Karin Swiers 12 augustus 2025, 10:02

Zo maak je windmolen in de achtertuin acceptabel voor de omgeving

Windmolens op land roepen vaak felle discussies op met omwonenden, ook als je een ‘middenformaat’ op een bedrijfsterrein wilt zetten. Door gebruik te maken van ‘dilemmalogica’ kun je als bedrijf hooglopende conflicten voorkomen.

windmolen achtertuin Windmolens op land kunnen zorgen voor flinke discussies met omwonenden. | Credits: Getty Images

Je wilt een paar windmolens op je bedrijfsterrein zetten. Niet van die grote joekels, van het formaat windpark op zee. Maar je weet dat je zelfs met kleinere exemplaren bonje gaat krijgen met de woonwijk die aan jouw terrein grenst. Wat doe je?

Je maakt in de lokale media trots het nieuws bekend dat je windmolens gaat plaatsen en hoeveel je investeert in de energietransitie. Je buren reageren woedend, windmolens in hun achtertuin. Dat nooit. Het actiecomité bereidt zich al voor op een lange strijd. Als dilemmalogica een quiz was, dan scoor je nu nul punten, zero points.

Dat is het niet, het is een manier van communiceren die is ontwikkeld bij de Nederlandse overheid. Die worstelt namelijk voortdurend met dilemma’s. Veel politieke besluiten doen gewoon pijn. Met dilemmalogica worden ongemak, weerstand en tegenstellingen niet weggepoetst. Ze worden juist zichtbaar gemaakt en erkend.

De grondlegger van dilemmalogica is Guido Rijnja, zowat met pensioen, maar jarenlang het boegbeeld van de Nederlandse overheidscommunicatie. Begonnen in de tijd dat zijn werkgebied nog voorlichting heette, waarbij de overheid vertelde en de burger luisterde. Het klassieke zenden en ontvangen.

Die tijden zijn voorbij, niet alleen bij de overheid. Ook bedrijven en allerlei andere instanties stuiten vaak op een muur van onwil en onbegrip. Volgens Rijnja is daar alleen beweging in te krijgen, door het probleem te omarmen. ‘Communicatie begint bij het probleem, niet bij de oplossing’, zegt hij in zijn afscheidsinterview.

Drie stappen voor effectieve communicatie

Dat betekent ook dat er wordt geluisterd naar wat er wringt en bij wie. Dat de zorgen worden erkend, dat er oog is voor de verschillende standpunten en liefst ook voor wat daaronder schuilgaat. ‘Je maakt pas echt contact als je ergens tussen durft te staan. Niet als je een oplossing komt uitleggen, maar als je samen het probleem onder ogen durft te zien.’

De volgende stap is al die verschillende zienswijzen in kaart brengen, inclusief de opties, de voor- en nadelen. Schets ze als een spanningsveld: duurzamer energie opwekken betekent soms ook dat er windmolens vlak bij een woonwijk moeten worden geplaatst.

Alleen al door die bandbreedte en ruimte te creëren, worden er overeenkomsten ontdekt. Met die gedeelde waarden en opvattingen ontstaat vaak de wil om te kijken wat er dan wel kan. Dat is de weg naar stap drie: meer begrip voor elkaar, voor elkaars grenzen en de vervolgstappen.

Dilemmalogica vraagt dus niet om een oplossing, maar om het zoeken naar gemeenschappelijke raakvlakken. Wat delen mensen wel, denk aan waarden, zorgen of doelen? Zijn er op basis daarvan afspraken te maken? Wie kan welke stap zetten? En wat is daarvoor nodig van elkaar? Zo ontstaat een keuze die onderbouwd kan worden en die recht doet aan de situatie en de betrokkenen.

Uitweg voor bedrijven die gevoelige beslissingen moeten nemen

Met zijn jarenlange inzet voor deze aanpak heeft Rijnja een omslag in gang gezet bij de overheid: van managementdenken naar contactdenken. En zijn aanpak sijpelt nu ook door naar nuts- en commerciële bedrijven, merkt Mignon van Halderen, partner bij de Reputatiegroep en auteur van Thought leadership.

Steeds meer bedrijven en organisaties beginnen die dilemmalogica nu ook toe te passen. Of toch op z’n minst ermee te experimenteren. ‘Er zijn zo ongelooflijk veel moeilijke kwesties en complexe opgaven. Dan is er altijd best wel snel de neiging om zwart-wit te gaan denken. Dat is ook menselijk. Dilemmalogica is een manier om daar genuanceerder naar te kijken’, zegt ze tegen MT/Sprout.

Voor commerciële bedrijven is dilemmalogica echt een uitweg, vindt ze, omdat ze minder snel in de verdediging moeten schieten. Bedrijven moeten werken aan duurzaamheid, maar er zijn ook commerciële belangen. ‘Als je het gevecht tussen die twee uitlegt, dan snappen mensen dat wel. Maar zolang je het niet uitlegt, blijf je dus tekeergaan tegen elkaar.’

Het omarmen van dilemma’s schuurt natuurlijk wel. Van Halderen: ‘Dat mag ook, maar ga ook op zoek naar de overeenkomsten. Waar lopen de meningen uiteen en waar zit de verbinding? Waar zit de bandbreedte waar je elkaar wel kunt vinden? Eigenlijk is dat zoeken naar die balans een heel natuurlijk proces.’

Een uitgebreide versie van dit artikel verscheen eerder op MT/Sprout. MT/Sprout is onderdeel van MT MediaGroep, net als Change Inc.

Lees ook:

 

'Op papier is krekels eten de toekomst, maar de praktijk blijkt weerbarstiger'

'Krekels zijn snel tevreden. Hun enige doel is om zich voort te planten. Zolang je ze water en voeding geeft, gaan ze nergens heen. Het zijn geen mensen die op vakantie willen.'Dat is de reden dat de krekels op de krekelboerderij AlbInsecta in Werkhoven netjes in hun plastic bak blijven zitten, terwijl ze er in theorie prima uit zouden kunnen springen. Hoge stapels bakken vol krekels vullen vijf grote ruimtes. In elke bak zitten zo'n twintigduizend krekels; samen zijn het er wel vijftien miljoen, vertelt krekelboer Matthijs de Jong. Hij runt de boerderij met zijn broer Folkert en vader Arie. In 2017 was het de eerste krekelboerderij in Nederland.Een groot deel van hun krekels wordt verkocht als voer voor dieren, een kleiner deel is voor de menselijke markt. Insecten worden langzaam bekender als voeding voor mensen. De Europese Unie staat commercieel gebruik van insecten formeel toe sinds 2022, al lieten sommige Europese landen de verkoop al eerder toe, waaronder ook Nederland. Insecten eten als duurzaam alternatief voor vlees Insecten zitten niet alleen bomvol eiwitten, de kweek van insecten is ook een stuk efficiënter dan de productie van zoogdieren. Met een gelijke hoeveelheid voer leveren insecten ongeveer twintig keer zo veel vlees op als runderen. Ook is er voor de kweek van insecten minder land en water nodig, en is de uitstoot van broeikasgassen vele malen lager. De milieubelasting is dus erg laag.Toch is de markt voor insecten in westerse landen nog verre van booming. In veel studies zegt minder dan 30 procent van de westerse consumenten ervoor open te staan om producten gemaakt van insecten te eten, analyseerden onderzoekers recent in Nature. Dat zou met name te maken hebben met een 'psychologische afkeer'. Dat terwijl insecten in andere werelddelen regelmatig op het menu staan.[caption id="attachment_162807" align="alignnone" width="900"] Krekelboer Matthijs de Jong (links) en Kriket-founder Michiel Van Meervenne. | Credits: Maaike Kooijman / Change Inc.[/caption] Nieuw geluid in de conservatieve retailsector Maar er zijn ook hoopvollere onderzoeken. Zo concludeerden onderzoekers van de Vlaamse hogeschool HOGENT in 2021 dat drie op de vier Vlamingen bereid zou zijn om insecten te eten – liefst wel onherkenbaar gemaakt. In 2014, toen het eten van insecten officieel werd toegestaan in België, was dat nog maar 19 procent.Het zijn dan ook niet zo zeer de consumenten die de doorbraak van insecten tegenhouden, maar met name de retailsector, merkt Michiel Van Meervenne. Hij is founder van het Belgische Kriket, dat eiwitrepen en granola met krekelpoeder verkoopt. 'Meerdere supermarkten hebben producten op basis van insecten verkocht, maar hebben die ook weer uit het assortiment gehaald omdat ze niet goed genoeg verkocht werden. Tot die conclusie kwamen ze door de insectenburgers met andere vleesburgers te vergelijken. Maar als je ze had vergeleken met vegaburgers, was de uitkomst heel anders geweest. Supermarkten zijn conservatief, hè. Ze kijken alleen maar naar wat de ander doet.'In Nederland worden Krikets producten verkocht door onder meer Holland & Barrett en Bever. Dit jaar breidt het merk ook uit naar Duitsland en het Verenigd Koninkrijk. Het is geen gemakkelijke markt, weet Van Meervenne. 'Toen we zeven jaar geleden begonnen, was ik heel optimistisch. Insecten eten is op papier de toekomst. Maar in de praktijk gaat het langzaam, er is geen sterke groeicurve. Het is moeilijk om een nieuw geluid te laten horen in de retailsector.' 350.000 euro crowdfunding voor Kriket De concurrentie met grote merken met meer retailervaring is groot, weet Van Meervenne. En ook financiering vinden is een uitdaging. Vorig jaar werd bekend dat de Belgische retailmarktleider Colruyt Group zich terugtrok als aandeelhouder. Niet omdat ze geen vertrouwen meer hadden in het product van Kriket, benadrukt Van Meervenne. 'Het was onderdeel van een zakelijke beslissing. Nieuwe ceo, andere koers, je kent het wel.'Inmiddels is het gat dat Colruyt achterliet grotendeels gedicht. Eerder deze zomer haalde Kriket in twee dagen 350.000 euro op via crowdfunding. Sinds 2024 is de schuldenlast met 72 procent verlaagd. Van winstgevendheid is nog geen sprake, maar operationeel draait het bedrijf bijna break-even. Van Meervenne heeft goede hoop dat de omzet met de lancering in Duitsland en het Verenigd Koninkrijk flink gaat stijgen. 'Daar zijn we een stuk minder bekend dan in België. Maar het zijn wel veel grotere markten. De komende jaren is het erop of eronder voor Kriket om zichzelf te bewijzen.'[caption id="attachment_162806" align="alignnone" width="900"] De krekels op de boerderij worden eens per dag gevoerd. | Credits: Maaike Kooijman / Change Inc.[/caption] Krekels oogsten en verwerken Van Meervenne werkt al jaren samen met familie De Jong van krekelboerderij AlbInsecta. Ontspannen pakt hij een krekel op om die te laten zien. Het is warm in de ruimte – krekels gedijen goed bij 32,5 graden Celsius. De krekels in deze rij zijn ruim drieënhalve week oud. Eens per dag krijgen ze plantaardig voer, in de vorm van brokjes ('Daar kunnen ze lekker op knagen'). Als ze 32 of 33 dagen oud zijn, worden ze geoogst, legt boer Matthijs de Jong uit. Geoogst? 'Tja. Dat zal onze agrarische achtergrond wel zijn.' Het gezin bezit ook nog een pluimveebedrijf. De krekelboerderij is bedoeld als diversificatie, een investering in de toekomst.Het oogsten van de krekels houdt in dat ze eerst worden gekoeld, waarmee ze in een soort 'winterslaap' terechtkomen. Daarna worden ze ingevroren. De Jong: 'Dan worden ze niet meer wakker.' Eenmaal dood worden de krekels gewassen, gebakken en, als de klant daarom vraagt, fijngemalen tot poeder. De boer benadrukt dat krekels in de natuur niet veel langer leven dan op de boerderij. 'We oogsten vlak voor ze een natuurlijke dood zouden sterven. Dat begint in de natuur vanaf een dag of 35.'Een deel van de krekels wordt niet geoogst, maar blijft leven om voor de volgende generatie krekels te zorgen. Een volwassen moederkrekel 'schiet' wel honderd eitjes per keer in het zand. Bakken vol zand worden naar de broedkamer gebracht, waar de eitjes enkele dagen nodig hebben om uit te komen. De kleine krekels, pinheads genoemd, worden vervolgens met zo'n twintigduizend soortgenoten in een plastic bak vol kartonnen dozen gezet. 'Daarin kunnen ze zich verstoppen op een donkere plek. Dat is hun natuur.' Insecten toegankelijk maken Kriket heeft bewust gekozen voor krekels in plaats van andere insecten, zoals meelwormen. 'Daarbij zien mensen toch meteen krioelende wormen voor zich, zelfs als ze gedroogd zijn', stelt founder Van Meervenne. 'Krekels zijn letterlijk en figuurlijk makkelijker te verteren. En de smaak is beter. Krekels smaken notig, meelwormen eerder vissig. Die smaak is moeilijker te camoufleren.'Dat camoufleren doet het merk maar al te graag. Daarom verkopen ze geen gedroogde krekels als snack, maar producten waarin de insecten volledig onherkenbaar zijn. Van Meervenne: 'Ook de westerse mensen die wel insecten willen eten, willen liever niet zíen dat het insecten zijn. Ja, onze merknaam is Kriket en we zijn trots op onze krekelmissie. Maar we proberen krekels wel zo toegankelijk mogelijk te maken. Dus: onherkenbaar, in producten die precies lijken op producten die je al gewend bent te kopen.' Desondanks is het voor mensen een hele stap om hun voedingspatroon te veranderen. 'Dat gebeurt niet van de ene op de andere dag. Mensen hebben sterke gewoonten en ook cultuur speelt een rol in de keuze voor wat je eet. Ik zeg altijd dat het een generatie duurt tot insecten eten helemaal ingeburgerd is.'Hij gelooft nog steeds dat insecten eten de toekomst is. 'Het is misschien niet voor iedereen weggelegd, maar dat is oké. Hoe meer alternatieve eiwitbronnen er op de markt zijn, hoe beter. Ik zie veel potentieel, ook voor Kriket. Ik denk dat de kaarten goed liggen en geloof in ons assortiment. We hebben een kleine overhead, dus er is niet veel extra nodig om winstgevend te worden. Maar of het binnen een paar jaar gaat gebeuren? Time will tell.' Lees ook:“Insecten onmisbaar voor de toekomst van eten in Europa” Insecten eten: volgens deze pionier is de wereld er klaar voor Zo maken wetenschappers het eten van insecten aantrekkelijk en smaakvol