André Oerlemans
05 mei 2023, 09:00

Waarom echt duurzame verf nog niet bestaat en zelfs gevaarlijk kan zijn voor mens en milieu

Echt duurzame verf bestaat nog niet, al is pionier Koninklijke Van Wijhe Verf hard op weg om die uit te vinden. Ook de meeste verf van plantaardige grondstoffen bevat namelijk schadelijke microplastics en kan soms giftig zijn. Meer water gebruiken en minder conserveringsmiddelen toevoegen kan zelfs gevaarlijk zijn voor mens en milieu. Hoe zit dat precies?

Kleiner schilderfoto Bij het verduurzamen van verf moet met veel meer aspecten rekening gehouden worden dan gedacht | Credits: Adobe Stock

Of het nu de VN is, de EU of ons eigen kabinet, allemaal zeggen ze hetzelfde. Om klimaatverandering tegen te gaan moeten we stoppen met fossiele grondstoffen als olie. B-Corp Van Wijhe Verf loopt daarin al voorop. Sinds 2012 gebruikt het familiebedrijf uit Zwolle biobased grondstoffen in muurverf. In zijn duurzame muurverf Wijzonol (nog niet in alles) vervangt Van Wijhe Verf grondstoffen uit aardolie door plantaardige olie. Die wordt gewonnen uit reststromen van olijven, maïs en zonnebloemen. Onuitputtelijke bronnen die binnen de levensduur van de verf terug kunnen groeien. Bovendien gaat het gebruik van dit soort restmateriaal niet ten koste van landbouwgrond en voedselproductie voor mens en dier. Het percentage biogrondstoffen in die verf bedraagt 40 tot 60 procent en neemt elk jaar toe. In de andere verven van Van Wijhe Verf ligt het percentage al rond de 20 procent.

Weg van microplastics

Maar biobased verf is niet per definitie groen of duurzaam. Er zit minder olie in, maar in die watergedragen verf kunnen nog steeds acrylaten zitten, kleine plastic bolletjes die de verf sterk en kras- en slijtvast maken. Die microplastics komen na gebruik in het milieu terecht, vervuilen oceanen en worden al teruggevonden in menselijk bloed. “Dat heb ik me lang niet gerealiseerd, maar acrylaten zijn microplastics”, zegt CEO Marlies van Wijhe | Credit: Koninklijke Van Wijhe Verf. “Als je weg wilt van fossiel en je gaat acrylaten maken van biogrondstoffen, dan heb je nog steeds een acrylaat. Dat is een bioplastic. Dat is leuk, maar dan zitten we nog steeds met het probleem van microplastics. Daar willen we als wereld van af. Het is toch zonde dat je al die mooie biogrondstoffen gaat gebruiken voor iets wat het milieu niet verbetert. Wij zijn al een stap verder en willen dat niet meer.”

CEO Marlies van Wijhe | Credit: Koninklijke Van Wijhe Verf

Geen milieuvervuiling

Ook Ron Hulst, manager R&D bij Koninklijke Van Wijhe Verf, ziet deze nadelen van biobased verf. “Je kunt zo’n acrylaat uit olie ook bouwen van exact dezelfde bouwstenen uit de natuur. Dan is het zoveel procent biobased. Dat is mooi, want dan gebruik je geen fossiele basis. Maar je hebt wel een probleem aan de milieuvervuilende kant. Het gaat er niet alleen om dat je iets uit natuurlijke grondstoffen haalt, maar dat wat je maakt uiteindelijk het milieu niet vervuilt. Dus moet je geen acrylaten maken die niet afbreekbaar zijn en gewoon microplastics zijn.”

Verf niet afbreekbaar

Verf biologisch afbreekbaar maken is moeilijk. Dat raakt namelijk de essentie van verf, die oppervlakten moet beschermen tegen erosie, slijtage en weersomstandigheden. “Biobased verf is niet per se biologisch afbreekbaar. Dat is een ander misverstand. Wij kunnen helaas nog geen biologisch afbreekbare verf maken”, zegt Van Wijhe. Hulst: “We zijn daar wel mee bezig, maar hebben daarin nog een lange weg te gaan. Een verf moet iets beschermen. Als verf op kozijnen biologisch afbreekbaar moet zijn, heb je een probleem. We zijn enorm aan het nadenken om daar een oplossing voor te bedenken.”

Verf van de toekomst

Ook in de duurzame verf van Van Wijhe Verf zitten nog in beperkte mate microplastics, maar daar wil het bedrijf van af. De R&D-afdeling van Hulst is daarom op zoek naar de bindmiddelen en grondstoffen van de toekomst. Dat moet leiden tot verf zonder microplastics, die na gebruik biologisch afbreekbaar is. Dat is ook wat de EU graag wil, maar voor diverse toepassingen wordt dat lastig. Bijvoorbeeld voor autolakken of vliegtuiglakken, die zware omstandigheden moeten doorstaan. “Voor ons raakt biologische afbreekbaarheid aan de kern. We moeten door een transitie heen. We kunnen niet zomaar stoppen met alles, maar we zijn het wel zoveel mogelijk aan het afbouwen”, zegt Hulst.

R&D manager Ron Hulst | Credit: Koninklijke Van Wijhe Verf

Biobased niet altijd beter

De nieuwe plantaardige grondstoffen die nodig zijn voor echt duurzame verf zijn nog niet uitgevonden, al heeft Van Wijhe Verf daar al wel ideeën over. Van Wijhe: “Wij willen af van het credo: biobased is beter. Dat is niet zo. Wij willen niet zozeer biobased verven maken. Wij willen verven maken die minder milieubelastend zijn. De trend bij de overheid is dat we meer biobased moeten gaan ontwikkelen. Dat klopt gewoon niet. Als we van olie af moeten is het niet de oplossing om alles biobased te maken.”

Duurzamere verf soms gevaarlijk

Er zijn meer redenen waarom biobased verf niet altijd duurzaam is. Ook natuurlijke grondstoffen kunnen bijvoorbeeld toxisch zijn, dus giftig voor de natuur. Daarnaast worden voor biobased verf al decennia lang grondstoffen als soja gebruikt, waarvoor oerwouden worden gekapt. Verf op waterbasis in plaats van op oliebasis wordt al dertig jaar als duurzaam bestempeld, maar ook daar kleven nadelen aan. Sowieso zitten in watergedragen verf ook oliederivaten, die nu zoveel mogelijk van biobased materiaal worden gemaakt.

10 miljoen doden door resistente bacteriën

Er is echter nog een groot probleem met duurzame verf op waterbasis. De EU dwingt producenten van watergedragen verf namelijk om het gehalte aan conserveringsmiddelen te verminderen. Die zijn nodig als bescherming tegen schadelijke micro-organismen, zoals bacteriën, gisten, schimmels of algen. Die chemicaliën zitten niet alleen in watergedragen verf, maar ook in drukinkt, lijm en kit. Probleem is alleen dat er nog geen vervangers voor zijn. Zonder conserveringsmiddelen kunnen die micro-organismen door het water in de verf gaan groeien. Daardoor bederft niet alleen de verf, er is nog een veel groter probleem. Hulst: “Dat werkt de resistentie-opbouw van bacteriën in de hand. Zelfs de VN maakt zich daar zorgen over.”

De VN schat dat in 2050 jaarlijks 10 miljoen mensen overlijden door resistente bacteriën, onder meer omdat ziekenhuisbacteriën resistent zijn geworden en niet meer te behandelen zijn met antibiotica. “Bacteriën worden nu resistent door wetgeving”, zegt Van Wijhe.

Transparante meetmethoden

Veel verfproducenten maken tegenwoordig goede sier met biobased verf, maar in de sector is ook sprake van onterechte claims en greenwashing. Om het aandeel plantaardige grondstoffen in verf vast te stellen, zijn er verschillende meetmethodes. Dat kan via koolstofdatering. Sommige producenten meten alleen de biogrondstoffen in bind- en oplosmiddelen. Van Wijhe Verf meet het gehalte in het hele verfvolume, het zogeheten Total Carbon Percentage (TC). Die methode is transparanter en voor iedereen controleerbaar. “Zo kunnen we appels met appels vergelijken”, aldus Van Wijhe.

Greenwashing

Maar er zijn ook methoden waarbij de hoeveelheid energie uit biomassa die gebruikt wordt bij de productie van verf meegeteld wordt in het biobased-gehalte. Dan ontstaat de situatie dat bij meer gesubsidieerde verbranding van bomen in kolencentrales – iets waar Nederland mee gaat stoppen – het biobased-gehalte in verf toeneemt. “Dat is toch van de zotte. Alle producten zijn dan net als vroeger. Je maakt geen stappen, maar je mag zeggen dat je biobased bent”, zeggen Van Wijhe en Hulst. “Dat is niet controleerbaar. Producenten kunnen dan zeggen: ik ga meer energie gebruiken. Dan neemt mijn biobased-gehalte toe. Dit wordt door verschillende grote bedrijven greenwashing genoemd. Zo kun je op papier vergroenen, terwijl het in de producten niet terug te vinden is. Dat willen wij niet.”

Meer duidelijkheid in hergebruik

Om meer inzicht te geven in het gebruik van plantaardige grondstoffen, bijvoorbeeld in de verf- en de chemiesector, heeft het Nova Instituut een nieuwe rekentool ontwikkeld: de Biomass Utilisation Factor (BUF). Die geeft een duidelijker beeld van het biobased gehalte en houdt ook rekening met circulaire grondstoffen uit reststromen. Hulst verwacht dat de BUF een uniforme rekenmethode op Europees niveau zal worden. “Biobased grondstoffen kun je allemaal meten. Maar als je materialen gaat hergebruiken en circulair gaat maken wordt dat lastiger. Wat de BUF probeert te doen is de complexe situaties rond het hergebruik van circulaire grondstoffen in juiste banen te leiden, zodat je die ook kunt meenemen”, zegt hij.

Het hoofdkantoor van Van Wijhe Verf in Zwolle | Credit: Koninklijke Van Wijhe Verf

Consumenten overtuigen

Als de verf dan biobased en duurzaam is, dan moet Van Wijhe Verf de consument ervan overtuigen dat die kwalitatief even goed en sterk is. “Je wilt dat mensen de kwaliteit waarderen en dat het ze niet uitmaakt. Dat imago is best lastig. Maar de oplosmiddel-houdende lakken in Nederland van Sikkens, Sigma en Wijzonol zijn al voor een heel groot deel lange tijd biobased, maar het interesseerde nooit iemand iets. Wij kunnen dus heel goede producten maken van biobased grondstoffen zonder dat iemand daar bij heeft stilgestaan. Dus als de consument koudwatervrees heeft voor biobased verf, dan moet die zich realiseren dat ie daar eigenlijk al heel lang mee werkt.”

Lees ook:

Dit artikel is gemaakt door een van onze expertredacteuren in samenwerking met onze partner. Change Inc. werkt met partners die de klimaattransitie aanjagen. Zij kunnen cases presenteren waar anderen zich aan kunnen optrekken en zijn eerlijk over de uitdagingen. Niet één bedrijf is al 100 procent duurzaam, maar veel zijn onderweg. Dankzij ons partnermodel zijn onze artikelen gratis toegankelijk voor iedereen. Benieuwd naar onze partners? Klik hier.

Generatie Groen: ‘We hebben iedereen nodig om de energietransitie te laten slagen’

Riemer KuikWaarom ben je voor Groendus gaan werken? “Op de basisschool had ik al zorgen over het klimaat en hoeveel we uitstoten. In Enschede heb ik technische natuurkunde gestudeerd om de techniek fundamenteel te leren begrijpen en verbeteren. Tijdens die studie kwam ik erachter dat ik meer geïnteresseerd ben in systeeminrichting. In Groningen heb ik toen energie- en milieukunde gestudeerd. Zij focussen op hoe alles een systeem is, en hoe het op elkaar inwerkt. Een duurzame ambitie lag overal onder.” “Groendus is mijn eerste serieuze werkgever. Tijdens mijn sollicitatiegesprek merkte ik al dat hun visie heel erg overeenkomt met mijn visie op hoe we de energietransitie moeten aanpakken. We zitten in een fase van de energietransitie waarbij er op momenten te veel duurzame stroom is. Groendus focust daarom niet alleen op het opwekken van groene energie en het installeren van zonnepanelen. We helpen bedrijven met hun energiemanagement en faciliteren laadpalen, slimme meters en batterijen.” Zie je de duurzame missie van Groendus terug op de werkvloer? “Ik merk het heel erg aan de mensen met wie ik werk. Zelfs de wat oudere collega’s die toewerken naar het einde van hun loopbaan zijn nog steeds heel enthousiast en gedreven in het ontwikkelen van ons bedrijf. De kennis vanuit ervaring zie je bij hen meewerken. Bij de jongere collega’s zie je een frisse blik. Die komen met ideeën over wat we moeten doen als zonnepanelen aan het einde van hun levensduur komen. Iedereen bij Groendus is heel leergierig. De gesprekken tijdens de lunch zijn vaak ook gerelateerd aan werk. Er komen discussies op gang over of we nucleaire energie als groen moeten gaan bestempelen, of over nieuwe technieken die we kunnen implementeren om nog meer duurzame bronnen te kunnen aanbieden.” Heb je een duurzaam voorbeeldfiguur? “We hebben iedereen nodig om de energietransitie te laten slagen. Je hebt natuurlijk figuren die de eerste zijn, echte duurzaamheidspioniers. Toen ik Boyan Slat van The Ocean Cleanup in het nieuws zag, dacht ik wel: er zijn mensen die iets groots teweeg brengen. Maar iedereen moet zijn eigen deel doen van de immense taak die voor ons ligt.” “Een ander rolmodel is Luuk Veeken, de CEO van Dexter Energy Services. Hij heeft machine learning toegepast op de energiewereld. Veeken is als student begonnen met programmeren. Hij heeft Dexter stap voor stap en samen met anderen opgewerkt tot een innoverend bedrijf. Dexter Energy Services gebruikt kunstmatige intelligentie om voorspellingen over vraag en aanbod op de energiemarkt te doen. Zij schijnen dat aanzienlijk beter te kunnen dan Eneco en andere traditionele energiepartijen. Dat werkt motiverend: soms moet je ook gewoon dingen proberen.” Wat zijn je ambities voor de toekomst? Dat vind ik een lastige vraag. Ik ben zit echt op m'n plek. Ik vind Groendus geweldig en wil dat wij onze missie bereiken. Tegelijkertijd wil ik ook zoveel mogelijk leren. Zolang ik kan groeien, blijf ik. Sowieso wil ik in de energiesector blijven werken. Energie is de drijfveer achter de economie en samenleving. Mijn interesse ligt bij de energiehuishouding en hoe we die kunnen verduurzamen. Daar kan ik mijn steentje aan bijdragen.” Meer over de arbeidsmarkt: Duurzame werknemers duurzaam aan je binden? Zo doe je datGeneratie Groen: ‘Bij ons staat profit gelijk aan planet en people’Krapte op de arbeidsmarkt: hoe blijf je als bedrijf interessant?