Eva Segaar 30 juni 2021, 10:05

"We moeten werken aan een toekomstbestendige aardappelteelt in alle opzichten"

Marc Schroeder is net een half jaar CEO van Lamb Weston / Meijer, een internationale aardappelverwerker met het hoofdkantoor in Breda. En eerlijk is eerlijk, toen hij door het bedrijf werd gebeld, had hij er nog nooit van gehoord. “Ik dacht, is het een advocatenkantoor, of een vleesverwerker, vanwege de naam Lamb?” Hij maakt het daarom zijn missie om het merk ook bij consumenten op de kaart te zetten.

Lwm marcschroeder web 23 “We hebben een brede blik op de industrie en de keten. Daardoor sturen we niet op de korte, maar op de lange termijn”, zegt Marc Schroeder. | Beeld: Lamb Weston / Meijer

De kersverse CEO is net thuis van een werkbezoek aan Rusland, waar Lamb Weston / Meijer onlangs de bouw van een tweede productielijn aankondigde. Het is warm op de vrijdagmiddag van het digitale interview. Af en toe neemt Schroeder een slok Pepsi. Dat is niet geheel toevallig, want voordat hij bij Lamb Weston / Meijer begon, werkte Schroeder ruim achttien jaar bij PepsiCo. “Daarom drink ik alleen maar Pepsi”, zegt hij lachend.

Zes maanden geleden kende hij de fritesproducent nog niet. Dat is niet vreemd; Lamb Weston / Meijer is per slot van rekening een bedrijf dat vooral frites produceert voor foodservice klanten en  restaurantketens zoals McDonald’s. Inmiddels kent Schroeder het bedrijf al een stuk beter. “Ik kwam erachter dat het een goudeerlijk bedrijf is ontstaan in 1994 uit een samenwerking tussen destijds Meijer Frozen Foods, het aardappelverwerkingsbedrijf van de familie Meijer en de Amerikaanse beursgenoteerde fritesproducent, Lamb Weston Holdings, Inc.”

“Daarnaast kwam ik tot twee inzichten”, vertelt hij. “Dat het een bedrijf is met ankerpunten in de gehele keten – we werken van het aardappelveld totdat ons product op het bord van de consument ligt. En dat het merk Lamb Weston bekender moet worden bij de consument. Naamsbekendheid vind ik belangrijk voor de industrie en het bedrijf.” Dat inzicht kwam ook door corona, erkent Schroeder. “We waren altijd gefocust op out of home-verkoop. Maar toen ging alles dicht door de pandemie. Ik zie het vergroten van de naamsbekendheid daarom echt als mogelijkheid om onze business te vergroten. En dan moet je ook meer zichtbaar zijn voor de consument. Dus gaan we meer inzetten op verkoop van ons LambWeston-merk in de supermarkt.”

Duurzame stappen van het bedrijf

Duurzaamheid staat al sinds 2011 hoog op de agenda van het bedrijf. “We hebben een brede blik op de industrie en de keten. Daardoor sturen we niet op de korte, maar op de lange termijn”, zegt Schroeder. “En omdat we samen met Lamb Weston Holdings, Inc. wereldwijd werkzaam zijn, kunnen we putten uit ons totale kennisnetwerk. Door het uitwisselen van mensen en duurzame innovaties.” 

Hoe maak je, als tweede grootste fritesproducent ter wereld, grote duurzame impact

Wat zijn de grootste uitdagingen op het gebied van verduurzaming? Volgens Schroeder zitten die vooral in de aardappelteelt. “De teelt hangt direct samen met ons businessmodel, want we verkopen een natuurproduct, dus we zijn afhankelijk van het weer en de bodemgezondheid.” De vraag is daarom hoe er zoveel mogelijk aardappels kunnen worden geteeld op een perceel, met een zo laag mogelijke milieubelasting. Waarbij zo min mogelijk gewasbeschermingsmiddelen en kunstmest worden gebruikt, en de bodemgezondheid en biodiversiteit zo goed mogelijk wordt gewaarborgd. “Daar hangen natuurlijk ook reguleringen vanuit de Europese Unie en de Nederlandse overheid mee samen”, zegt Schroeder. “En uiteindelijk is het ook de vraag hoe de consument ermee omgaat: gaat die kiezen voor duurzamere producten, en zijn ze bereid om daar dan ook meer voor te betalen?”

Toekomstbestendig telen 

Schroeder denkt dat digitalisering de telers in de toekomst gaat helpen. “Als je al weet wat de kwaliteit van de aardappel is voor hij naar de fabriek gaat, kun je de fabriek daar van te voren op afstellen.” En met sensoren die in het veld kunnen zien of de aardappels last hebben van ziektes, extra water of nutriënten nodig hebben. Vervolgens kan deze informatie de teler helpen om tijdig de juiste beslissingen te nemen om zijn oogstopbrengst zeker te stellen. “Dat komt de hele keten ten goede. Maar daar zijn we nog lang niet.” De CEO doet daarvoor ook een beroep op alle partners in de keten, om nog meer samen te werken. “Alle uitdagingen kunnen niet zonder ketenaanpak, vanaf de veredelaars, de telers, techniek en logistieke partners tot aan de klant. Die omslag kan niet in één keer, daar is overleg en tijd voor nodig, en samen gaat het beter en sneller.”

Samen met Lamb Weston Holdings, Inc. de Amerikaanse partner, heeft Lamb Weston / Meijer zich dinsdag wereldwijd gecommitteerd aan het Science Based Targets Initiative (SBTi), om haar directe en indirecte CO2-uitstoot in lijn te brengen met de klimaatdoelen van Parijs. “Hiermee versterken we  ons commitment om CO2 te reduceren, en laten we valideren of wij voldoende bijdragen als bedrijf, dit zorgt voor nog meer transparantie naar onze klanten. En geven we een duidelijk signaal af.”

Focus voor de komende jaren

De komende vijf jaar focust het bedrijf onder leiding van de nieuwe CEO op drie speerpunten: een gebalanceerd dieet, zo min mogelijk verspilling en actie op klimaatverandering. “De NutriScore komt eraan, en het overgrote deel van onze producten zal score A of B krijgen. Maar we gaan kijken hoe we de hoeveelheid olie nog verder kunnen terugdringen in bereid product, door meer producten te maken die niet gefrituurd hoeven te worden.” Bij de ambitie om zo min mogelijk te verspillen, wil het bedrijf uiteindelijk op nul verspilling uitkomen, in zowel de fabrieken als daarbuiten. Ook kijkt het samen met de telers naar waterreductie, en zet het een doel op de CO2-reductie. Schroeder: “Sinds 2008 hebben we onze directe CO2-uitstoot per kilo eindproduct met 42 procent teruggebracht. Dat percentage willen we de komende jaren met een extra 25 procent reduceren, ten opzichte van ons resultaat in 2020.”

Als we naar de toekomst kijken, wanneer is de CEO dan tevreden? “Als de werknemers trots zijn op het bedrijf. Dat is een goede maatstaf. Die trots is er al, maar we kunnen nog stappen maken.” Ook hoopt hij dat de druk voor de telers afneemt. “We moeten werken aan een toekomstbestendige aardappelteelt in alle opzichten, zowel ecologisch als economisch voor onze telers, door het optimaal benutten van onze kennis en infrastructuur. En we moeten Nederland als aardappelland koesteren, maar ook zoveel mogelijk inzetten op lokale teelt, om de totale CO2-voetafdruk door transport te verkleinen.” Vandaar ook de recente investering in een nieuwe fritesfabriek in Rusland.

Voedselverspilling in de gehele keten terugdringen? Zo doet Lamb Weston / Meijer dat

Schroeder is blij dat het einde van de coronapandemie in zicht is. Dat zorgt er ook voor dat we met z’n allen weer vaker frites eten, want wat gaat er boven een frietje speciaal op een festival, in de Efteling of op de kermis? Maar de toegenomen vraag brengt ook uitdagingen met zich mee. “Er is gigantische inflatie, omdat er tekort is aan eindproducten. Door corona waren de pijplijnen leeg, en zijn veel investeringen uitgesteld. En nu wil iedereen weer tegelijk vooruit, waardoor er prijsstijging is. Van olie, bouwmaterialen en energie. Dit heeft een onbekend effect op de economie als geheel. Maar wij moeten daar ook op de juiste manier mee omgaan.” Volgens Schroeder is de omslag gigantisch snel gekomen, en zie je dat terug in de vraag naar frites. “Iedereen wil naar buiten, het terras op en genieten.” En hij juicht het natuurlijk van harte toe om daar een portie frites bij te nemen.

Wil je op de hoogte blijven van duurzame ontwikkelingen in de voedingssector? Schrijf je in voor onze nieuwsbrief.

Hoeveel invloed heeft een duurzame belegging? Deze investeerder weet het

Aan het woord is Guus van Puijenbroek, directeur van VP Capital, de investeringsfamilie achter onder meer Mediahuis dat bekend is van merken als De Telegraaf en NRC. Sinds 2018 voert VP Capital een steeds duurzamere koers. Om die koers écht goed te bepalen is meten cruciaal. “Zodat we ook concrete doelen kunnen stellen.”VP Capital benaderde onder andere adviesbureau MJ Hudson om de duurzaamheid van het portfolio in kaart te brengen. “Een simpele vraag voor een moeilijk vraagstuk”, zegt Sebastiaan Greeven van MJ Hudson daarover. Zo heeft VP Capital een brede investeringsportefeuille en wil het jaarlijks de voortgang meten. “Elk jaar is het een stapje beter geworden en ik denk dat we nu echt een mooie methode hebben”, vindt Greeven. De methode geeft het portfolio van VP Capital een duurzaamheidsscore van 1 tot 10 en stelt de investeerder in staat om jaarlijkse voortgang te meten en op verbetering te sturen.De uitdaging van een brede portefeuilleVP Capital investeert in bedrijven en fondsen in acht verschillende domeinen: agri-food, vastgoed, media, textiel, smart industry, energie(transitie), water en zorg. Van die complete portefeuille wil de familie-investeerder weten wat de impact is, zowel positief als negatief. Dat brengt specifieke uitdagingen met zich mee. “Het gaat om maatwerk; het heeft geen zin om het binnen de energietransitie te hebben over pesticiden, terwijl dat in de food en agri wel heel logisch is”, legt Van Puijenbroek uit. In deze acht domeinen doet VP Capital zowel directe als indirecte investeringen (investeringen binnen de fondsen waaraan VP Capital deelneemt). Het doel is om ook bij te dragen aan de belangrijkste sociale en planetaire uitdagingen in die domeinen. Het merendeel van het vermogen zet VP Capital direct in bij Batenburg Techniek, Mediahuis, HAVEP, VP Landbouw en Q-lite. Bij deze bedrijven bezit de familie-investeerder alle of een groot deel van de aandelen, waardoor het invloed kan uitoefenen op het bestuur. Daarnaast gaat ongeveer een derde van het vermogen naar impactbedrijven als Aquaporin en Accsys Technologies. En naar fondsen die weer investeren in bedrijven als Mosa Meat, Fairphone, Northvolt, Protix, Spin Dye en Pieter Pot.Van al die bedrijven onderzocht MJ Hudson de impact. Een flinke klus, zegt Greeven. “We hebben dit jaar tussen de 400 en 500 bedrijven bekeken, waarbij elk bedrijf wordt beoordeeld op de mate waarin ze bijdragen aan het oplossen van planetaire of sociale uitdagingen.” Nieuwe stap: investeren met impactIn dit voortgangsrapport verdiepte VP Capital haar duurzaamheidsvisie die gebaseerd is op vijf pijlers (zie onderstaande afbeelding). Het meten van de daadwerkelijke impact van bedrijven is nieuw dit jaar. Van Puijenbroek noemt het een interessante nieuwe stap. “We hebben er een schaal bij gedaan waarbij we echt kijken naar hoeveel impact we nu al hebben.” Dat betekent dat VP Capital gegevens over wat een bedrijf doet vanaf nu combineert met gegevens over wat het bedrijf zegt te doen in de strategie.  Twee kanten van duurzaamheidAan de ene kant gaat het om de manier waarop bedrijven en fondsen omgaan met duurzaamheid. Hebben ze beleid waarin ze beschrijven wat duurzaamheid voor hen betekent? Melden ze hoe ze dit meenemen in het maken van management- en investeringsbeslissingen? En meten en rapporteren ze over de mate waarin ze dit beleid uitvoeren? Aan de andere kant gaat het erom of zij met hun activiteiten een negatieve impact hebben op de planeet en de maatschappij en hoe zij concreet bijdragen aan het aanpakken van die uitdagingen. "Beide elementen zijn even belangrijk voor duurzaamheid", zegt Greeven. “Stel je hebt een fonds dat in een bedrijf investeert. Dan gaat het er aan de ene kant om of dat bedrijf waarin het fonds investeert een positieve of negatieve impact heeft op planetaire of sociale uitdagingen, maar aan de andere kant ook om de manier waarop de investeerder het bedrijf aanspoort om hierover na te denken en aan de slag te gaan.” Het eerste draait om impact, het tweede om wat investeerders vaak aanduiden als ESG. Zowel op ESG als op impact geeft MJ Hudson de bedrijven, fondsen en onderliggende bedrijven een score van 1 tot 5. Deze twee scores telt het bij elkaar op, wat dus maximaal een 10 oplevert. “Als je dan elk van die scores vermenigvuldigt met het geïnvesteerd vermogen per investering krijg je op VP Capital-niveau ook een score van 1 tot 10.” Verbeterde scoreOp dit moment scoort VP Capital een 6,8. Daarmee doet de familie-investeerder het beter dan vorig jaar, toen er een 6,0 uit de bus rolde. Dat komt onder andere door meer impactinvesteringen en de betere prestaties van fondsen zoals Aquasparks . Maar ook door de verkoop van de aandelen van het beursgenoteerde (en minder duurzaam presterende) GIMV en door de progressie die meerderheidsdeelnemingen zoals Batenburg Techniek maakte. “Dat weegt zwaar door, want dat is een groot percentage van ons vermogen”, aldus Van Puijenbroek. Batenburg screent alle projecten op de bijdrage die deze leveren aan de duurzame ontwikkelingsdoelen, zoals duurzame steden en gemeenschappen (SDG 11), betaalbare en duurzame energie (SDG 7) en geen honger (SDG 2). Het deel van de omzet dat afkomstig was uit projecten die bijdragen aan de SDG’s steeg afgelopen jaar van 46 naar 58 procent. Om de bredere bijdrage aan de maatschappij in beeld te brengen meldt VP Capital dit jaar onder andere ook hoeveel belasting het betaalde en geeft het een overzicht van het aantal arbeidsplaatsen. “Die transparantie in ons sustainable progress report is uniek in de wereld van de familie-investeerders”, zegt Van Puijenbroek. Ook is hij trots dat VP Capital zichzelf nu officieel klimaatneutraal mag noemen, omdat ze een deel van hun uitstoot compenseren met bosbouwprojecten.  Bekijk het rapport hier. Duurzame vooruitgang versnellenVP Capital meet niet alleen om te weten waar het nu staat, maar ook om te verbeteren. Zo wil de familie-investeerder in 2023 een 8,0 halen. Daarnaast moet 45 procent van het portfolio uit impactvolle investeringen bestaan en moet de helft van de circa 400 directe en indirecte investeringen bijdragen aan oplossingen voor planetaire of maatschappelijke uitdagingen. VP Capital definieerde ‘routekaarten’ voor de bedrijven waarvan zij het merendeel van de aandelen bezit. Deze routekaarten tonen hoe Batenburg Techniek, Mediahuis, HAVEP, VP Landbouw en Q-lite hun scores kunnen verbeteren. Zo kan Batenburg Techniek bijvoorbeeld op termijn het grootste deel van de omzet uit projecten en diensten met een positieve impact halen. Voor Q-lite gaat het erom het aandeel van de omzet dat voortkomt uit hun circulaire bedrijfsmodel te vergroten. En Mediahuis zal haar CO2-voetafdruk in lijn brengen met de Parijse klimaatdoelstellingen. In sommige gevallen is het halen van deze doelen gekoppeld aan de beloningen van de bestuurders.  Naast de directe investeringen investeert VP Capital ook in verschillende fondsen en steekt het een deel van het vermogen in goede doelen. Deze totale mix moet jaarlijks steeds duurzamer worden. Om ervoor te zorgen dat alle keuzes bijdragen aan dat hogere doel definieerde de familie-investeerder samen met adviesbureau Sinzer voor elk domein de 'key challenges' zowel op ecologisch als sociaal vlak. Deze koppelden ze aan investeringen en goede doelen die oplossingen voor die uitdagingen bieden.  Als voorbeeld geeft Van Puijenbroek de fake news-uitdaging in de media. Vanuit de visie om ook bij de donaties te kijken naar oplossingen van dit soort uitdagingen wil hij aan journalistiek onderzoekscollectief Bellingcat doneren. “Dat is een NGO die leeft van donaties, daaraan doneren vind ik goed in ons beleid passen.” Per domein onderzoekt de familie-investeerder nu interessante partijen om structureel aan te doneren zodat op den duur alle donaties binnen de thema’s passen.  Familie-investeerders inspirerenVan Puijenbroek en Greeven merken dat andere familie-investeerders interesse tonen in de meetmethode van VP Capital. “Er zijn een aantal familiefondsen die naar aanleiding van de rapporten van VP Capital aangeven dat zij ook wel zoiets willen. Dat laat zien dat het leeft”, zegt Greeven. Van Puijenbroek is daar blij mee, omdat hij andere familie-investeerders wil inspireren om meer te doen met duurzaamheid. In België als in Nederland, maar ook steeds meer daarbuiten. Als corona het toelaat reist hij binnenkort af naar een Duitse familie. “Zij meten nog te weinig vinden ze zelf.”  De interesse voor de meetmethode van VP Capital past in een bredere trend in de sector, merkt Greeven op. “Dat wordt aan de ene kant gedreven vanuit wet- en regelgeving zoals de taxonomie voor duurzame economische activiteiten waar de Europese Commissie mee komt. Maar ook vanuit een groeiende intrinsieke motivatie van investeerders om naast een goed financieel rendement ook goede en verantwoordelijke eigenaren van hun bedrijven zijn. Daarnaast zien ze dat bedrijven die goed presteren op ESG op de lange termijn financieel beter presteren, en dat duurzaamheid dus hand in hand gaat met waarde-creatie.” ‘Een competitief slag mensen’Het is pas het tweede voortgangsrapport dat VP Capital uitbrengt, maar Van Puijenbroek merkt nu al effect. Toen hij de rapportcijfers aan de fondsen meedeelde, viel hem op dat het rapport hen motiveert om hun score te verbeteren. “Investeerders zijn een competitief slag mensen”, merkt Greeven ook. "Dat vind ik het leuke van dit proces: dat VP Capital niet alleen zelf duurzamer wordt, maar als een katalysator zorgt voor een verduurzamingsslag binnen haar investeringen. Zo vermenigvuldigt eigenlijk de impact van VP Capital."Steeds meer investeerders zetten in op duurzaamheid, maar er is ook discussie over de vraag of dat écht verschil maakt. Hoe kijkt Guus van Puijenbroek daarnaar en waarom kunnen juist familie-investeerders een rol spelen bij verduurzaming? Lees het nu.