Mireille Derks
10 september 2025, 15:00

Greenwashing of duurzame belegging: het verschil tussen een groen sausje en impact investeren

Impact investing is overal. Banken, fondsen en startups presenteren het alsof het de nieuwe standaard is. Maar wie scherp kijkt, ziet dat het ook business-as-usual met een groen sausje kan zijn. ‘Terwijl veel businessmodellen die nu nog winst maken, over tien jaar geen toekomst meer hebben’, zegt Martijn van Rheenen, oprichter van Momentum Global Ventures.

Momentum-Perpetual Next - Martijn van Rheenen Perpetual Next productiefaciliteit in Europa | Martijn van Rheenen, Momentum Global Ventures.

Voor Van Rheenen is impact investeren nooit een hype geweest, maar altijd pure noodzaak. Al bij de start, ruim vijftien jaar geleden was zijn overtuiging helder: ‘Kapitaal is niet neutraal. Het bouwt óf aan de toekomst, óf het ondermijnt die. Wie alleen voor de korte termijn kiest, is eigenlijk de toekomst aan het opeten.’

Vijftien jaar bouwen aan bedrijven met impact

Sinds de oprichting investeerde Momentum in ondernemingen die niet mikken op snelle winst, maar sectoren blijvend willen veranderen.
De portefeuille loopt uiteen van climate-tech en biogrondstoffen tot LED-innovaties en life sciences. En zelfs in de leisure-sector, waar Momentum investeert in circulair gebouwde vakantieparken, draait het om meer dan rendement. Steeds is de insteek: bedrijven bouwen die een nieuwe standaard afdwingen in hun sector.

‘Niemand zorgt zo goed voor geld als voor zijn eigen geld’, zegt Van Rheenen. Momentum investeert daarom altijd zelf, tussen de 5 en 100 miljoen euro per keer. Vaak samen met co-investeerders, maar nooit als stille kapitaalverstrekker. ‘We zijn altijd strategisch partner, geen geldschieter aan de zijlijn.’

Impact investing is gewoon ondernemen, maar wel met een langere horizon

Wie denkt dat impact investing wezenlijk verschilt van ondernemen, vergist zich. Volgens Van Rheenen is het hetzelfde spel, maar met een langere horizon en vaak meer complexiteit.

Een van zijn bekendste observaties: ‘Als alles slaagt, neem je te weinig risico.’ Impact komt nooit zonder mislukkingen. Een circulaire oplossing voor bouwmaterialen waarin Momentum vroeg instapte, bleek bijvoorbeeld te vroeg voor de markt. ‘Dan moet je accepteren dat het niet werkt, en ook de moed hebben om te stoppen.’
Het tegenovergestelde gebeurt ook: blijven investeren ondanks zware jaren. Bij ventures als Perpetual Next, dat houtige reststromen omzet in biogrondstoffen voor de industrie, was de markt traag en de technologie complex. Toch hield Momentum vast, omdat de kernoplossing overeind bleef. ‘Juist dát onderscheid – tussen een moeilijke fase en een doodlopende weg – is cruciaal.’ Een lang traject, met een schuivende horizon en tientallen miljoenen aan R&D-investeringen.

Perpetual is nu marktleider in zijn sector – een venture waar Van Rheenen echt trots op is: op het team dat het voor elkaar kreeg, en op de bedrijven in de markt die hun nek uitstaken. Er worden nu boten gebouwd die gaan varen op de grondstof van Perpetual.

Greenwashing of echte transitie?

In een markt waarin iedereen zich impactinvesteerder kan noemen, ligt greenwashing op de loer. Van ESG-fondsen die vooral gericht zijn op risicobeperking of reputatie tot het investeren in charmante pilots of lokale circulaire projecten, die vooral goed ogen op de website – maar weinig structurele verandering brengen.
Van Rheenen maakt er korte metten mee. ‘Superleuk om over te lezen. Maar die andere 99 procent van wat we verbruiken en vervuilen verandert daar niet door. Daarmee sla je geen deuk in een pakje boter.’

Dat onderscheid maakt ook duidelijk wat impact investeren wél is: kapitaal inzetten met de expliciete intentie om meetbare, schaalbare en positieve verandering te realiseren, bovenop financieel rendement. Waar ESG vooral draait om het vermijden van schade en risico’s, gaat impact om het actief creëren van oplossingen die sectoren verduurzamen.
Een ander voorbeeld is Seaborough, een venture die met LED-technologie de verlichtingsindustrie opschudt met energiebesparingen. Impact gaat niet om leuke neveneffecten of marketing. ‘Het gaat erom of je de spelregels in een hele sector kunt veranderen.’

Opportunisme en angst: de valkuil van de korte termijn

Echte impact vraagt een lange adem. Toch ziet Van Rheenen steeds weer hoe kortetermijndenken de overhand krijgt. ‘We investeren alleen in bedrijven waar we zelf naast gaan staan. Al het andere is opportunisme of angst.’

Opportunisme of hebzucht, is de reflex om snel winst te nemen zodra het kan. Angst is het vasthouden aan businessmodellen waarvan je wéét dat ze eindig zijn. ‘Je ziet dat partijen blijven hangen in wat nu nog winstgevend is, maar feitelijk geen toekomst meer heeft. Dat is óók angst, uitmelken van het oude, in plaats van investeren in het nieuwe.’

‘Ik denk dat het heel belangrijk is om voor je eigen waarden te blijven staan.’ Betekenisvolle beslissingen nemen, ook als de beloning pas later komt, legt Van Rheenen het uit. ‘Met de juiste partners iets opbouwen dat er over twintig jaar nog toe doet.’ Die juiste partners komen vaak uit familiebedrijven. ‘Die herkennen hoe lang het duurt om een bedrijf te bouwen.’

Missie vasthouden, uitvoering herijken

Koersvastheid is volgens Van Rheenen geen kwestie van blind volhouden. Het is het vermogen om missie en uitvoering uit elkaar te houden.
Wát hij met Momentum wil bereiken, heeft nooit gewankeld. Rendement behalen met het tegengaan van vervuiling, oplossingen bedenken voor schaarste, het klimaat niet verder laten vervuilen. ‘Maar we discussiëren voortdurend over hóe we het doen. Zit je met de juiste partners? Heb je de timing goed? Dat soort vragen moet je blijven stellen. Zonder dat verval je in dogma’s.’

Het vraagt lef om die gesprekken open te voeren. Momentum nam afscheid van investeringen die niet bleken te werken, en bleef juist extra lang zitten bij initiatieven die tegen de stroom in wél perspectief boden. ‘Soms moet je accepteren dat jouw geloof is ingehaald door iemand met iets beters. Dan moet je daarvoor gaan klappen.’

De nieuwe generatie: lef en zingeving

De jonge generatie investeerders voelt de urgentie sterker dan ooit. ‘Twintigers en dertigers willen zingeving, maken zich oprecht zorgen over de toekomst voor hun kinderen,’ zegt Van Rheenen. Ze hebben nog het avonturisme en het lef om groots te denken, soms zelfs zichzelf te overschatten, zoals ik ook zo vaak gedaan heb. Maar juist dat is wat nodig is om door muren heen te breken.

Tegelijk benadrukt hij dat dit alleen werkt als er ook langetermijnervaring en partnerschap aan tafel zitten. ‘Oudere generaties brengen het netwerk en de wijsheid om koers te houden. Samen heb je die mix nodig.’

En waar liggen voor hen de grootste kansen de komende tien jaar? Van Rheenen wijst naar veilig water, schone energie en circulaire grondstoffen.. ‘Dat zijn markten die móeten veranderen. Daar zit uiteindelijk de grootste hefboom.’

Impact investing klinkt sexy, maar is in de praktijk gewoon topsport – geen hype.

Dit artikel is gemaakt door een van onze expertredacteuren in samenwerking met onze partner Momentum Global Ventures. Change Inc. werkt met partners die de klimaattransitie aanjagen. Zij kunnen cases presenteren waar anderen zich aan kunnen optrekken en zijn eerlijk over de uitdagingen. Niet één bedrijf is al 100 procent duurzaam, maar veel zijn onderweg. Dankzij ons partnermodel zijn onze artikelen gratis toegankelijk voor iedereen. Benieuwd naar hoe wij werken? Klik hier.

Changemaker Siward Zomer (Energie Samen): 'Als burgers hun energievoorziening lokaal regelen, krijg je de eerlijkste verdeling'

In 2013 schreef je in een blog dat energiecoöperanten bezig waren met een revolutie. Hoe staat het daarmee?'Ik zou het nu geen revolutie meer noemen, eerder een systeemverandering. Bij een revolutie grijp je de macht, alsof je een coup pleegt. Maar dat kan een ander daarna net zo goed doen, en dan is er niets veranderd. Bovendien zijn de meeste revoluties gewelddadig. Systeemverandering is langzamer. Gezonder. Je verandert de samenleving van binnenuit.'Welk systeem moet er precies veranderd worden?'Eerder was het de overheid die ons voorzag in onze energiebehoefte. Die bouwde kolencentrales en energienetwerken. De overheid had niet alleen de rol van wetgever, maar ook van gemeenschap. Maar in de privatisering van de energiesector hebben ze die rol verkocht. De burger werd daardoor louter gezien als consument, niet meer als onderdeel van een gemeenschap.Neem Eneco. Dat was een publiek bedrijf met warmtenetten. Daar had je de hele energietransitie mee kunnen regelen. Maar toen werd het verkocht. Nu is het een bedrijf als alle andere, dat energie maakt om winst te maken en aandeelhouders tevreden te stellen.Energiecoöperaties willen die gemeenschappen weer opbouwen. Energie opwekken om in de eigen behoeften te voorzien, zonder winst. Dat kan doordat ze zelf eigenaar zijn van zonneparken, windmolens, warmtenetten, et cetera. Het zijn democratische organisaties met open en vrijwillig lidmaatschap. Zeggenschap ligt bij de eindgebruiker, op lokaal niveau. Dan krijg je de eerlijkste verdeling van energie. En omdat het geen concurrenten zijn, kunnen ze al hun kennis delen.'Waarom vind jij dit zo belangrijk?'Tijdens mijn studie sociale & politieke filosofie zag ik een documentaire waarin een Duitse politicus zei: het gaat niet over techniek, maar over een machtsverschuiving. Ik heb een scriptie geschreven over duurzame energie en realiseerde al snel: het gaat inderdaad niet over energie. Coöperaties zijn een oplossing voor de onbalans tussen burger en markt. Toen ik vijftien jaar geleden in het vak begon, was er veel scepsis. Nu komt steeds meer de realisatie dat dit de route is die de energietransitie moet bewandelen.Coöperaties zijn ook een mooi voorbeeld van hoe burgers het heft in eigen handen kunnen nemen. Je kunt wel focussen op wat er allemaal níet kan in het kapitalistische systeem, maar dan blijf je op de A12 zitten protesteren. Je moet pragmatisch zijn. Dat geeft je ook een positie om de wetgeving te beïnvloeden, en zo stapje voor stapje verandering te veroorzaken.Als je de energie-opwek lokaal regelt, maakt dat je bovendien een stuk minder afhankelijk van (geo)politiek. Het meest succesvol daarin zijn de zogenoemde multi commodity-energiecoöperaties. Die combineren verschillen vormen van energie, zoals zonne- en windenergie. Dat is nodig, want als je stroom tegen een vaste prijs aan leden wilt verkopen, moet die gelijktijdig opgewekt worden. Je kunt het niet eerst naar de internationale markt brengen en hopen dat je het een uur later voor dezelfde prijs terug kunt kopen. Het helpt daarbij als je een overschot aan windenergie bijvoorbeeld naar het warmtenet kunt sturen.'Mag je als burger zomaar de markt omzeilen?'Je moet samenwerken met een energieleverancier, maar die hebben wij als coöperaties zelf opgezet. Je moet het ook helemaal niet buiten energieleveranciers om willen doen. Iemand zei ooit tegen me: het Europese energiesysteem is moeilijker uit te leggen dan hoe je een raket naar de maan stuurt. Er zijn zo veel verschillende markten en partijen. Daar zijn echt professionele organisaties voor nodig. Als energiecoöperatie kun je dan in zee gaan met een partij die tegenovergestelde belangen heeft dan de jouwe, maar het meest praktische is om zelf een leverancier te worden. Dan kun je je eigen zaken regelen binnen de wetten.'Maken die wetten het moeilijk voor coöperaties?'Ze zijn in elk geval complex. Er zijn veel verschillende regels, die elkaar soms ook tegenspreken. En de tarieven van de Subsidieregeling Coöperatieve Energieopwekking worden elk jaar weer opnieuw vastgesteld. Die complexiteit verhoogt de drempel om initiatieven te starten.Maar energiecoöperaties krijgen wel steeds meer een plek in de wetgeving, als aparte speler naast marktpartijen. In 2018 is de energiegemeenschap in de Europese regelgeving opgenomen, met de verplichting ze ook in nationale regels op te nemen. In de warmtewet is bijvoorbeeld een recht gecreëerd voor burgers en bedrijven om hun eigen energiesysteem op lokaal niveau op te richten, terwijl marktpartijen dat niet meer mogen. Nu moet de papieren werkelijkheid nog in de praktijk worden gebracht.'Hoe komen coöperaties aan geld?'Kapitaal aantrekken is één van de moeilijkste dingen. De investeringsmarkt past niet bij hoe wij zijn. Omdat gemeenschappen geen winst maken, kunnen ze geen durfkapitaal aantrekken. Dat maakt innovatie moeilijk. Innovatie moet met eigen kapitaal, subsidies en vrijwillige uren bij elkaar geschraapt worden. Maar subsidies zijn nooit structureel. Dat moet anders om gemeenschappen goed op te kunnen zetten.'Hoe ziet jouw ideale energiesysteem eruit?'Daarin wordt de energie eerlijk verdeeld, zonder winnaars of verliezers. Gemeenschappen leveren energie tegen de kostprijs. Ze berekenen samen hoeveel een installatie heeft gekost en delen dat door de afname. Daarmee is energie geen speculatief product meer. Daarnaast zijn de assets in handen van een democratisch orgaan. Ofwel: we moeten de gemeenschapszin terugvinden in onze basisbehoeften.Daarvoor moeten we weer leren samenwerken. Dat zijn we een beetje verleerd in Nederland. We hebben weinig te maken met onze buren, omdat alles wordt geregeld door de overheid en marktpartijen. Dan is het ook niet gek dat er polarisatie in de samenleving ontstaat. Het kan alleen maar gezond zijn om samen projecten op te pakken. Ook als dat moeilijk is.'Met wie zou je zelf nog graag samenwerken?'Ik zou heel graag zien dat over een paar jaar de koepels van energie-, buurt-, zorg-, voedsel- en wooncoöperaties in hetzelfde gebouw zitten, liefst naast de Tweede Kamer, om te overleggen over beleid. Zodat er een maatschappelijk middenveld van gemeenschappen klaarstaat om het land beter te maken. Als de overheid nu een project wil opzetten, kunnen ze alleen een tender uitschrijven en een marktpartij vragen om bijvoorbeeld een windpark of zorgcomplex te bouwen. Ik hoop dat ze straks ook denken: we kunnen het ook aan de gemeenschap vragen. Want wij zijn veel meer dan een lobbyclub, wij zijn een professionele partner.' Lees ook:Changemaker Pepijn Schmeink: ‘Er is veel te weinig kennis over hoe je met groenten werkt’ Changemaker Tom Peeters (Crisp): ‘De klassieke supermarkt is hopeloos inefficiënt’ Changemaker Stephanie de Heer (WBCSD): ‘Je bereikt alleen systeemverandering als je iedereen aan tafel hebt’