Hidde Middelweerd 17 mei 2023, 10:00

Windmolenwieken, brugliggers, constructiestaal... Urban Miner geeft het een hoogwaardige herbestemming

Waarom zou je een brugligger vermalen tot betongranulaat als die nog decennialang een brugligger kan zijn? Op de Urban Miner-hub van Dura Vermeer krijgen steeds meer bouw- en inframaterialen een hoogwaardige herbestemming. Rendabel is dat nog lang niet altijd. Máár… Dat kan het op termijn wel worden, verwacht circulair manager Sandra van der Lee.

20211029 122746 1648726919 0973 Brugliggers worden vaak ver voor het einde van hun levensduur vermalen tot betongranulaat. Zonde, vindt Dura Vermeer.

Van der Lee loopt over het terrein van Urban Miner. Helm op, laarzen en veiligheidshesje aan. Ze wijst naar de meterslange brugliggers die midden op het terrein opgestapeld liggen: “Die gaan honderd jaar mee, maar ze worden meestal na dertig jaar al vermalen tot betongranulaat, omdat de gehele brug dan vervangen wordt. Hartstikke zonde.” Even verderop liggen gepensioneerde windmolenwieken, waar Dura Vermeer geluidswallen, bushokjes en zelfs speeltuinen van maakt. Ondertussen rijdt een tractor de houtzagerij van Urban Miner uit. Die trekt een aanhanger voort waar een tiny house op staat, gemaakt van circulair en lokaal geproduceerd hout.

Experimenteren, experimenteren, experimenteren

Het zijn slechts enkele voorbeelden van de materialen die Dura Vermeer een hoogwaardige herbestemming geeft op het Urban Miner-terrein in de haven van ‘s-Gravendeel, vlakbij Dordrecht. Gebruikt constructiestaal (zogeheten h-profielen) en lantaarnpalen vinden inmiddels ook hun weg naar de bouwhub. En momenteel worden de mogelijkheden onderzocht voor het hergebruiken van straatmeubilair, zoals bankjes, bushokjes en fietsnietjes.

Van der Lee is vanaf de start van Urban Miner in 2021 verantwoordelijk voor het project. Heel leuk, maar ook heel uitdagend. “Een iets kleinere broek had ook wel gemogen”, zegt ze lachend. Maar het enthousiasme overheerst. Hiervoor werkte ze bij een ingenieursbureau, waar ze zich gelukkig prees als er vijf procent overbleef van de plannen die ze schreef. Bij Urban Miner gaat dat anders. “Alles wat we bedenken, doen we meteen. Dat is echt een frisse wind. En het moet ook: dit soort projecten bedenk je niet van achter je bureau. Het is experimenteren, experimenteren, experimenteren… Vallen en opstaan, vallen en opstaan.”

Circulaire bouwhub

Urban Miner is een circulaire bouwhub van Dura Vermeer, waar infra- en bouwmaterialen een hoogwaardige herbestemming krijgen. “Een brugdek blijft een brugdek”, vat Van der Lee samen. “En houtstromen uit sloopprojecten en verplichte kap in de regio werken we in onze houtzagerij op tot nieuwe bouwelementen.” Rendabel is dat nog niet altijd, maar dat kan het wel worden. Dat bewijst het constructiestaal dat Dura Vermeer inzamelt en weer afzet, want dat is wél al winstgevend.

Het circulaire gedachtegoed levert nu al mooie projecten op. Zo was Dura Vermeer verantwoordelijk voor de bouw van een scholencomplex voor het Lorentz Casimir Lyceum in Eindhoven, waar materiaal uit twee sloopprojecten een herbestemming kon krijgen. Daarnaast leverde het begin dit jaar een circulair viaduct op.

Sandra van der Lee, circulair manager bij Dura Vermeer | Credit: Dura Vermeer

Oud en tweedehands?

Het klinkt misschien simpel om gebruikte materialen opnieuw in te zetten, maar dat is het zeker niet. Ten eerste komt bij lang niet alle materialen het financiële plaatje rond. “We hebben bijvoorbeeld weleens naar plafondplaten gekeken. Voordat we die weer in de markt kunnen zetten, zijn ze al drie keer over de kop gegaan. En daar staat minimale milieu-impact tegenover.”

Ten tweede hebben lang niet alle opdrachtgevers interesse in ‘afdankertjes’. Met andere woorden: wat Urban Miner oogst, kan het lang niet altijd kwijt. Maar dat circulaire materialen ‘oud’ zouden zijn, is een achterhaald idee waar we vanaf moeten, zegt Van der Lee: “Opdrachtgevers vinden ‘nieuw’ vaak mooier en vinden ‘tweedehands’ een onprettig idee. Maar dat is onzin en zit echt in de hoofden van mensen. Wij gaan echt niet iets lelijks neerzetten en de materialen die we gebruiken voldoen uiteraard ook aan alle keuringen en technische vereisten. En daarnaast: de materialen waar we echt duurzame impact mee maken, zoals brugliggers, zie je niet eens.”

Elektrische trucks in binnensteden

Naast een circulaire hub is Urban Miner een logistieke hub. Binnensteden krijgen de aankomende jaren steeds meer zero-emissiezones en daar speelt Urban Miner samen met transportpartner Vlot Logistics op in. “In plaats van dat leveranciers constant met halflege trucks de stad inrijden, komen ze eerst naar onze hub”, schetst Van der Lee. “Hier worden de materialen verpakt tot dag- en weekpakketten, die we volledig elektrisch naar bouwprojecten in binnensteden rijden.”

Die aanpak is momenteel nog duurder dan traditionele logistieke processen, dus om het rendabel te maken nemen de elektrische trucks het bouwafval op projectlocaties meteen mee terug. Dat is ook nog eens duurzamer, want het scheelt afvalverwerker Renewi meerdere ritten. Per project scheelt deze aanpak gemiddeld 50 procent CO2-uitstoot en 60 procent stikstofuitstoot op de logistieke bewegingen.

Ook op de projectlocaties zelf levert het voordelen op. Van der Lee: “Het aantal foutieve leveringen neemt af, omdat we die op de hub nog eens controleren. En bouwplaatsen worden er schoner en ruimer van, omdat bouwafval vaker opgehaald wordt.”

Circulariteit winstgevend maken

Van der Lee verwacht dat beide activiteiten – het circulaire materiaalgebruik en de logistiek – steeds meer naar elkaar toe zullen groeien én elkaar kunnen versterken. Of een materialenstroom of bouwelement opnieuw inzetbaar is, hangt immers ook af van of het kosteneffectief getransporteerd kan worden. “Het zou geweldig zijn als we circulair materiaal in de toekomst zowel kunnen aanvoeren als afvoeren bij bouwplaatsen.”

De belangrijkste uitdaging voor Urban Miner om dat waar te maken, is het winstgevend maken van de circulaire en logistieke activiteiten. Maar dat is om meerdere redenen lastig. Alles wat nu gesloopt wordt, werd decennia geleden immers niet gebouwd met circulariteit in het achterhoofd. “Dat maakt het complex en zorgt aan de voorkant voor meer tijd, kosten en inspanningen.”

Vooral het economische aspect weegt in de bouwsector erg zwaar, stelt Van der Lee. Want de concurrentie is moordend. “Circulariteit heeft momenteel nog een hoger prijskaartje, zo is het nu eenmaal. Dat maakt het heel moeilijk om ermee aan de slag te gaan. Als opdrachtgevers niet expliciet naar circulariteit vragen in hun aanbestedingen, wat ze momenteel nauwelijks doen, prijs je jezelf ermee de markt uit. Hetzelfde geldt overigens voor de inzet van elektrisch materieel. Daar ligt een belangrijke opgave voor aanbestedende overheden. Zolang verduurzaming mag maar niet hoeft, zal het tergend langzaam van de grond komen.”

Samen circulair

Ondanks het huidige tempo verwacht Van der Lee dat circulariteit wel degelijk een vlucht gaat nemen in de Nederlandse bouwsector. Bijvoorbeeld door steeds strengere wet- en regelgeving op het gebied van vervuiling en duurzaamheid. Daar sorteert Dura Vermeer met Urban Miner op voor, door in een vroeg stadium een koploperpositie te pakken. In de aankomende jaren zal het bouwbedrijf steeds meer circulaire materialenstromen aantrekken, om ze vervolgens – hopelijk rendabel – weer in de markt te zetten.

Maar daar heeft het de hulp van concullega’s hard bij nodig, benadrukt Van der Lee. Om circulaire materialenstromen winstgevend af te zetten, heb je immers volume nodig. Daarom moet het Urban Miner-project op korte termijn veel meer een white label
worden, waar álle aannemers in Nederland gebruik van kunnen maken. “Bij dit soort projecten moeten we zoveel mogelijk de samenwerking opzoeken, businesscases samen opbouwen en vooral niet op ons eigen eilandje het wiel telkens opnieuw uitvinden”, aldus Van der Lee. “Daar voeren we nu de gesprekken over. Aan het einde van dit jaar moet Urban Miner al veel minder van Dura Vermeer zijn. En veel meer van iedereen.”

Meer lezen?

Welke duurzame voedseloplossingen serveert het Low Food Lab?

Oprichter Samuel Levie omschrijft Low Food Lab als een broedplaats voor nieuwe voedseloplossingen. Levie: “Het is een hele toffe manier om samen voedselconcepten te onderzoeken. We doen veel projecten over verschillende onderwerpen, wat het extra leuk maakt.” Tijdens het Low Food Symposium, een evenement over duurzame gastronomie, werden diverse cases uitgelicht. Nieuwe invalshoeken “Samen bekijken we voedseluitdagingen door een culinaire bril’, zegt Guus Nelissen. Vanuit Flevo Campus is hij betrokken bij het Low Food Lab. “Met nieuwe invalshoeken proberen we antwoorden te geven op bestaande vragen en de tekortkomingen in de voedselindustrie. ” Voertarwe Eén van de projecten richt zich op voertarwe. De meeste tarwe die Nederlandse boeren verbouwen als tussenteelt wordt niet opgegeten door de consument, maar eindigt in veevoer. In het Low Food Lab werd bewezen dat consumenten dit gewas wel degelijk kunnen eten. Zo ontwikkelde de Boonzaak tempeh gemaakt van voertarwe. Tortillería Taiyari verwerkte het gewas in tortilla’s. Okara Een ander onderzoek richt zich op okara: de overgebleven pulp van sojabonen nadat ze zijn gefilterd om sojaproducten te maken. In Japan wordt okara gezien als een voedzaam en waardevol product, maar in Nederland behandelen we het vaak als afval. In het Low Food Lab werd geëxperimenteerd om okara te gebruiken in falafel, brood, gebak en nog veel meer. Waterlinzen Waterlinzen zijn rijk aan eiwitten. Een hectare waterlinzen levert evenveel eiwit op als tien hectare soja. Je snapt: de potentie is enorm. Maar hoe gaan we ze eten? Chef-kok Emile van der Staak en voedingswetenschapper Bart Smit ontwikkelden samen recepten. Resultaten delen De projecten van Low Food Lab beginnen vaak uit nieuwsgierigheid. “Vaak beginnen we gewoon. Vervolgens moeten we maar kijken of iets werkt of niet. De uitkomst is vooraf niet bekend”, zegt Nelissen. “Als een onderzoek is afgerond, publiceren we de resultaten. Deze zijn beschikbaar voor iedereen. We willen de opgedane kennis delen en tegelijkertijd anderen inspireren.” Samenwerken In de projecten komen professionals uit verschillende hoeken samen. Die samenwerking is wat Levie betreft de sleutel tot succes. ”Iedereen heeft weer andere relevante kennis en ervaring in de gereedschapskist. Zo werken koks enorm efficiënt en zien ze vaak mogelijkheden om elk gedeelte van een ingrediënt optimaal te benutten. Boeren hebben weer hele andere kennis, hetzelfde geldt voor wetenschappers. Het is mooi als je wat ideeën van elkaar kan lenen. Dat leidt bij iedereen tot nieuwe inzichten.” Gewoon leuk Daarnaast zijn de onderzoeken binnen het Low Food Lab ook gewoon leuk, zegt Levie. ”Iedereen stopt er veel tijd en frisse energie in, ze willen echt samenwerken. Natuurlijk is het fijn als er uiteindelijk een mooi eindresultaat is, maar dat is niet eens het einddoel. Het idee is om samen op een andere manier naar voedselproblemen te kijken. En dat proces is hartstikke leerzaam.” Andere duurzame voedseloplossingen: ‘De voetafdruk van restaurants zit ‘m voor meer dan 90 procent in de ingrediënten’Hoe zelfrijdende trekkers de boer én de bodem kunnen ontlasten1 miljard petflesjes besparen voor 2030? Deze Nederlandse scale-up is goed op weg