Redacteur Maaike
Maaike Kooijman
06 oktober 2025, 12:53

Wetenschap wordt als 'links' geframed, maar is de sleutel tot stabiel beleid, zegt hoogleraar Joyeeta Gupta

Vrijdag presenteerden acht vooraanstaande denkers hun voorstellen voor een eerlijke economie in Nederland. Joyeeta Gupta is één van hen. ‘Wetgeving verandert door vechtende politieke partijen, niet omdat de wetenschap achter het beleid is veranderd.’

Joyeeta Gupta Joyeeta Gupta: 'Elke regering verschuift het probleem naar toekomstige generaties.' | Credits: Studio Oostrum

De basisbehoeften van elke Nederlander waarborgen en het financiële systeem herinrichten: het Manifest voor een Eerlijke Economie van de acht denkers loopt enorm uiteen. ‘Maar in vrijwel elk punt komt ook klimaat en milieu naar voren’, zegt Joyeeta Gupta tevreden. ‘Neem die basisbehoeften, zoals het recht op onderwijs. Daar is een schoolgebouw voor nodig, dat energie en water verbruikt. Dat heeft allemaal een footprint. En als het over financiën gaat horen daar ook duurzame investeringen bij. Als je het klimaat verpest, is er in de toekomst geen economie meer. ‘

Gupta is hoogleraar klimaat en ontwikkeling in het mondiale Zuiden aan de Universiteit van Amsterdam en hoogleraar bij UNESCO’s kennis- en opleidingscentrum voor water in Delft. Ze was hoofdauteur van baanbrekende rapporten van het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC). In 2023 won ze de Spinozapremie, de hoogste waardering voor wetenschappelijk Nederland, voor haar belangrijke bijdrage aan de uitwisseling van kennis over duurzame ontwikkelingsvraagstukken.

Een eerlijke economie

Samen met Babette Porcelijn, Derk Loorbach, Kees Klomp, Marleen Stikker, Michel Scholte, Paul Schenderling en Winne van Woerden boog Gupta zich de afgelopen maanden over wat er nodig is voor een eerlijke economie in Nederland. Het resultaat is de campagne Het Geluid van Vooruit EN NU DOOR (naar Den Haag), een aftakking van Het Geluid van Vooruit van The Green Times. De plannen werden vrijdagavond gepresenteerd in circulair mini-dorp De Groene Afslag.

EN NU DOOR is niet voor niets vlak voor de verkiezingen gelanceerd. De politiek speelt een grote rol in het aanjagen van systeemverandering, vindt Gupta. ‘En dat kun je niet alleen doen met een ministerie van milieu of water. Ministeries die zich bezighouden met landbouw en economie moet je óók betrekken. Milieu is allesoverstijgend. En als de staat geen prikkels geeft, verandert er niets.’

Politiek heeft visie nodig

‘Wat de politiek nodig heeft, is een visie’, stelt Gupta. ‘Een plan voor de lange termijn. Toen ik eind jaren 80 vanuit India naar Nederland kwam, zat Ed Nijpels in het kabinet. Hij was een vooruitstrevende milieuminister (Nijpels bracht in mei 1989 het Nationaal Milieubeleidsplan uit, red.). Als we toen al een plan hadden gemaakt om van fossiele brandstoffen af te stappen, was het een geleidelijke overgang geweest. Veel minder pijnlijk. In plaats daarvan komt er elke vier jaar een nieuwe regering en zijn ze in die jaren alleen maar bezig zichzelf opnieuw van de macht te verzekeren. Daardoor wordt het probleem verschoven naar toekomstige generaties.’

Een langetermijnvisie zorgt ook voor meer continuïteit in wet- en regelgeving. Onder meer in het reduceren van de CO2-uitstoot van de landbouw en energiesector staat onvoorspelbaar beleid in de weg. ‘Verduurzamen is voor het bedrijfsleven onmogelijk zonder stabiel beleid’, erkent Gupta. Een oplossing ziet ze in wetenschapsgedreven beleid. ‘Wetgeving verandert door vechtende politieke partijen, niet omdat de wetenschap achter het beleid is veranderd.’

Wie de wetenschap volgt, komt ook al snel bij de relatie tussen klimaatbeleid en ongelijkheid uit. Klimaatverandering vergroot namelijk wereldwijd de ongelijkheid: arme landen die de opwarming van de aarde niet veroorzaakt hebben, worden wel het hardst getroffen door de gevolgen ervan. Maar ook binnenlands klimaatbeleid houdt ongelijkheid in het land in stand. Gupta: ‘De meeste subsidies gaan naar de rijken. De mensen die zonnepanelen en elektrische auto’s kunnen betalen. Wie gaat er betalen voor de arme mensen en de kleine bedrijven? Als zij hun lamp aanzetten, moet die gewoon op groene energie werken. Daar moet de overheid voor zorgen.’

Nederland onvoldoende geïnformeerd over klimaat

Het moge duidelijk zijn: de overheid heeft een belangrijke taak, en dus moeten we het kiezen van de nieuwe Tweede Kamer serieus nemen. Maar daarin lijkt klimaat steeds meer naar de achtergrond te verdwijnen. Bij de vorige verkiezingen zag 30 procent van de kiezer het als één van de belangrijkste thema’s, nu is dat nog maar 19 procent. Onder meer de woningnood en defensie worden als belangrijker gezien.

Komt dat doordat we in Nederland nog relatief weinig van klimaatverandering merken? Nee, stelt Gupta. ‘Eerder doordat we er onvoldoende over geïnformeerd zijn. Ook wij merken de impact van klimaatverandering. Door de zeespiegelstijging is het bijvoorbeeld een grote opgave om ervoor te zorgen dat er geen zout water ons grondwater binnendringt. Maar de meeste mensen weten dat niet. Of wat dacht je van alle schade aan funderingen door droogte?’

Het gebrek aan kennis over klimaat is niet alleen kwalijk; daarmee voldoen we bovendien niet aan de afspraken in het VN-Klimaatverdrag van 1992. ‘Artikel 6 zegt heel duidelijk: je moet de maatschappij opleiden over dit probleem. Anders weten ze niet dat het bestaat. Vroeger liep Nederland voorop in de kennisverspreiding over klimaat en milieu. De allereerste klimaattop voor milieuministers vond in 1989 plaats in Noordwijk. Nu heeft zelfs de politiek geen idee meer.’

Andere keuzes maken

Dat klinkt niet al te positief, maar volgens Gupta kan het tij snel keren. ‘Ik zal nooit vergeten wat de examinator van mijn proefschrift tegen me zei. Hij kwam uit Bangladesh. Toen hij klein was, dacht hij dat de Engelsen nooit weg zouden gaan. Twee jaar later werd Bangladesh onafhankelijk. Zo zie ik de huidige situatie ook. Met regeringsleiders als Trump, Poetin en anderen hebben we een dieptepunt bereikt. Nu is het tijd om te vechten voor onze democratie.’

Die verandering vraagt om een groot maatschappelijk draagvlak. En als je het goed framet, is dat er ook, zegt de hoogleraar. ‘Rechts-populisten hebben alles het label ‘links’ gegeven: milieu, wetenschap, systeemverandering. Maar klimaat gaat iedereen aan. Met dit manifest proberen we niet de linkse of de rechtse mensen te bereiken, maar gewoon de kiezer die een goed leven en een gezonde toekomst voor zichzelf en zijn kinderen wil. Daar is verandering voor nodig, maar niet noodzakelijkerwijs opoffering. Het is meer een kwestie van andere keuzes maken. Voor de overgang naar hernieuwbare energie leveren we bijvoorbeeld niks in.’

Een voorbeeld voor de wereld

Nederland is bij uitstek het land om te laten zien dat het anders kan, stelt Gupta. Een klein, rijk land met één van de gelukkigste populaties ter wereld. ‘Als we het hier niet kunnen, kan niemand het. De wereld heeft een voorbeeld nodig. Niet alleen rijke landen, maar ook landen in het mondiale zuiden. Het werkt niet om hen te forceren te stoppen met fossiel. We moeten hen juist inspireren. Anders zitten ook wij straks met een nog groter probleem.’

‘We kunnen de Europese regels volgen en daar nog een schepje bovenop doen. En nee, dat is niet per se slecht voor de concurrentiekracht. Ook voor duurzame producten kunnen we een markt creëren. Ik zal toch niet de enige zijn die een appel zonder pesticiden wil?’

Lees ook:

Hoe simpel kan circulair zijn? Alucha haalt kalk uit papierafval om te gebruiken in verf, lijm en plastic

Hoe simpel kunnen sommige circulaire oplossingen zijn. Je haalt uit het afval van papierfabrieken een vulstof en verkoopt die aan verf- en lijmfabrieken, die er hun klimaat- en circulaire doelen mee kunnen halen. Dat is het idee achter Alucha. Met andere naam misschien makkelijker geweest Ceo Gijs Jansen begon het bedrijf in 2004 in Barcelona, toen hij daar zijn MBA-studie deed. ‘We zijn begonnen met het recyclen van drankkartonnen in Spanje. Daar haalden we aluminium uit. Daar komt de naam Alucha vandaan. ‘Alu’ staat voor aluminium en ‘lucha’ betekent strijd in het Spaans. We dachten dat het een strijd zou worden om dit voor elkaar te krijgen. Achteraf gezien hadden we het bedrijf beter Alu-easy kunnen noemen. Dan was het misschien allemaal wat makkelijker geweest’, zegt hij.Alucha bouwde een demofabriek voor de recycling van drankkartonnen, deed een mooi project, maar uiteindelijk bleek de markt te klein om er een bedrijf voor op te zetten. Op de papierfabriek zag Jansen ondertussen de wagens met afvalslib het terrein afrijden. Zo ontstond het idee om daar een oplossing voor te bedenken. Nadat hij met zijn gezin was terugverhuisd naar Nederland, maakte hij met Alucha een soort doorstart. Mijn uit Alpen nu ook in Brabant De papierindustrie gebruikt voor bijna 90 procent oud papier om nieuw papier en karton te maken. In dat oud papier zitten echter vulstoffen als calciumcarbonaat, wat gebruikt wordt om het papier wit of glanzend te maken. Die stoffen belanden veelal als afval in papierslib, waarvan er jaarlijks in Europa 9 miljoen ton wordt verbrand of gestort. Dat zorgt voor een flinke CO2-uitstoot, want in calciumcarbonaat zit veel van dit broeikasgas opgeslagen.Tegelijkertijd wordt er wereldwijd nieuw calciumcarbonaat gewonnen uit kalksteen- en krijtmijnen, in Europa bijvoorbeeld in de Alpen. Zo’n mijn staat nu ook bij Alucha in de Brabantse gemeente Cuijk, vlakbij Nijmegen. Alleen wordt het calciumcarbonaat daar niet uit kalksteenrotsen gehakt, maar via pyrolysetechnologie uit papierslib gescheiden en hergebruikt. Olie en calciumcarbonaat uit papierslib Alucha zet papierslib om in twee producten: calciumcarbonaat en bio-olie. Via pyrolyse (opwarmen zonder zuurstof) veranderen de papiervezels in een heet gas en worden ze gescheiden van de vulstof, het calciumcarbonaat.Het gas wordt afgekoeld tot een soort vloeibaar hout, een biobrandstof die papierfabrieken weer kunnen gebruiken in hun proces. ‘Die fabrieken hebben veel warmte nodig en door deze olie te gebruiken kunnen ze aardgas besparen”, legt Jansen uit. ‘Op de langere termijn willen we hier ook biobased chemicals van gaan maken, maar dat zit nog in de R&D-fase.’Die olie is nu nog een bijproduct. De focus ligt op de vulstof, die het grootste deel van het papierslib vormt. Alucha noemt dat Circulair Calcium Carbonaat, kortweg CCC. ‘Dat kunnen we terugwinnen. Dit is de circulaire variant. De virgin variant wordt opgegraven in de bergen. Alleen al in Europa wordt er meer dan 50 miljoen ton per jaar van dit spul gemijnd. De papierindustrie is een grote afnemer. Maar het wordt ook gebruikt in verf, plastic, tapijt, rubber, lijm, kit, pvc en noem maar op. Het is de meest gebruikte vulstof die er is en wij vervangen de virgin variant. Dat is onze markt’, zegt Jansen. Verf en lijm nog niet circulair Zowel aan de voor- als aan de achterkant heeft Alucha grote bedrijven als klant. Het slib komt van grote papierfabrieken, die op een duurzame manier van hun afval af willen. De circulaire vuilstof verkoopt het aan grote verf- en lijmfabrikanten. ‘Dat is een uniek product uit post-consumer afval , dat nu eigenlijk nog niet bestaat’, zegt Jansen.‘De papierindustrie is door het gebruik van oud papier al koploper in circulariteit, maar de verf- of lijmindustrie niet. Als je nu de Gamma binnenloopt, kun je geen pot verf vinden met circulaire inhoud. Onze CCC is dan een hele kostenefficiënte manier om in circulaire inhoud omhoog te gaan. In een pot verf kan wel 30 tot 40 procent van die vulstof zitten. Daarom kijken we nadrukkelijk naar industrieën die moeilijk aan circulaire grondstoffen kunnen komen, bijvoorbeeld de lijm-, rubber- en verfindustrie.’[caption id="attachment_166157" align="alignnone" width="900"] Het Circulair Calcium Carbonaat van Alucha kan gebruikt worden in verf, plastic, tapijt, rubber, lijm, kit en pvc | credits: Alucha[/caption] Mobiele pilotplant om te testen Het idee is simpel, maar er is wel hoogwaardige technologie voor nodig.  Die ontwikkelde Alucha samen met TNO en daarna met de Universiteit Twente. Samen bouwden ze in Twente een mobiele pilotplant, die nu in Cuijk staat. ‘Die gebruiken we om product te maken voor klanten als AkzoNobel of plasticproducenten. Die moeten allemaal testen doen met ons materiaal. Dan hebben ze eerst een kilo nodig, maar uiteindelijk 200 kilo of een paar ton. Die kunnen we maken in die pilotplant’, legt Jansen uit. Die installatie noemen ze bij Alucha ‘Mijn 1’. Projecten met grote bedrijven Sinds 2016 werkt Alucha samen met papierfabriek Essity in Cuijk, die tissueproducten zoals toiletpapier, keukenpapier en servetten maakt. Die produceert jaarlijks veel papierslib als afval. Sinds vorig jaar zitten de bedrijven samen in het Re&Uce-project. Dat wil met een LIFE-subsidie van de EU het afval de CO2-uitstoot van papierfabrieken verminderen. Door het calciumcarbonaat uit het papierslib te halen en van de organische stoffen biobrandstof voor de fabriek van Essity te maken, kan Alucha dat bedrijf per jaar 19,7 kiloton afval en 4.300 ton CO2-uitstoot besparen.Ook het gesubsidieerde project voor het Europese innovatieprogramma OpZuid heeft als doel het afval van de papierindustrie te verminderen, net als de CO2-uitstoot die vrijkomt bij het verbranden of storten ervan (methaan).Een ander doel is om het gehalte aan gerecycled materiaal in lijm en kunststof te verhogen. Naast Essity en Alucha zitten ook lijmfabrikant Bostik en producent van plastic pijpleidingen Dyka in het project. Het doel is dat Dyka 10 procent extra gerecycled materiaal in zijn buizen gaat gebruiken en Bostik 20 tot 60 procent in zijn lijm. Demofabriek voor ‘Mijn 2’ Alucha heeft nu een team van tien vaste mensen en is gevestigd naast papierfabriek Essity in Cuijk. Daar wil het bedrijf een grotere fabriek bouwen als onderdeel van het LIFE-project: ‘Mijn 2’. ‘Dat wordt de eerste lijn op commerciële schaal. Als die het goed doet, zetten we er meerdere lijnen naast’, zegt Jansen. ‘Alles staat klaar om te gaan bouwen. We hebben alle vergunningen die we nodig hebben. We hebben zelfs elektriciteit, een wonder in Nederland.’Met ‘Mijn 2’ wil Alucha ook de partners van ‘Mijn 1’ en het OpZuid-project gaan bedienen. Als de fabriek op volle schaal draait dan kan die hen tussen de 1,2 en 5,5 kiloton CO2-uitstoot per jaar besparen.De laatste horde voor het bouwen is de financiering, die nog niet helemaal rond is. Er zijn mooie subsidies uit Europa (EU Life) en Nederland (RVO DEI) binnengehaald en er is interesse van investeerders’, zegt Jansen. ‘We zijn er dichtbij, maar we zijn er nog niet.’De vraag is ook of de CCC van Alucha straks op prijs kan concurreren met nieuw calciumcarbonaat uit de Alpen. Of dat de bio-olie goedkoper is dan aardgas? Dat verschilt volgens Jansen per afzetmarkt. ‘Voor een aantal industrieën die kwalitatief hoogwaardige vulstoffen gebruiken zijn we prijscompetitief, op de rubbermarkt kunnen we zelfs goedkoper zijn. Op deze markten zullen we ons focussen. Voor andere markten zullen we wat duurder zijn’, zegt hij GCA-programma helpt startups opschalen Alucha was dit jaar een van de deelnemers aan de Green Chemistry Accelerator (GCA). Dat is een programma van het platform Groene Chemie Nieuwe Economie (GCNE), dat streeft naar een circulaire chemie met innovatieve technologieën, zonder fossiele brand- en grondstoffen en zonder CO2-uitstoot in 2050.Het GCA-programma is samen met Invest-NL en de Regionale Ontwikkelingsmaatschappijen (ROM’s) opgezet om startups te helpen op te schalen tot een volwaardig bedrijf. Ze krijgen onder meer hulp bij het zoeken naar klanten en tijdens opschalingstafels denken investeerders mee over vervolgstappen voor financiering.Jansen: ‘Je leert een hoop van de andere bedrijven en hoe die hun problemen aanpakken. Daarnaast hebben we goed gebruik gemaakt van externe experts. Je krijgt altijd feedback en je plannen kunnen altijd beter. Je moet alle hulp pakken die je kunt gebruiken. Dan heb je een goede kans dat het lukt.’ Lees ook:Zo maak je van zaagsel plastic zolen voor de sneakers van Adidas: ‘Niet duurder dan fossiel’ Groene chemie bloeit op, maar hoe redt Nederland zijn recyclingbedrijven? Deze groene start-ups wijzen de weg naar een circulaire chemie zonder olieDit artikel is gemaakt door een van onze expertredacteuren in samenwerking met onze partner Groene Chemie Nieuwe Economie. Change Inc. werkt met partners die de klimaattransitie aanjagen. Zij kunnen cases presenteren waar anderen zich aan kunnen optrekken en zijn eerlijk over de uitdagingen. Niet één bedrijf is al 100 procent duurzaam, maar veel zijn onderweg. Dankzij ons partnermodel zijn onze artikelen gratis toegankelijk voor iedereen. Benieuwd naar hoe wij werken? Klik hier.