Teun Schröder
04 november 2025, 15:00

Wereldwijde emissies dalen te traag: 'Ook Europa had ambitieuzer kunnen zijn'

Ondanks dat landen het afgelopen jaar aangescherpte emissiereductieplannen presenteerden, lijkt het de wereld niet te lukken de doelen van het Parijsakkoord te halen. De verwachte wereldwijde temperatuurstijging tegen 2100 is nu 2,3 tot 2,5 graden. Daarmee blijft de wereld ver verwijderd van de doelstelling om de opwarming te beperken tot 1,5 graad.

GettyImages-1389556434 (1) De kloof tussen de benodigde en de daadwerkelijke emissiereductie blijft groot. | Credits: Getty Images

De resultaten worden jaarlijks door het milieuprogramma van de Verenigde Naties (UNEP) gepresenteerd in het Emission Gap Report. De titel van het rapport dit jaar is veelzeggend: Off Target.

Het rapport gaat uit van zestig partijen die zogeheten nationally determined contributions (NDCs) indienden of aankondigden dat binnenkort te doen. In een NDC staan de aangescherpte plannen van landen om hun uitstoot tot 2035 te reduceren. De zestig indieners zijn gezamenlijk goed voor 63 procent van de mondiale emissies.

De Europese Unie als geheel kondigde ook een NDC aan. Als al deze plannen ook daadwerkelijk worden uitgevoerd blijft de opwarming van de aarde in 2100 beperkt tot 2,3 tot 2,5 graden. Vorig jaar lag die verwachting nog op 2,6 tot 2,8 graden.

Vertrek VS uit Klimaatakkoord

Dat lijkt een verbetering, maar UNEP nuanceert de resultaten. Een deel van de winst wordt veroorzaakt door rekenmethoden die het afgelopen jaar accurater zijn geworden. Daarnaast zal met de aanstaande uittreding van de VS uit het Parijsakkoord 0,1 graad teniet worden gedaan. Dat betekent dat de aangescherpte NDCs onder aan de streep nauwelijks effect hebben gehad. Het doel van 1,5 graad en zelfs van 2 graden opwarming komt daarmee nauwelijks verder in zicht.

Om nog zicht te hebben op een beperkte opwarming tot 2 graden moet de uitstoot in de 2035 35 procent lager zijn dan in 2019. Voor 1,5 graad is een reductie van 55 procent nodig. Met alle plannen die er nu liggen wordt de wereldwijde uitstoot in 2035 maximaal 15 procent lager dan in 2019. Na de definitieve uitstap van de VS uit het Parijsakkoord behaalt de wereld nog slechts een uitstootreductie van maximaal 11 procent.

Minder ambitieus dan gepland

Al met al stemmen de resultaten niet optimistisch. ‘Van een aantal landen hadden we hogere ambities verwacht’, zegt Michel den Elzen, onderzoeker bij het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) en één van de hoofdauteurs van het Emission Gap Report. ‘De NDCs van een land als China zijn minder ambitieus dan verwacht. Maar ook de EU had meer ambitie kunnen tonen.’

‘Wel positief is dat er recent ook nog nieuwe NDCs zijn aangekondigd, onder meer van Zuid-Afrika en Indonesië. Maar alles bezien hadden we er meer van verwacht. De emissiekloof blijft groot.’

Volgens de onderzoekers van UNEP is de kans groot dat we nog dit decennium de grens van 1,5 graad zullen overschrijden. Emissiereducties die snel doorgevoerd kunnen worden, kunnen deze overschrijding vertragen, maar niet voorkomen. Daarom is het zaak om de overschrijding zo kort mogelijk te laten duren, zodat de temperatuur uiteindelijk weer kan zakken naar de grens van 1,5 graad tegen 2100.

Kans op kantelpunten groter

UNEP benadrukt dat elke fractie van een graad minder opwarming de uiteindelijke klimaatschade en gezondheidsrisico’s als gevolg van klimaatverandering vermindert. Ook verkleint dat de kans op zogeheten kantelpunten, waarbij bepaalde natuurfenomenen onomkeerbaar worden.

Uit het onlangs verschenen Global Tipping Points Report 2025 blijkt bijvoorbeeld dat er bij een opwarmingsniveau van rond de 2,5 graden Celsius een serieuze kans is op het gedeeltelijk wegvallen van de warme Golfstroom in noordelijke delen van de Atlantische Oceaan, met verregaande gevolgen voor de landbouw en zeespiegelstijging.

Lees ook:

Waarom Unilever, Coca-Cola en Shell geloven dat duurzaam plastic wél kan

Terwijl in het afgelopen jaar diverse plastic recycling- en groene chemiebedrijven failliet gingen of stopten, heerste er een positieve stemming op het Transition to Circularity-congres in Eindhoven, dat Platform Groene Chemie, Nieuwe Economie (GCNE) en groeifondsprogramma’s BioBased Circular  (BBC) en Circular Plastics NL (CPNL) samen organiseerden. Dat trok ruim 450 bezoekers. ‘Het kan wél’, geldt ook voor groene chemie Het motto van het congres was dan ook: Het kan wél. ‘We hebben gezien dat je met dit motto ook kunt winnen’, zegt directeur Marc Spekreijse van Circular Plastics NL, verwijzend naar de verkiezingsoverwinning van D66. ‘Wij zijn ook groen en geloven echt dat het wél kan. Begin gewoon. Je kunt beter nu wat langzamer beginnen, dan ben je straks klaar als die markt echt open gaat.’Het Nationaal Groeifonds-programma heeft onlangs weer 18 miljoen euro subsidie toegekend aan negen projecten op het gebied van plasticrecycling. Die leggen 100 miljoen euro aan particuliere cofinanciering in. Een volgende subsidieronde wordt alweer voorbereid, samen met RVO.Op het gebied van de plantaardige chemie lopen er bij groeifondsprogramma Biobased Circular inmiddels negentig initiatieven, is een aantal consortia aan de slag gegaan, lopen er projecten en studies en kon het programma 65 projecten elk 25.000 euro toekennen voor experimenten. ‘Het is fantastisch hoe het gaat. Dat gaan we ook de komende jaren doorzetten’, zegt directeur Herman Wories.Platform Groene Chemie, Nieuwe Economie is bezig oplossingen te zoeken voor het zogeheten financieringsgat voor startups en scale-ups, nadat uit onderzoek bleek dat hier een van de grootste problemen zit. ‘We zijn diep aan het graven en zorgen dat er voor deze ondernemers betere toegang tot geld komt’, zegt voorzitter Arnold Stokking.Kijk hier naar een videoverslag van het congres:https://www.youtube.com/watch?v=b_nmRYZT6WA Plastictafel zet Nederland op één De problemen in de sector zijn inmiddels bekend. Plastic recyclingbedrijven, maar ook producenten van virgin plastic en groene startups, kunnen niet concurreren met goedkoop plastic uit China en de VS, stoppen en vallen om. Het kabinet weigert steun en schrapte zelfs de verplichte bijmengverplichting voor recyclaat in 2027. Om een oplossing te vinden voor alle problemen in de sector, kwam de hele branche dit jaar bijeen voor een zogeheten plastictafel. Van chemiebedrijven en plasticproducenten, recycling- en afvalbedrijven tot groene chemie en milieuorganisaties.Oud-staatssecretaris Steven van Eijck leidde die plastictafel. ‘We hebben met de tafel afgesproken: laten we niet naar het drama uit het verleden kijken, maar naar de toekomst. Hoe kunnen wij de hele plasticsector, dus ook de plasticrecycling en alles wat met biobased grondstoffen gebeurt op nummer één in Europa krijgen’, zegt hij. ‘Denk in kansen. De circulaire economie is de enige oplossing voor Nederland en Europa. De vraag is: wat is daarvoor nodig?’ Inkoop 115.000 ton creëert vraag Een van de antwoorden op die vraag luidt: vraagcreatie. Daarom beloofden grote bedrijven bij de plastictafel om tot 2030 minimaal 115.000 ton gerecycled plastic in te kopen voor hun verpakkingen. Twee van die bedrijven waren op het congres aanwezig: Coca-Cola en Unilever.Unilever geeft jaarlijks 5 miljard euro uit aan verpakkingen en wil over drie jaar 40 procent minder virgin plastic uit olie gebruiken. Dit jaar wil het al 25 procent gerecycled plastic gebruiken en in 2030 moeten alle verpakkingen herbruikbaar, recyclebaar of afbreekbaar zijn. Daarmee zou het bedrijf 11 procent van zijn jaarlijkse 56 miljoen ton CO2-uitstoot kunnen besparen.Om de vraag te vergroten moet de EU het bijmengen van gerecyclede grondstoffen verplichten en moeten nationale overheden recycling stimuleren, bijvoorbeeld zoals nu via de groeifondsen gebeurt. Vervolgens willen ook plasticproducenten, merken en retailers hierin investeren. ‘Een verplichte vraag aan het einde van de keten, levert een heel duidelijke businesscase op aan het begin van de keten’, zegt Thor Tummers van Unilever.[caption id="attachment_168142" align="alignnone" width="900"] Thor Tummers van Unilever vertelde hoe een groot bedrijf de vraag naar circulair plastic kan aanjagen. | Credits: Bram Saeys[/caption] Meerprijs honderden miljoenen Volgens hem moeten bedrijven aan consumenten uitleggen waarom ze meer gerecycled plastic gebruiken. Want dat leidt tot een hogere prijs, al is de prijsstijging van duurzame producten volgens onderzoek van Deloitte vaak maar 1 procent. Dat moet een goede marketeer toch weten te verkopen? Volgens Tummers kan Unilever die meerprijs in de prijs van zijn producten ‘absorberen’. ‘Maar als je de prijs niet adresseert, gaat het niet werken’, zegt Tummers.Volgens hem klopt het dat de meerprijs van een Magnum-verpakking met biobased- of gerecycled materiaal hooguit enkele procenten zou moeten stijgen. Bijna niks. Maar de kostprijs voor circulaire grondstoffen voor verpakkingen van zeep, mayonaise, vaseline of wasmiddel stijgen met circa 66 procent. Daarbij kosten de investeringen voor het hele traject van inkoop, testen, certificeringen en goedkeuringen uiteindelijk miljoenen extra. ‘De vereiste investeringen voor Unilever lopen op tot een paar honderd miljoen per jaar’, zegt hij. Voor Unilever telt ook de behaalde CO2-reductie van gerecycled plastic. ‘Grofweg staat 1 kilo recyclaat inzetten voor 2 tot 3 kilo CO2-reductie’, zegt Tummers. Gerecyclede kratten voor Coca-Cola Coca-Cola wil zijn CO2-uitstoot in 2030 met 30 procent hebben verlaagd. Omdat 43 procent van de emissies uit verpakkingen komt, vermindert het gebruik van gerecycled materiaal die uitstoot. Door het weglaten van het handvat van multipack verpakkingen van grote flessen bespaarde het bedrijf 40.000 kilo plastic per jaar en maakte het 550.000 kilo beter recyclebaar. Alle flessen van Coca-Cola zijn gemaakt van 100 procent gerecycled plastic: rPet. ‘Elk jaar moeten we de keuze maken om daar veel meer geld voor te betalen. Sinds 2021 hebben we altijd die keuze gemaakt’, zegt duurzaamheidsmanager Eva Amsterdam van Coca-Cola Euro Pacific.Ook de kratten zijn voor 97 procent van gerecycled materiaal, ook al zijn ze daardoor niet zo fel rood als vroeger. De grondstoffen daarvoor werden geleverd door Healix, dat van gerecyclede netten uit visserij en tuinbouw harde kunststoffen maakt. Die kratten gaan vijftien jaar mee, dus die bestelling kon niet voorkomen dat Healix in de problemen kwam en naar het buitenland gaat vertrekken.Volgens Healix-ceo Marcel Alberts lukt het niet om zijn circulaire, maar duurdere product aan grote bedrijven te verkopen. ‘Op een gegeven moment komt er een inkoper aan tafel en die heeft andere targets’, zegt hij. Het schrappen van de bijmengverplichting voor gerecycled plastic begin dit jaar, was voor het bedrijf de druppel. ‘Wij waren al bijna rond met een financier en dat ging toen niet door. Ook werden projecten met klanten meteen on hold gezet’, zegt hij.[caption id="attachment_168143" align="alignnone" width="900"] Eva Amsterdam liet zien hoe Coca-Cola zijn CO2-uitstoot vermindert door het gebruik van gerecycled plastic. | Credits: Bram Saeys[/caption] Gamechangers helpen opschalen Voor startups is een groeiende vraag naar duurzaam plastic en het vinden van financiering cruciaal. Platform GCNE hielp de afgelopen drie jaar 30 tot 35 startups in de groene chemie om op te schalen, onder meer via zijn Green Chemistry Accelerator-programma. Het noemt die gamechangers. Dit jaar deden daar bedrijven mee als Mevaldi, dat plastic maakt uit zaagsel, bijvoorbeeld voor de zolen van Adidas-sneakers, Alucha, dat circulair kalk haalt uit papierafval, en Blue Circle Olefins, dat grondstoffen voor plastic maakt uit methanol, gemaakt uit afval.Op het podium stonden daarna ook drie grotere bedrijven die al wat verder zijn in hun opschaling. Hoe hebben die de afgelopen jaren overleefd? Morssinkhof - Rymoplast bestaat zestig jaar, heeft twaalf vestigingen in Europa en geldt als pionier in de plasticrecycling. Het bedrijf staat nog overeind omdat het focust op het inzamelen, verwerken en recyclen van afval dat uit één soort plastic bestaat, zogeheten monostromen. Daardoor zit er geen vervuiling in en kan er weer hetzelfde product van gemaakt worden. Bijvoorbeeld PET-flessen. ‘Dan is recycling niet zo moeilijk. Veel recyclingbedrijven die het niet overleven hebben een mix als input en dan kom je nooit meer terug tot hetzelfde eindproduct’, zegt eigenaar Stefan Morssinkhof. Avantium doorstaat moeilijke periode Het plantaardige alternatief voor PET heet PEF en wordt binnenkort geproduceerd door Avantium, het paradepaardje van de groene chemie in Nederland. Maar ook die beleefde het afgelopen jaar een moeilijke tijd, stelt ceo Tom Van Aken. De nieuwe fabriek die koningin Maxima vorig jaar opende in Delfzijl bleek duurder dan gedacht. Het lukte Avantium om 85 miljoen euro aan nieuw kapitaal op te halen door nieuwe aandelen uit te geven. Het ministerie van Klimaat en Groene Groei kocht voor 15 miljoen aan aandelen. ‘Daarmee kunnen we de fabriek gaan opstarten’, zegt Van Aken.Avantium heeft al twintig afnamecontracten voor PEF. De fabriek in Delfzijl moet aantonen dat het product werkt. Die gaat 5.000 ton PEF produceren in plaats van de geplande 50.000 ton. ‘Dat is de kleinste fabriek om het commercieel te kunnen bewijzen’, zegt hij. Om de markt voor PEF verder te vergroten gaat Avantium de komende twee jaar al vier licenties verkopen voor 400.000 ton. Daarvoor zou het bedrijf zelf 2,5 tot 3 miljard euro in fabrieken moeten investeren. ‘Dat is voor een scale-up niet realistisch’, zegt Van Aken.[caption id="attachment_168144" align="alignnone" width="900"] Tom van Aken worstelde zich met Avantium door een moeilijke periode. | Credits: Bram Saeys[/caption] Hoop gericht op nieuwe EU-regels Het kabinet steunde dus Avantium, maar liet veel andere bedrijven in de kou staan. Topambtenaren van de ministeries van Klimaat en Groene Groei en Infrastructuur en Waterstaat erkenden tijdens het congres dat transitie naar een circulaire economie in een ingewikkelde fase zit en veel bedrijven het moeilijk hebben.Oplossingen moeten vooral in nieuwe Europese regels gezocht worden. Dan gaat het onder meer over een nieuwe bijmengverplichting voor gerecycled plastic, de Circular Economy Act die het gebruik van circulaire materialen moet verdubbelen, de Verordening voor Verpakkingen en Verpakkingsafval (PPWR) voor meer gerecyclede en beter recyclebare verpakkingen of de bio-economie strategie, die het telen en gebruik van bio-grondstoffen stimuleert.Die zullen meer vraag creëren. ‘Als er verplichte vraag is, heb je een investeringscase. Dat is de beste manier om de markt op gang te helpen. Daar zetten we de komende jaren op in’, zegt directeur verduurzaming industrie Karlo van Dam KGG. Hij erkent dat sommige bedrijven daar niet op kunnen wachten en zullen omvallen voordat de nieuwe regels er zijn. ‘Hier hebben bedrijven niet vandaag of morgen wat aan, maar als die regels er eenmaal zijn, dan bieden ze wel perspectief om te investeren’, zegt hij.In Nederland zijn de ministeries met allerlei werkgroepen bezig om na te denken over klimaat-, energie- en industriebeleid voor een nieuw, groener kabinet. IenW wil recyclingbedrijven bijvoorbeeld helpen door de zogeheten ‘einde afvalcriteria’ makkelijker te maken voor recyclaat, ook in Europees verband.[caption id="attachment_168145" align="alignnone" width="900"] Karlo van Dam van het ministerie van Klimaat en Groene Groei erkende dat de circulaire economie in een lastige fase zit. | Credits: Bram Saeys[/caption] Product uit prachtige technologie kunnen verkopen Ondanks de moeilijke marktomstandigheden zijn er ook bedrijven waar het wel goed mee gaat.  Zo ging ondernemer Arjen Wittekoek vorig jaar met plastic recyclingbedrijf Umincorp failliet, maar timmert hij aan de weg met een ander bedrijf: Obbotec. Dat recyclet plasticafval met een eigen SPEX-dissolutietechnologie direct tot hoogwaardig plastic van bijna dezelfde kwaliteit als nieuw virgin plastic, onder meer voor Unilever.Ook Philips verwerkte het materiaal in het concept voor een circulair scheerapparaat. Op laboratoriumschaal werkt de technologie prima. Dat ging met grammen. Nu heeft het bedrijf een pilotfabriek en werkt het aan een commerciële installatie die 25.000 ton kan produceren. Om te kunnen opschalen zoekt het klanten. ‘Want je kunt wel een prachtige technologie hebben, als je er geen product uit kunt krijgen dat je kunt verkopen heb je niks’, zegt Wittekoek. Plastic afval 2,5 miljoen Nederlanders gerecycled Ook grotere bedrijven zijn in de circulaire sector actief als recyclelaar. Shell mag dan gestopt zijn met de bouw van zijn biobrandstoffenfabriek in Rotterdam, het opende eind vorig jaar wel een nieuwe installatie in Moerdijk, die pyrolyse olie uit plastic afval gaat zuiveren zodat het ingevoerd kan worden in chemische kraakinstallaties. ‘Wij zijn daarin gaan investeren omdat we onze fossiele voeding willen vervangen door circulaire voeding’, zegt businessmanager Paul de Hoog.De installatie produceert 50.000 ton pyrolyse olie voor de kraker, om er weer nieuwe grondstoffen voor plastic van te maken. Dat is gemaakt uit 100.000 ton plastic afval, net zoveel als het afval van 2,5 miljoen Nederlanders. Veel van dat afval wordt nu verbrand omdat het recyclaat via mechanische recycling niet schoon genoeg te krijgen is. Bijvoorbeeld voor de verpakking van voeding.Kan Shell zijn product wel tegen een concurrerende prijs kwijt? ‘Nee. Op dit moment is dat zwaar, maar de industrie heeft het in het algemeen zwaar en Shell draait rode cijfers. Maar als je vraagt of we dit circulaire product kwijt kunnen en of we waarde halen uit deze fabriek, dan is het antwoord ja’, zegt De Hoog. ‘Zeker de korte termijncontracten leveren gewoon waarde op.’ Lees ook:Kabinet schuift problemen plasticrecycling voor zich uit: ‘Ons wordt gewoon de nek omgedraaid’ Zo maak je van zaagsel plastic zolen voor de sneakers van Adidas: ‘Niet duurder dan fossiel’ Hoe simpel kan circulair zijn? Alucha haalt kalk uit papierafval om te gebruiken in verf, lijm en plastic Groene chemie bloeit op, maar hoe redt Nederland zijn recyclingbedrijven?Dit artikel is gemaakt door een van onze expertredacteuren in samenwerking met onze partner Groene Chemie Nieuwe Economie. Change Inc. werkt met partners die de klimaattransitie aanjagen. Zij kunnen cases presenteren waar anderen zich aan kunnen optrekken en zijn eerlijk over de uitdagingen. Niet één bedrijf is al 100 procent duurzaam, maar veel zijn onderweg. Dankzij ons partnermodel zijn onze artikelen gratis toegankelijk voor iedereen. Benieuwd naar hoe wij werken? Klik hier.