op veel mensen, is niet nieuw. Dit zorgt voor een groeiende vraag naar woonruimte. Joustra wijst gemeenten erop dat ze dit probleem integraal moeten benaderen. ‘Wat wij bij WSP vaak zien, is dat we pas later worden ingeschakeld. Dan lopen ontwikkelaars al tegen problemen aan en moeten we gaan repareren.’ Volgens hem kan dat slimmer, door al vroeg in het proces alle uitdagingen beet te pakken, van energie tot klimaat, natuur, gezondheid en ruimte. Dan kun je volgens hem veel sneller tot oplossingen komen. En dus ook sneller bouwen.

Een project waar dat gebeurt, is de Spoorzone in Maastricht, waar WSP samenwerkt met de GGD en de Universiteit Maastricht. ‘We hebben onderzocht hoe we in dat gebied een gezonde leefomgeving kunnen creëren. Dat leverde concrete richtlijnen op voor het ontwerp en de inrichting, nog voordat de plannen werden uitgewerkt. Zo kun je echt sturen op gezondheid en leefbaarheid.’

De leefbare stad is nooit af

Voor Joustra is dit de toekomst van gebiedsontwikkeling. Niet pas aan tafel komen als er een probleem is, maar al meedenken bij de eerste schets. ‘Een leefbare stad is veerkrachtig en past zich aan. Dat begint met slim ontwerp en samenwerking. Zijn boodschap aan beleidsmakers en investeerders? Durf te denken voor de lange termijn. Betrek alle disciplines er vroegtijdig bij en stel gezondheid en natuur centraal. ‘Want de uitdagingen zijn groot, maar de kansen zijn dat ook.’

Lees ook:

Dit artikel is gemaakt door een van onze expertredacteuren in samenwerking met onze partner WSP. Change Inc. werkt met partners die de klimaattransitie aanjagen. Zij kunnen cases presenteren waar anderen zich aan kunnen optrekken en zijn eerlijk over de uitdagingen. Niet één bedrijf is al 100 procent duurzaam, maar veel zijn onderweg. Dankzij ons partnermodel zijn onze artikelen gratis toegankelijk voor iedereen. Benieuwd naar hoe wij werken? Klik hier.

De Nobelprijs voor de economie kan Jetten en Bontenbal door de energietransitie gidsen

De verkiezingen zitten erop. D66 boekte een enorme overwinning, en ook het CDA won veel zetels. Minstens twee derde van de nieuwe Tweede Kamer wil tenminste de bestaande klimaat- en energiedoelen halen, inventariseerde de Nederlandse Vereniging Duurzame Energie (NVDE) in een reactie.Het goede nieuws is dat D66-leider Rob Jetten in het recente verleden als minister voor Klimaat en Energie heeft laten zien dat hij idealen kan omzetten naar pragmatisch beleid. Ook CDA-aanvoerder Henri Bontenbal is een erkende autoriteit als het gaat om energie- en klimaatbeleid.Jetten en Bontenbal zullen een hoofdrol spelen in de formatie die komen gaat. Ze hebben mijn advies waarschijnlijk niet nodig, maar ik zou ze toch aanraden om zich even te verdiepen in de winnaars van de Nobelprijs voor de economie. Joel Mokyr van Northwestern University kreeg de helft van de prijs; Philippe Aghion en Peter Howitt delen de andere helft. Het is belangrijk om bij hun werk stil te staan, want het verklaart niet alleen waarom Europa industrialiseerde en China niet, maar ook waarom de energietransitie meer vraagt dan goedkope zonnepanelen alleen. Creatieve destructie Mokyr is een zeldzame vogel: econoom én historicus. Hij schreef leesbare boeken die volgens The Economist ‘zelfs voor leken toegankelijk zijn’. Zijn kernvraag: waarom bleef de wereldeconomie duizenden jaren stilstaan om rond 1750 plotseling te groeien?Het antwoord: een culturele omslag in Europa. Wetenschappelijke experimenten werden geaccepteerd en ontdekkingen gecommercialiseerd. Instituties als de Royal Society brachten wetenschap en praktijk bij elkaar. Maar cruciaal was dat Europese regeringen accepteerden dat oude bedrijven konden verdwijnen om plaats te maken voor nieuwe. Die creatieve destructie vormt de basis van economische vooruitgang.In China was het anders. Heersers daar vreesden vrije denkers en hielden hen buiten de deur. Daardoor kwam kennis niet tot wasdom, laat staan dat er sprake was van innovatie en economische ontwikkeling. De Europese politieke versnippering bleek een voordeel: er waren veel kleine staten, waardoor wetenschappers eenvoudig konden vluchten als het in hun eigen land te heet onder de voeten werd. Vraagcreatie Aghion en Howitt voegen een essentieel element toe. Creatieve destructie werkt namelijk alleen als er vraag is. Bedrijven investeren pas in innovatie als ze verwachten dat er afnemers zijn voor hun nieuwe producten. Als er geen vraag is, volgen er ook geen investeringen. En als er niet wordt geïnvesteerd, is er geen innovatie, veroudert de bestaande economische structuur, om uiteindelijk af te sterven. Dat is in een notendop de situatie van de Nederlandse en de Europese industrie op dit moment.Als er publieke belangen in het geding zijn, zoals verduurzaming en CO2-reductie, dan rechtvaardigt dat tijdelijke overheidsinterventie. Subsidies en normeringen kunnen de vraag naar cleantech aanwakkeren. Het mes snijdt aan twee kanten. Een doorbraak in batterijtechnologie helpt bijvoorbeeld niet alleen de ontwikkelaar, maar ook fabrikanten van elektrische auto’s, en natuurlijk de consument die van een grotere actieradius profiteert. Innovatie en energietransitie aanjagen Maar — en dat is cruciaal — die overheidsbemoeienis werkt alleen als nieuwe bedrijven daadwerkelijk ruimte krijgen. Het is volgens de Nobelprijswinnaars essentieel dat overheden zorgen voor regelgeving die innovatie aanjaagt in plaats van tegenhoudt.Dat klinkt eenvoudig, maar is weerbarstig. Vergunningsprocedures voor windparken duren jaren. Bezwaren tegen zonneparken stapelen zich op. Netbeheerders kunnen de stroom van nieuwe installaties niet verwerken. De winnaars van de Nobelprijs laten zien dat economische transitie vraagt om creatieve destructie én om vraagcreatie. Daarvoor zijn regulering en overheidsinvesteringen nodig. Niet het één of het ander, maar beide tegelijk — met nadruk op tegelijk.De energietransitie is dus niet alleen een technisch vraagstuk dat vanzelf wordt opgelost zodra technologie goedkoop genoeg is. Het is een proces dat de juiste institutionele voorwaarden vraagt. Voorwaarden die Europa in de achttiende eeuw al had. De vraag is of Jetten en Bontenbal ze nu opnieuw kunnen creëren.