Redactie DuurzaamBedrijfsleven.nl 04 oktober 2011, 16:15

Win-win of gemiste kans? Analyse van de Green Deal

Het kabinet Rutte probeert met de Green Deal een ‘groene’ economie te stimuleren. Het groene initiatief bestaat uit 59 duurzame projecten, maar krijgt vooralsnog veel kritiek uit diverse hoeken. DuurzaamBedrijfsleven.nl inventariseert de reacties.

Boasatlas Nederland e1317723442768

Afgelopen maandag sloot de overheid samen met natuur- en milieuorganisaties en ondernemingen de ‘Groene Groei Deal’. Dit brede verbond heeft ten doel concrete, duurzame innovaties door bedrijven en de toepassing daarvan te stimuleren. Op deze manier wordt op ondernemende en innovatieve wijze getracht de nationale en internationale energie- en klimaatdoelstellingen te behalen. De Green Deal bevat 59 projecten die gekozen zijn uit 200 initiatieven van burgers, ondernemingen en lagere overheden.

“Bedrijven en burgers zorgen dat het project van de grond komt, de overheid ruimt de belemmeringen uit de weg. Dat is de deal”, stelde minister Verhagen van Economische Zaken.

Voorbeelden van uitverkoren projecten zijn KLM, die dit najaar 200 vluchten van Amsterdam naar Parijs op biobrandstof (op basis van afgewerkt frituurvet) gaat uitvoeren. Desso en Van Gansewinkel gaan tapijtafval opwaarderen naar secundaire brandstof en indien mogelijk recyclen tot hoogwaardige grondstof. Essent, Nederlandse Groen Gas Maatschappij en Friesland Campina gaan werken aan de productie van vloeibaar biogas via vergisting van mest bij boerenbedrijven.

Groene stroom

Groene stroom staat in de Green Deal centraal. De overheid gaat energiemaatschappijen verplichten om vanaf 2015 een bepaald percentage aan groene stroom te leveren. Hiermee wil het de doelstelling bereiken om 35 procent van de totale energievoorziening in 2020 duurzaam op te wekken.

PvdA-kamerlid Diederik Samsom reageerde negatief op dit plan: “Je moet niet pas in 2015 vastleggen wat in 2020 nodig is, maar juist eerder. Die 35 procent moet nu worden vastgelegd. Anders duurt het pas tot bijvoorbeeld 2018 voordat de windparken er staan.”

Samsom noemde de Green Deal onnodig voor het uitvoeren van de plannetjes en ideetjes. Volgens het PvdA-kamerlid zou 99 procent van de plannen ook zonder de Green Deal gerealiseerd kunnen worden. In de huidige vorm kan de PvdA-fractie de plannen van het kabinet dan ook niet steunen, aldus Samsom.

Ook Eneco reageert teleurgesteld op de plannen van minister Verhagen. Het energiebedrijf betwijfelt of de verplichting aan leveranciers om een bepaald aandeel groene energie te leveren efficiënt kan gaan werken. Het bedrijf vreest ‘onnodige prijsverhogingen’ en is teleurgesteld over de kleine rol van windmolens op zee.

Voor en tegen

De Green Deal werd positief ontvangen door het CDA en de VVD. Het CDA noemt de Green Deal een ‘win-win situatie’, die niet uitgaat van een subsidiepot, maar maatwerk levert inzake regelgeving. Ook de VVD is blij dat de deal niet op subsidie draait omdat ‘ondernemers nu veel meer worden uitgedaagd te zoeken naar echte oplossingen’.

Met name de linkse partijen die het milieu als prioriteit hebben leverden kritiek op de plannen van minister Verhagen (Economische Zaken) en staatssecretaris Atsma (Milieu). PvdA, GroenLinks en D66 spreken van een gemiste kans en een plan zonder ambitie.

Het grootste punt van kritiek komt voort uit het gebrek aan structurele maatregelen. De fractieleider van de Groenlinks, Jolande Sap reageert: “Waar zijn de stevige normen die innovatie stimuleren en de afrekenbare doelen?” De deal leidt niet tot de omslag naar een duurzame samenleving, voorspelt zij. Ook Esmé Wiegman (ChristenUnie) hekelt het gebrek aan structurele verbeteringen. “Als we dat niet in de gaten houden, blijft het een ‘goede bedoelingen-akkoord’ en bereiken we hoegenaamd niets.” D66 sluit zich bij de linkse partijen aan. Volgens D66-Kamerlid Stientje van Veldhoven bestonden de doelstellingen al, betreffen zij verplichtingen uit Brussel of zijn zij niet ambitieus genoeg.

Niet alleen de politici reageren teleurgesteld. Ook energiebedrijf Nuon laat weten het jammer te vinden dat de overheid offshore windenergie niet in de Green Deal heeft opgenomen. “Offshore windenergie is noodzakelijk wanneer we de doelen van 2020 willen behalen”, zegt Ariane Volz, woordvoerder van Nuon. ” De technologie is nog steeds duur, daarom kunnen we juist overheidssteun goed gebruiken”.

De Groene Zaak, een platform dat meer dan 100 duurzame ondernemers tot lid rekent, ziet de Green Deal als een gemiste kans. Het plan mist volgens het platform structurele maatregelen die noodzakelijk zijn voor de overstap naar een duurzame economie. De Groene Zaak gaat de deals daarom niet ondertekenen.

Nederland tegenover Europa

De Green Deal is bedoeld om bij te dragen aan het behalen van de opgestelde doelen op het gebied van milieu en natuur. Nederland heeft voor ogen om in 2020 de CO2-uitstoot met 20 procent te hebben verminderd. Daarnaast wil het 20 procent van de energie duurzaam opwekken en het energieverbruik met 20 procent verminderen ten opzichte van het basisjaar 1990.

De Nederlandse doelstellingen zijn positief, maar weinig vooruitstrevend in vergelijking met de doelen van andere Europese landen. Denemarken heeft bijvoorbeeld laten weten de CO2-uitstoot met 40 procent te willen verminderen in 2020. Daarnaast wil het 50 procent van de totale energiebehoefte opwekken uit duurzame energiebronnen.

Ook Duitsland zet zwaar in op duurzame energie, getuige een recent aangekondigde miljardeninvestering. Het Duitse energiebeleid loopt voor op het Nederlandse energiebeleid: onze oosterburen halen nu al meer dan 20 procent van hun energievoorziening uit duurzame bronnen. De Amerikaanse overheid heeft vandaag laten weten één miljard euro in zonne-energieprojecten te steken.

Aangezien de Green Deal geen concrete investeringen bevat, zal de Nederlandse overheid met meer moeten komen om een speler op de markt van duurzame energie te blijven.

Klik hier voor een overzicht van alle 59 Green Deals.

Bron: Ondernemed Groen

Foto: Eugene of Norway via Flickr.com

'De positie in DJSI is waardering voor wat DSM doet'

DSM werd dit jaar voor de derde achtereenvolgende keer in de Dow Jones Sustainability Index (DJSI) verkozen tot het duurzaamste chemiebedrijf ter wereld. In de DJSI staan gerenommeerde beursgenoteerde bedrijven die een toonbeeld van duurzaam ondernemen zijn. In andere sectoren staan bedrijven als BMW en Philips op nummer één. Drijfveren voor duurzaamheid “De positie in de DJSI is een waardering voor wat wij doen,” aldus André van der Elsen, woordvoerder duurzaamheid bij DSM. Het bedrijf heeft 22 duizend werknemers in 49 landen en realiseerde in 2010 een omzet van 8,1 miljard euro. DSM levert en maakt producten voor een brede industrie. “Wij zien dat er in de wereld steeds meer vraag is naar duurzame producten.” “Wij willen bijdragen aan een betere wereld, op verschillende vlakken, en ook inspelen op de vraag naar duurzame producten,” vertelt Van der Elsen. Duurzaamheid is een belangrijke groeipilaar voor de multinational. Het bedrijf verduurzaamt dan ook bedrijfsprocessen en investeert in innovatie om aan zowel people, planet als profit te denken. De visie op deze drie waarden is vanaf dit jaar terug te vinden in de beloningen voor de top, die deels gebaseerd zullen worden op de duurzame prestaties. DSM investeert ook in duurzaamheid vanwege de maatschappelijke status die het daardoor krijgt. Zo ondersteunt DSM met zijn voedselkennis het voedselprogramma van de Verenigde Naties. In 2009 legde directeur Duurzaamheid Wientjes in het Financieel Dagblad deze investering uit: “Mensen willen bij je werken, want je staat met je voeten in de maatschappij. Daarnaast enthousiasmeert het belijden van duurzaamheid ook intern.” Gedwongen stap DSM werd in 1902 in Limburg opgericht als de ‘Staatsmijnen’. Nadat de steenkolenmijnen in de jaren zeventig gesloten werden, ging het bedrijf zich op de chemische industrie richten. De afkorting van de Engelse vertaling, Dutch State Mines, werd de nieuwe naam. Later breidde DSM uit over het hele land, waarna de rest van de wereld volgde. In het verleden was de berichtgeving rond DSM niet positief. “Het imago van de hele chemische industrietak was heel erg slecht, ook die van DSM,” zegt professor Ernst Homburg, bijzonder hoogleraar geschiedenis aan de Universiteit van Maastricht. Hij is gespecialiseerd in de geschiedenis van de chemische en farmaceutische industrie. “In de jaren zestig en zeventig deed de chemische industrie veel te weinig voor het milieu. De CO2-uitstoot en vervuilingen waren enorm.” “Vanaf de jaren tachtig werd er door chemiebedrijven steeds meer aandacht besteed aan het milieu,” doceert Homburg. “Kritiek op hun imago heeft absoluut een rol gespeeld om de milieuprocessen te versnellen.” De verbeteringen begonnen pas echt toen het Responsible Care Program kwam, een wereldwijd akkoord waarin chemiebedrijven afspraken om gezondheid, veiligheid en de impact op het milieu te verbeteren. Volgens Homburg was de maatschappelijke betrokkenheid niet het grootste motief. “Het was, en is, vooral een PR-campagne.” De DJSI is volgens hem een belangrijk middel om een positief imago te krijgen. Alle chemiebedrijven hebben ook in hun doelstellingen staan om op deze index zo hoog mogelijk te staan, omdat de DJSI door iedereen omarmd wordt. Toekomst “Het is een risico voor bedrijven wanneer ze geen grote milieudoelstellingen hebben en dus laag in de DJSI staan,” vertelt professor Homburg. “Duurzaamheid kan zorgen voor betere relaties met bijvoorbeeld banken en verzekeraars, want ook zij willen met duurzaamheid in verband worden gebracht.” Marketing mag dan een drijfveer voor duurzaam ondernemen zijn, de industrie is vergeleken met de jaren zeventig positief veranderd. “Vroeger stonk de Maas door de vervuiling”, herinnert Homburg zich, “nu is het vrij schoon.” André van der Elsen benadrukt dat DSM verder gaat op de ingeslagen weg. “Wij blijven continu zoeken naar duurzame innovaties, het verbeteren van duurzame processen en het maken van nog lichtere, milieuvriendelijkere producten.” Ook moet de toppositie in de DJSI natuurlijk behouden blijven… Foto: Wikipedia