Wilke Wittebrood
03 september 2025, 10:58

Zo ging het duurzame modemerk van Xander Slager failliet: ‘Mooie ideeën verkopen zichzelf niet’

Xander Slager wilde de mode-industrie veranderen met de hyperlokale en duurzaam geproduceerde kleding van New Optimist. Zijn modedroom eindigde in een faillissement. Wat ging er mis? Slager deelt zijn lessen. ‘New Optimist had zo’n prachtig verhaal. Ik dacht: dat verkoopt zichzelf.’

Nelleke Wegdam en Xander Slager Met New Optimist wilden oprichters Xander Slager en Nelleke Wegdam de 'opgefokte' mode-industrie laten zien dat het ook anders kan. | Credits: New Optimist

#1 De mode-industrie veranderen? Dat is bijna onmogelijk

Voor Xander Slager in 2020 New Optimist oprichtte, had hij een jassenmerk: Spoom. Voor zijn bedrijf woonde en werkte hij in China, waar de jassen werden gemaakt. Honderdduizenden per jaar verkocht hij er. Maar de manier waarop die collecties tot stand kwamen, begon hem tegen te staan.

Het eeuwige gevecht met leveranciers en klanten om flinterdunne marges, die je in feite moet verdienen door anderen uit te knijpen. De alsmaar groeiende volumes die nodig zijn om op prijs te kunnen concurreren. En toen moesten Shein en Temu, die de boel nóg verder op de spits dreven, nog komen.

Ondertussen voerde Slager in China ook een persoonlijk gevecht: hij worstelde met een alcohol- en drugsverslaving. Om daar bovenop te komen, moest de ondernemer flink met zichzelf aan de slag. Eenmaal nuchter, zag hij ook zijn bedrijf in een ander licht. In eerste instantie voelde hij er weinig voor om terug te keren naar de ‘opgefokte’ mode-industrie.

Tot hij met New Optimist een nieuw doel vond: de industrie laten zien dat het ook anders kan. ‘Waar veel modemerken de productie uitbesteden, deden wij zoveel mogelijk zelf’, vertelt hij. De kledingstukken worden in elkaar gezet in het atelier in Amsterdam, deels door mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt, en zijn voor 100 procent van organische en/of gerecyclede materialen. Zoals katoen, linnen, hennep en wol.

Gaandeweg leerde Slager dat New Optimist zich niet zo makkelijk aan het systeem kon onttrekken als hij had gedacht, of gehoopt. ‘Als duurzame speler opereren we nog steeds in een hypercompetitieve vechtmarkt. Je bent altijd aan het strijden om de aandacht van de consument. Zeker nu de verkoop grotendeels naar onze beeldschermen verschoven is.’

Volgens Slager zat dat te weinig verankerd in de bedrijfscultuur. Spelers die wél volle bak focussen op het spel van promotie, prijs en marge – zo’n beetje iedereen dus – hadden een cruciale voorsprong. ‘We hebben partijen als Shein en Temu nooit als directe concurrenten gezien. Maar elke euro die bij die bedrijven wordt besteed, wordt uit de markt gezogen. Daar hebben alle duurzame modebedrijven last van.’

Dat duurzaamheid consumenten niet interesseert, is volgens hem te kort door de bocht. ‘Maar de modeverkoop is een diep psychologisch proces. Mensen kopen kleding om er mooier uit te zien in de ogen van anderen. Daar ligt meestal – uitzonderingen daargelaten – een grote onzekerheid onder over wie ze zijn, of willen zijn. Als consumenten een nieuwe broek of jurk aantrekken, zijn ze bezig met hoe het kledingstuk staat en hoe ze zich erin voelen. Niet met hoe het gemaakt is.’

Niet dat het verhaal achter een kledingstuk helemaal geen rol speelt. ‘Onze klanten voelden absoluut verbondenheid met het merk.’ Maar toch: New Optimist, dat zijn collecties online en bij andere moderetailers verkocht, moest klanten elke keer opnieuw verleiden om 60 euro uit te geven aan een T-shirt, of 150 euro aan een jas of broek. Lokaal, sociaal en duurzaam produceren kost nu eenmaal meer.

Slager: ‘Gecombineerd met de vluchtigheid van online, is het als duurzame speler heel moeilijk om in zo’n markt te groeien.’

#2 Mooie ideeën verkopen zichzelf niet

New Optimist moest na vijf jaar het onderspit delven in die strijd. Het modemerk werd in juli failliet verklaard. Een paar weken later werd bekend dat er geen doorstart komt. Er meldde zich een serieuze kandidaat, maar het bod was te laag, blijkt uit het eerste faillissementsverslag van de curator.

Daarmee komt er definitief een einde aan de duurzame modedroom van Slager en Wegdam.

Dan kan je de markt de schuld geven, maar als ondernemer moet je ook naar je eigen aandeel durven kijken, vindt Slager. ‘Want er zijn best wel wat dingen die beter hadden gekund.’ Op LinkedIn is hij gul met het delen van zijn lessen. Een belangrijk inzicht: mooie ideeën verkopen zichzelf niet. Daarom heeft New Optimist het volgens de ondernemer uiteindelijk niet gered. ‘De omzet steeg niet snel genoeg.’

Het atelier van New Optimist.

Het duurde ruim een jaar voor de productie, in het eigen atelier in Amsterdam, goed stond. ‘Langer dan verwacht, waardoor de kosten opliepen.’ | Credit: Titia Hahne

Bij de start lag de focus op het product en de productie: het opzetten van het atelier en de toeleveringsketen. ‘Het heeft ruim een jaar geduurd voor dat goed stond. Langer dan verwacht, waardoor de kosten opliepen. We namen in die periode ook te veel hooi op onze vork. Dat is een fout die meer duurzame ondernemers maken. Die nemen er een heel pakket aan lasten bij, die eigenlijk geen ruk te maken hebben met de omzet.’

Want dat de kleding ook moest worden verkocht, dat verdween een beetje naar de achtergrond. Slager verwoordt het zo: ‘We hadden zoveel te doen dat de commerciële focus onvoldoende verankerd was in de organisatie.’ En goed, misschien stond hij er ook wat te naïef in. ‘Bij Spoom vlogen de jassen uit mijn handen. New Optimist had zo’n prachtig verhaal, dat ik dacht dat het op precies dezelfde manier zou gaan.’

Winstgevend werd New Optimist nooit, blijkt uit het faillissementsverslag. Al begon de verkoop uiteindelijk wel te vliegen. Slager: ‘Het najaarseizoen van 2024 was heel goed, de verkopen verdrievoudigden ten opzichte van het seizoen ervoor. Maar we konden onze investeerders niet overtuigen dat dit het begin was van verdere groei. Zij vonden dat er te veel was geïnvesteerd om op dit punt te komen. Bovendien hadden we de afgesproken targets niet gehaald. Daar liepen we uiteindelijk op vast.’

#3 Lokaal produceren werkt niet alleen, het heeft ook grote voordelen

Toch is hij trots, al is dat geen woord dat hij zelf snel zou gebruiken. Want New Optimist is er absoluut in geslaagd om de industrie te laten zien dat het anders kan, vindt Slager. Tegen 2024 had de startup de code gekraakt en kon het gaan profiteren van de voordelen die de lokale productie en korte toeleveringsketen boden. Te weten: flexibiliteit en snelheid.

New Optimist experimenteerde met tientallen ontwerpen per seizoen, die in kleine oplage werden uitgebracht en op de webshop en sociale media werden gepusht. Sloeg zo’n design aan, zoals bijvoorbeeld gebeurde met een denim shirt van hennepkatoen, dan kon de productie razendsnel worden opgevoerd. Waarmee de voorraad tot een minimum werd beperkt, terwijl het geld bij veel modebedrijven daarin juist vastzit. Slager: ‘Voor een goed seizoen hadden we maar twee of drie succesnummers nodig.’

Klinkt bekend? Het is precies hetzelfde model waarmee de Chinese modegigant Shein succes boekt. Alleen dan met veel grotere volumes, en een veel schadelijker product.

De spotgoedkope kleding van Shein ontwricht niet alleen de mode-industrie, maar ook de recyclingindustrie. De textielbakken puilen uit met polyester prul dat niet gerecycled kan worden. Ook daar dacht Slager over na. De collecties van New Optimist werden zo ontworpen dat ze makkelijk te recyclen waren, door stof van goede kwaliteit te gebruiken en niet met materiaalblends te werken.

New Optimist wilde alles zelf doen, dus ook zelf de keten sluiten. Een kleine twee jaar geleden lanceerde het bedrijf daarom een statiegeldsysteem. Klanten betaalden bij aankoop 2,50 tot 7,50 euro extra per kledingstuk, een bedrag dat ze terug zouden krijgen als ze het na afdragen weer zouden inleveren. De startup zou daar dan weer nieuwe kleding van maken, was het idee.

Het aantal items dat sindsdien is teruggestuurd, is volgens Slager op twee handen te tellen – wat iets zegt over de kwaliteit en hoe lang klanten ermee doen. Niets onoverkomelijks, vindt hij. ‘We wisten dat het model tijd nodig had om te groeien.’

#4 Tijd en kapitaal zijn schaars, zet ze goed in

Daar wringt het. Aan twee dingen heb je als startup permanent gebrek: tijd en geld. New Optimist is grotendeels gefinancierd door een crowdfundingcampagne, waarmee ruim 350.000 euro werd opgehaald, en een investering van 1,7 miljoen euro van de fondsen AKEF en ifund, samen met een aantal angels.

Die laatste was een zogeheten milestone-financiering, wat betekende dat het bedrijf steeds bepaalde mijlpalen moest halen om het volgende deel van de som te ontvangen.

Die targets werden niet gehaald, met liquiditeitsproblemen tot gevolg. De ondernemer haalde het eerder al aan: New Optimist nam in de beginfase teveel hooi op zijn vork, waardoor het te veel tijd en geld kostte voor de omzet op stoom kwam. En investeerders – ook impactinvesteerders – willen uiteindelijk rendement op hun belegging zien.

Slager begrijpt de kritiek dat de groei te langzaam ging. Tegelijkertijd vraagt hij om meer begrip. ‘We concurreren met bedrijven die niets doen aan duurzaamheid en misstanden in de keten niet aanpakken. De kranten staan vol over hoe slecht de mode-industrie is. Ondertussen vallen bedrijven als de onze om. Waarmee het beeld ontstaat dat duurzame startups niet commercieel genoeg zijn en niet weten hoe ze geld moeten verdienen. Dat is niet zo. In een ideale wereld hadden we meer tijd gekregen om dat te bewijzen.’

Dit artikel verscheen oorspronkelijk op MT/Sprout.

Lees ook:

Nieuwsupdate: Luchtvervuiling al onder milieudoelen 2030 en onverwacht effect mestbeleid

Schonere auto’s en minder fijnstof drukken Nederlandse uitstoot onder EU-norm De uitstoot van luchtverontreinigende stoffen in Nederland is in 2024 gedaald tot onder het Europese emissieplafond voor 2030, meldt het CBS. Vooral schonere auto’s hebben bijgedragen aan minder stikstofoxiden, terwijl de uitstoot van fijnstof daalde dankzij een lager brandstofverbruik. Huishoudens stoten nog wel relatief veel fijnstof uit door houtstook. Nederland voldoet al sinds 2020 aan de Europese normen en blijft daarmee voorlopen op de vereisten die andere EU-landen pas in 2030 moeten halen. Nieuwe mestregels zorgen voor prijsexplosie landbouwgrond Nederlandse boeren kopen massaal extra grond vanwege strengere mestregels, meldt NOS. Weilanden kosten nu gemiddeld 85.000 euro per hectare, een kwart meer dan vier jaar geleden. Door het nieuwe mestbeleid mogen boeren vanaf volgend jaar minder mest uitrijden. Om hun mestoverschot kwijt te kunnen, investeren vooral grote bedrijven in meer grond. Ze kunnen het ook laten afvoeren, maar dat is duur.Kleine startende boeren kunnen de prijzen voor landbouwgrond niet betalen. Makelaar Jos Ebbers verkoopt weilanden nu bij inschrijving: 'Er zijn meerdere kandidaten, dat is een nieuw fenomeen.' Het effect is daarmee tegengesteld aan wat beleidsmakers hoopten. De nieuwe mestregels zouden moeten leiden tot krimp van de veestapel, maar ze veroorzaken nu vooral 'grondhonger'.Lees ook: Anders boeren: voedsel én bouwmaterialen van het land Slechts acht PAS-melders hebben vergunning na zes jaar Zes jaar na de stikstofuitspraak wachten duizenden PAS-melders nog op legalisatie. Van de 3.637 melders hebben slechts acht een vergunning gekregen, meldt demissionair landbouwminister Femke Wiersma. Dat schrijft het FD in een analyse. Onder het Programma Aanpak Stikstof (2015-2019) hoefden duizenden boeren alleen te melden, geen vergunning aan te vragen.PAS-melders kunnen niet investeren, krijgen moeilijk financiering en hun bedrijven zijn bijna onverkoopbaar. De onzekerheid zorgt voor grote psychische druk bij boeren. Wiersma wil een nieuw driejarig legalisatieprogramma starten en hoopt op een hoger uitstootplafond.Lees ook: We kúnnen van het stikstofslot, de vraag is of de politiek het wil Geld lenen voor verduurzamen niet populair ING en Rabobank maken 200 miljoen euro extra beschikbaar voor het Nationaal Warmtefonds, dat leningen biedt voor duurzame investeringen zoals isolatie, zonnepanelen en warmtepompen. Het fonds wil zo 12.500 huishoudens extra helpen en armoede door hoge energiekosten tegengaan. Toch maken relatief weinig huishoudens gebruik van de mogelijkheden, schrijft Nu.nl.In totaal heeft ING 600 miljoen euro en Rabobank 550 miljoen euro beschikbaar gesteld aan financieringen en garanties, waarvan een deel inmiddels is terugbetaald. Vve's kunnen ook aankloppen voor geld om te verduurzamen. De lange terugverdientijd en onbekendheid met de leningen houden veel mensen tegen. De Vereniging Eigen Huis pleit voor een toegankelijker systeem, waarbij huishoudens verduurzamen zonder te lenen, bijvoorbeeld via gebouwgebonden financiering.Lees ook: Ondernemer Roebyem Anders over energiearmoede: ‘Ik wilde iets doen voor de mensen die verduurzaming het hardst nodig hebben’ Sociale cateraar Lunch Bunch haalt ruim half miljoen op Lunch Bunch heeft 565.000 euro opgehaald om op te schalen. De Rotterdamse sociale cateraar biedt werk aan mensen met mentale problemen of traumatische achtergronden. Sinds 2022 creëerde het bedrijf 25 betaalde banen, leidde 30 jongeren op en bezorgde 80.000 duurzame lunches. Dit bespaarde 453.260 euro aan uitkeringen. De investering komt van het Social Impact Fonds Rotterdam en Impact Fonds Duurzame Voedselketen, hun eerste gezamenlijke investering. Lunch Bunch wil in 2026 naar Den Haag uitbreiden en streeft naar 100 werkplekken binnen vijf jaar.Lees ook: Deze bedrijfscateraar floreert door data en feedback Brandstofslurper goedkoper dan elektrische occasion Het fiscale beleid maakt elektrische occasions onaantrekkelijk voor ondernemers, terwijl oude benzineauto’s juist voordeliger zijn door de youngtimerregeling. Fiscalist Dion Wetterhahn noemt het in De Telegraaf 'onbegrijpelijk' dat elektrische auto’s jarenlang werden gestimuleerd, maar na vijf jaar vaak naar het buitenland verdwijnen. Vanaf 2026 vervalt het bijtellingsvoordeel volledig, waardoor een gebruikte Tesla Model Y circa 850 euro bijtelling per maand kost, tegenover 400 euro voor een oudere Volvo V70. Wetterhahn en leasemaatschappij Athlon pleiten voor opname van elektrische auto’s in de youngtimerregeling om duurzaamheid en binnenlandse verkoop te stimuleren.Lees ook: Uit een analyse van Change Inc. blijkt juist dat het in sommige gevallen nog wel voordeliger kan zijn om voor een elektrische leaseauto te gaan. Ook in de media:Het wordt steeds drukker op zee, óók met duurzame pioniers (Trouw) Groeien én verduurzamen schuurt, zien Gamma en Karwei (NRC ) Nederlandse No Waste Army werkt samen met Belgische Waste Warriors (Agf.nl ) Goedkoper zonnepaneel-alternatief nét zo krachtig als commerciële panelen dankzij zout (TW) Huishoudens buiten de Randstad betalen fors meer voor energie dan in de steden (NOS)