Het Canadese diepzeemijnbouwbedrijf The Metals Company (TMC) heeft zijn zinnen op deze ‘zeeschatten’ gezet. En het bedrijf wil de oceaanbodem sneller leeghalen dan gedacht. In plaats van één schip wil TMC er nu vier inzetten voor de ontginning van de eerste zeemijn. Dat blijkt uit financiële doorrekeningen waarover Trouw bericht.
Dat doet TMC onder de vlag van dochteronderneming Nauru Ocean Resources Inc. (NORI), op een stuk oceaanbodem dat het bedrijf Nori-D noemt. Deze mijn, de eerste diepzeemijn ter wereld, ligt tussen Hawaï en Mexico en beslaat een oppervlakte van 25.000 vierkante kilometer. Daar blijft het niet bij: TMC heeft in dit gebied nog meer stukken van de zeebodem geclaimd. In totaal gaat het om 150.000 vierkante kilometer, vergelijkbaar met de oppervlakte van Nederland, België en Oostenrijk bij elkaar.
TMC wacht nog op de vergunning om vanaf het vierde kwartaal in 2027 met de exploitatie te starten. Eenmaal op stoom wil het bedrijf dan 10,5 miljoen ton knollen per jaar naar de oppervlakte halen, waar eerder werd uitgegaan van 3 miljoen ton. Nori-D zou in achttien jaar gemijnd moeten worden; het hele gebied in 32 jaar, schrijft de krant.
Tjokvol zeldzame metalen
TMC was in april van dit jaar het eerste diepzeemijnbouwbedrijf dat formeel een vergunning aanvroeg bij de Amerikaanse autoriteiten om de Clarion Clipperton Zone te ontginnen. De stap volgde op een uitvoeringsbevel dat president Donald Trump eerder die maand ondertekende en dat de mijnbouw in met name internationale wateren moet versnellen.
Want de knollen in de Clarion Clipperton Zone – ver buiten de grenzen van de VS – zitten vol grondstoffen die we nodig hebben voor elektrische auto’s en zonnepanelen, zei René Kleijn, hoogleraar Industriële Ecologie aan de Universiteit Leiden, eerder tegen Change Inc.
Grondstoffen waarnaar de vraag richting 2040 volgens het Internationaal Energieagentschap (IEA) vermoedelijk zal verdubbelen. ‘De energietransitie vraagt om heel veel van dit soort metalen.’
Volgens schattingen van de International Seabed Authority ligt er in dat gebied alleen al zo’n 21 miljard ton aan knollen, goed voor miljoenen tonnen koper, nikkel en kobalt. Trump weet dat ook en probeert beslag op die kritieke metalen te leggen.
Tot 200 zeemijl uit de eigen kust mogen landen zelf bepalen of ze de diepzeebodem commercieel exploiteren. Voor de rest van de oceaan gelden internationale spelregels. Die worden bewaakt door de Internationale Zeebodemautoriteit (International Seabed Authority of ISA), een soort VN-mijnbouwscheidsrechter. De club werkt al jarenlang aan een Mining Code, met regels over diepzeemijnbouw, maar die laat nog altijd op zich wachten.
De Verenigde Staten hebben het VN-zeeverdrag echter nooit ondertekend. Dat geeft de regering-Trump meer speelruimte om de VN te omzeilen.
Vernietiging van zeeleven
Met het decreet van april gaf het Witte Huis bedrijven directe toegang tot diepzeemijnbouwvergunningen via de National Oceanic and Atmospheric Administration (NOAA) van het Amerikaanse Ministerie van Handel – zonder gehinderd te worden door internationale afspraken. Dat kwam TMC goed uit. Het mijnbouwbedrijf probeert al een paar jaar goedkeuring van de ISA te krijgen om Nori-D te exploiteren en heeft zich, omdat dat te lang duurt, nu tot de Amerikaanse autoriteiten gewend.
De kwestie toont maar weer eens hoe weinig de regering-Trump geeft om de natuur en het klimaat. Het internationale diepzeemijnverdrag dient niet alleen om duidelijkheid te scheppen over eigendomsrechten, maar ook ter bescherming van het zeeleven.
TMC wil de mangaanknollen boven water krijgen met een soort robotstofzuigers, die naar de bodem van de oceaan worden gestuurd. Die zuigen de knollen op of schrapen ze los. Vervolgens wordt het materiaal via lange buizen naar een schip aan de oppervlakte gepompt, opgeslagen en aan land gebracht.
Volgens een studie in Nature waren de sporen van een proefboring uit 1979 nog altijd zichtbaar. Zo zagen onderzoekers nog duidelijk de sporen van de roterende hark die destijds over de zeebodem werd gehaald. Daarmee wordt de habitat van soorten die daar leven, zoals de ‘gummy squirrel’-zeekomkommer, permanent vernietigd. Deze organismen hechten zich namelijk aan de mangaanknollen of gebruiken ze als schuilplaats.
Ruim veertig jaar na de proefboring is het leven er nog altijd niet teruggekeerd. De onderzoekers vrezen daarnaast dat de slibwolken die ontstaan bij het mijnen, schadelijk zijn voor zee- en bodemdieren die hun voedsel uit het water filteren. Milieuactivisten waarschuwen voor een onomkeerbaar verlies van biodiversiteit. Om die reden schortte de Noorse regering plannen voor commerciële diepzeemijnbouw eind 2024 op.
Internationale kritiek
Hoe is moeilijk te zeggen hoe heet de soep uiteindelijk gegeten wordt. De vraag blijft of en onder welke voorwaarden de NOAA de zeemijn zal toestaan, schrijft Trouw. Mocht die horde worden genomen, dan is de vraag hoe landen die wél lid zijn van de ISA reageren en welke sancties ze bedrijven kunnen opleggen die zonder internationale toestemming aan de slag gaan. China heeft al scherpe kritiek geuit op het uitvoeringsbevel van de regering-Trump.
Voor Allseas is het vooral belangrijk hoe Nederland en Zwitserland zich opstellen – en zonder deze strategische partner kan TMC niet verder. Het offshorebedrijf heeft de techniek voor de mijnbouw ontwikkeld en is eigenaar van het mijnbouwschip en de machines waarover TMC beschikt. Tot nu toe is Allseas de enige partij ter wereld die erin is geslaagd om metalen in de diepzee te winnen.
Ceo Pieter Heerema zei recent in gesprek met De Telegraaf dat op een verantwoorde manier te willen doen. ‘Maar als wij niet beginnen, doen anderen het. Met mogelijk veel grotere schade tot gevolg.’
Dit artikel verscheen eerder op MT/Sprout.




