Redacteur Maaike
Maaike Kooijman
23 oktober 2025, 15:00

'We zitten nog te veel vast in consumentisme', stelt hoogleraar Jan Jonker over de duurzame transitie

Willen we het klimaatprobleem aanpakken, dan zullen we ons anders moeten organiseren. Daarvoor pleit emeritus hoogleraar duurzaam ondernemen Jan Jonker. ‘Eén plus één is geen drie.’

Emeritus hoogleraar duurzaam ondernemen Jan Jonker pleit voor collectieve businessmodellen Emeritus hoogleraar duurzaam ondernemen Jan Jonker pleit voor collectieve businessmodellen.

35 boeken heeft hij op zijn naam staan. Van De kunst van veranderen en Duurzaam organiseren tot Duurzaam Denken Doen. Heeft emeritus hoogleraar Jan Jonker al afkickverschijnselen, nu zijn laatste boek naar de drukker is? ‘Vraag me dat maar opnieuw na de kerstdagen’, zegt hij nuchter. ‘Tot die tijd heb ik nog zeven presentaties. Dan is het moeilijk afkicken.’

Zijn laatste boek, Transitie van betekenis, is ‘een synthese van in ruim drie decennia verzamelde gedachten en concepten’. Die worden rijkelijk geïllustreerd. Een salontafelboek, noemt Jonker het zelf. Als klap op de vuurpijl doet hij een voorstel voor een nieuwe maatschappelijk contract.

Change Inc. sprak Jonker over zijn carrière, zijn voorstellen en de toekomst.

Prof. dr. Jan Jonker was ruim dertig jaar werkzaam als universitair hoofddocent en hoogleraar duurzaam ondernemen aan de Radboud Universiteit Nijmegen. De afgelopen jaren focuste hij zich vooral op nieuwe businessmodellen voor duurzaamheid en circulariteit.

Jonker is (co-)auteur van 35 boeken.  In 2018 werd hij benoemd tot Officier in de Orde van Oranje-Nassauvoor voor zijn bijdragen aan het populariseren van duurzaamheid en circulariteit. In 2020 sprak de hoogleraar de duurzame troonrede uit.

Transitie van betekenis is Jonkers laatste boek. Het wordt op 13 november gepresenteerd tijdens een speciaal congres aan de Hogeschool Rotterdam.

U specialiseerde zich vanaf de jaren ’90 in duurzaam ondernemen. Hoe keken bedrijven destijds naar duurzaamheid?

‘Duurzaamheid was een volstrekt nieuw fenomeen. Als je erover begon, trokken mensen bij bedrijven een zuur gezicht.

In drie decennia heb ik bedrijven er echt mee aan de slag zien gaan. Instituties werden opgericht, zoals de Vereniging van Beleggers voor Duurzame Ontwikkeling. Het werd zelfs ingebed in wetgeving. Het waren dertig heel veelbelovende jaren.’

Toch noemt u uw boek een ‘cry for change‘.

‘De afgelopen één, twee jaar is het tij gekeerd. We doen ineens alsof duurzaamheid er niet meer toe doet. Dat is natuurlijk onzin. Als we straks woonwijken bouwen die we niet kunnen aansluiten op het water, hebben we een vet probleem. Als we geen elektrische auto’s kunnen bouwen omdat we grondstoffen niet hebben ook. Zo kan ik nog een hele poos doorgaan.

Duurzaamheid is dus wel degelijk belangrijk. Maar een heleboel mensen doen nu ongefundeerde, onfeitelijke uitspraken zonder ervoor afgestraft te worden. Als wetenschapper erger ik me daar mateloos aan. Maar als al dat non-beleid tot schaarste leidt – als er geen water meer uit de kraan komt of geen stroom uit het stopcontact – zullen we vanzelf de noodzaak weer inzien. We moeten blijkbaar eerst het dieptepunt bereiken om weer verder te komen.’

Is die schaarste er nu nog onvoldoende?

‘Ik denk dat we het dieptepunt nog niet hebben bereikt. We zitten nog veel te veel vast in het consumentisme. O, het is voorjaarsvakantie? Dan gaan we toch lekker naar Ibiza. Hoe naar, verdrietig, vervelend ik het ook vind; zo lang er geen fundamentele problemen zijn, denk ik dat het eerst nog erger moet worden voor het de andere kant op gaat.’

Met ‘de andere kant op’ bedoelt u een shift naar collectieve businessmodellen. Wat zijn dat?

‘Kort gezegd: een model voor een gezamenlijke creatie en verdeling van waarde. Dat is de motor achter transities.

Neem lokaal stroom opwekken. Veel van onze stroom komt uit een andere provincie of zelfs ander land. Door dat transport gaat er energie verloren. Als je dat lokaal opwekt, gebruikt, verdeelt, bestuurt en afrekent krijg je een relatief voordelig collectief businessmodel.

Ik kan het niet korter zeggen dan dit. Maar ik hoor de TenneTs van deze wereld nu al klagen, omdat het aan hun verdienmodel toornt.’

De opbouw van een collectief businessmodel

De opbouw van een collectief businessmodel. | Credits: Transitie van betekenis, Jan Jonker

Bij een businessmodel denk ik toch vooral aan geld verdienen.

‘We hebben een vorm van denken over businessmodellen ontwikkeld die heel erg financieel getint is. Alleen financiële waarde telt nog. Waarom moeten we alles monetariseren?

Het is tijd voor een herziening van het begrip waardecreatie. Waarde kan ook zitten in CO2-opslag van een gebouw. Of de restwaarde die overblijft als je ergens zuinig op bent. Of verhuurwaarde. Dat zijn allemaal businessmodellen, die ook weer gecombineerd kunnen worden.’

Merkt u dat die manier van denken aanslaat?

‘Ik heb net de telefoon neergelegd voor een workshop over verdienmodellen in Praag. En binnenkort ga ik naar Gent.’

U spreekt dan bij één bedrijf, of voor één zaal. Terwijl u juist stelt dat we voor echte transitie verder moeten kijken dan personen of organisaties.

‘Dat is een heel cruciaal punt. In Nederland hebben we het vaak over de “onderstroom”. De onderstroom-adepten gaan uit van de optel-hypothese. Eén plus één is drie, of misschien wel vier. Nog erger: bij genoeg initiatieven komt er een kantelpunt.

Dat zeg ik bewust een beetje cynisch, want het is niet alsof ik kleine initiatieven niet goed vind. Een burgerinitiatief in Appingedam-Zuid of Zwijndrecht-Oost is zeker van waarde. Alleen die optel-hypothese klopt niet. Honderden of duizenden initiatieven maken nog niet dat de maatschappij kantelt. Dat laat deze tijd goed zien.

Een provincie of gemeente die investeert in een aantal pilots en denkt dat de verduurzaming daarna vanzelf zal gaan, zal dus volstrekt teleurgesteld worden. Uit de evaluatie blijkt dan dat het een succesvolle pilot was, maar vervolgens gaan de schoppen de schuur in en gebeurt er niks meer.’

Hoe krijgen we duurzaamheid wel van de grond? 

‘Daarvoor is samenwerking nodig. Ik pleit voor een constructie waarin overheid, bedrijven en burgers samenwerken aan cruciale voorzieningen. Niet in een burgerberaad, maar in een BBO-beraad: bedrijven, burgers en overheid.’

Wie moet dat organiseren?

‘Ik ben een fan van coöperaties. Dat is een handig, uitgetest model. Waarom dan iets nieuws verzinnen?

Denk bijvoorbeeld aan een coöperatie per wijk. De nieuwbouwopgave biedt daar fantastische mogelijkheden voor. Nu bouwt de bouwer braaf een huis, komt Waternet braaf leidinkjes aanleggen, tekent de burger braaf een contract voor een koophuis, en blijft alles hetzelfde. Terwijl er bij wonen heel veel komt kijken. Wonen is ook energie, mobiliteit, voedsel, zorg, water.

Stel dat je niet alleen een contract tekent voor je huis, maar ook voor feit dat je dat gezamenlijk bestuurt. Zodat niet iedereen individueel zonnepanelen aanschaft, maar dat met de hele wijk wordt geregeld. Als dan in het ene huis een jong gezin met een elektrische auto woont en in het andere een oud stel, is de kans groot dat het oudere echtpaar meer verdient aan de zonnepanelen. Dat kun je verrekenen in geld, in stroom of de oudere mensen kunnen bijvoorbeeld mobiliteitspunten krijgen.

Als het kabinet wil dat we onze stroom slimmer gaan gebruiken, dan zie ik daar een businessmodel in. Datzelfde geldt bijvoorbeeld voor lokale waterzuivering. Het is niet zo ingewikkeld.’

Het ingewikkelde lijkt me vooral in de uitvoering te zitten.

‘Natuurlijk is het niet gemakkelijk. Maar als mensen de schaarste straks meer gaan voelen, voelen ze ook meer verantwoordelijkheid.

En ja, collectieve businessmodellen gaan deels ten koste van conventionele sectoren. De vraag is of dat erg is. Als je nieuwe dingen bedenkt, komen daar ook nieuwe banen uit. Zoals een wijk-energiemanager.’

De transitiecurve, gebaseerd op de Gartner Hype Cycle

De transitiecurve, gebaseerd op de Gartner Hype Cycle. | Credits: Transitie van betekenis, Jan Jonker

Raakt dat ook aan uw idee van een nieuw maatschappelijk contract?

‘We hebben onze maatschappij bewust en onbewust ingericht op basis van Rousseaus sociale contract uit 1762. Dat gaat over hoe landen worden bestuurd. Economie en ecologie waren er toen simpelweg nog niet. En dus is het contract aan vernieuwing toe.

Ik doe een voorzet voor een maatschappelijk contract op basis van een solidariteitspact, een veiligheidspact en een democratisch, economisch en ecologisch pact. Dat zie ik als een grondslag voor collectieve businessmodellen.

Mijn ideeën staan haaks op het huidige individualisme en consumentisme. Maar wat je ook doet, er zal altijd weerstand zijn. De truc is om een redelijk voorstel te doen waarover genoeg mensen zeggen: het is moeilijk, maar we doen wel mee.’

Hoe doen we dat? De grote kritiek op linkse partijen is dat ze duurzaamheid niet aantrekkelijk weten te maken.

‘Mijn strategie is om het zo klein mogelijk te maken. Om een transitie te verpakken alsof het niets voorstelt. Mensen moeten er vooral een beeld bij kunnen krijgen dat voor hen logisch is en op hun leefwereld aansluit.  Neem die wijken. Mensen moeten gewoon denken: ja, logisch om ook te tekenen voor een bewonersvereniging als ik bij de notaris zit.

Natuurlijk is er systeemverandering nodig om naar te komen. Maar als ik dat zeg, blokkeer ik alles meteen.’

Transities kosten tijd, schrijft u. Kan het ook sneller?

‘Als het aan mij ligt wel, maar het ligt niet aan mij. Het zou helpen als we een regering zouden hebben die beleid maakt dat bijvoorbeeld een jaar of zeven vaststaat.’

Is het dan nog niet te laat?

‘Wie over “te laat” praat, vervalt al snel in doemdenken. Zo zit ik niet in elkaar.’

Lees ook:

Vakkenvuller bij de Jumbo wil wereldwijd watertekort oplossen

'In de zomer kwam er maar één uur per dag water uit de kraan', zegt Anirudh Rajesh over zijn jeugd in Chennai, een miljoenenstad aan de kust van Zuid-India. 'Dat was gewoon onderdeel van het leven. Tot ik naar Europa kwam en dacht: dit hoeft helemaal niet zo te zijn.'Die ervaring liet de jonge student moleculaire biologie niet meer los. Inmiddels is Rajesh (21) medeoprichter en ceo van Aestuarium, een biotech-startup die een revolutionaire methode ontwikkelt om zeewater te ontzilten. Met behulp van genetisch aangepaste bacteriën die zout opnemen als een spons.Begin deze maand won hij met zijn bedrijf de Marc Cornelissen Brightlands Award, een innovatieprijs ter waarde van 35.000 euro die jaarlijks wordt uitgereikt aan duurzaamheidspioniers. 'We kunnen nu sneller een prototype bouwen dat vijftig liter zeewater per dag kan zuiveren', zegt Rajesh. 'Het brengt ons weer een stap dichter bij ons doel: een wereld zonder waterschaarste.' Biologische spons Het bijzondere aan de technologie van Aestuarium is dat het proces wordt aangestuurd met licht. 'Als we groen licht op de bacteriën schijnen, absorberen ze het zout', legt Rajesh uit. 'Bij rood licht geven ze het zout weer af. Die rode lichtfunctie zijn we nog aan het ontwikkelen, maar in theorie moet dat gewoon kunnen.'De bacteriën zitten veilig opgesloten in bolletjes van ongeveer een centimeter doorsnee – vergelijkbaar met de balletjes in bubbletea of haribosnoepjes. Water en zout kunnen naar binnen, de bacteriën blijven erin.Het belangrijkste voordeel is de snelheid. Natuurlijke bacteriën hebben ongeveer tachtig dagen nodig om 40 procent van het zout uit water te halen. De aangepaste bacteriën van Aestuarium doen dit in één dag. Dat maakt het proces 2,5 keer energiezuiniger dan omgekeerde osmose – de huidige standaardtechniek waarbij water onder hoge druk door een filter wordt geperst. Ook de kosten liggen naar verwachting 50 procent lager.De technologie richt zich specifiek op natriumchloride, gewoon keukenzout. Dat vormt 80 procent van alle zouten in zeewater. Aestuarium ziet de bacteriën daarom vooral als voorbehandeling voor bestaande ontziltingsinstallaties. 'Onze technologie kan het grootste deel van het zout eruit halen, zodat het hele systeem veel energiezuiniger werkt', aldus Rajesh. Van studentencompetitie naar startup Het verhaal van Aestuarium begint in 2022, toen Rajesh als eerstejaars in Maastricht meedeed aan iGEM, een prestigieuze internationale competitie opgezet door MIT. Studenten ontwikkelen daarbij biologische oplossingen voor wereldproblemen. Het twaalfkoppige team van de Universiteit Maastricht won een zilveren medaille in Parijs.Waar de meeste teams daarna stoppen, besloot Rajesh met een deel van het team door te gaan. In oktober 2023 richtten ze Aestuarium officieel op als onafhankelijk bedrijf. Ze zijn wel nog nauw verbonden met Maastricht via het Center for Entrepreneurship van de universiteit.Het team bestaat uit zes personen. Naast Rajesh zijn dat Neha Silva (operationeel directeur) en Mathis Ben Harira (technisch directeur) als mededirecteuren. Zij bezitten de meerderheid van de aandelen. Daarnaast zijn er drie teamleden: Sinan Haciibrahimoglu (financieel directeur), Camilla Micheli (productontwikkelaar) en Lara Anderegg (veiligheid en compliance).Alle drie de directeuren zijn begin twintig en hebben een bachelor in biologie of biochemie behaald in Maastricht. Silva en Ben Harira doen nu een master in Utrecht. Rajesh heeft een tussenjaar genomen om fulltime aan de startup te werken. 'Het idee is dat we rouleren', zegt hij. 'De andere twee namen eerst een tussenjaar terwijl ik nog studeerde. Nu doe ik het.'Die masterdiploma's zijn belangrijk, benadrukt Rajesh. 'Het laat zien dat we weten waar we het over hebben. We zijn allemaal nog jong. Bachelorstudenten richten normaal gesproken geen deeptech-startup op. Een master geeft validatie.' Jumbo en lab combineren Op dit moment krijgt niemand in het team salaris. 'Alles gaat naar het lab, naar apparatuur en experimenten', zegt Rajesh. 'Dat is de belangrijkste reden waarom we zo lean hebben kunnen opereren.’Om bij te verdienen, werkt Rajesh in de weekenden bij de Jumbo. 'Het lab is alleen van maandag tot en met vrijdag open, van negen tot vijf', legt hij uit. 'Ik wilde een baan in het weekend zodat ik mezelf kan onderhouden. De Jumbo is nu de beste optie. Ik ben nog jong, dus ik maak me er niet zo druk om. Het is gewoon vakkenvullen. Dat is prima.'Tot nu toe heeft Aestuarium verschillende prijzen gewonnen en financiering binnengehaald via crowdfunding en competities zoals Brightlands Startup Challenge. Daarna volgde een pre-seedinvestering van accelerator Rockstart uit Amsterdam. Ook kreeg het bedrijf 50.000 euro subsidie van regionale ontwikkelingsmaatschappij LIOF. Daar komt nu dus de 35.000 euro van de Marc Cornelissen Brightlands Award bij. Stap voor stap opschalen Aestuarium werkt momenteel aan een prototype dat 50 liter zeewater per dag kan ontzilten. Het team huurt laboratoriumruimte bij CHILL op de Brightlands Chemelot Campus in Sittard-Geleen. De volgende stap is een proefinstallatie van duizend liter per dag, waarschijnlijk op de watercampus bij Wetsus in Leeuwarden.'We willen stap voor stap opschalen', benadrukt Rajesh. 'We hebben gezien dat veel biotechbedrijven falen, omdat ze stappen overslaan. Ze gaan van klein naar groot en dan werkt het ineens niet meer. Ze hebben geen geld meer en weten niet wat er is gebeurd. Wij nemen de tijd om elke stap goed te testen.'Na de proefinstallatie van duizend liter volgt er een van tienduizend liter per dag. Het einddoel is een commerciële installatie van 200.000 liter per dag. 'Dan werken we met een klant om een volledige installatie te bouwen', zegt Rajesh. 'Een groot ontziltingsbedrijf dat de engineering en bouwcapaciteit heeft. Wij zijn van de biotech, zij kunnen het opschalen.' Rajesh verwacht dat de technologie over drie jaar op dat punt is. Wereldwijde ambities Aestuarium is niet van plan zelf overal ontziltingsinstallaties te bouwen. 'Dat zou te veel tijd en investeringen kosten', zegt Rajesh. 'We willen dat de oplossing sneller beschikbaar is.' Daarom kiest het bedrijf voor een licentiemodel. De technologie wordt in licentie gegeven aan grote waterbedrijven of overheden die water nodig hebben voor hun regio.Daarnaast produceert Aestuarium de bacteriën zelf en verkoopt deze op abonnementsbasis. 'De bacteriën hebben een levensduur', zegt Rajesh. 'Na een paar dagen moeten ze vervangen worden. We sturen een nieuwe batch, zoals een inktcartridge voor printers.'De belangrijkste markt is het Midden-Oosten, waar de grootste ontziltingsinstallaties ter wereld staan. Sommige zuiveren tot een miljard liter zeewater per dag. Op langere termijn wil Aestuarium uitbreiden naar ontwikkelingslanden. 'In India en Afrika is waterschaarste een enorm probleem. Die landen zijn juist afhankelijk van betaalbare oplossingen. We willen ervoor zorgen dat ontzilting toegankelijk wordt voor iedereen.'Maar ook in Europa is de technologie relevant. Rajesh noemt het voorbeeld van uientelers op Schouwen-Duiveland die last hebben van verzilting. 'We hebben gesproken met LTO Nederland. Die boeren zien hun productie de afgelopen jaren dramatisch dalen omdat zeewater in het grondwater sijpelt. Voor hen zou betaalbare ontzilting een uitkomst kunnen zijn.'