Glunderend kijkt Oduber naar de stellage van blokken naast hem op het podium. De blokken, zandkleurig en uitgerust met een zwierig motief, lijken op het eerste gezicht puur voor de sier neergezet. En ja, sierlijk zijn ze: een week eerder waren ze nog te bewonderen als pronkstukken op de Dutch Design Week. Maar de blokken zijn meer dan alleen hun esthetische waarde. Het zijn namelijk ook duurzame bouwstenen die gebruikt kunnen worden bij het bouwen van huizen.
De ‘stenen’, door ontwerpers Maartje Dros en Eric Klarenbeek gedoopt tot Growing Facade, zijn gemaakt van mycelium, een netwerk van organische schimmeldraden. Helemaal biobased dus. De schimmels worden gedurende twee weken kunstmatig gegroeid op een ondergrond van houtvezel en suikers, en krijgen daardoor eigenschappen die vergelijkbaar zijn met hout. Het mycelium wordt met 3D-printers gevormd tot stevige bouwblokken die gebruikt kunnen worden als wandbekleding. Vooralsnog voor binnen, maar het doel is dat ze na wat experimenten ook buiten toegepast kunnen worden.
Grootschalig gebruik biobased blijft uit
De bouwsector moet het in de toekomst van dit soort materialen hebben, vertelt Oduber tijdens een lezing in de Utrechtse Jaarbeurs. Vanwege het nijpende woningtekort is de noodzaak om huizen te bouwen enorm. Het overheidsdoel staat op bijna een miljoen woningen in 2030. Maar traditionele bouwmaterialen als beton en staal veroorzaken veel CO2-uitstoot, en dat valt niet te rijmen met de klimaatdoelen. Hoognodig dus om te kijken naar duurzamere bouwmaterialen, zoals geopolymeerbeton, hout, hennep of mycelium.
‘Het goede nieuws is dat deze materialen allemaal al kunnen worden toegepast’, zegt Oduber. ‘Maar het slechte nieuws is dat de bouwsector er helaas nog niet grootschalig gebruik van maakt.’
De bouwsector is van nature conservatief, hoor je uit alle hoeken. Bedrijven klampen zich graag vast aan traditionele bouwmaterialen die gedurende de afgelopen decennia hun strepen hebben verdiend vanwege lage kosten, hoge brandveiligheid en flexibiliteit in het gebruik.
Dat heeft enerzijds een voordeel: dat de sector voorzichtig is, betekent dat ze doorgaans veilige, betaalbare en robuuste gebouwen levert. Maar tegelijk zit de hang naar vervuilende materialen innovatie in de weg. En over biobased materialen kan in de sector nog wel eens laatdunkend gesproken worden, weet Oduber. ‘Je krijgt dan sarcastisch te horen: ‘leuk joh, dat bouwen met schimmels, ga zo door’. Terwijl vanuit andere omgevingen de reactie heel anders is. Bijvoorbeeld op de Dutch Design Week, waar men heel enthousiast was. Daar kan het dus blijkbaar wel.’
Geen gebrek aan ambitie
Uit de Nederlandse Innovatie Monitor van SEO Economisch Onderzoek, waarin onderzoekers inzoomen op de mate van technologische vernieuwing in de samenleving, blijkt dat Nederland de afgelopen jaren steeds minder investeert in innovatie. Dit geldt weliswaar breder dan alleen voor de bouwsector, maar de bouw is wel een opvallende onderpresteerder. ‘Dus terwijl de economie groeit en het aantal maatschappelijke uitdagingen toeneemt, neemt de hoeveelheid nieuwe technieken die we gebruiken en de investeringen daarin af’, zegt Oduber. ‘Dat is echt een gemiste kans.’
Een gebrek aan ambitie is niet het probleem, denkt hij. Vooral in de vroege stadia van projecten zijn er onder de betrokken partijen nog volop ideeën om duurzamer te bouwen. Ofwel door elementen te hergebruiken, dan wel door gebruik te maken van nieuwe, biobased materialen waarmee minder CO2-uitstoot gepaard gaat. Maar naarmate een project vordert, sijpelt de drive weg, ziet Oduber. ‘Dan zien we ineens allemaal beren op de weg en hebben we geen creatieve ideeën om met die risico’s om te gaan. Eigenlijk zijn we dus zelf onze grootste vijand.’
En dat terwijl de bouw juist een voortrekkersrol zou moeten spelen, vindt hij. ‘Er heerst het gevoel dat alle innovatie bij hightech-bedrijven of kennisinstellingen vandaan moet komen, en dat wij als bouwsector slechts volgen. Maar wij hebben een gigantische invloed. Hoe wij stenen stapelen, maakt uit of mensen elkaar wel of niet ontmoeten, of ze een fijne leefomgeving hebben, of producten wel of niet hergebruikt kunnen worden.’
Radicaal nieuwe en innovatieve kijk op bouwen
Volgens ING vertegenwoordigt de totale bouwsector ruim 5 procent van het BBP. Neem je de toelevering van materialen en gerelateerde diensten, loopt dit op naar meer dan het dubbele. Oduber: ‘Dan ben je dus automatisch een impact-industrie. We zijn daarom verplicht om er iets mee te doen, vind ik.’
Heijmans wil daarom stapsgewijs gaan inzetten op wat het bedrijf zelf noemt ‘een radicaal nieuwe en innovatieve kijk op bouwen’. Lees: het creatief gebruiken van biobased materialen die de klimaatimpact van bouwen verkleinen. Tot aan 2030 wil Heijmans minstens tien vernieuwende samenwerkingen aangaan met bedrijven, universiteiten, ontwerpers, en architecten. Die samenwerkingen moeten uiteindelijk allemaal leiden tot baanbrekende toepassingen in de bouw, zegt Oduber.
De Growing Facade gemaakt van mycelium is daar een voorbeeld van. De bouwstenen van ontwerpers Dros en Klarenbeek stonden niet alleen op de Dutch Design Week, ze zijn ook al daadwerkelijk toegepast bij een renovatieproject. Heijmans werkte mee aan de verbouwing van een gebouw van de rijksoverheid, waarbij een grote ruimte werd uitgerust met de biobased blokken. Zelf zegt Heijmans dat de ruimte daardoor een plek geworden is waar ‘groen, rust en verbinding de boventoon voeren’.
Materialen moeten zich bewijzen
Toch klinken er vanuit de sector ook zorgen over het vestigen van hoop op dit soort bouwelementen; materialen die zich nog niet op grote schaal bewezen hebben. De enorme bouwopgave vraagt van duurzame materialen dat ze betaalbaar, schaalbaar en brandveilig zijn, en dat ze een lange levensduur hebben, zowel binnen als buiten. Zo niet, heeft het geen zin om er grootschalig op in te zetten, zo klinkt het. Voldoet mycelium aan die kenmerken?
Het eerlijke antwoord: dat weet nog niemand. ‘Dat zijn de grote vragen die we met elkaar moeten gaan beantwoorden’, zegt Oduber. ‘Mycelium heeft de belofte om brandwerend, thermisch isolerend, akoestisch dempend en vochtresistent te zijn. Daarmee hebben we een product dat alles in zich heeft voor succesvol binnengebruik. Buitengebruik moeten we nu goed gaan testen, maar ik ben ervan overtuigd dat het gaat lukken.’
Of het betaalbaar en schaalbaar is, blijkt dan vanzelf, vindt hij. ‘Het heeft geen zin om daar vooraf te veel op te focussen. Dan lopen we als sector dood en krijgen we niets voor elkaar. We moeten gewoon beginnen en gaandeweg uitvinden wat wel en niet werkt.’
Lees ook:
- Kan de bouwsector zonder cement? ‘Als we willen, kunnen we er écht vanaf’
- Zero-emissiezones beloven een schonere stad, maar ‘grijze file moet geen groene file worden’
- Heijmans gaat bomen planten om milieu-impact houtbouw te compenseren
Dit artikel is gemaakt door een van onze expertredacteuren in samenwerking met onze partner Heijmans. Change Inc. werkt met partners die de klimaattransitie aanjagen. Zij kunnen cases presenteren waar anderen zich aan kunnen optrekken en zijn eerlijk over de uitdagingen. Niet één bedrijf is al 100 procent duurzaam, maar veel zijn onderweg. Dankzij ons partnermodel zijn onze artikelen gratis toegankelijk voor iedereen. Benieuwd naar hoe wij werken? Klik hier.



