Van zonnepanelen tot windturbines, elektrische auto’s en warmtepompen. Het zijn de meest bekende aspecten van de energietransitie waarin Nederland nu verkeert. Maar ergens moet al die elektriciteit ook doorheen en naartoe. Dat gaat via hoogspanningslijnen, -stations en kabels onder de grond om de stroom geschikt te maken voor verder transport. En precies daar begint het te wringen. Ons land is nu eenmaal klein, druk en kwetsbaar. Tal van ambities vechten om een plekje in de schaarse ruimte. Van woningen tot natuur, landbouw, water en infrastructuur. En ondertussen groeit ook nog eens de maatschappelijke weerstand. Denk aan omwonenden die zich verzetten tegen nieuwe kabeltracés en natuurorganisaties die aan de bel trekken, uit angst voor ecologische schade.
De energietransitie is geen technisch probleem

Raymond Hazebroek
‘Het lijkt soms alsof alle grote opgaven tegelijk op ons afkomen’, zegt Raymond Hazebroek, projectmanager bij advies- en ingenieursbureau WSP. ‘De energietransitie is er één van, maar net zo urgent zijn woningbouw, natuurherstel, waterveiligheid en klimaatadaptatie. En alles moet landen op diezelfde postzegel die Nederland is.’ De vraag is volgens hem dan ook niet óf de energietransitie technisch mogelijk is. Die vraag is allang beantwoord. ‘Technisch is bijna alles op te lossen. Daar maken we ons niet de meeste zorgen over. De complexiteit zit ’m in de omgeving en de vraag hoe je de techniek daar op de juiste manier kunt inpassen. Precies daar ligt de rol van WSP. Wij opereren dagelijks op het snijvlak van techniek, ecologie en maatschappij.’
Of het nu gaat om hoogspanningslijnen, ondergrondse kabels of stations; ze raken altijd wel aan iemand of iets. Dat kan een woonwijk zijn, een bedrijf, de natuur of landbouwgrond. ‘Als je de techniek los ziet van die context, dan loop je vroeg of laat vast’, zegt Hazebroek. ‘Dan heb je misschien een ontwerp dat technisch klopt, maar planologisch of maatschappelijk niet haalbaar blijkt.’
Ecologie te laat? Daar betaal je een prijs voor

Yolanda Elout-Verhulst
In de praktijk gaat het hier regelmatig mis. Nieuwe projecten die de energietransitie verder moeten aanjagen starten dan met snelheid en ambitie, maar zonder volledig zicht op ecologie, vergunningen en lokale belangen. Dan wordt de leefomgeving een afvinklijstje. ‘De ervaring leert juist dat het veel slimmer is om omgevingsfactoren als uitgangspunt te nemen voor het ontwerp’, merkt ook Yolanda Elout-Verhulst op. Ze werkt als adviseur ecologie bij WSP. ‘Als je bijvoorbeeld pas laat ontdekt dat er beschermde diersoorten zitten, dan krijgt het ontwerp zeer waarschijnlijk te maken met extra onderzoek, aanpassingen en vertraging. Zeker in en nabij Natura 2000-gebieden, is je speelruimte klein. Dan is zo’n integrale benadering de enige juiste aanpak.’ Volgens haar is er zelden sprake van onwil, vaak gaat het om onderschatting. ‘Men realiseert zich niet wat het kost als je ecologie te laat meeneemt in het ontwerp. Je kunt juist extra snelheid maken als je er vroeg bij bent.’
Van tracé tot leefomgeving: alles grijpt in elkaar
Neem het ontwerp van een nieuw hoogspanningstracé. Dat lijkt voor de leek misschien simpel, je gaat immers van A naar B. In werkelijkheid is het een zeer complexe puzzel, waarbij rekening gehouden moet worden met watergangen, dijken, bebouwing, landbouw en archeologie. Soms zelfs met niet-gesprongen explosieven. Al die factoren beïnvloeden het ontwerp. Daarom pleit Hazebroek voor integrale haalbaarheidsstudies. ‘Niet alleen technisch kijken, maar ecologie, water, bodem en omgeving meteen meenemen. Dan voorkom je mogelijke verrassingen in een later stadium.’
Voor Elout-Verhulst is ecologie daarbij geen blokkade, maar juist een ontwerpinstrument. ‘Ecologie is veel flexibeler dan vaak wordt gedacht’, zegt ze. ‘Er zijn bijna altijd meerdere oplossingen mogelijk, zolang je maar vroeg genoeg begint.’ Datagedreven werken speelt daarbij een grote rol. ‘We starten met bureaustudies en bestaande databases, maar betrekken ook lokale natuurwerkgroepen en vrijwilligers. Daarnaast combineren we ecologische data met inzichten van andere disciplines, zoals waterveiligheid.’ Het doel is niet alleen schade beperken. Als er ruimte is, fysiek én in de planning, dan kun je volgens Elout-Verhulst echt ecologische waarde toevoegen. ‘Denk aan nieuwe habitats, betere verbindingen voor natuur en meer groen rond infrastructuur. Dat helpt biodiversiteit én de leefbaarheid.’
Draagvlak ontstaat door luisteren
En dan is er nog zoiets als maatschappelijk draagvlak. Zelfs het allerbeste ontwerp legt het doorgaans af tegen een negatief sentiment. Echt luisteren naar de wensen van omwonenden is dan ook essentieel, benadrukt Hazebroek. ‘Bewoners en lokale partijen kennen hun gebied vaak beter dan wie ook. Zij weten waar het knelt en waar er juist kansen liggen. Als je hen vroeg bij de plannen betrekt, dan worden die zichtbaar beter. Wie dat nalaat, krijgt te maken met weerstand. En weerstand leidt bijna altijd tot bezwaarprocedures, vertraging en hogere kosten.
Tegelijkertijd vraagt dit om realisme. ‘Belangen botsen, dat hoort erbij. Maar als je zorgvuldig bent, transparant en respectvol, dan blijf je met elkaar in gesprek. En zo kun je echt een verschil maken.’ Deze zorgvuldigheid is extra belangrijk in een context van onzekerheid. Stikstofregels veranderen, beleid schuift en plannen worden aangepast. ‘Daar moet je je proces op inrichten’, zegt Hazebroek. ‘Flexibel, integraal en met alle disciplines aan tafel.’
Meer dan techniek alleen
De conclusie is helder. De energietransitie stokt niet omdat de techniek ontbreekt. De bottleneck is het vermogen om die techniek goed in te passen in een volle, gevoelige leefomgeving. Of, zoals Elout-Verhulst het zegt: ‘Zolang ecologie wordt gezien als beperkende factor dan blijven we vertragen. Pas als we het gaan zien als onderdeel van het ontwerp, komen we echt vooruit. Versnelling zit niet in harder werken, maar in slimmer samenwerken. Eerder in het proces en met oog voor alles wat er al is.
Lees ook
- Van puzzelstukjes naar totaalbeeld: dé sleutel tot transitieversnelling
- Zo worden steden koeler en groener terwijl stroomnet vol zit en er woningen bij moeten
- Zo wordt de dijk tussen Moerdijk en Drimmelen sterk en toekomstbestendig
- Bouwen met organische materialen toekomstmuziek? Niet als het aan dit bouwbedrijf ligt
Dit artikel is gemaakt door een van onze expertredacteuren in samenwerking met onze partner WSP Nederland. Change Inc. werkt met partners die de klimaattransitie aanjagen. Zij kunnen cases presenteren waar anderen zich aan kunnen optrekken en zijn eerlijk over de uitdagingen. Niet één bedrijf is al 100 procent duurzaam, maar veel zijn onderweg. Dankzij ons partnermodel zijn onze artikelen gratis toegankelijk voor iedereen. Benieuwd naar hoe wij werken? Klik hier.



