Hannah van der Korput
10 mei 2024, 10:30

Zo eindigen reststromen van tomaten in huidverzorgingsproducten

Crèmes, scrubs, serums, moisturizers en maskers: de keuze voor huidverzorging is reuze. Al kon Angela Ursem geen merk vinden dat werkt met plantaardige, lokale en natuurlijke ingrediënten. In 2020 begon ze Food for Skin, het huidverzorgingsmerk waar ze eigenlijk zelf naar op zoek was.

Duofoto Skin3 De huidverzorgingsproducten van Food for Skin zijn vrij van microplastics. | Credits: Food for Skin

De zoektocht naar een bewust huidverzorgingsmerk begon in haar eigen badkamer, vertelt ze. “Ik ben voorstander van een duurzame levensstijl en probeer bewuste keuzes te maken. In dat kader nam ik met een app van de Plastic Soup Foundation mijn verzorgingsproducten onder de loep. Die app heet Beat the Microbead en werkt heel eenvoudig: je maakt een foto van een ingrediëntenlijst, die vervolgens wordt gescand op microplastics. Ik schrok van de uitkomst. Huidverzorging is iets van iedere dag. Als veel mensen dagelijks zulke producten gebruiken, spoelt er een enorme hoeveelheid aan microplastics door de wasbak en het doucheputje. Dat verhaal vertelde ik mijn zus Cathy, die schoonheidsspecialiste is. Zij erkende het probleem en gaf toe dat het lastig was om een goed merk te vinden dat vrij is van microplastics, maar ook van onnodige ingrediënten en vulproducten. Toen dachten we: als het er niet is, waarom zetten we het dan niet op? Samen zijn we het huidverzorgingsmerk begonnen waar we zelf naar op zoek waren.”

Microplastics

De huidverzorgingsproducten van Food for Skin zijn vrij van microplastics. Niet per se een goedkope oplossing, maar volgens Ursem wel de juiste. “Microplastics maken crèmes goed smeerbaar. Producenten zijn er dol op, omdat het een heel goedkoop en stabiel ingrediënt is. Voor fabrieken is het een makkelijk product om mee te werken, daarom gebeurt het op grote schaal. Het is bij wet nog niet verboden om microplastics te gebruiken. Maar een verbod komt nu heel geleidelijk op gang: de uitfasering van microplastics gaat nog twaalf jaar duren. Wij gebruiken natuurlijke oliën als smeermiddel, afkomstig uit onder andere pompoenen en komkommers. Dat is een stukje duurder, maar naar mijn mening wel beter. Van veel microplastics is niet bekend wat de gevolgen zijn voor de natuur en de gezondheid. En er zijn natuurlijke alternatieve voorhanden. Waarom gebruiken we die niet?!”

Reststromen

Die natuurlijke oliën en ingrediënten zijn deels afkomstig uit reststromen. “Ons concept is gebaseerd op de kracht van groenten. Die bevatten waardevolle ingrediënten. Neem tomatenzaadolie: dat is zo’n mooie, beschermende olie voor de huid. De zaden kunnen we uit reguliere tomaten halen, maar dan gaat het ten koste van voeding. Dat willen we niet. Voor deze zaden werken we samen met een pastasausfabriek in Italië. Zij gebruiken de zaden en schillen niet. Voor ons zijn die ingrediënten juist waardevol: in de tomatenschil zit lycopeen, ook een goed stofje voor de huid. De reststromen gaan naar cosmetisch lab, waar ze worden verwerkt tot ingrediënten. Deze verwerken wij weer in onze producten.”

Op dit moment is zo’n 30 procent van de ingrediënten afkomstig uit reststromen. Dit percentage moet ieder jaar verder omhoog. “Reststromen zijn er genoeg, maar ze moeten wel goed worden verwerkt. Dat is een uitdaging, want die keten is nog niet op orde. Daar willen we wat aan doen. We onderzoeken nu of we zelf pompoenpitolie kunnen maken, in samenwerking met een pompoenteler en een cosmetisch lab. Dat kost tijd, maar het is wel de kant die we op willen. Tegelijkertijd willen we andere partijen inspireren. Als wij het op kleine schaal kunnen, dan kunnen de grote namen het al helemaal. De grote volumes leiden tot schaalvoordeel, waardoor het goedkoper wordt om reststromen te gebruiken.”

‘De huid heeft niet veel nodig’

Opvallend is dat de zussen juist oproepen tot het gebruiken van minder verzorgingsproducten. “Hoe minder, hoe beter. Er zijn ontzettend veel beautyproducten op de markt. Skincare routines zijn uitgebreid van drie naar twaalf stappen. Wij zijn van mening dat dat niet nodig is. De huid is ons grootste orgaan en heeft weinig support nodig. Een goed reinigingsproduct en bescherming tegen UV-straling is aan te raden, maar de huid heeft niet tientallen producten nodig.”

Food for Skin brengt dan ook weinig nieuwe producten op de markt: drie stuks in drie jaar tijd. “Normaliter is het lanceren van nieuwe producten een manier om de verkoop een boost te geven. Wij halen onze groei liever uit tevreden consumenten die bij ons terugkomen.”

Vulmiddelen

Dat minimalisme komt ook terug in de formules van Food for Skin. Ursem: “Die zijn krachtig en geconcentreerd. Er is weinig van nodig, waardoor je lang met een product kan doen. Veel merken voegen zogenaamde vulmiddelen toe. Neem water: dat is vaak terug te vinden op de ingrediëntenlijst. Het betekent dat je veelal water op je gezicht smeert. Dat doet niks voor de huid en dient vooral als opvulling.”

Trend

Dat neemt niet weg dat veel merken bezig zijn met natuurlijke ingrediënten en duurzamere verzorgingsproducten. “Die trend zie ik ook, en dat is ontzettend positief. Ik ben heel blij met die ontwikkeling. Wat ik ook zie, is dat de consument om de oren wordt geslagen met advertenties en claims. Dan wordt er gesproken over natuurlijke ingrediënten, terwijl dat maar een klein percentage blijkt te zijn. Voor de consument is dat lastig. Ik vind dat producenten hun verantwoordelijkheid moeten nemen als het gaat om duidelijke communicatie en begrijpelijke ingrediëntenlijsten. De transparantie in de keten moet echt een stuk beter. Het zou mooi zijn als we dat voor elkaar krijgen, bijvoorbeeld met wetgeving.”

Stukje persoonlijkheid

Food for Skin is sinds vorig jaar B Corp geworden. Het verkoopt 90 procent van zijn producten via de eigen website. Daarnaast werkt het samen met diverse schoonheidssalons en onafhankelijke retailers. Een bewuste keuze, zegt Ursem. “Die persoonlijke service vinden we belangrijk. We willen graag ons verhaal vertellen. Dat doen we graag zelf en in nauwe samenwerking met onze partners.”

De ambitie om in grote retailers te liggen, heeft het merk vooralsnog niet. “Dan heb je die communicatie toch minder in de hand, terwijl we dat juist belangrijk vinden. Ook boet je in op dat stukje persoonlijkheid. Maar zeg nooit nooit. Voor nu zijn onze ogen gericht op het buitenland; Duitsland in het bijzonder. We treffen de voorbereidingen om die markt te betreden, als het goed is later dit jaar.”

Lees ook:

Volg Change Inc. ook via WhatsApp.

Verduurzaming gaat veel sneller als communicatie op strategische positie wordt gezet

Deze gastbijdrage werd geschreven door Marije Perdon, manager communicatie en public affairs at MVO Nederland. Driekwart van de Nederlanders vindt dat er actie moet worden ondernomen om klimaatverandering tegen te gaan, maar 54 procent is niet bereid hun leefstijl aan te passen. Dit ondanks de zorgen om het klimaat, de dreiging van natuurrampen en de oproepen van overheid met de wetenschap voor duurzamer gedrag. Ik werk al vijf jaar in de duurzame sector. Mijn ervaring leert me dat overheden en vele andere organisaties nauwelijks tot geen onderzoek doen naar hun doelgroep: wat drijft ze, wat zijn hun overtuigingen? De beleidsmaker, bestuurder of duurzaamheidsexpert weet immers zelf wat het beste is. Terwijl er zo veel voorbeelden zijn van het tegenovergestelde. Want waarom maken mkb’ers nauwelijks gebruik van subsidies om te verduurzamen? Waarom kopen mensen plastic flesjes water? Wat drijft mensen om wel of niet plantaardig te eten? Welke media neemt iemand tot zich? Het is de taak van de communicatieprofessional om die buitenwereld naar binnen te brengen. Strategische rol Al die bestuurders, beleidsmakers, kwartiermakers, experts en domeinleiders zouden het communicatievak een stuk serieuzer nemen als de communicatieprofessionals hun strategische rol meer zouden opeisen. Alleen, dat doen ze dus te weinig. En dat is zonde. Als je communicatie strategischer inzet biedt het inzicht of de geboden oplossing de juiste is. Of, liever nog: communicatie kan vanaf het begin inzicht geven in hoe je een gedragsverandering bij een doelgroep wél tot stand brengt. En dan kan zomaar duidelijk worden dat lang niet iedereen wil verduurzamen uit intrinsieke overtuiging, maar wel als dat financieel aantrekkelijker wordt. Het zou verrassend zijn als de overheid beleid eens ontwikkelt vanuit dat principe. Dan volgt dat duurzamere gedrag vanzelf wel. Aannames en spiegels Wat ik wil zeggen: de rol van communicatie is niet alleen uitvoeren wat een domeinleider wil. De rol van communicatie is ook zorgen dat er vanuit de juiste aannames wordt gewerkt. De spiegel voorhouden. Onderzoek doen. Weten vanuit welke waardes mensen opereren. Je niet laten afschepen met “daar hebben we geen tijd of budget voor” of “jullie zijn van de vorm en wij van de inhoud dus wij weten wel hoe we Nederland verduurzamen”. Communicatieprofessionals die onze maatschappij willen verduurzamen: sta op en zorg ervoor dat je advies serieus genomen wordt. En aan de bestuurders, beleidsmakers, domeinleiders; luister naar de communicatie-expert. Dat helpt je organisatie én de verduurzaming. Niet voor niets weten we dat 75 procent het wél belangrijk vindt dat er iets gebeurt. De rol van communicatie in de verduurzaming van onze economie is cruciaal. Daarom blijf ik dat voorlopig nog maar even doen. Lees ook:Steward ownership als nieuwe rechtsvorm? It’s about timeNatuurrampen prima, als ze maar van mijn portemonnee afblijvenGreenwashing Shell verzakt van doortrapt en frustrerend naar ronduit gênant