André Oerlemans
17 maart 2025, 10:00

Zonnestroom niets waard? Wel als je die als ‘prosument’ zelf gebruikt of opslaat

Zonnestroom niets meer waard? Misschien niet als je het teruglevert aan het net. Maar bedrijven en huishoudens die het zelf gebruiken en opslaan zijn spekkoper, zo bleek tijdens vakbeurs Solar Solutions. “Wordt prosument.”

Tv T20250311 044 Stands over energieopslag namen een groter deel van de vakbeurs in dan ooit | Credits: Solar Solutions

De vaste bezoeker van de zonne-energiebeurs in de Expo Greater Amsterdam zag vorige week twee grote verschillen ten opzichte van andere jaren. Ten eerste was het veel minder druk bij alle stands waar installatiebedrijven van zonnepanelen nieuwe montagesystemen, rekken, stekkers, kabels en ander bevestigingsmateriaal komen bekijken. Ten tweede was het aandeel batterijen, andere vormen van opslag en energiemanagementsystemen groter dan ooit. Zelfs gerenommeerde Chinese verkopers van zonnepanelen boden dit jaar batterijen aan.

Markt in mineur

Dit wijst op twee belangrijke trends in de zonne-energiemarkt. De eerste is dat de markt het afgelopen jaar in mineur zat. De verkoop van zonnepanelen daalde met 30 procent. Vooral huishoudens kochten minder panelen. Enerzijds omdat ze na het afschaffen van de salderingsregeling in 2027 de zonnestroom die ze aan het net leveren niet meer kunnen aftrekken van hun energierekening. Anderzijds omdat energiebedrijven sinds vorig jaar terugleverkosten in rekening brengen voor de zonnestroom die ze terugleveren aan het net. Daardoor concludeerde het Algemeen Dagblad dat zonnestroom vanaf 2027 niets meer waard is.

Minder druk

Die dalende markt leidde tot een bloedbad. Ruim 70 bedrijven gingen failliet, waaronder bekende namen als groothandel Solarclarity, BonGo Solar, Novavolt en Koolen Industries Solar. Vooral installatiebedrijven legden het loodje en dat verklaart de mindere drukte bij de stands in die sector. Bijvoorbeeld bij het café van SolarToday, de groothandel voor installateurs. “Dat klopt. Het is minder druk. Je ziet veel minder installatiebedrijven op de beurs. Het publiek is ook anders. De mensen die het werk doen en de zonnepanelen leggen zie je bijna niet”, zegt commercieel manager Sieuwert Kramer.

Tijdens Solar Solutions was het minder druk bij de stands van de installatiebedrijven en groothandels | Credit: André Oerlemans

Meer autonomie

De tweede trend is ook bij de groothandel zichtbaar. Het zijn niet alleen meer zonnepanelen die SolarToday levert, maar steeds vaker complete systemen met batterijen en energiemanagementsystemen (EMS). “Als mensen geen geld meer krijgen voor hun zonnestroom en die niet meer kunnen terugleveren, dan kiezen ze voor autonomie”, zegt Kramer. Daar raakt hij de kern van de nieuwe trend: zonnestroom is nog steeds veel geld waard, maar vooral als bedrijven en huishoudens die zelf gebruiken, overdag opslaan voor gebruik later of gebruiken om water te verwarmen.

Batterijmarkt groeit

Opslag en zelfverbruik dus, daar draait het de komende jaren om in de zonne-energiemarkt. De batterijopslag in Nederland verdriedubbelde het afgelopen jaar tot 621 megawattuur. Die markt blijft explosief groeien. Onderzoeksbureau Dutch New Energy Research verwacht een groei naar 942 megawattuur. Op de zonnevakbeurs was dit jaar ruim 40 procent van alle stands gericht op energieopslag. De organisatie verwacht dat dit aandeel de komende jaren alleen maar toeneemt.

Hoogste rendement

Door het gebruik van batterijen in combinatie met een energiemanagementsysteem halen eigenaren het meeste rendement uit hun zonnepanelen, betoogt John van Vugt, vakspecialist bij Techniek Nederland. Veel leden van de brancheorganisatie zijn installatiebedrijven. Op basis van gesprekken met die bedrijven heeft hij een eenvoudige formule gemaakt om optimaal gebruik te kunnen maken van groene energie. “Als je daar het hoogste rendement uit wilt halen dan moet je de juiste energie hebben, met het juiste vermogen, op het juiste moment, tegen de beste prijs”, stelt Van Vugt. “Daarom moeten we vraag en aanbod optimaliseren.”

Accelereer jouw duurzame transitie

Zit jij midden in de duurzame transitie (of sta je nog aan het begin) en kun je wel wat inspiratie, hulp en kennis gebruiken? Kom op 1 juli naar Transition2025 in Amsterdam en laaf je aan de kennis en inzichten van pro’s en peers. De eerste sprekers zijn bevestigd, het belooft een wervelende dag te worden.

Bekijk programma

John van Vugt, vakspecialist bij Techniek Nederland, legde uit hoe je met zonnepanelen het hoogste rendement kunt behalen | Credit: André Oerlemans

Prosument

Het beste is als vraag en aanbod in handen zijn van dezelfde persoon of hetzelfde bedrijf. “Als je als consument zelf elektrische energie gaat produceren, dan word je prosument”, zegt Van Vugt. Die prosumenten willen volgens hem best investeren in duurzame energie, maar dan moet er vanuit overheid, energiebedrijven, netbeheerder en installateurs wel duidelijkheid en transparantie zijn over hun beleid. Die ontbreken nu vaak.

Voor bedrijven is dat minder vrijblijvend. Zo schrijft de EU binnenkort voor dat elk gebouw in Nederland met een bepaald dakoppervlak verplicht is om daar zonnepanelen op te plaatsen.

Eigen gebruik

Volgens Van Vugt behaalt zonne-energie het hoogste rendement als het direct verbruikt wordt als het opgewekt wordt. Dus achter de meter. Dat gaat gepaard met een stukje gedragsverandering, namelijk de elektrische auto’s ‘s middags opladen en drogers, vaatwassers en andere elektrische apparaten aanzetten als de zon schijnt. Als de panelen te veel stroom produceren of als die stroom niet meteen gebruikt kan worden, dan verhoogt opslag voor later of het omzetten naar warmte of koelte het rendement. Eigen verbruik en opslag voorkomen bovendien netcongestie, omdat die stroom niet op piekmomenten aan het net wordt teruggeleverd.

Verbruik naar 60 procent

Momenteel gebruiken bezitters van zonnepanelen in Nederland gemiddeld 30 procent van de opgewekte stroom zelf. Dat moet volgens Van Vugt naar 60 procent. “Als je de energie binnen je eigen omgeving kunt houden, heb je een groot voordeel”, stelt hij. “Daarom zetten installateurs erop in om het zelfverbruik te maximaliseren. Als je dat kunt, dan levert dat veel op. Je hoeft het niet te verkopen en je betaalt geen belasting.”

Kijk hier naar een impressie van vakbeurs Solar Solutions:

Zelf achter het stuur

Voor zelfverbruik en opslag is automatsering belangrijk. Bedrijven laten dit regelen door een slim energiemanagementsysteem (EMS), voor particulieren toonde de vakbeurs vele zogeheten huishoudelijke energiemanagementsystemen (HEMS). Die sturen alle apparaten aan, van zonnepanelen tot warmtepompen en batterijen, en vertellen wat ze wanneer moeten doen. “Dat geeft controle en autonomie aan de eigenaar. Je zit zelf achter het stuur en bepaalt zelf hoeveel energie je produceert en waar je die gebruikt”, legt Van Vugt uit.

De beurs onderstreepte het belang van dit soort systemen door het slimme lokaal energiemanagementsysteem (LEMS) van Currentt uit te roepen tot winnaar van de Best Innovation Award.

Energie hubs

Wat in een huishouden in het klein gebeurt, gebeurt op bedrijfsterreinen in het groot. Ook daar is sprake van netcongestie en krijgen bedrijven geen nieuwe of grotere aansluiting. Op deze locaties wordt, bijvoorbeeld op de daken van distributiecentra, meer zonne-energie opgewekt dan overdag nodig is. Om vraag en aanbod beter op elkaar af te stemmen en netcongestie aan te pakken, vormen bedrijven onderling steeds vaker energiehubs. Hierbij stemmen bedrijven alle opwek en gebruik van energie op elkaar af en wordt de hele hub slim aangestuurd. Zo nodig schaffen ze samen een batterij aan. Ook daar waren veel voorbeelden van te zien op de beurs.

Remco van Dorst toonde de energie hub waar Lumosa aan werkt | Credit: André Oerlemans

Slim ecosysteem

Een beetje een vreemde eend in die bijt was Lumosa, leverancier van duurzame ledverlichting, maar sinds kort ook van energie-oplossingen. Het bedrijf is bezig een eigen energiehub te bouwen, of zoals het zelf zegt: een ecosysteem. “We focussen op één systeem voor het slim opwekken, slim opslaan en slim gebruiken van energie. Dat stemmen we op elkaar af”, zegt business developer Remco van Dorst. Het systeem van Lumosa bestaat onder meer uit zonnepanelen, omvormers, laadpalen en werkt vooral op gelijkstroom (DC). Daardoor kan de DC-zonnestroom van het dak meteen zonder omvormer gebruikt worden in snelladers voor elektrische bedrijfswagens of batterijen die op diezelfde stroom werken. “Dat is het meest effectief”, stelt hij. “Alleen als het nodig is gebruiken we wisselstroom (AC) van het net. Dat is onze hulplijn.”

Zakelijk markt

Dit ecosysteem wordt al toegepast bij het eigen kantoor in Son. In de toekomst kunnen er andere bedrijven en kantoren, woningen of zelfs een voetbalstadion op aangesloten worden. “We focussen in eerste instantie op autonomie voor de zakelijke markt. Maar je kunt het zo groot maken als je zelf wilt”, zegt Van Dorst. “Op deze manier willen we de netcongestie op lokaal niveau oplossen.”

Kom 1 juli naar Transition2025 in Amsterdam: De toekomst van duurzaamheid begint hier

Claim je ticket

Lees ook:

ACM-topman Martijn Snoep: 'We staan echt niet met een knuppel te wachten tot iemand de klimaatregels overtreedt'

De ACM ziet toe op goede marktwerking en eerlijke concurrentie. Hoe past duurzaamheid daarin? “Bij de ACM maken we ons sterk voor goed werkende markten voor mensen en bedrijven, nu en in de toekomst. Dat ‘nu en in de toekomst’ heeft heel erg met duurzaamheid te maken. Want duurzaamheid gaat over de afweging tussen effecten op de korte en de lange termijn. Wil je een lage prijs op korte termijn, of een leefbare wereld op lange termijn?” Wordt die afweging beïnvloed door Trumps geopolitieke krachtpatserij en de Clean Industrial Deal? Zijn megafusies bijvoorbeeld weer toegestaan omwille van het economische tegenwicht en de strategische autonomie? “Voor fusies en overnames is het beleid niet aan het schuiven. Maar er gebeurt veel. Als het om de digitale sector gaat, reguleert Brussel grote Amerikaanse platforms zoals Meta en Google. Verder zijn de toezichthouders in Europa onderling in gesprek over het antwoord op de dreigende Amerikaanse handelsoorlog. We buigen ons over de vraag of Europese regulering van Amerikaanse bedrijven tot sancties van de VS kunnen leiden. Staat de huidige regulering ‘buy European’-initiatieven of een Europese cloud in de weg, of kan nieuwe regulering hier juist aan bijdragen? We bespreken wat nu al kan. Als er wetten moeten worden aangepast, adviseren we daarover.”Interviewserie Horizon - Hoe versnellen we de duurzame transitie, en welke barrières staan in de weg? In de interviewserie Horizon spreekt Change Inc. CEO’s die aan de frontlinie staan van verandering. Over de dilemma’s die ze tegenkomen, de afwegingen die ze maken en de kansen die ze zien om hun sector én bedrijf duurzamer te maken.Als het over duurzaamheid gaat, is de ACM coulanter bij het beoordelen van samenwerkingsafspraken tussen bedrijven. Waarom is dat nodig?“Toen ik begon als bestuursvoorzitter van de ACM, maakte ik een rondje langs het bedrijfsleven. Die vertelden me dat ze samen allemaal fantastische duurzame dingen wilden doen, maar dat dat niet mocht van de ACM. Toen heb ik gezegd: daar gaan we wat aan doen! We hebben eerst duidelijk gemaakt wat er onder de bestaande regelgeving allemaal mag. Toen hebben we gezegd: Als je iets wil waarvan je denkt dat het niet mag: kom langs. Bedrijven mogen samenwerken, en zelfs afspraken maken die de concurrentie beperken, maar de duurzaamheidsvoordelen moeten wel groter zijn dan de nadelen. Een prijsverhoging is een voorbeeld van een nadeel. Dan moet uit te leggen zijn dat die verhoging wordt gecompenseerd door duurzaamheidsvoordelen. Er is veel mogelijk. Op onze website staan een stuk of twintig voorbeelden van samenwerkingsverbanden die we hebben toegestaan, van onderlinge afspraken over de recycling van koffiecups tot de opslag van CO2.” Zijn dat voorbeelden waarin ACM samenwerkingsverbanden toestaat die het anders zou verbieden? “Nee, echt grensverleggende initiatieven heb ik nog niet gezien. Dat had ik na de gesprekken met het bedrijfsleven wel verwacht. Tot nu toe zijn het - qua positieve en negatieve impact - beperkte samenwerkingsverbanden, waar voor ons geen moeilijke afweging aan ten grondslag lag.” Is dat gebrek aan ambitie van het bedrijfsleven? “Een samenwerkingsverband tussen concurrenten ligt vaak moeilijk. Bedrijven vertrouwen elkaar niet helemaal. Het wordt helemaal lastig als er bedrijven betrokken zijn die ook in de Verenigde Staten actief zijn. Daar is de wetgeving veel strenger. Wereldwijd opererende bedrijven willen niet het risico lopen om in de VS aangeklaagd te worden. Er worden in de VS rechtszaken gevoerd tegen bedrijven die samenwerken om milieuvoordelen te realiseren.” Voorbeeld? “Neem de Net zero alliance in de financiële sector. Daar zijn vermogensbeheerders door de openbaar aanklager van de staat Texas voor de rechter gesleept. Die vindt dat alleen naar financieel rendement gekeken moet worden. Overwegingen op het gebied van duurzaamheid vinden ze maar woke. Dus keren ze zich tegen samenwerkingsverbanden op dat gebied.” Waar ligt de grens? Welke samenwerkingsverbanden zou je niet goedkeuren?“Stel dat Nederlandse supermarkten vanuit duurzaamheidsoogpunt onderling afspreken geen rundvlees meer te verkopen. De CO2-uitstoot van rundvlees is veel hoger dan die van kippen- of varkensvlees. Dan denk ik in eerste instantie: oké daar zit wat in voor duurzaamheid. Maar het beperkt tegelijkertijd de keuzevrijheid van consumenten gigantisch. Ik denk dat we daar nee tegen zouden zeggen. Zo’n beperking is meer iets voor de wetgever om te beslissen.” Terwijl de klimaatwinst in dit voorbeeld wel evident is.“Het is een dilemma. Wat weegt het zwaarst: keuzevrijheid op de korte termijn, of de schade door klimaatverandering op lange termijn. Iedereen voelt dat ongemak wel. Ga ik wel of niet vliegen? Iedereen denkt: hoe erg is het om een keer te vliegen? Daar vergaat de wereld toch niet van? En dat klopt ook, maar als iedereen dat denkt, dan is het een ander verhaal. Veel mensen in Azië en Afrika krijgen nu ook de mogelijkheid om te vliegen. Individueel zijn dat begrijpelijke keuzes, maar als collectief draaien we de aarde kapot. We leven gelukkig in een democratie. De grote dilemma’s moeten door de wetgever worden beslist. Maar volksvertegenwoordigers willen graag herkozen worden. Dit soort moeilijke keuzes schuiven ze vaak liever voor zich uit.” Hoe doorbreken we dat?“We hebben een gedragsverandering nodig voordat het te laat is. Maar de praktijk leert dat veel gedrag pas verandert als het water ons echt aan de lippen staat. Er zijn iedere dag klimaatgerelateerde natuurrampen in het nieuws, maar het treft relatief weinig mensen direct. Dat maakt het moeilijk om de wereld collectief in actie te laten komen, terwijl dat wel nodig is. Maar actie is wel mogelijk. Kijk naar 2022, toen als gevolg van de Oekraïne-oorlog de gasprijzen hard stegen. De consumptie daalde toen ook heel snel. Het kan dus wel, als het water ons aan de lippen staat.” Maar die vraaguitval kwam deels doordat de industrie de productie afschaalde. “Klopt, maar ook de consument schaalde af. Nederland heeft veel energie-intensieve industrie. Nu we zelf geen goedkope energie meer hebben, moeten we ons afvragen of we dat kunnen en willen houden. Voor de landbouw geldt hetzelfde. Nederland exporteert varkensvlees naar China. Is dat voedselzekerheid of is dat puur een economisch belang? Het is aan de politiek om daar keuzes in te maken.” Ligt de bal bij de politiek of bij het bedrijfsleven?“Beiden. Maar mijn conclusie is in ieder geval dat je - om de economie te verduurzamen - je meer aan wetgeving hebt dan aan groene afspraken tussen ondernemers. De markt is niet in staat het zelfstandig op te lossen, maar vervelend genoeg heeft de wetgever ook moeite het op te lossen.” Overheden kunnen toch wetten maken als ze dat willen?“Ja, maar daar moet wel draagvlak voor zijn. Neem de CSDDD-richtlijn, de anti-wegkijkwet die bedrijven verplicht mensenrechtenschendingen en milieuvervuiling in hun keten aan te pakken. De ACM zou toezicht houden op de naleving van de CSDDD. Hoewel lidstaten deze moeten implementeren, heeft de wet gewerkt als een rode lap op een stier. Onder druk van het bedrijfsleven wordt de CSDDD nu serieus afgezwakt via het omnibus-initiatief. In de nieuwe regeling wordt de groep bedrijven waar de wet op van toepassing is, verkleind. En de inspanningsverplichting wordt afgezwakt. Ik begrijp dat er bezwaren zijn uit het bedrijfsleven en de samenleving over de regeldruk. Maar zo’n afzwakking helpt niet in de transitie naar een duurzame economie. De soep zou overigens helemaal niet zo heet gegeten worden als sommige bedrijven suggereerden. Als er een nieuwe wet komt, zoals deze, dan gaan we echt niet vanaf dag 1 staan wachten tot iemand die wet overtreedt om vervolgens dat bedrijf met een knuppel te lijf te gaan. Toezicht is gericht op gedragsverandering. Daar nemen we een paar jaar de tijd voor. De ervaring leert dat 80 procent van de bedrijven gewoon de wet wil naleven, 15 procent komt pas in actie als ze zien dat er een risico is op boetes, en 5 procent gaat nooit naleven. De kunst van het toezicht houden is je niet te verliezen in die 15 of 5 procent. De grootste impact zit bij die 80 procent, die willen we helpen. Als het moet delen we boetes uit, maar het is niet ons doel.” Hoe controleer je als toezichthouder vanuit Den Haag of toeleveranciers in Bangladesh of Brazilië gebruikmaken van kinderarbeid of zich schuldig maken aan milieuvervuiling?“We houden, zoals dat heet, procestoezicht. We vliegen niet naar Bangladesh om te controleren of er sprake is van kinderarbeid bij een toeleverancier van een Nederlands bedrijf. Wij bevragen certificeringsinstanties en we controleren hoe bedrijven hun toeleveranciers selecteren. Dat is indirect toezicht. Dat is zeker niet waterdicht, maar het is beter dan niks. Je moet er ook niet van uitgaan dat nieuwe wetgeving en toezicht in één klap de wereld veranderen. Het doel is dat bedrijven zelf verantwoordelijkheid nemen. Natuurlijk begrijp ik dat bedrijven een gelijk speelveld belangrijk vinden, maar tegelijkertijd: je wilt toch niet dat je toeleveranciers gebruikmaken van kinderarbeid?” ACM reguleert de tarieven voor de distributie van energie. Vanwege de grote investeringen om netcongestie tegen te gaan, stijgen die tarieven. Grote afnemers klagen daarover. Hoe komt die afweging tussen korte en lange termijn daar tot stand?“Er worden nu veel kosten gemaakt om de netten te verzwaren, terwijl de voordelen in de toekomst liggen. Als toezichthouder hebben we best veel ruimte om de kosten uit te smeren in de tijd. In veel andere landen krijgen grootverbruikers korting op de netwerktarieven. Ik snap dat bedrijven dat in Nederland ook wel zouden willen. Maar dat betekent dat kleinverbruikers en consumenten meer moeten gaan betalen. Is dat eerlijk? Bovendien is het in strijd met Europese regels, die voorschrijven dat tarieven de daadwerkelijke kosten moeten reflecteren. Degene die de kosten veroorzaakt, moet ze ook betalen. De discussie over het creëren van een gelijk speelveld in Europa is ingewikkeld. Als bedrijven in het buitenland onredelijk lage tarieven krijgen, die in strijd zijn met de regelgeving, dan kun je natuurlijk zeggen dat we in Nederland ook onredelijk lage tarieven moeten rekenen. Maar je kunt ook naar Brussel stappen om te zorgen dat andere landen ook netjes de regels toepassen. In plaats van een korting op de tarieven voor grootverbruikers, die kleinverbruikers en consumenten moeten opbrengen, is het alternatief dat je als overheid grote bedrijven subsidie geeft, bijvoorbeeld om te verduurzamen. Je mag bedrijven best helpen als je dat als land belangrijk vindt, maar doe het dan transparant en volgens de regels.” De ACM trekt ook ten strijde tegen greenwashing. Hoe schadelijk is dat?"Greenwashing is om twee redenen niet goed. In de eerste plaats worden consumenten misleid. Ze denken dat ze een groen product kopen, ze betalen er een meerprijs voor, zonder dat het echt groen is. Dat kan niet. Daar treden we tegen op. In de tweede plaats is het belangrijk een gelijk speelveld te creëren. Er zijn veel bedrijven die investeren in duurzame producten, daar kosten voor maken, en daar begrijpelijkerwijs een groen label op willen zetten. Als er dan concurrenten zijn die ook claimen groen te zijn zónder die investeringen te doen, dan houden ook de groene bedrijven er snel mee op.” Wordt het niet saai als je groene claims niet een beetje mag aandikken. In alle reclames wordt toch - met een knipoog - overdreven?“Er is een verschil. Als het om wasmiddel gaat, dan weet iedereen dat de claim ‘witter dan wit’ een overdrijving is. Bij groene claims werkt het anders. ‘CO2-neutraal’ is een term die mensen niet associëren met overdrijving. Dus als er ‘CO2-neutraal’ op een product staat, dan moet het dat ook echt zijn. Net als bij het beoordelen van groene kartels en straks de naleving van de CSDDD, zijn we ook bij het toezicht op greenwashing niet begonnen met direct boetes uitdelen. Eerst hebben we een leidraad gepubliceerd. We hebben het bedrijfsleven gevraagd of ze dingen onduidelijk vonden. Daar hebben we de leidraad op aangepast. Toen zijn we gaan handhaven. We hebben eerst waarschuwingen uitgedeeld. Inmiddels zijn we zover dat als je de regels overtreedt, je ook echt een boete kunt krijgen.” Doet de Reclame Code Commissie dat niet ook al?“Die is er ook inderdaad. Maar het is niet dubbelop. De Reclame Code Commissie is zelfregulering. Die velt een oordeel wanneer er een geschil is naar aanleiding van een klacht. De ACM heeft een publiekrechtelijke rol. We kunnen juridische instrumenten gebruiken en boetes opleggen. We werken overigens wel samen, zodat we niet dezelfde zaken oppakken. De afgelopen periode hebben we ons qua greenwashing gericht op energie, supermarkten, vervoer en kleding. Dit jaar kijken we naar levensmiddelen. We doen het sector voor sector. Je ziet veel duurzaamheidsclaims op voedsel. Het is een belangrijk deel van het huishoudbudget van consumenten.” In de energiesector kreeg zelfs groene voorloper Eneco een tik op de vingers. “Sommige bedrijven zijn iets te enthousiast over hun groene prestaties. De lijn tussen marketing en misleiding wordt dan overschreden. Wij zorgen ervoor dat bedrijven aan de goede kant van die lijn blijven.”