Ze was hier vandaag liever niet geweest. Zo begint Europarlementariër Lara Wolters (Groenlinks-PvdA) haar speech tijdens het zakelijke event The future of responsible business op 30 juni in Amsterdam. ‘Niet alleen omdat het buiten 30 graden is, maar omdat we hier bijeen zijn gekomen als reactie op een politieke agenda waarin ik niet geloof.’
Wolters is de drijvende kracht achter de wet op de ketenverantwoordelijkheid. Die staat in Brussel te boek als de CSDDD, de corporate sustainability due diligence directive, en is bij het grote publiek bekend als de antiwegkijkwet (zie kader). De Europese richtlijn werd vorig jaar aangenomen, maar ligt al onder vuur voor hij in nationale wetgeving kan worden omgezet.
Wat is de antiwegkijkwet?
De CSDDD (corporate sustainability due diligence directive) verplicht bedrijven om risico’s in hun toeleveringsketen in kaart te brengen en aan te pakken. Daarmee wil de wet een einde maken aan de uitbuiting van de mensen die onze kleding en zonnepanelen maken of het kobalt voor de batterijen in onze smartphones en elektrische auto’s delven, en de grootschalige natuurvernietiging, milieuvervuiling en klimaatontwrichting die daarmee gepaard gaan. In Europa én elders ter wereld. De wet werd opgesteld als reactie op het instorten van textielfabriek Rana Plaza in 2013, waar voor westerse kledingmerken als C&A, Primark en Benetton werd geproduceerd. Bij de ramp kwamen meer dan 1100 mensen om het leven.
Minder bureaucratie, minder regeldruk
Op deze bloedhete maandagmiddag hebben Wolters en Europarlementariër Gerben-Jan Gerbrandy (D66/Renew) vertegenwoordigers van meer dan honderd bedrijven uitgenodigd in het voormalige Tropeninstituut (KIT). De politici willen met het bedrijfsleven in gesprek over het in februari gepresenteerde Omnibusvoorstel, dat de bestaande Europese duurzaamheidsrichtlijnen wil vereenvoudigen en beter op elkaar laten aansluiten.
De gedachte daarachter: minder bureaucratie, minder regeldruk. Eurocommissaris Wopke Hoekstra (Klimaat en Schone Groei) deed daar begin juli bij de presentatie van de – afgezwakte – klimaatdoelen van de Europese Commissie nog een schepje bovenop.
De sleutelwoorden? Pragmatisme en flexibiliteit.
‘Tsja’, zegt Wolters als Hoekstra ter sprake komt. Change Inc. spreekt haar tijdens de koffiepauze in het souterrain van het KIT. Een verdieping hoger klinkt geroezemoes en gerinkel van glazen. ‘Hij gedraagt zich als een echte consultant.’
Plan met ballen
Vóór Hoekstra gingen Wolters’ partijgenoten Frans Timmermans en Diederik Samsom over het Brusselse klimaatbeleid. Met de Green Deal legden ze vijf jaar geleden het raamwerk voor een klimaatneutraal Europa in 2050.
‘Dat plan had tenminste visie’, zegt Wolters. ‘Het had ballen. Natuurlijk was er wat zuur voor het zoet. Maar daarmee koersten we af op een economie die duurzamer, schoner en weerbaarder is en waar in de toekomst ook nog banen zijn. Dat toekomstbeeld hebben we laten verwateren in een proces waarin de lobby – de grote Amerikaanse bedrijven, de olie- en gassector – mocht meepraten. Ik vind het dood- en doodzonde.’
De lobby heeft volgens Wolters ook grip gekregen op de Europese duurzaamheidswetten. De hardste klappen vielen bij de CSRD-rapportageplicht (zie kader), maar ook de antiwegkijkwet komt er in het Omnibusvoorstel niet ongeschonden vanaf.
CSDDD & het Omnibusvoorstel
De CSDDD trad op 25 juli 2024 in werking. In september van datzelfde jaar verscheen het inmiddels roemruchte Draghi-rapport, waarin de Italiaanse oud-premier de vloer aanveegde met de Brusselse bureaucratie en regeldruk. Twee maanden later kondigde Ursula von der Leyen, voorzitter van de Europese Commissie, aan drie belangrijke duurzaamheidsrichtlijnen samen te voegen in het zogeheten Omnibusvoorstel. Naast de CSDDD gaat het om de CSRD-rapportageplicht en de EU-taxonomie, die bepaalt welke investeringen als ‘groen’ worden erkend.
Vooral in de CSRD-rapportageplicht, die in Nederland al van kracht is, werd flink gesneden: zo werd de drempel voor rapportage dermate opgehoogd dat 85 procent van de bedrijven straks mogelijk niet meer hoeft te rapporteren. Maar ook de CSDDD bleef niet ongemoeid. Bedrijven krijgen mogelijk een jaar extra om aan de wetgeving te voldoen. Daarnaast komt de nadruk te liggen op directe leveranciers – terwijl misstanden vaak veel dieper in de keten zitten.
Het goede nieuws: het aantal bedrijven (vanaf duizend medewerkers en een jaaromzet van 450 miljoen euro) dat onder de wet komt te vallen, bleef in elk geval ongewijzigd. Maar ook daaraan wordt nu gemorreld. Eind juni legden de lidstaten een nieuwe eis op tafel. Ze willen dat de ondergrens fors omhoog gaat: naar vijfduizend medewerkers en een jaaromzet van 1,5 miljard euro.
Als die eis wordt ingewilligd, becijfert het FD, vallen er in Europa nog maar 997 bedrijven onder de wet, in plaats van 3.363.
Regels met kettingzaag te lijf
De druk komt niet alleen van buitenaf, maar ook van binnenuit. In het Europees Parlement ligt een plan om de reikwijdte van de CSDDD te beperken tot bedrijven met meer dan 3000 werknemers.
Waar die weerstand vandaan komt? Met regeldruk heeft het in elk geval niets te maken, stelt Wolters. ‘Het probleem is dat een meerderheid in het parlement uit is op bloed. Ze willen scoren met oneliners over regeldruk en met een kettingzaag de Europese regels te lijf, zogenaamd omdat bedrijven het niet meer aan zouden kunnen.’
Een onzinargument, vindt ze. ‘Wat er nu gaande is, is onderdeel van een groter politiek gevecht. Dat gevecht gaat helemaal niet over wat er nu echt goed en nuttig voor het bedrijfsleven is, het is een platte aanval op alles wat met duurzaam en groen te maken heeft.’ Natuurlijk is het zinnig om, vijf jaar na de Green Deal, te onderzoeken of er onvoorziene gevolgen zijn en of er overlap tussen de verschillende richtlijnen zit, vindt ook Wolters. Maar het gaat haar te ver om de tanende Europese concurrentiekracht volledig op te hangen aan de EU-klimaatwetten.
Wat voor het bedrijfsleven echt belangrijk is? De energieprijzen, duidelijkheid, een gelijk speelveld en regels die goed op elkaar aansluiten in plaats van zevenentwintig verschillende nationale wetten, somt ze op. ‘Wetten die de Europese markt beschermen tegen Chinese cowboybedrijven die de kantjes ervan aflopen. Dáár zou het politieke debat over moeten gaan. Niet over de compliancekosten van deze ene specifieke wet.’
Niet zo zwart-wit
Wolters vindt het te vroeg om te speculeren over wat er straks van de antiwegkijkwet overblijft. Maar als de lidstaten hun zin krijgen, is die straks alleen van toepassing op de allergrootste Europese bedrijven, zoveel is duidelijk.
‘Je zou kunnen zeggen: dat is een begin. Met de tijd kan de reikwijdte worden verruimd en kunnen ook kleinere bedrijven meedoen. In de praktijk zullen die toch wel worden bevraagd door de grote partijen, bijvoorbeeld als toeleverancier.’
Ondertussen sorteren veel kleinere partijen ook allang voor op de rapportage- en due diligenceregels, ziet ze. ‘Omdat er voor hen ook veel nut in zit. Bedrijven die weten wat er in hun keten speelt vangen signalen eerder op en kunnen daarop sturen. Daardoor kunnen ze niet alleen schokken beter opvangen, maar ook rechtszaken voorkomen, reputatieschade beperken. Het is allemaal niet zo zwart-wit als extreemrechts doet voorkomen.’

Europarlementariër Lara Wolters tijdens Embracing the future of responsible business. ‘Ik dacht dat er consensus was over de kleur groen.’ Foto: Groenlinks-Pvda.
De politiek moet leiden, zei Wolters recent tegen EenVandaag, niet andersom. Het tegenovergestelde lijkt aan de hand: als de reikwijdte van de CSDDD wordt ingeperkt, komt de bal onherroepelijk meer bij het bedrijfsleven te liggen. Volgens Wolters is slechts een kleine groep voldoende intrinsiek gemotiveerd om die handschoen vrijwillig op te pakken.
‘Vrijblijvende standaarden leveren niet genoeg op’, zegt ze. ‘Er zijn bedrijven die al heel veel doen, maar er zijn ook bedrijven die de kantjes ervan aflopen – en daartussenin zit een heel grote groep die wel wil, maar niet weet hoe. Het idee achter de CSDDD is ook om groene voorlopers op voorsprong te zetten en van hun werkwijze de norm te maken. Zodat andere bedrijven volgen, binnen en hopelijk ook buiten Europa.’
Europese waarden overboord
Het wordt tijd dat het bedrijfsleven zich tegen het groene zwabberbeleid gaat uitspreken, vindt Wolters. ‘Want het feit is dat bedrijven al op allerlei manieren onder druk staan, wetgeving of niet. Via de media, ngo’s die rechtszaken aanspannen, consumenten die steeds mondiger worden. In wezen zorgt de wet die er lag voor een duidelijk kader waardoor dat allemaal behapbaarder werd. Zonder gaan we tien, vijftien jaar terug in de tijd.’
Ze heeft moeite met het ‘cynisme’ waarmee Europese waarden overboord worden gegooid. ‘Hoe het gaat aflopen? Ik weet het niet. De bal ligt nu bij de grootste fractie in het parlement, de Christendemocraten. Daarvan mag je toch verwachten dat ze staan voor rentmeesterschap, voor omkijken naar een ander. “We willen niet dat onze consumptie elders ter wereld een spoor van vernieling trekt”, zeiden we eerder tegen elkaar. Dat sentiment is helemaal weg.’
Wolters vindt het ‘onwijs moeilijk’ om te zien. ‘Voor de mensen voor wie we het in wezen doen – de mensen dieper in de keten – en voor de planeet die we willen achterlaten.’ Ook persoonlijk valt het ‘politieke steekspel’ rondom de wet, haar wet, de Europarlementariër zwaar. ‘Het is een beetje alsof je kind klappen krijgt van een ander kind op het schoolplein.’




