Tata Steel Nederland is met een jaarlijkse emissie van broeikasgassen van ruim 11 miljoen ton CO2-equivalent goed voor ongeveer 10 procent van de totale uitstoot van Nederland. Wat er gebeurt op het 730 hectare omvattende terrein bij IJmuiden met de staalproductie of eventuele alternatieve bestemmingen is van groot belang voor de Nederlandse klimaatdoelen en de energietransitie.
Afgelopen week presenteerden milieu-organisaties Urgenda en Gezondheid op 1 een rapport met drie alternatieve scenario’s voor Tata Steel, in aanvulling op het huidige Groen Staal-plan. Die scenario’s sluiten deels aan bij bijvoorbeeld de toekomstvisie van ondernemer Han de Groot om het terrein van Tata Steel te gebruiken voor een groot AI-datacenter dat op groene stroom van windparken op zee kan draaien.
Bij dit alles is duidelijk dat keuzes voor de toekomst van de staalproductie bij IJmuiden niet los gezien kunnen worden van de energietransitie, waarbij onder meer de uitbreiding van windparken op zee en de ontwikkeling van de productie van groene waterstof van strategisch belang zijn voor Nederland.
Hoeveel Tata blijft er over in IJmuiden?
De drie scenario’s beschreven in het rapport Wijmond worden afgezet tegen het Groen Staal-plan van Tata.
Het staalbedrijf wil de productie vergroenen door geen cokes meer te gebruiken voor het proces waarbij de zuurstof uit ijzererts wordt verwijderd. Bij verhitting met kolen bindt de vrijgekomen zuurstof zich aan koolstof, waardoor er veel CO2 in de atmosfeer komt.
Tata wil voor het proces van de zuurstofverwijdering in eerste instantie met aardgas en later met groene waterstof gaan werken. Dit scheelt fors bij de CO2-uitstoot van de staalproductie. Daarnaast wil Tata een zogenoemde vlamboogoven inzetten die op elektriciteit werkt, bij de verdere verwerking van ijzererts en aangeleverd schroot.
In één van de drie alternatieve scenario’s in het rapport wordt de omvang van de staalproductie nog verder teruggebracht, waarbij Tata alleen nog met behulp van een vlamboogoven schroot verwerkt tot staalproducten. Het meer milieubelastende eerste deel van het proces valt dan weg, terwijl fabrieken voor onder meer de direct sheet plant, koudbandwalserij, warmbandwalserij, coated products, packaging en de oxystaalfabriek worden opgeknapt en deels in bedrijf blijven. Per saldo komt er dan 150 hectare vrij voor een zogenoemd maritiem cluster, waar scheepsbouwers als Damen en Feadship zich kunnen vestigen.
Dan zijn er nog twee andere alternatieve scenario’s waarbij de staalproductie helemaal verdwijnt. In het eerste geval komt er dan een nieuwe woonwijk met daarnaast ruimte voor bedrijvigheid bij de haven. Een gebied van 530 hectare wordt voor ene de helft bebouwd met huur- en koophuizen en voor de andere helft met publieke voorzieningen zoals scholen, winkels en horeca.
Een andere optie is een combinatie van grootschalige natuurontwikkeling en een innovatiezone. Voor het natuurgebied wordt 400 hectare gereserveerd en 350 hectare is beschikbaar voor startups, een innovatiecluster, een nieuwe campus voor chipmachinebouwer ASML en een park vol met datacenters. Dat laatste zou goed passen bij het plan van ondernemer Han de Groot om een groot AI-datacenter neer te zetten in de buurt van het internetknooppunt bij Amsterdam.
Op energiegebied zou er bij het laatstgenoemde scenario ruimte zijn voor de bouw elektrolysers, die waterstof produceren met groene stroom van windparken op zee. Daarnaast zou een grootschalige locatie voor batterijopslag neergezet kunnen worden om schommelingen in het aanbod van hernieuwbare energie op te vangen.
Transformatie Tata Steel: kosten belastingbetaler
Zet je de vier opties voor de toekomst van Tata Steel tegen elkaar af, dan kun je onder meer kijken naar het financiële plaatje voor de overheid, het effect op de werkgelegenheid en gevolgen voor de energietransitie.
Wat betreft de kosten en baten voor de overheid – het Rijk, lokale overheden en Staatsbosbeheer – toont het rapport Wijmond grote verschillen tussen het saldo van de eenmalige lasten en opbrengsten, en de verwachte jaarlijkse netto belastinginkomsten in de analyse. Dat is te zien in de tabellen hieronder.
Bij de eenmalige kosten en opbrengsten is de overheid in drie gevallen per saldo ruim 4 miljard euro kwijt: voor het Groen Staal-plan van Tata zelf, het afgeslankte staalplan en de natuur- en innovatiehub. Alleen in het geval van transformatie tot een woonstad zijn de eenmalige baten net iets hoger dan de kosten (een positief saldo van 40 miljoen euro), omdat er direct al verdiend kan worden door de overheid aan het realiseren van woningbouw.
Kijk je naar de verwachte jaarlijkse inkomsten en uitgaven, dan ziet het plaatje er anders uit. Het Groen Staal-plan van Tata levert dan per saldo het minste op met een jaarlijkse plus van 460 miljoen euro voor de overheid.
Het meest interessante scenario is dan de combinatie van natuur en een innovatieve tech- en energiehub. Het netto voordeel voor de overheid wordt daarbij op 1,7 miljard euro per jaar geraamd. Dit zit ‘m vooral in een forse verwachte daling van zorgkosten door een gezondere leefomgeving (600 miljoen euro per jaar) en overige maatschappelijke baten van 700 miljoen euro. Door een lagere uitstoot van schadelijke stoffen verbetert bijvoorbeeld de landbouwopbrengst en dalen de kosten voor waterzuivering.
Het personeelsbestand van Tata Steel daalt op basis van recente reorganisatieplannen naar verwachting tot minder dan 10.000 werknemers. In het rapport Wijmond wordt gesteld dat alternatieve scenario’s waarin de staalproductie plaatsmaakt voor andere economische activiteiten, kansen bieden om relatief veel banen te creëren. De tabel hieronder geeft een inschatting per scenario op basis van voltijdsbanen.
Rol van wind op zee en waterstof
Kijk je naar de bredere impact van de scenario’s voor de toekomst van Tata Steel op de energietransitie, dan is vooral van belang wat er gebeurt met de stroomvraag, de impact die dat heeft op de uitbreiding van windparken op zee en de rol van groene waterstof.
Bij het Groen Staal-plan van Tata gaat de afbouw van het gebruik van kolen gepaard met in eerste instantie een hogere behoefte aan aardgas. Vervolgens moet er een overgang naar de inzet van groene waterstof plaatsvinden, die met windenergie kan worden geproduceerd. Daarbij is er wel een grote kans dat er ook aanzienlijke hoeveelheden aardgas en waterstof uit het buitenland moet worden geïmporteerd, gelet op de enorme volumes die nodig zijn voor de staalproductie.
In de tabel hieronder is te zien dat het stroomverbruik van Tata Steel Nederland dan zou stijgen van de huidige 0,4 terawattuur per jaar naar 5,8 terawattuur per jaar; het waterstofverbruik zou in eerste instantie naar 100.000 ton per jaar gaan en vervolgens naar 370.000 ton.

Bron: Wiijmond.nl
Voor de drie alternatieve invullingen geeft het rapport Wijmond geen precieze berekening voor de stroomvraag en de rol van waterstof per scenario, maar dat laat zich wel enigszins uittekenen. Bij een afgeslankte staalproductie die vooral gericht is op het smelten en verder bewerken van schroot, valt de behoefte weg om aardgas of waterstof grootschalig in te zetten voor het bewerken van ijzererts. Er is nog wel veel elektriciteit nodig voor de vlamboogoven om schroot te smelten.
Bij de inrichting van een tech- en energiehub met bijvoorbeeld grote datacenters zal er ook een forse vraag zijn naar stroom. Aan de andere kant verandert de rol van groene waterstof. De haalbaarheid van het plan om met elektrolysers groene waterstof te produceren, hangt namelijk mede af van het kostenplaatje en de beschikbaarheid van alternatieve afnemers, als er geen waterstof meer nodig is voor staalproductie.
De transformatie van het terrein van Tata Steel Nederland tot woongebied, betekent eveneens dat er geen duidelijke rol meer is voor waterstof. Het beroep op windenergie uit de Noordzee zal dan waarschijnlijk ook beperkt blijven. Woningen kunnen immers door een combinatie van warmtepompen op basis van aardwarmte, plus de inzet van zonnepanelen in een groot deel van hun energiebehoefte voorzien.
Transformatie van Tata Steel koppelen aan de energietransitie
Een belangrijke strategische vraag is dus hoe je de transformatie van Tata Steel inpast bij de bredere vormgeving van de energietransitie met bijvoorbeeld het uitbreiden van de capaciteit van windparken op zee en het opschalen van de productie van groene waterstof.
Afgelopen juli stelde demissionair minister Sophie Hermans van Klimaat en Groene Groei voor om de ambities voor het uitbreiden van de capaciteit van wind op zee in 2040 terug te schalen naar 30 gigawatt, in plaats van de 50 gigawatt die eerder werd beoogd. Dit heeft mede te maken met onzekerheid over de ontwikkeling van de vraag naar groene stroom vanuit de industrie. De plannen voor de toekomst van het terrein van Tata Steel zijn daarbij een belangrijk puzzelstuk.
Voor de continuïteit van Nederlandse ambities om een grote Europese speler met offshore-windenergie te worden kan het inzetten op bijvoorbeeld datacenters op het terrein van Tata een interessant optie zijn. Dat geldt helemaal omdat grote techbedrijven inmiddels kansen zien om het variabele aanbod van windenergie zo te reguleren, dat je windparken op een stabiele manier direct stroom kunt laten leveren voor datacenters.
Het uitbreiden van de productie van groene waterstof blijft hoe dan ook een grote uitdaging. Uit vergelijkingen van de kosten van groene waterstof op basis van elektrolyse blijkt bijvoorbeeld dat dit vooralsnog relatief duur is. Waterstof onderdeel maken van een innovatiehub die zich richt op technologie om groene waterstof economisch concurrerend te maken, is dan wellicht een goed startpunt.
Lees ook:
- Gigantisch AI-datacenter op terrein van Tata Steel schept ook zekerheid voor windparken op zee
- Met deze 4 versnellers kan Nederland de energietransitie alsnog laten slagen (ook goed voor de economie)
- Is het een probleem als Nederlandse groene waterstof naar het buitenland verdwijnt? ‘Het gaat juist om Europese samenwerking’




