André Oerlemans
14 april 2025, 14:02

Woonwijk lost zelf netcongestie op: 500 huishoudens op één trafohuisje

Een wijk met 500 gezinnen die hun zonnestroom delen, de elektrische auto overdag laden, waterkokers van 3.000 watt de deur uitdoen en via de app meedoen aan challenges. Daarbij verdienen ze geld als ze op piekmomenten zo weinig mogelijk stroom gebruiken of hun thuisbatterij laden. Zo kan Sporenburg in Amsterdam toe met één trafohuisje en is de wijk een blauwdruk voor heel Nederland om netcongestie te voorkomen.

Flex Citizen 5 Bewoners van Sporenburg - hier tijdens een bewonersbijeenkomst - voorkomen zelf netcongestie in hun wijk. | Credits: FlexCitizen/Gemeente Amsterdam

De wijk van de toekomst. Zonder netcongestie en met maximaal zelfgebruik van stroom. Zo noemt business developer Robert van der Hidde van netwerkbedrijf Alliander de wijk Sporenburg in Amsterdam. Een voorbeeld voor andere wijken en bedrijfsterreinen om zoveel mogelijk eigen stroom te gebruiken. Om netcongestie te voorkomen is zowel slimmer gebruik van het net nodig, als verzwaring van kabels en trafohuisjes. Voor dat laatste zijn miljarden nodig. Aan het pilotproject FlexCitizen doen inmiddels 125 van de 500 bewoners mee en dat aantal blijft oplopen. Zij vormen een lokale energiegemeenschap en binnenkort ook een energiecoöperatie.

Energieverbruik in de hand houden

De belangrijkste doelstellingen van FlexCitizen: via een app je eigen energieverbruik in de hand houden. Pieken in stroomverbruik vermijden. Zoveel mogelijk eigen zonne-energie gebruiken. Overschotten delen met andere bewoners. En minder afhankelijk worden van extern opgewekte elektriciteit.

Gedragsverandering

Het ultieme doel is om met 500 huishoudens binnen de capaciteit van één trafohuisje te blijven en dat lukt tot nu toe. Daarvoor is gedragsverandering nodig. “Als je de pieken eruit haalt, kan dat trafohuisje nog jaren mee. Net als een aanzienlijk deel van de trafohuisjes in Amsterdam”, zegt Hugo Niesing, die met zijn bedrijf Resourcefully het pilotproject begeleidt. “Stap één is om het zelfverbruik te verbeteren. Bijvoorbeeld door je elektrische auto slimmer te laden, dus niet om vijf uur ‘s middags. Of door een warmtepomp met buffervat in je huis te nemen, zodat je in de winter niet tussen 17.00 en 20.00 je huis gaat verwarmen, als je al gaat koken, gamen en verlichten. Maar wij komen ook bij mensen thuis die dan zien dat hun waterkoker 3.000 watt verbruikt. Die zeggen: ik koop wel een ouderwetse theepot. In plaats van elk kopje thee apart te koken gebruik je eenmalig de koker en zet je thee voor de hele dag in een goed geïsoleerde theepot. Dat soort inzichten zijn heel nuttig.”

Wijk zonder school of supermarkt

Netcongestie wordt een steeds groter probleem in Nederland. De grenzen van de capaciteit van het elektriciteitsnet zijn in zicht. Daardoor krijgen bedrijven die veel stroom gebruiken geen nieuwe aansluiting van de netbeheerders en zoeken zonneparken naar slimme manieren om toch stroom te kunnen leveren. Maar ook woonwijken worden getroffen.

“In Amsterdam zit een derde van de trafohuisjes al op zijn maximumcapaciteit. In heel Noord-Holland kunnen nog wel huizen gebouwd worden, maar is er geen ruimte op het net voor een school, een zwembad of een supermarkt. Dat is lastig als je een wijk gaat bouwen”, weet Niesing. Tegelijkertijd ziet hij dat zonnepanelen overal in Nederland worden afgeschakeld omdat ze vooral overdag stroom opwekken, als niemand thuis is om die te gebruiken.

Rampscenario

Alliander doet als netwerkbedrijf mee aan FlexCitizen. Ook woonwijken kampen namelijk steeds vaker met netcongestie. Netbeheerders waarschuwden vorige maand al voor rampscenario’s, waarbij 200.000 huishoudens zonder stroom komen te zitten. Met Alliander Next Grid zoekt het netwerkbedrijf via pilot- en demonstratieprojecten naar het energiesysteem van de toekomst. Sporenburg is wat dat betreft een voorbeeld voor andere wijken in Nederland. “Dan kijken we onder andere naar home energiemanagementsystemen (HEMS). Hoe krijg je het gedrag van bewoners zo dat ze optimaal gebruik maken van het net dat er al ligt?”, zegt Van der Hidde.

Geen file maar kettingbotsing

Meer zelfconsumptie is daarbij een sleutel. “We zien nu een marktmodel ontstaan dat lokaal gebruik aantrekkelijk maakt. Dat is voor ons als netwerkbedrijf super belangrijk. We kunnen ons niet meer permitteren om elektriciteit door heel Nederland te blijven exporteren”, zegt hij. “Netcongestie wordt vaak vergeleken met een file op een snelweg, maar op een elektriciteitsnet kun je geen file hebben. Dan knalt het net eruit. De risico’s zijn dus veel groter dan op een snelweg. Het is eigenlijk meer een file waarbij meteen een kettingbotsing ontstaat.”

Geld verdienen door netcongestie te voorkomen

FlexCitizen werkt vrij eenvoudig. Op hun Our-Grid app, die ze via een dongle op hun slimme energiemeter aansluiten, kunnen bewoners real-time zien hoeveel stroom ze zelf gebruiken en opwekken en hoe dat in de wijk gaat. Ook in de afgelopen dagen. Als het net overbelast dreigt te raken, krijgen ze een pushmelding. Ze kunnen dan meedoen aan een uitdaging, bijvoorbeeld om de komende uren maximaal 600 watt stroom te gebruiken. Daarvoor krijgen ze allerlei tips, bijvoorbeeld om de elektrische auto nu niet te laden en energie slurpende apparaten uit te zetten. Als er te veel stroom is, wordt hen gevraagd om die op te slaan in een buffervat van de warmtepomp of de thuisbatterij.

Andersom, als er te weinig stroomaanbod is, gaat de app bijvoorbeeld automatisch die thuisbatterij ontladen. Als bewoners meedoen en ze bereiken dat doel, dan verdienen ze punten, die Resourcefully aan het eind van het jaar uitbetaalt in euro’s, deels met Europees subsidiegeld. Het afgelopen jaar was het hoogst uitgekeerde bedrag aan een individuele bewoner 173 euro. “Het idee is dat we naar een beloningssysteem gaan voor duurzaam en netbewust gedrag”, zegt Niesing.

Kijk hier hoe FlexCitizen werkt:

Vier Europese projecten

FlexCitizen is een van de vier Europese pilotprojecten in het programma Reschool, die tussen 2023 en 2026 worden gehouden. De andere drie zijn in het Spaanse Girona, het Griekse Athene en het Zweedse Stockholm. Het doel is om wijken en gemeenschappen te helpen efficiënter en effectiever om te gaan met energie, netcongestie tegen te gaan en technische oplossingen te bedenken om dit mogelijk te maken. Behalve Resourcefully en Alliander werken ook de gemeente Amsterdam en Energiesysteem ontwikkelaar OpenRemote mee aan FlexCitizen. Vanwege het succes in Amsterdam zijn Resourcefully en Alliander eenzelfde project gestart in de wijk Saksen Weimar in Arnhem.

Batterij voor zonne-energie

Het aantal zonnepanelen in Sporenburg is de afgelopen jaren fors toegenomen, van een opwekcapaciteit van 50 kilowattpiek in 2014 tot 1250 kilowattpiek vorig jaar. Daarmee wekt de wijk 50 tot 55 procent van het eigen jaarlijkse stroomverbruik op. Daar wordt nu maar 30 procent van gebruikt. Een van de doelen van het project is die elektriciteit zoveel mogelijk zelf te gebruiken, op momenten dat die wordt opgewekt. Daarom kunnen de wijkbewoners sinds kort maximaal negentig goedkope plug & play thuisbatterijen aanschaffen via Alliander. Die worden aangesloten op het home energiemanagementsysteem.

De batterij staat volgens Van der Hidde in dienst van het net en is niet bedoeld om er zoveel mogelijk winst mee te maken. “We willen het comfort van de mensen behouden, maar het apparaat wel slim laten sturen op netgunstig gedrag”, zegt hij.

Het aantal zonnepanelen in de wijk is fors toegenomen. | Credit: FlexCitizen

Accelereer jouw duurzame transitie

Zit jij midden in de duurzame transitie (of sta je nog aan het begin) en kun je wel wat inspiratie, hulp en kennis gebruiken? Kom op 1 juli naar Transition2025 in Amsterdam en laaf je aan de kennis en inzichten van pro’s en peers. De eerste sprekers zijn bevestigd, het belooft een wervelende dag te worden.

Bekijk programma

Net ontlasten

Daarom wil Alliander de batterij bij FlexCitizen geautomatiseerd inzetten. Volgens Niesing kunnen de batterijen het net ontlasten, als er in het begin van de avond nauwelijks zonne-energie wordt opgewekt en bewoners veel stroom verbruiken. “Je kunt die opgeslagen stroom terug het net in duwen of er zelf op koken. Ook mensen die op drie hoog wonen, geen elektrische auto en geen zonnepanelen hebben, kunnen nu volwaardig meedoen”, zegt hij.

Energiecoöperatie in de maak

De volgende stap van FlexCitizen is om stroom niet alleen slimmer te gebruiken en op te wekken, maar ook te delen met de buurt. Zodat een bewoner zonder zonnepanelen zijn elektrische auto kan opladen met de stroom van het dak van de buurman. Dat betekent dat bewoners stroom aan elkaar gaan leveren, iets wat voorheen nooit mocht. De nieuwe energiewet maakt dat per 1 juli dit jaar wel mogelijk, maar voor burgers mag dat alleen binnen een energiecoöperatie.

De volgende stap is dan ook het oprichten van een energiecoöperatie. De offerte van de notaris daarvoor is al binnen. Daarna is het zaak om een administratie voor de deelnemenede bewoners op te zetten. Dat is geen eenvoudige klus, stellen Niesing en Van der Hidde.

Andere energiecontracten

Om bedrijven die veel energie verbruiken toch een nieuwe of grotere aansluiting op het net te kunnen geven, werken netbeheerders steeds vaker met zogeheten capaciteitsbeperkende energiecontracten (CBC’s). Bedrijven mogen dan geen elektriciteit verbruiken tijdens piekmomenten en ontvangen daarvoor een korting. Volgens Van der Hidde gaat dat op termijn ook in woonwijken gebeuren. “De vanzelfsprekendheid dat je altijd eerste klasse zit in het vliegtuig gaat er vanaf. De hele energiemarkt is nu op volumes gebaseerd. In de toekomst gaan we naar een capaciteitsmarkt. Wat we hier doen in de wijk, kun je ook op bedrijventerreinen toepassen”, zegt hij.

Wat als wijk eruit klapt?

Nu al ziet Alliander de druk op het net in woonwijken toeneemt, al is de betrouwbaarheid nog steeds goed. Maar wat als het net eruit klapt? “Als dat gebeurt, dan willen we oplossingen hebben klaar staan”, zegt hij. “Veel puzzelstukjes die Hugo met zijn FlexCitizen heeft ontwikkeld kunnen we dan gebruiken en breder inzetten. Via deze app kunnen we bewustwording creëren en via een pushmelding kunnen we gedragsverandering sturen. Daar kunnen we meteen mee starten.”

Ook andere netbeheerder proberen hun klanten via apps over te halen tot slimmer gebruik van het stroomnet. Zo heeft Stedin de zogeheten eKlok, die met de kleuren rood, oranje en groen aangeeft wanneer mensen het beste een wasje kunnen doen of de auto kunnen opladen.

Vertrouwen

Niesing weet hoe het is om qua energie zelfvoorzienend te leven. Hij doet het zelf al jaren op zijn woonboot vol zonnepanelen en een drijvende batterij in Amsterdam. Hij heeft zelfs zeven jaar zonder elektriciteitsaansluiting geleefd en heeft sinds 2013 de eerste ‘Vehicle 2 Home’ van Nederland operationeel. Voor FlexCitizen gaat hij regelmatig de wijk in. “Mensen in de wijk kennen en vertrouwen mij. Dat is de allergrootste succesfactor. Ik verkoop geen zonnepanelen, batterijen of energiemanagementsystemen, maar een idee en een aanpak”, zegt hij.

Kom 1 juli naar Transition2025 in Amsterdam: De toekomst van duurzaamheid begint hier

Claim je ticket

Lees ook:

Voedselinnovaties volgen elkaar snel op: ‘Wel zo verstandig om daarop in te spelen’

Slechts 6,4 procent noemt new food onbelangrijk. Dat blijkt uit een rondvraag van Tetra Pak onder 92 mensen werkzaam in de foodsector. Tetra Pak is wereldwijd actief op het gebied van voedselverwerking en verpakkingsoplossingen. Waarom new food? De veranderende vraag vanuit de markt is de belangrijkste drijfveer om met voedselinnovaties aan de slag te gaan, zeggen de foodprofessionals. Voor bedrijven speelt de verduurzaming van de eigen processen ook een belangrijke rol: 60,6 procent noemt dat als belangrijke motivatie. De focus ligt dan vooral op het verminderen van de CO2-uitstoot, het verlichten van de druk op natuurlijke hulpbronnen zoals land en water en het tegengaan van verspilling. Van plantaardige zuivel tot kweekvlees Plantaardige alternatieven voor zuivel hebben volgens de respondenten de meeste potentie, gevolgd door plantaardige vleesvervangers. “Steeds meer consumenten zijn flexitariër en wisselen vlees en zuivel af met plantaardige producten”, zegt Michiel le Feber, Processing Sales Manager bij Tetra Pak. “Voor organisaties is het wel zo verstandig om daarop in te spelen. Met onze machines kan dat. Die zijn zo ontworpen dat ze eenvoudig kunnen worden omgebouwd voor nieuwe ingrediënten. Op die manier is het mogelijk om naast zuivel ook bijvoorbeeld zuivelalternatieven te produceren zonder nieuwe investeringen in productieapparatuur.” Innovaties Gaat het om de ontwikkeling van new food, dan kijkt 82 procent van de foodprofessionals met interesse naar fermentatie en precisiefermentatie. Daarnaast gaat er aandacht uit naar plantenveredeling (43,6 procent), kweekvlees (27,7 procent) en 3D-geprint voedsel (12,8 procent). Le Feber: “De juiste technologie is belangrijk voor productinnovatie. Maar hoe werken die technieken precies en hoe beïnvloeden ze het eindproduct? Dat onderzoeken we in diverse productontwikkelingscentra. Tetra Pak beschikt over twaalf faciliteiten verspreid over de hele wereld. Het zijn als het ware miniatuurfabrieken die beschikken over een complete voedselproductielijn. Daar wordt volop getest met verschillende ingrediënten, recepten en productiemethodes. Zo’n plek is waardevol voor kleinere partijen die nog niet beschikken over eigen productieapparatuur. Maar het is ook nuttig voor gevestigde spelers die hun processen willen verbeteren of optimaliseren zonder de reguliere productie te verstoren.” Samenwerken loont Voor de ontwikkeling van new food huurt 38,3 procent expertise in van buitenaf, waar 31,9 procent aangeeft te investeren in een eigen R&D-afdeling. 36,2 procent zoekt de samenwerking op met start-ups, terwijl 29,8 procent juist de krachten bundelt met marktleiders. 37 procent geeft aan samen te werken met hogescholen en universiteiten. De samenwerking wordt dus al volop opgezocht, het zij in verschillende vormen. “De new food-industrie bestaat uit meerdere spelers. Zij hebben een gemeenschappelijk doel: het vinden van nieuwe manieren om de wereld te voeden. Met ons partnernetwerk brengen we ze bij elkaar. In die zin fungeren we als ambassadeurs. Tegelijkertijd delen we ook onze eigen kennis op het gebied van voedselverwerking op industriële schaal, voedselveiligheid, connecties met wereldwijde voedselproducenten, enzovoort.” Tetra Pak werkt samen met start-ups, scale-ups en grote spelers in de markt. “We helpen start-ups bijvoorbeeld met productontwikkeling en opschaling. En met de juiste middelen kunnen scale-ups uitgroeien tot bedrijven die op de lange termijn veel impact kunnen maken. Het contact met gevestigde namen zijn ook belangrijk, want zij moeten duurzamer opereren en hun impact op het milieu verminderen. Daar helpen we graag bij”, aldus le Feber.Lees ook:De eerste Nederlandse kweekvleesboerderij komt eraan: ‘Hopelijk volgend jaar’ De koffiewereld veranderen vanuit Utrecht: zo doet Wonder Beans datNederlandse start-up helpt boeren wereldwijd aan hogere opbrengst en gezondere bodem Dit artikel is gemaakt door een van onze expertredacteuren in samenwerking met onze partner Tetra Pak. Change Inc. werkt met partners die de klimaattransitie aanjagen. Zij kunnen cases presenteren waar anderen zich aan kunnen optrekken en zijn eerlijk over de uitdagingen. Niet één bedrijf is al 100 procent duurzaam, maar veel zijn onderweg. Dankzij ons partnermodel zijn onze artikelen gratis toegankelijk voor iedereen. Benieuwd naar hoe wij werken? Klik hier.