
Peter Joustra – WSP
Wie op een zonnige zomerdag door de stad loopt, voelt het meteen: het wordt steeds heter tussen de stenen en het asfalt. De meeste steden zijn niet ingericht op langdurige hittegolven. Ze houden de warmte juist vast, waardoor het soms dagen duurt voordat het weer een beetje afkoelt. Is dat onoplosbaar? Zeker niet, benadrukt Joustra. Hij is actief als teammanager Urban & Area Development bij WSP. Volgens hem zijn de oplossingen zelfs verrassend eenvoudig.
Meer groen in de stad
‘Meer groen in de stad doet wonderen. Bomen en planten zorgen niet alleen voor verkoeling, maar ook voor een prettiger leefomgeving. Dat klinkt logisch, maar in veel steden ontbreekt het nog aan ruimte of visie om dat structureel aan te pakken’, aldus Joustra.
Gelukkig zijn er voorbeelden die laten zien hoe het wél kan. Neem de Groene Loper in Maastricht, waar WSP aan meewerkte. Hier is de snelweg A2 in een tunnel gelegd, met daar bovenop een groene zone. Die zorgt voor minder hitte in de zomer en extra ruimte voor water om in de bodem te trekken. Zo krijgt de stad meer ruimte om te ademen.
Joustra merkt op dat veel bestaande gebouwen in de stad niet zijn ontworpen met dit soort extremen in gedachten. ‘Nieuwe woningen zijn vaak perfect geïsoleerd om energie te besparen. De keerzijde is dat het er in de zomer al snel bloedheet wordt. Gelukkig zien we nu bij nieuwbouw dat ventilatie en natuurlijke koeling vaker worden meegenomen in de ontwerpfase.’
Natuurinclusief bouwen als standaard
Naast hitte is ook het verlies van biodiversiteit een groeiend probleem in stedelijke gebieden. Groen heeft plaatsgemaakt voor woningen, parkeerplekken en winkels onder meer. Toch hoeft stadsontwikkeling volgens Joustra niet ten koste te gaan van de natuur.
Als voorbeeld noemt hij Fabriekskwartier in Tilburg. ‘Daar hebben we biodiversiteit vanaf het begin geïntegreerd in de planvorming. De gemeente heeft een puntensysteem ingevoerd: bouwers krijgen pas een vergunning als ze voldoende natuurinclusieve maatregelen nemen. Denk aan nestkasten, groene daken, gevelbeplanting en waterdoorlatende verharding. Zo wordt duurzaamheid tastbaar en meetbaar.’
Volgens hem is dat precies waar het verschil wordt gemaakt. ‘Als je biodiversiteit meeneemt vanaf de tekentafel, dan wordt het onderdeel van de identiteit van een gebied. Een stad moet gezond zijn voor mensen, maar ook voor planten en dieren’, zegt Joustra. Hij pleit dan ook voor een verschuiving in denken. Denken dat natuur en stedelijke ontwikkeling elkaar uitsluiten, noemt hij achterhaald. Een leefbare stad moet juist een ecosysteem zijn waarin mens en natuur elkaar versterken.
Energiepositieve oplossingen
Files op het stroomnet; ook die ontwikkeling raakt stedelijke ontwikkeling. Ze beperken de ambities van gemeenten en projectontwikkelaars. Toch vindt Joustra de overstap naar volledig elektrische oplossingen een nóg grotere uitdaging. ‘Veel straten moet worden opengebroken, om ruimte te maken voor kabels en transformatorstations. Dat is een gigantische operatie die zorgt voor veel overlast. En dan hebben we het nog niet eens over de praktische problemen, zoals het opladen van elektrische auto’s in dichtbebouwde wijken.’
Toch ziet hij ook hier kansen. Denk aan ruimte voor waterstof als energiedrager, lokale energiesystemen en energiepositieve gebouwen. Een inspirerend voorbeeld komt uit Denemarken, waar WSP betrokken is bij de bouw van het grootste logistieke gebouw van het land. ‘Dat pand levert meer energie op dan het verbruikt’, vertelt Joustra. ‘Het is volledig zelfvoorzienend dankzij de inzet van zonnepanelen, slimme installaties en hergebruik van warmte. Zulke concepten laten zien wat mogelijk is als je durft te innoveren. Die kennis kunnen we ook in Nederland toepassen.’
Sturen op gezondheid en leefbaarheid
Dat steden een aantrekkingskracht hebben op veel mensen, is niet nieuw. Dit zorgt voor een groeiende vraag naar woonruimte. Joustra wijst gemeenten erop dat ze dit probleem integraal moeten benaderen. ‘Wat wij bij WSP vaak zien, is dat we pas later worden ingeschakeld. Dan lopen ontwikkelaars al tegen problemen aan en moeten we gaan repareren.’ Volgens hem kan dat slimmer, door al vroeg in het proces alle uitdagingen beet te pakken, van energie tot klimaat, natuur, gezondheid en ruimte. Dan kun je volgens hem veel sneller tot oplossingen komen. En dus ook sneller bouwen.
Een project waar dat gebeurt, is de Spoorzone in Maastricht, waar WSP samenwerkt met de GGD en de Universiteit Maastricht. ‘We hebben onderzocht hoe we in dat gebied een gezonde leefomgeving kunnen creëren. Dat leverde concrete richtlijnen op voor het ontwerp en de inrichting, nog voordat de plannen werden uitgewerkt. Zo kun je echt sturen op gezondheid en leefbaarheid.’
De leefbare stad is nooit af
Voor Joustra is dit de toekomst van gebiedsontwikkeling. Niet pas aan tafel komen als er een probleem is, maar al meedenken bij de eerste schets. ‘Een leefbare stad is veerkrachtig en past zich aan. Dat begint met slim ontwerp en samenwerking. Zijn boodschap aan beleidsmakers en investeerders? Durf te denken voor de lange termijn. Betrek alle disciplines er vroegtijdig bij en stel gezondheid en natuur centraal. ‘Want de uitdagingen zijn groot, maar de kansen zijn dat ook.’
Lees ook:
- Hoe onze dijken steeds duurzamer worden
- Europa installeerde in 2024 weer record aan zonnepanelen, maar de groei is eruit
- Minder voedsel verspillen? Het Nederlandse Merqato doet het met data en AI
Dit artikel is gemaakt door een van onze expertredacteuren in samenwerking met onze partner WSP. Change Inc. werkt met partners die de klimaattransitie aanjagen. Zij kunnen cases presenteren waar anderen zich aan kunnen optrekken en zijn eerlijk over de uitdagingen. Niet één bedrijf is al 100 procent duurzaam, maar veel zijn onderweg. Dankzij ons partnermodel zijn onze artikelen gratis toegankelijk voor iedereen. Benieuwd naar hoe wij werken? Klik hier.




