Wilke Wittebrood
15 januari 2026, 16:00

Sandra Phlippen wil ABN Amro duurzamer maken: 'Klimaatverandering is een groot economisch risico'

Sandra Phlippen verruilde haar prestigieuze post als hoofdeconoom van ABN Amro voor de rol van chief sustainability officer, omdat ze vanuit die positie meer impact kan maken. In de zomer spreekt ze op Transition2026, het jaarlijkse event voor toekomstmakers van Change Inc.

Sandra Phlippen, cso bij ABN Amro Activistisch? Niks daarvan, zegt Phlippen. Haar focus op klimaat is wetenschappelijk gedreven. | Credits: Marie Wanders

Sandra Phlippen hield het kort toen ze haar functiewissel bij ABN Amro eind november aankondigde op LinkedIn. ‘Nieuwe baan!’ Phlippen, voorheen hoofdeconoom bij de bank, is sinds 1 januari als chief sustainability officer verantwoordelijk voor het ‘integreren van duurzaamheid in de kernactiviteiten’ van ABN Amro.

Wie haar een beetje volgt, had de stap kunnen zien aankomen. Te beginnen met het feit dat ze de gewoonte heeft om elke vijf jaar van baan te wisselen. Niet dat die vijf jaar heilig zijn, zegt ze in interviews. ‘Het is meer dat ik na zo’n periode aanvoel dat er iets nieuws nodig is.’

‘Wervelende persoonlijkheid’

Dan is de stap naar cso natuurlijk een heel logische, zegt Rintse Zijlstra, van 2017 tot 2021 hoofd strategie en duurzaamheid bij de bank en onder andere verantwoordelijk voor het Economisch Bureau. Hij was degene die Phlippen zeven jaar geleden binnenhaalde bij ABN Amro als mogelijke opvolger van Han de Jong, destijds hoofdeconoom bij de bank.

Zijlstra: ‘Het past bij haar persoonlijkheid, expertise en ambitie. Als hoofdeconoom maak je analyses die bijdragen aan het beleid van de bank en de klanten. Maar het blijven analyses, rapporten die mensen ook naast zich kunnen neerleggen. In deze rol is haar invloed op de activiteiten van de bank groter.’

ABN Amro zocht een ‘wervelende persoonlijkheid’ die klimaateconomie op de kaart kon zetten bij de bank. Dat vakgebied onderzoekt de wisselwerking tussen economie en klimaatverandering, en wat nodig is om zowel economische als klimaatdoelen te halen: waarin overheden en bedrijven moeten investeren, bijvoorbeeld. Dat stond nog ‘totaal niet op de radar’ bij het Economisch Bureau, blikt Zijlstra terug. ‘Er was geen aandacht voor, en dat moest anders.’ Dat werd bij Phlippens komst in 2018 haar opdracht – én haar missie.

Maar waag het niet om haar ‘ideologisch gedreven’ of ‘activistisch’ te noemen. Haar focus op klimaatverandering heeft niets met ideologie te maken, zegt ze tegen de Volkskrant. ‘Het is wetenschap. Klimaatverandering is een groot economisch risico. Als je kijkt naar de kosten van nietsdoen – overstromingen, verdroging, disruptie – dan krimpt de wereldeconomie op termijn 20 procent. Minimaal. Met alle humanitaire ellende van dien. Iets doen – weg van fossiel, zuiniger met energie omspringen, alles zo duurzaam en groen mogelijk – gaat 2 procent van de wereldeconomie kosten. De businesscase is 18 procent schade als we op onze handen blijven zitten.’

Anders dan anderen

Als kind was ze ‘wél een kleine activist’. Ze demonstreerde tegen de zure regen, ruimde met haar oudere zus Steffie zwerfafval op en hing posters bij visvijvers. Met daarop in koeienletters: HOE VINDT U EEN HAAKJE DOOR UW KAAKJE? Haar ouders – haar moeder was sociotherapeut, haar vader werktuigbouwkundige – plastificeerden het bord, zodat het niet weg zou regenen.

Het gezin Phlippen woonde in Terwinselen (Kerkrade), een voormalig mijndorp. In een oude kerk, midden in het bos. Die was in onbruik geraakt toen de mijnen sloten, vertelde Phlippen in Zomergasten (2022). ‘Eerst woonde er een kunstenaar met zijn gezin, Heino Brüll. Maar zij vonden het eng, dus hebben mijn ouders met ze geruild.’

Klinkt als een kinderboek; presentator Janine Abbring droomde er helemaal bij weg. ‘Het was sprookjesachtig’, beaamt Phlippen. ‘Maar het maakte ons wel anders dan de anderen.’

Bij het keurige en corporate ABN Amro, waar ze in 2018 startte als hoofd Nederland van het Economisch Bureau, was ze in het begin ook een beetje een vreemde eend in de bijt. Zijlstra plukte haar weg bij het Algemeen Dagblad, waar ze chef economie was.

‘Ze moest wel leren dat het bij een bank anders werkt dan op een krantenredactie’, vertelt hij. ‘In die zin dat je niet zomaar alles kunt doen en zeggen wat je wilt. Ik weet nog dat ze voor het eerst namens de bank bij een talkshow aanschoof, ze was net als hoofdeconoom benoemd. Om over de economie te praten, maar de presentator vroeg haar ook naar iets wat de bank aanging. Geen idee meer waar het precies over ging, ik geloof over salariseisen. Hoe dan ook gaf ze een ander antwoord dan het standpunt van de bank. Kreeg ik de volgende dag een boos bericht van een van de commissarissen. “Heb je dat gezien, dat kan toch niet?”’

Toen heeft hij haar wel even apart genomen. ‘Je mag veel zeggen, maar besef ook dat je ABN Amro vertegenwoordigt en niet zomaar kunt ingaan op allerlei vragen over de bank. Dat is ook niet waarom je aan die talkshowtafel zit.’

Op zulke momenten komt de wetenschapper in haar naar boven, vertelt hij. ‘Vooropgesteld: het was gewoon een aardig gesprek. Maar toch, sommige mensen zouden schrikken of geïrriteerd raken. Sandra niet. Eerst is er een moment van reflectie – wat zegt hij precies, en kan ik het hiermee eens zijn of niet? – en vervolgens pakt ze daarop door. In dit geval begreep ze het trouwens wel.’

Econoom, hoogleraar en journalist

Phlippen verruilde Limburg in 1996 voor Rotterdam, de stad waar ze nog altijd woont. Ze studeerde Japanse economie en sociologie aan de Erasmus Universiteit en promoveerde aan het Tinbergen Instituut. Vervolgens vond ze een manier om de academische wereld met de praktijk te combineren: ze ging lesgeven aan de Erasmus School of Economics en werd hoofdredacteur bij economenvakblad ESB.

Ze stapte over naar het AD omdat ze daar een groter publiek kon bereiken, zegt ze tegen de Volkskrant. Het was 2016 en ze wilde tegenwicht bieden aan het oprukkende populisme. ‘Mensen gingen immigranten overal de schuld van geven, en ik was ervan overtuigd dat dit kwam omdat ze zich economisch niet veilig voelden.’ Ze ontwikkelde een ‘groots plan’ rond zeven thema’s, dat lezers moest helpen meer grip te krijgen op hun financiën en daarmee op hun leven. ‘Dat is mislukt. Het nieuws laat zich niet in een keurslijf persen.’

Annelien Bredenoord kan die overstap wel plaatsen. Ze is bestuursvoorzitter van de Erasmus Universiteit en voorzitter van de verkiezingsprogrammacommissie. Phlippen schreef deze zomer mee aan het partijprogramma en wierp zich in de twee maanden daarna op als lijstduwer.

‘Sandra heeft het talent om zware thema’s helder en begrijpelijk over te brengen’, zegt Bredenoord. ‘En ze deelt haar kennis graag met een breder publiek. Als hoofdeconoom, als praktijkhoogleraar duurzaam bankieren, in de media. Ze snapt dat je buiten je eigen bubbel, buiten de muren van je eigen organisatie moet treden. Anders praat je alleen met hetzelfde type mens. Maar nu kleur ik het misschien voor haar in, want zo sta ik er zelf ook in.’

Sandra Phlippen op Transition2026

Sandra Phlippen is één van de hoofdsprekers op Transition2026, hét jaarlijkse event voor toekomstmakers van Change Inc. om de duurzame transitie te versnellen. Want die transitie is volgens Phlippen geen keuze, maar een economische noodzaak.

Tijdens Transition2026 deelt ze haar visie op de onvermijdelijke en urgente omslag naar een duurzame economie. Niet met abstracte vergezichten, maar in een nuchter, prikkelend en datagedreven betoog over hoe markten, banken en beleidsmakers samen het verschil kunnen maken.

Transition2026 vindt plaats op 23 juni 2026 in Felix Meritis Amsterdam. Ga voor meer informatie en tickets naar transition-event.nl.

Sleutels kwijt, afspraak vergeten

Collega Puk de Jong, die als innovatie- en duurzaamheidsconsultant bij ABN Amro nauw met Phlippen samenwerkt, zegt: ‘Ik stel me haar hoofd soms voor als een grote trechter waar van alles in wordt gestopt en waar, hop, een antwoord uitrolt.’

Phlippen heeft twee kanten, lacht ze. ‘Sandra is doelgericht en duidelijk in wat ze wil, maar tegelijkertijd kan ze echt een verstrooide professor zijn. Iemand die haar sleutels kwijtraakt en afspraken vergeet. Ze leeft enorm in het moment. Zitten we in een lunchsessie en licht haar telefoon ineens op, omdat haar volgende afspraak zit te wachten. En hoppa, dan is ze in één keer weg. Al belt ze daarna altijd even op om het af te ronden.’

Bredenoord vroeg Phlippen om mee te schrijven vanwege haar ‘brede expertise’ op het gebied van de economie en duurzaamheidstransities. ‘En vanwege haar positieve en constructieve kijk’, zegt ze. ‘Wat hebben heel wat zaterdagen op het partijkantoor doorgebracht. Met 28 graden of meer, in een slecht geventileerde ruimte. Je kunt je voorstellen hoe warm we het soms hadden, maar toch vlogen we door de materie heen. Sandra was één van de mensen die altijd energie in de groep wist te brengen.’

Daarentegen zat bij haar komst bij ABN Amro zeker niet iedereen op haar ideeën te wachten, zegt Phlippen tegen het FD. ‘Ik had niet alleen medestanders, om het mild te zeggen.’

Zijlstra herkent het. ‘Ik denk dat dat haar in het begin wel verraste. Maar daarna heeft ze de knop omgezet. Ze is begonnen met een aantal specifieke onderwerpen. Het analyseren van betaaldata om daar economische trends uit te destilleren, bijvoorbeeld, geanonimiseerd uiteraard. De paar collega’s die wel wilden, heeft ze meegenomen – want zo overtuigend is ze wel. De mensen om dat clubje heen zagen dat de nieuwe onderwerpen met enthousiasme werden ontvangen en zo werd de groep van medestanders steeds groter.’

Kritisch op eigen bank

De projecten ook, voegt Puk de Jong toe. Ze werkte het afgelopen jaar met Phlippen aan het Beter Wonen-project, een samenwerking met een energie-adviesbureau en een bedrijf in verduurzaming van vastgoed. Het idee: het voor mensen die een hypotheek bij ABN Amro hebben zo laagdrempelig en voordelig mogelijk maken om hun huis te verduurzamen. De pilot draait sinds november.

Maar wacht even, dat is als hoofdeconoom toch helemaal haar taak niet? Is het ook niet, maar Phlippen heeft er in interviews nooit een geheim van gemaakt dat ze vindt dat haar werkgever te weinig doet om de wereld te behoeden voor klimaatrisico’s. Met Beter Wonen stapt ze zelf met haar, op z’n Rotterdams, poten in de klei.

‘ABN Amro is een hypotheekbank’, zegt De Jong. ‘Sandra redeneerde: als we impact willen maken, moeten we dat via de hypothekenportefeuille doen. Vervolgens is ze zelf verschillende afdelingen langsgegaan om een team te formeren. Haar hele mindset is erop gericht om blokkades aan de kant te schuiven.’

Dat heeft De Jong zelf ook ervaren. ‘Op een gegeven moment heb ik een meeting georganiseerd met een partner, waarvan ik dacht dat die echt wat kon toevoegen’, vertelt ze. ‘Tijdens die afspraak merkte ik al snel dat ze ongeduldig werd. Ze vond duidelijk dat ze haar tijd zat te verdoen. Die meeting heeft ze halverwege afgekapt. “Ik denk niet dat we dit zoeken, let’s call it a day.” Omdat ze dingen zo duidelijk in haar hoofd heeft en zo goed weet hoe ze haar doel wil bereiken, is ze af en toe misschien genadeloos direct.’ Maar, voegt ze toe: ‘Daardoor weet je altijd wat je aan haar hebt.’

Goed in politiek bedrijven

Phlippen had met Beter Wonen de steun van ceo Robert Swaak, maar die vertrok in april 2025 voortijdig. ‘Dus moest ze zijn opvolger, Marguerite Bérard, aan boord krijgen’, zegt De Jong. ‘Binnen een corporate als ABN moet je heel veel politiek bedrijven. Daar is Sandra goed in. Ze is geen type van dubbele agenda’s of achterkamertjespolitiek, ze zegt altijd eerlijk waar het op staat. Nee, wat zij slim doet, is op zoek gaan naar het gezamenlijke belang. Ze weet haar ideeën goed te verkopen; ze plaatst ze altijd in het licht van de commerciële organisatie.’

Het hypotheekbank-argument raakte bijvoorbeeld een snaar. De Jong: ‘Marguerite weet ook dat de bank meer met duurzaamheid zal moeten doen.’

Nicky van Dijk, expert financiële instellingen bij Milieudefensie, ziet dat anders. ABN Amro presenteerde eind november de strategie voor de komende twee jaar en heeft het klimaatbeleid volgens haar ‘drastisch gewijzigd’, laat ze schriftelijk weten. ‘En wel ten negatieve.’

Van Dijk is teleurgesteld dat de bank niet meer expliciet streeft naar maximaal 1,5 graden opwarming van de aarde. ‘Dat is ronduit teleurstellend en bovendien gevaarlijk. Het 1,5 graden-doel is nog haalbaar, maar alleen als alle grote bedrijven én hun financiers keihard inzetten op absolute emissiereductie. ABN Amro doet nu precies het tegenovergestelde.’

Ook de Eerlijke Bankwijzer is kritisch op het gebrek aan beleid om fossiele brandstoffen stapsgewijs uit te faseren. Van Dijk zou liever zien dat Phlippen als cso nog een stap verdergaat. ‘Wij vinden dat ABN Amro geen bedrijven moet financieren die nog nieuwe olie- en gasprojecten starten. Nu niet, en in de toekomst niet.’ Ze vervolgt: ‘Phlippen heeft als hoofdeconoom gepleit voor absolute (jaarlijkse) reducties in gefinancierde emissies, dus wij hopen dit nu ook in haar nieuwe rol bij ABN Amro te zien.’

De rol van hoofdeconoom heeft misschien meer status binnen de bank, aan de andere kant kreeg Phlippen steeds meer ideeën die ze als hoofdeconoom niet ten uitvoer kon brengen en als cso wel, vertelt De Jong. ‘Het economisch bureau is best prestigieus binnen de organisatie, terwijl de duurzaamheidsafdeling juist kleiner is geworden (vorige maand werd bekend dat 70 van de 400 banen verdwijnen, red.). Sommigen zouden ervoor bedanken, maar zo denkt Sandra niet. Zij wil dingen voor elkaar krijgen. Niet een zo groot mogelijk team aansturen.’

Dit artikel verscheen eerder op MT/Sprout.

Lees ook:

Duurzamer vliegen: biobrandstof heeft het moeilijk, maar er zijn ook andere opties

'Schreeuwend tekort aan duurzame kerosine, en toch stopt Shell zijn enige fabriek', kopte de Volkskrant in september vorig jaar. Enkele weken later kondigde ook BP aan te stoppen met de bouw van een grote fabriek voor duurzame vliegtuigbrandstoffen.Problematisch, want dat 'schreeuwende tekort' is er inderdaad. De Europese productiecapaciteit voor SAF bedroeg in 2023 zo'n 0,3 miljoen ton: slechts 0,6 procent van het brandstofverbruik van de luchtvaartsector in de Europese Unie. Dat terwijl Europese leveranciers van luchtvaartbrandstof steeds meer SAF moeten bijmengen bij kerosine. In 2050 moet liefst 70 procent van de vliegtuigbrandstof uit SAF bestaan. SAF, sustainable aviation fuel, is een biobrandstof die van biologische reststromen wordt gemaakt, vooral van gebruikte frituurolie. Het verbranden ervan stoot weliswaar evenveel broeikasgassen uit als de verbranding van gangbare kerosine, maar over de gehele levenscyclus is SAF wel duurzamer. Toch is SAF niet de enige manier om de luchtvaart te verduurzamen, lieten verschillende onderzoeken en analyses recent zien. Change Inc. maakte een overzicht van alternatieven die nu al grote effecten zouden kunnen hebben. 1. Operationele efficiëntie van vliegroutes Eén van de weinige verduurzamingsslagen die op korte termijn en zonder vernieuwing van de vloot mogelijk is, draait om operationele efficiëntie van de luchtvaart. Daarbij zijn twee dingen met name belangrijk: de gevlogen routes en de bezettingsgraad van vluchten.Een team van Europese onderzoekers analyseerde bijvoorbeeld de efficiëntie van ruim 27 miljoen vluchten in 2023. Daarbij keken ze onder meer naar het type vliegtuig en de verschillende routes. De onderzoekers spreken van 10 procent emissiereductie per passagier als routes worden geoptimaliseerd.Tel je daar efficiënte technologie, het vrijwel volboeken van vliegtuigen en het schrappen van luxe stoelen (waarover later meer) bij op, dan is zelfs tot 50 procent reductie mogelijk, aldus de onderzoekers.AI is hiervoor een nuttige ontwikkeling. Onder meer EasyJet en Lufthansa maken gebruik van kunstmatige intelligentie om vliegroutes te optimaliseren, en daarmee brandstofverbruik te verminderen. Dat levert niet alleen milieubesparingen op, maar ook financiële besparingen.De emissies per passagier kunnen ook flink worden gereduceerd door de bezettingsgraad van vliegtuigen te verhogen. In 2023 waren op passagiersvluchten gemiddeld bijvoorbeeld slechts 79 van elke 100 vliegtuigstoelen bezet. Overigens wordt de absolute uitstoot van een vliegtuig wel hoger als dat gemiddelde toeneemt, want meer gewicht betekent in de regel meer brandstofverbruik.Belangrijk is wel te benoemen dat ook operationele efficiëntieslagen duur zijn en veel tijd in beslag kunnen nemen. Bovendien hebben niet alle luchtvaartmaatschappijen er voldoende in-house kennis over, blijkt uit onderzoek. 2. Lichtere materialen en slimmer ontwerpen van vliegtuigen Hoe nieuwer de vloot, hoe duurzamer die over het algemeen is. Dat heeft vooral te maken met gewicht, aerodynamica en het type motoren. Zo stoot de Airbus 320neo liefst 18 procent minder broeikasgassen uit dan de oudere A320ceo. De Airbus 321neo is nog zuiniger.Sommige aanpassingen liggen voor de hand. Zoals winglets: de 'puntjes' aan vliegtuigvleugels die de weerstand verminderen en daarmee zorgen voor zo'n 4 procent minder brandstofverbruik. En het vervangen van metalen als aluminium door lichtere composietmaterialen, bijvoorbeeld in de Boeing 787 Dreamliner. Maar er worden ook minder duidelijke aanpassingen gedaan. Zo kan alleen al het type verf voor vliegtuigen al duizenden kilo's schelen.Moderne verbrandingsmotoren produceren daarnaast meer stuwkracht met een lager brandstofverbruik. 3. Minder luxe stoelen Er is steeds meer vraag naar vliegtuigstoelen in businessclass of first class - en niet alleen vanuit zakelijke reizigers. Toch is het voor het milieu juist beter om luxe stoelen volledig te schrappen.Dat komt vooral doordat luxe stoelen veel meer ruimte in beslag nemen. Vervang je in KLM-toestellen de businessclass- door economy class-stoelen, dan passen er – afhankelijk van het vliegtuigtype – 11 tot 28 procent meer passagiers in het vliegtuig. Dat zou gepaard gaan met 10 tot 22 procent minder uitstoot per passagier, berekende CE Delft.Recenter liet ook Greenpeace de impact van first class en businessclass in kaart brengen. De luxe stoelen stoten per passagierskilometer 4 tot 5 keer zoveel CO2 uit als stoelen in economyclass, berekende T3 Transportation Think Tank in opdracht van de milieuorganisatie. Elektrisch, waterstof of hybride Op lange termijn zijn ook andere manieren van vliegen een optie. Denk aan vliegen op synthetische brandstoffen, gemaakt van waterstof en CO2. Volgens experts zijn synthetische brandstoffen in 2050 'een serieuze brandstof'. Ook waterstofvliegtuigen liggen nog ver voor ons. Airbus verwacht weliswaar in 2027 of 2028 zijn eerste waterstofvliegtuig te lanceren, maar die wordt eerst 'op kleine schaal ontwikkeld'. Een Nederlands consortium werkt ondertussen aan 'middelgrote passagierstoestellen' die eind dit decennium afstanden tot 750 kilometer moeten kunnen vliegen. Elektrisch vliegen gebeurt nu al wel op kleine schaal, maar ook dat is voor langeafstandsvluchten voorlopig ongeschikt. Daarnaast wordt er hard gewerkt aan hybride elektrische vliegtuigen. De Amerikaanse startup Evio lanceerde onlangs het hybride regionale vliegtuig Evio 810. Dat heeft plaats voor 76 passagiers en is naar verwachting vanaf 2030 beschikbaar. Er zijn al honderden toestellen gereserveerd. Andere modellen, zoals de Polaris Amphibian, kunnen veel minder passagiers vervoeren.4. Gedragsverandering: alternatieve opties voor vliegen Vluchten mogen gemiddeld dan efficiënter worden; door de toename van het aantal vluchten stijgt de absolute uitstoot van de luchtvaartsector alsnog. De Nederlandse luchtvaartsector heeft zelfs nog nooit zo veel CO2 uitgestoten tijdens Europese vluchten als in 2024.Daarom zal vooral gedragsverandering een grote impact hebben. Het goede nieuws: volgens Milieu Centraal staat 70 procent van de Nederlanders ervoor open om vaker de trein met de trein in plaats van het vliegtuig op vakantie te gaan. Slechts 3 procent doet dat echter daadwerkelijk al: een groot onbenut potentieel, volgens de organisatie. Lees ook:NRG2fly pioniert met laadnetwerk voor de luchtvaart: ‘We gaan belachelijk veel vliegen, maar wel elektrisch’ Waterstof, zonnecellen en helium: Franse luchtvaartpionier presenteert toekomst van transport Hoe ziet Schiphol er in 2050 uit? ‘Ook dan is vliegen nog niet klimaatneutraal’