Een meerderheid van het Europarlement heeft donderdag ingestemd met de afzwakking van duurzaamheidsrapportages voor bedrijven. De zogenoemde CSRD-wetgeving, ofwel de rapportageplicht voor emissies van broeikasgassen en sociale gegevens, gaat alleen nog gelden voor bedrijven met meer dan 1.750 werknemers en een omzet van meer dan 450 miljoen euro per jaar.
De CSDDD-wetgeving, die bedrijven verplicht om te rapporteren over sociale en milieurisico’s in hun keten, wordt beperkt tot bedrijven met meer dan 5.000 werknemers en een jaaromzet van meer dan 1,5 miljard euro.
Afzwakken rapportage duurzaamheid ‘gemiste kans’
Volgens werkgeversorganisatie VNO-NCW is het positief dat de administratieve lasten voor met name het midden- en kleinbedrijf worden verminderd, zegt een woordvoerder tegen de NOS. Maar andere experts noemen het een gemiste kans. Zoals Leontien Hasselman-Plugge, ceo van ImpactBuying. Die organisatie helpt bedrijven zoals Jumbo en Ahold om hun ketens transparant en duurzaam te maken.
‘Deze wet had het tempo naar meer transparantie kunnen verhogen’, stelt Hasselman-Plugge. ‘Voordat je kunt beoordelen of er sprake is van moderne slavernij, kinderarbeid of onveilige arbeidsomstandigheden, moet je eerst weten waar een product vandaan komt. Precies daarbij zou de CSDDD bedrijven verplichten hun keten in kaart te brengen. Juist in sectoren waar de transparantie ontbreekt zitten de grootste risico’s.’
‘Het zicht op duurzaamheidsprestaties in de keten vervaagt’, zegt ook Albert-Jan Knol, partner sustainability at BDO Accountants en adviseurs. ‘Rapporterende bedrijven missen cruciale informatie over Scope 3-emissies, materiaalkenmerken zoals herkomst en circulariteit van grondstoffen,arbeidsomstandigheden en naleving bij ketenpartners. Wat resteert, zijn vaak aannames en sectorbenchmarks.’
Brandbrief van bedrijven voor behoud CSRD en CSDDD
Niet alleen voor milieu en klimaat, maar ook voor de markt is deze stap risicovol, klinkt het uit meerdere hoeken. ‘Minder bedrijven hoeven nu te rapporteren over hun ecologische voetafdruk. Dat brengt het risico dat transparantie en gelijkheid binnen de Europese markt afnemen’, zegt Hellen van der Plas, ceo van lampenmaker Signify Nederland, tegen de NOS.
Ook Hasselman-Plugge van ImpactBuying wijst erop dat er een ongelijk speelveld ontstaat voor bedrijven die wel investeren in transparantie en verantwoord inkopen.
In juli waarschuwden bijna tweehonderd Europese organisaties, waaronder meer dan 150 bedrijven en investeerders, in een brandbrief dat het verzwakken van duurzaamheidsregels van de EU de concurrentiekracht en groei kan schaden. Ondertekenaars waren onder andere de bedrijven EDF, Signify, IKEA’s Ingka Group, Vattenfall, Nokia, Allianz en Triodos Bank.
‘De focus op kortetermijnvoordeel zoals lagere lasten en minder verplichtingen lijkt economisch logisch, maar is strategisch rampzalig’, stelt hoofdeconoom Hans Stegeman van Triodos Bank. ‘Zo ondermijnt Europa zijn eigen kansen om een duurzame, veerkrachtige industrie te bouwen die concurreert op kwaliteit in plaats van op kosten.’
Belangrijk om risico’s in kaart te brengen
Daarbij levert het bedrijven ook voordelen op om impact en risico’s in kaart te brengen. ‘Het is voor hen belangrijk om weerbare waardeketens te hebben en om te kunnen gaan met geopolitieke risico’s, stijgende grondstofprijzen en klimaatverandering. Dat zijn allemaal directe bedrijfsrisico’s’, stelt Hasselman-Plugge.
Daniël van Veen, partner assurance bij PwC Nederland, voegt toe: ‘Nederlandse bedrijven lopen allerlei risico’s als ze klimaatverandering en hun waardeketen niet goed in beeld hebben. Vandaar dat de ambitieuze Europese regels juist goed geweest zouden zijn voor het concurrentievermogen en de winstgevendheid van onze bedrijven.’
Vrijwillige rapportage als oplossing
Ja, voor kleine bedrijven was het oorspronkelijke voorstel voor de CSRD en CSDDD soms ingewikkeld en zwaar, erkent Hasselman-Plugge. ‘Maar dat kan worden opgelost met bijvoorbeeld meer ondersteuning. Dat is geen reden om de ambitie zo te verlagen. Transparantie is onderdeel van gewoon goed zakendoen.’
Stegeman: ‘Er valt best iets te zeggen over te veel en complexe regelgeving, maar wat hier gebeurt is geen evenwichtige herziening. In plaats van versimpeling (wat prima is), is dit afzwakking. De politiek laat zich leiden door kortetermijnbelangen en vermeende ‘concurrentie’ met de Verenigde Staten, in plaats van te bouwen aan langetermijnduurzaamheid en strategische onafhankelijkheid van Europa.’
Dat de verplichting wegvalt, betekent overigens niet dat bedrijven niet transparant kúnnen zijn. De oplossing ligt in vrijwillige rapportage, het gebruik van digitale tools voor dataverzameling, en sectorafspraken over datatransparantie, denkt Knol van BDO. ‘Beleidsmakers, brancheorganisaties en rapporterende bedrijven moeten hierin gezamenlijk verantwoordelijkheid nemen.’




