André Oerlemans
08 juni 2023, 15:00

Zonnepanelen, batterij of groendak van de baas: tientallen bedrijven willen weten hoe Achmea dit aanpakt

Al 5.000 van de 11.000 vaste medewerkers van Achmea hebben sinds begin dit jaar op kosten van de baas hun huis verduurzaamd. Via de klimaatwinkel konden ze voor 2.500 euro zonnepanelen, een batterij, warmtepomp, groendak, isolatie of elk duurzaam product wat ze maar konden bedenken kopen. Tientallen bedrijven willen ook zo’n klimaatwinkel starten en vragen Achmea hoe dat werkt.

Shots klimaatwinkel De online klimaatwinkel voor medewerkers van Achmea. | Credits: Achmea

Het klimaatbudget
van 2.500 euro netto per vaste werknemer werd in 2022 vastgelegd in de cao. De regeling kost Achmea zo’n 42 miljoen euro, inclusief belastingen. De verzekeraar begon al in de zomer van 2021 na te denken over de klimaatwinkel. De verzekeraar wil in alle sectoren en in de breedste zin van het woord een bijdrage leveren aan duurzaamheid, ook via zijn medewerkers. “De vraag is: hoe ga je dat vertalen in arbeidsvoorwaarden?” vertelt Sander van Ekeren, Senior Manager Rewards van de afdeling Human Resources. “Bij cao’s denk je al snel aan salarisverhogingen. We dachten: als we dat nu eens combineren. Dat we aan de ene kant een bijdrage leveren aan onze duurzame doelen en aan de andere kant mensen helpen in hun koopkracht. Als je mensen helpt om hun energierekening omlaag te krijgen, is dat ook een goede manier.”

Drie drempels

Daarom wilde Achmea zijn medewerkers stimuleren om te investeren in zaken als zonnepanelen, warmtepompen, groendaken en isolatie, maar de keuze aan henzelf laten. Uit ervaring weet de verzekeraar dat er voor mensen drie drempels zijn om hun huis te verduurzamen. “De eerste is geld. Het is best duur. De tweede is: ik heb geen flauw idee waar ik moet beginnen. Wat is voor mij de beste keuze? Dus gebrek aan kennis. En de derde is: gedoe. Dan moet je weer een mannetje regelen, enzovoort.”

Die laatste twee drempels heeft Achmea al weggenomen voor zijn klanten. De verzekeraar heeft al afspraken met geselecteerde leveranciers en biedt via merken als Interpolis en Centraal Beheer onder de noemer ‘Duurzaam Woongemak’ oplossingen en adviezen aan. Ook kunnen klanten via de website klanten allerlei duurzame producten aanschaffen. Centraal Beheer had al een klimaatwinkel
ontwikkeld. Die kon omgebouwd worden voor medewerkers. “Dan is er alleen de geldhobbel nog. Die kunnen we wegnemen met een klimaatbudget”, zegt Van Ekeren.

Sander van Ekeren, Senior Manager Rewards van de afdeling Human Resources bij Achmea | Credit: Achmea

Nog waardevoller tijdens energiecrisis

In die periode waren de energieprijzen laag, was er geen oorlog in Oekraïne en nauwelijks inflatie. In de cao werd afgesproken dat medewerkers het budget in 2023 konden besteden. In de tussentijd werd de klimaatwinkel voor medewerkers gebouwd. En toen vatte de wereld vlam. Door de oorlog in Oekraïne stegen de energieprijzen en de inflatie tot recordhoogte. “Toen werd het idee om mensen te helpen hun energierekening te verlagen nog waardevoller”, aldus Van Ekeren. Medewerkers die eerder wilden investeren in minder energieverbruik mochten dat doen en konden dit jaar de kosten declareren.

Ook fiets of wasmachine

De regeling van Achmea werkt heel simpel. Medewerkers krijgen een voucher met een inlogcode en kunnen met die code voor 2.500 euro shoppen in de klimaatwinkel. Daar kunnen ze kiezen uit zonnepanelen, warmtepompen, een groendak, muur-, dak- of vloerisolatie of een thuisbatterij. Omdat niet iedereen zonnepanelen kan plaatsen of een eigen huis heeft, werd het aanbod in de klimaatwinkel verder verbreed. Medewerkers mochten hun budget ook gebruiken voor een elektrische fiets of zuinig witgoed, zoals wasmachines of drogers. Van Ekeren: “Alles wat je kunt bedenken op het gebied van verduurzamen van wonen of mobiliteit zit in het aanbod. Als het er niet in zit en mensen melden het bij ons, dan voegen we dat toe. Als we het niet aanbieden, maar het draagt wel bij aan het doel, dan kunnen ze het declareren.”

Succes overtreft verwachtingen

Van Ekeren kent in zijn werk als HR-manager diverse regelingen en secundaire arbeidsvoorwaarden waar nauwelijks gebruik van wordt gemaakt. Dat geldt niet voor het klimaatbudget. “In het eerste kwartaal van dit jaar had al bijna de helft van onze 11.000 vaste medewerkers hier gebruik van gemaakt”, zegt hij. “Dat is een heel groot succes en overtreft onze verwachtingen.” Veel mensen wachten even af tot ze verhuizen of totdat bijvoorbeeld de prijs van thuisbatterijen zakt. Sommige weten het nog niet. Medewerkers hebben ruim de tijd, want ze hebben drie jaar om het budget te besteden. Als het na 2025 nog steeds niet is besteed, mogen ze het in een duurzaam beleggingsfonds van Achmea storten.

Veel interesse andere bedrijven

Veel zakelijke klanten en bedrijven waar Achmea mee samenwerkt, hebben bij de verzekeraar aangeklopt omdat ze ook een klimaatwinkel voor hun medewerkers willen opzetten. Bouwbedrijven, verzekeraars, zorgorganisaties; Van Ekeren bezoekt ze regelmatig om te vertellen hoe het werkt, wat het is en wat de valkuilen zijn. “Tientallen partijen hebben ons al benaderd met deze vraag”, zegt hij. De klimaatwinkel is ‘white label’, wat betekent dat dezelfde winkel ook met een andere bedrijfsnaam erboven gebruikt kan worden. Medewerkers van andere bedrijven kunnen dan dezelfde producten kopen bij dezelfde leveranciers waar Achmea mee samenwerkt en die al uitvoerig gecheckt geselecteerd zijn.

Substantieel bedrag

De hoogte van het budget is cruciaal voor het welslagen van de regeling. “Sommige bedrijven vinden 2.500 euro netto wel veel en vragen of het een onsje minder kan. Maar de kracht van het budget is nu juist dat het een substantieel bedrag is. Als je mensen 500 euro bruto geeft, is dat ook fijn, maar daar kun je geen zonnepanelen van op je dak leggen. Van 2.500 euro netto ook niet helemaal, maar het stukje dat je zelf bij moet leggen is voor mensen met lagere salarissen wel bereikbaar. Het is een eerste stap, die je helpt die drempel over gaan”, zegt Van Ekeren.

Lees ook:

Dit artikel is gemaakt door een van onze expertredacteuren in samenwerking met onze partner. Change Inc. werkt met partners die de klimaattransitie aanjagen. Zij kunnen cases presenteren waar anderen zich aan kunnen optrekken en zijn eerlijk over de uitdagingen. Niet één bedrijf is al 100 procent duurzaam, maar veel zijn onderweg. Dankzij ons partnermodel zijn onze artikelen gratis toegankelijk voor iedereen. Benieuwd naar onze partners? Klik hier.

Aan frites valt nog genoeg te innoveren

De kleinschaligheid van het innovatiecentrum is volgens Erik de Been, technology development leader bij Lamb Weston EMEA, een enorm voordeel. “Eerder deden we lijntesten in de fabrieken. Dat is enorm kostbaar, want de reguliere fritesproductie komt dan vier á vijf uur stil te liggen. Je kunt je voorstellen: dat doe je niet zomaar.”Volop experimenteren Het nieuwe innovatiecentrum maakt het mogelijk om juist op kleinere schaal te experimenteren. De Been: “Dit maakt het mogelijk om vaker, uitvoeriger en extremere innovaties te testen. Wanneer een proef niet uitpakt zoals we hopen, maken we de productielijn leeg en beginnen we weer opnieuw. In een grote fabriek is het niet haalbaar om voor ieder idee een paar uur productietijd op te offeren. Op de testlijn in het proeflab kan dat wel.” Innovaties versnellen De Been is er dan ook van overtuigd dat het nieuwe centrum gaat bijdragen om in sneller tempo innovaties te ontwikkelen. “We testen op kleine schaal. Mochten we falen, dan doen we dat ook op kleine schaal. Hierdoor gaan we met minder gebruik van grondstoffen, energie en water pilots doen. Zo kunnen we met minder verspilling meer risico nemen in de testen. Dat gaat mooie, nieuwe inzichten opleveren.” Fritesproductie verduurzamen In het innovatiecentrum ligt de focus ook op manieren om het energie- en waterverbruik te verminderen. “Nieuwe technologieën kunnen ervoor zorgen dat het in de toekomst in al onze fabrieken minder energie kost om onze frites te produceren. Daar investeren we tijd en onderzoek in”, zegt De Been. “Met de huidige methode hebben we een bepaalde hoeveelheid water nodig om onze frites te maken. De grote uitdaging is om tot dezelfde productkwaliteit te komen, maar met minder water. We zijn al lange tijd bezig met waterhergebruik en -recycling. Het innovatiecentrum is een veilige omgeving om bijvoorbeeld een blancheerproces met veel minder water te testen.” Blancheren is het proces waarbij de frietstaafjes korte tijd worden ondergedompeld in heet water om ze voor te garen. Door het blancheerwater vervolgens goed te filteren en intern te recyclen, kan het nogmaals gebruikt worden. Dat scheelt water, maar ook energie omdat het water al verwarmd is.Het nieuwe innovatiecentrum moet de testkeuken worden voor nieuwe technologieën en productinnovaties.Frites zelf Het productieproces is één manier om te verduurzamen. Een andere methode is om het product zelf aan te passen. Zo maakt Lamb Weston EMEA nu frites met een dikkere snijmaat. Hierdoor hoeft er minder water verdampt te worden, waardoor energie wordt bespaard. De dikkere frites hebben ook minder olie nodig. Dat is duurzamer, want de plantaardige oliën waarin frites worden voorgebakken zorgen voor een behoorlijke CO2-uitstoot. Daarnaast wordt sterk ingezet op aardappelproducten met schil. “Zo gebruiken we het liefst de hele aardappel”, zegt Esther Schenk, product innovation technologist bij Lamb Weston EMEA. “Het is zonde om de schil eraf te halen, terwijl dat niet nodig is.” Bovendien zit verduurzaming van aardappelproducten ook in de efficiëntie, vindt De Been. “In aardappels zit al veel input op het moment dat wij ze verwerken. Hoe meer we gebruiken, hoe zuiniger dat is.”In het innovatiecentrum worden onder andere ingrediënten onderzocht die als een soort coating om de frites een barrière vormen en op die manier de vetopname verminderen.De perfecte aardappel Tot slot is er de zoektocht naar de perfecte aardappel. “Dat gaat om smaak, maar ook om duurzaamheid”, legt Schenk uit. “Denk aan aardappelen die sneller groeien, minder meststoffen en gewasbescherming nodig hebben of minder gevoelig zijn voor plagen en ziektes. In plaats van één test op de grote lijn, kunnen we in het innovatiecentrum veel meer verschillende aardappelrassen proberen omdat de proeven kleinschaliger zijn. Dat verhoogt de kans dat er één aardappelras tussen zit die heel goed scoort op duurzaamheid.” Vegan snack Ondertussen wordt de roep om plantaardige voeding alsmaar groter. Dat biedt volgens De Been kansen. “Een portie frites is een geliefde snack en helemaal vegan. De aardappel is bovendien een ontzettend efficiënt, voedzaam gewas met een bron van eiwitten. Hoe mooi zou het zijn als niet het vlees, maar de frites de ster van het gerecht is? Dat is een stuk beter voor onze planeet.” Schenk vult aan: “En op termijn maken we producten ook gezonder door onze frites verder door te ontwikkelen voor bereiding in de airfryer en oven. Ook zetten we in op vetreductie. We onderzoeken ingrediënten die als een soort coating om de frites een barrière vormen en op die manier de vetopname verminderen. Het innovatiecentrum biedt de plek om kennis op te doen en nog belangrijker: het gewoon te proberen.” Meer artikelen over Lamb Weston EMEA: Waarom biologische aardappelteelt niet de oplossing isHoe je, als tweede grootste fritesproducent ter wereld, grote duurzame impact maaktVoedselverspilling terugdringen in de gehele keten? Zo doet Lamb Weston / Meijer hetDit artikel is gemaakt door een van onze expertredacteuren in samenwerking met onze partner. Change Inc. werkt met partners die de klimaattransitie aanjagen. Zij kunnen cases presenteren waar anderen zich aan kunnen optrekken en zijn eerlijk over de uitdagingen. Niet één bedrijf is al 100 procent duurzaam, maar veel zijn onderweg. Dankzij ons partnermodel zijn onze artikelen gratis toegankelijk voor iedereen. Benieuwd naar onze partners? Klik hier.