Sanne Bode 19 november 2020, 09:36

‘Wij zien koolstof niet als vijand, maar als een bouwsteen’

Vloerenfabrikant Interface introduceerde onlangs de CQuestBio in Europa: een tapijttegel-backing gemaakt van CO2-negatieve materialen. Het gemiddelde percentage biobased en gerecyclede content van een totale tapijttegel komt met deze nieuwe backing uit op 92,8 procent. “CO2 op zichzelf is niet goed of slecht. We hebben er nu alleen te veel van op de verkeerde plek, in de atmosfeer”, zegt duurzaamheidsmanager Janneke Leenaars.

Adobestock 80921295

Wereldwijd heeft de gebouwde omgeving met 39 procent een gigantische CO2-voetafdruk. De komende jaren zal veel worden bijgebouwd, en duurzaamheid gaat daar een essentiële rol in spelen. “In de discussies over duurzaamheid is er op dit moment vooral aandacht voor ‘operational carbon’. Dat zijn emissies gerelateerd aan bijvoorbeeld het verlichten en verwarmen van woningen en panden”, zegt Janneke Leenaars, duurzaamheidsmanager bij Interface.

“Er wordt veel minder gesproken over ‘embodied carbon’, dat gaat over de CO2-reis van bouwmaterialen, de constructie van een gebouw en de inrichting. Terwijl ook daar de CO2-uitstoot flink verminderd kan worden.” Volgens de duurzaamheidsmanager is er meer aandacht nodig voor embodied carbon. “Een groot gedeelte van deze CO2-uitstoot gaat over bouwmaterialen die de constructie van een pand bepalen. Maar andere componenten hebben ook een CO2-footprint, zoals waarmee en hoe je een gebouw inricht.”  

CO2-doelen voor elk bedrijf

Het is de persoonlijke missie van Leenaars om mensen ervan bewust te maken dat ze, door te ontwerpen met aandacht voor het klimaat en de natuur, iets terug kunnen geven aan de aarde. “Elk bedrijf dat een pand opnieuw wil inrichten, heeft CO2-doelen. Als je dan als architect, aannemer of opdrachtgever een bewuste keuze maakt, dan kun je een grote impact maken. Gisteren sprak ik architecten, tegen wie ik zei: Jullie hebben een prachtig vak omdat je gebouwen kunt ontwikkelen, die comfortabel zijn en waarin mensen zich fijn voelen. Maar door de ontwikkeling en materiaalkeuzes kun je ook nog eens een significante impact maken wat betreft CO2-uitstoot en het behalen van het Parijsakkoord. Dat is ook echt zo.”

“Elk bedrijf dat een pand opnieuw wil inrichten, heeft CO2-doelen”

De duurzaamheidsmanager merkt dat steeds meer klanten die bewuste keuze durven te maken. “We zien dat heel veel bedrijven CO2-reductie of zelfs NetZero doelstellingen hebben. In eerste instantie focussen ze zich op de eigen bedrijfsvoering en andere zaken zoals verpakkingen. Maar op het moment dat ze gaan herinrichten, dan is het steeds vaker logisch dat bij de inkoop ook wordt gekeken naar producten met een lage dan wel CO2-neutrale footprint.”

Vloerenfabrikant Interface levert vloeroplossingen aan onder meer bedrijfskantoren, ziekenhuizen en scholen. Het bedrijf hanteert een holistische missie, waarbij het zo duurzaam en transparant mogelijk wil zijn door de hele keten. “In onze duurzaamheidsreis van meer dan vijfentwintig jaar, hebben we onze leveranciers steeds weer gevraagd om mee te innoveren om met elkaar stapsgewijs de productieprocessen en producten duurzamer te maken.”

Decarboniseren

Na de viering van Mission Zero in 2019, gaat Interface nu nóg een stap verder met de nieuwe Climate Take Back-missie. Daarmee wil het bedrijf een positieve impact maken: een regeneratieve bijdrage leveren aan de wereld om de opwarming van de aarde tegen te gaan. Het is gebaseerd op het gedachtegoed van professor Johan Rockström van het Stockholm Resilience Center.

“Love Carbon is één van onze speerpunten”

“Volgens Rockström is het mogelijk om als mensheid de opwarming van de aarde tegen te gaan. Van groot belang is radicaal te decarboniseren als maatschappij, het herstellen en beschermen van natuurlijke ecosystemen en te onderzoeken hoe met technologische innovaties CO2 kan worden opgeslagen. CO2 is op zichzelf niet goed of slecht, we hebben er nu alleen te veel van op de verkeerde plek, de atmosfeer”, legt Leenaars uit. Eén van de vier pijlers waarop de Climate Take Back-missie is gebaseerd, is: ‘Love Carbon’. “We hebben gezocht naar hoe koolstof kan functioneren als bouwsteen voor onze producten om CO2 vast te houden, en hoe we producten kunnen ontwikkelen met CO2-negatieve materialen. Dit heeft tot de nieuwe tapijttegel-backing CQuestBio geleid.”

Innovatieve backing voor tapijttegels

Begin oktober werd de CQuestBio in Europa gelanceerd, die is gemaakt van biobased en gerecyclede materialen. Het gemiddelde percentage biobased en gerecyclede content van een totale tapijttegel komt met deze nieuwe backing uit op 92,8 procent. “Daarmee kunnen we de kraan naar virgin fossiele grondstoffen voor tapijttegels bijna dichtdraaien”, aldus de duurzaamheidsmanager. Het effect van de nieuwe backing is dat de gemiddelde CO2-footprint van de totale tapijttegel één derde lager wordt. “Het is all time low, wat we ‘cradle to gate’ realiseren. Ook is het een belangrijke stepping stone naar een CO2-negatief product in de toekomst ”, stelt Leenaars.   

Terugnameprogramma

Een andere manier waarop klanten van Interface kunnen bijdragen aan het reduceren van de CO2-uitstoot en grondstoffengebruik, is door oude, gebruikte tapijttegels weer in te leveren. Met het Re-Entry terugnameprogramma neemt het bedrijf gebruikte tapijttegels van klanten weer in op het moment dat ze opnieuw willen inrichten. “Hergebruik vinden wij heel belangrijk omdat het hoog staat op de circulariteitsladder. Met embodied carbon willen we meer bewustzijn creëren, en daarbij hoort ook het hergebruik van tapijttegels. Maar voordat je opnieuw gaat inrichten, komen andere aspecten aan bod, zoals de wijze van installeren en het onderhoud. Ook aan deze manieren van het verlengen van de gebruiksduur besteden we aandacht.”

CO2-certificaat

Interface overhandigt CO2-certificaten aan klanten als onderdeel van het Carbon Neutral Flooring Programma. Daarop staat vermeld hoeveel CO2-uitstoot ze hebben bespaard met het aankopen van hun vloeren bij Interface. Deze vloeren zijn volledig CO2-neutraal over de gehele levenscyclus van het product. “Voor de emissies, die het bedrijf van cradle to gate’ nog niet kan elimineren, plus wat er plaatsvindt bij de klant tot aan het einde van de levenscyclus, koopt Interface CO2-compensaties in.” Dat zijn bijvoorbeeld sociale projecten zoals initiatieven waarbij bos wordt aangeplant.

Lees ook: Klimaatpositief opereren met de natuur als gids

“Als een klant CO2-reductie of NetZero doelstellingen heeft dan werkt die, door bewust te kiezen voor een CO2-neutraal product, direct aan zijn doelen”, zegt Leenaars. “Als je een serieus pand hebt met serieuze meters, zoals scholen, ziekenhuizen of overheidsgebouwen, dan kun je een enorme impact maken. Als je zo’n besparing omrekent naar de CO2-uitstoot van een auto in gereden kilometers, dan is dat gigantisch.”

Een klimaatpositieve toekomst

De lancering van de CQuestBio backing is een hele grote mijlpaal onder de Climate Take Back-missie. In de toekomst wil Interface toewerken naar klimaatpositieve vloeroplossingen om in 2040 volledig klimaatpositief te opereren. “We moeten CO2 niet als de vijand zien, maar het omarmen en als een bouwsteen inzetten. We willen blijven inspireren op het gebied van duurzaamheid en vinden transparantie daarin erg belangrijk”, besluit Leenaars.

Beeld: Adobe Stock, Interface 

Scale-ups in Nederland: met Too Good To Go werden al vijf miljoen maaltijden van de vuilnisbelt gered

Een wereld zonder voedselverspilling; dat is de droom van Joost Rietveld, de managing director van de Nederlandse tak van het bedrijf. Hij nam het idee drie jaar terug mee uit Denemarken, waar het vijf jaar geleden ontstond. Hij heeft sindsdien ruim 4.000 locaties overtuigd om hun overgebleven eten aan te bieden. Het idee blijkt populair: 2 miljoen Nederlanders hebben op een zeker moment de app gedownload, en een deel haalt regelmatig overgebleven voedsel op.Het idee van Too Good To Go is bijna te voor de hand liggend, als je bedenkt dat het pas drie jaar bestaat. Supermarkten, bakkers, groentenwinkels, restaurants en andere zaken houden dagelijks bergen eten over. Too Good To Go bedacht een ‘MagiC Box’ gevuld met dat eten, die klanten vervolgens bij de winkels voor een mooie prijs kunnen ophalen. De belofte is dat je drie keer zoveel krijgt als je betaalt. Wat er in de box zit, verschilt per dag en per winkel. “Maar als consument is het een goede deal, en als bedrijf raak je producten kwijt die anders weggegooid worden,” vertelt Rietveld.Lees ook: Too Good To Go inspireert andere bedrijven, blijkt uit nieuwe ranglijstAl je eten opetenDe app doet meer dan alleen maar overgebleven eten redden bij ondernemers. Om de wereld verspillingsvrij te maken, moeten mensen zich bewust worden van hun voedselverspilling. De gebruikers van de app lijken dat door te hebben. “Een onderzoek samen met Wageningen University & Research liet zien dat de meeste mensen al het eten dat ze ophalen ook gebruiken. Hebben ze het niet direct nodig, dan vriezen ze het in of geven ze het weg. Mensen die onze app gebruiken, zijn zich al bewuster van voedselverspilling."Dat was niet altijd zo, herinnert Rietveld zich. “We begonnen als ngo, en iedereen kon het eten gratis ophalen. Toen kwam in de helft van de gevallen de klant niet opdagen. Het bedrag dat we nu vragen is een stok achter de deur, het is een commitment als klant. Daarmee halen veel meer mensen de box op en gebruiken ze de inhoud vervolgens nuttig.”Vijf miljoen maaltijden geredIn drie jaar tijd groeide het bedrijf hard; in totaal zijn er volgens Rietveld al vijf miljoen maaltijden niet weggegooid dankzij de app, en dat aantal groeit elk jaar. “We hebben ook steeds meer bedrijven die hun voedsel aanbieden. Maar de corona-pandemie gooit wel roet in het eten.” Vooral veel horecabedrijven die overgebleven producten aanboden, zijn nu dicht. “We hopen, zeker voor hen, dat dat snel weer anders is. Maar mede dankzij de coronacrisis zien we ook dat de aard van de aangeboden producten verandert. Eerst was het puur: dit bederft morgen, dus moet nu weg. Nu bieden ondernemers ook producten aan die de komende maanden nergens meer heen kunnen en dus langer houdbaar zijn.”Vijf miljoen maaltijden klinkt veel, maar we gooien ook nog steeds ontzaglijk veel voedsel weg: er wordt wereldwijd jaarlijks 1,3 miljard kilo voedsel verspild. “Als je het zo bekijkt, staan we nog aan het begin. Maar het redden van maaltijden werkt motiverend voor mensen, en het maakt ze bewust. Uiteindelijk weten wij ook dat niet alles op te lossen is met onze app; daar heb je ook wetgeving, beleid en verandering bij bedrijven voor nodig. Maar daar werken wij ook aan mee.”Er is altijd brood overRietveld weet zeker dat Too Good To Go uiteindelijk een belangrijke impact kan hebben op het terugdringen van voedselverspilling. “Wij passen in het systeem. Want ook met nieuwe regels en bedrijfsbeleid zal er nog brood over zijn aan het einde van de dag. Dat is een service waar mensen inmiddels aan gewend zijn, dus dat zal niet verdwijnen. Voor die overschotten kan Too Good To Go dan een oplossing zijn. Inmiddels is het ook zo makkelijk om als bedrijf mee te doen dat het een no-brainer wordt om je producten aan te bieden. Dat is wat we willen; hoe lager de drempel, hoe beter. Ook voor consumenten, trouwens.”Advies voor andere bedrijvenJonge bedrijven die, net als Too Good To Go, vanuit een missie opereren, en niet vanuit een winstoogmerk, krijgen ook nog wat advies van Rietveld: “Het kan verslavend zijn om een missie te hebben, en dus al je tijd in het bedrijf te stoppen. Maar pas op dat je het niet te ingewikkeld maakt: blijf bij je oorspronkelijke missie, hou het simpel.” En als je als klein bedrijf echt impact wil hebben: “Werk samen met grote bedrijven. Niet met een wijzend vingertje, maar met een high five. Met een voorstel: zullen we samen iets tofs doen? Dan heb je de meeste impact op andere bedrijven, en de wereld.”Lees ook: In september bereikte Too Good To Go mijlpaal van 1 miljoen gebruikersBeeld: Too Good To Go