John van Schagen
20 mei 2025, 10:00

Waarom de Denen wél warmlopen voor warmtenetten. En wat we van hen kunnen leren

Collectieve warmtenetten worden in Nederland gezien als een kansrijk alternatief voor aardgas, vooral in stedelijke gebieden. Toch worstelen we hier met de uitrol. De kosten zijn hoog en het maatschappelijke draagvlak is opvallend laag. Hoe anders is dat in Denemarken, waar al bijna 70% van de huishoudens op een warmtenet is aangesloten. Hoog tijd voor een kijkje bij de overburen dus.

Nlmtd Warmtenetten Enexis Jeroen Sanders van Enexis over de Deense aanpak. "De integrale aanpak in Denemarken is een leerpunt voor ons. Warmte is daar onderdeel van een breder energiesysteem."

Denemarken geldt internationaal als een van de koplopers op het gebied van de aanleg van warmtenetten. Hoe dat komt? Daarvoor moeten we terug naar de oliecrisis in de jaren ’70 van de vorige eeuw. Voor de Deense overheid bleek dat een wake-upcall. Sindsdien zet het land bewust in op collectieve warmtevoorziening, met als doel om minder afhankelijk te worden van fossiele import. Ieder jaar groeit het aantal aansluitingen met zo’n 35.000. Als dat tempo doorzet, dan wordt rond 2030 ongeveer 80% van de woningen op deze manier verwarmd. Ter vergelijking: in Nederland blijft het percentage vooralsnog steken op een schamele 6%. Het doel is echter minimaal een kwart van de huishoudens in 2050, als Nederland klimaatneutraal moet zijn. Werk aan de winkel dus. Deze ambitie vraagt om een groei van minimaal 100.000 aansluitingen per jaar. Een getal dat in de verste verte niet wordt gehaald.

Studiereis naar Denemarken

Een groep Nederlandse bestuurders, energiebedrijven en publieke partijen stak daarom afgelopen jaar de Noordzee over. Hun missie? Leren van de Denen. Want hoe hebben zij dit eigenlijk voor elkaar gekregen? Een deel van dat antwoord staat hierboven beschreven: Denemarken is er simpelweg op tijd mee begonnen. “In Nederland lag de focus heel lang op de cv-ketel, als gevolg van de gasbel in Groningen uiteraard. In Denemarken namen ze een andere afslag. Al meer dan 50 jaar wordt daar in collectieve warmtenetten geïnvesteerd. Dit heeft geleid tot een volwassen markt en een brede acceptatie onder de bevolking”, zegt Jeroen Sanders. Hij werkt als Chief Transition Officer bij Enexis en treedt namens alle netbeheerders op als woordvoerder op dit dossier.

Een maximaal winstpercentage

Naar aanleiding van de studiereis schreef nlmtd een adviesrapport over het Deense model. Wat hierin meteen opvalt: warmtenetten zijn daar géén verdienmodel. Gemeenten en coöperaties mogen dus geen winst maken op de levering van warmte. Elke euro die binnenkomt, wordt gebruikt om het systeem draaiende en betaalbaar te houden. “In Nederland is dat anders. Op de netbeheerders na hebben we onze energievoorziening overgelaten aan vrije marktpartijen en die moeten nu eenmaal winst maken. Dat is een politieke keuze geweest”, aldus Sanders. Wel geldt er in ons land inmiddels enige mate van regulering. De ACM kan bij bestaande warmteleveranciers nu namelijk een rendementstoets uitvoeren.

Belang van draagvlak

Maar het gaat niet alleen om euro’s. Draagvlak is misschien wel de belangrijkste succesfactor voor de aanleg van warmtenetten. En dat zit in Denemarken duidelijk goed. Uit internationaal onderzoek blijkt dat de Denen van alle inwoners in Europa de hoogste publieke waardering hebben voor warmtenetten. Nederland daarentegen bungelt ergens onderaan. Warmtenetten zijn in Denemarken ingebed in het dagelijks leven. Mensen weten wat ze krijgen, zo is te lezen in het rapport. Ze hebben inspraak en zien dat het werkt. In Nederland is dat vertrouwen er niet altijd. Bewoners klagen bijvoorbeeld dat ze te laat worden geïnformeerd of voelen zich voor het blok gezet: meedoen of koud blijven zitten. “Rob Jetten, de vorige minister voor Klimaat en Energie, stuurde vorig jaar het voorstel voor de Wet Collectieve Warmte naar de Kamer. Daarin staat dat in de toekomst minimaal 51% van een warmtenet in handen moet komen van publieke partijen. Dit kan voor extra vertrouwen zorgen bij burgers”, aldus Sanders. Ook het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) kwam het afgelopen jaar in een belangrijk rapport over het aardgasvrij maken van woonwijken tot dezelfde conclusie. Nog voor het zomerreces gaat de Kamer hierover in debat.

Warmte en elektriciteit in één installatie

Wat verder nog opvalt? Deense netten draaien vaak op restwarmte, biomassa of zelfs eigen windmolens. Voor warmtenetten is fossiel er – in tegenstelling tot in Nederland – maar een zeer beperkte bron van betekenis. “Bovendien combineren ze daar warmte en elektriciteit in één installatie, een zogeheten CHP (combined heat en power), vaak gecombineerd met warmteopslag”, aldus Sanders. “De winst uit stroomverkoop wordt gebruikt om de warmteprijs te verlagen en dat systeem werkt verrassend goed. Ze zijn zo bijvoorbeeld minder afhankelijk van prijsschommelingen in de markt en kunnen ook bijdragen aan het leveren van flexibiliteitsdiensten in het energiesysteem. Deze integrale benadering is wat mij betreft een belangrijk leerpunt. Zie warmte niet meer als een losstaand project, maar maak het onderdeel van een veel breder energiesysteem.”

Gunstige tarieven

Ook op het gebied van financiering heeft Denemarken trouwens een voorsprong op Nederland. Er bestaan daar publieke kredietinstellingen die goedkoop geld verstrekken aan warmtebedrijven. De looptijden van leningen zijn lang – tot wel 45 jaar – en de rentetarieven opvallend laag. “Dat komt de businesscase duidelijk ten goede. In Nederland is dit beeld heel anders. Hier worden warmtenetten bijvoorbeeld al binnen 20 jaar afgeschreven, waardoor de kosten van financiering veel hoger uitvallen.”
Het hanteren van langere afschrijvingstermijnen drukt bovendien de jaarlijkse lasten voor burgers. En dat is veel waard, zo leren we van de situatie in Denemarken. Gemiddeld betaalt een Deens huishouden honderden euro’s per jaar minder voor de afgenomen warmte dan een gezin in Nederland. En iedereen die kan rekenen weet: als burgers geld kunnen besparen, raken ze meestal vanzelf enthousiast.

Lessen voor de toekomst

Tom Maes van nlmtd is medeauteur van het adviesrapport over het Deense model met warmtenetten. Hij ziet hierin een paar duidelijke opdrachten voor de overheid. “Het gaat om heel hoge bedragen. De politiek zou daarom werk moeten maken van een stabiel en transparant investeringsklimaat. Dit gaat onder meer om aansluitverplichtingen, goedkope marktstandaarden voor financieringen en regulering, zodat er bij bedrijven en burgers meer vertrouwen in het gehele systeem ontstaat. En voor de marktpartijen: kijk breder dan alleen naar de energiedrager warmte in de rendementsberekeningen, zoals ze in Denemarken al wel doen met het terugleveren van stroom door middel van CHP-installaties”, aldus Maes. Dit maakt de businesscase volgens hem meteen een stuk interessanter. “Wat Denemarken laat zien, is dat warmtenetten kunnen werken, voor burgers én het klimaat. Mits ze onderdeel zijn van een duidelijke visie op het energiesysteem. Zonder die visie blijven Nederlandse warmtenetten hangen in goede bedoelingen, incidentenpolitiek en gemiste kansen.”

Change Inc. LABS

Wil je ook de overstap maken naar een duurzame wereld, maar kun je nog wat hulp gebruiken? Change Inc. LABS, in samenwerking met nlmtd, kan hierbij helpen. Benieuwd hoe? Kijk op Change Inc. LABS.

Dit artikel is gemaakt door een van onze expertredacteuren in samenwerking met onze partner nlmtd. Change Inc. werkt met partners die de klimaattransitie aanjagen. Zij kunnen cases presenteren waar anderen zich aan kunnen optrekken en zijn eerlijk over de uitdagingen. Niet één bedrijf is al 100 procent duurzaam, maar veel zijn onderweg. Dankzij ons partnermodel zijn onze artikelen gratis toegankelijk voor iedereen. Benieuwd naar hoe wij werken? Klik hier.

Lees ook:

Qarry blaast nieuw leven in voormalige Lightyear-fabriek met elektrische bezorgwagentjes

De herstart van de productie en de nieuwe ambities moeten uiteraard gevierd worden. Terwijl de fabriekshal volstroomt met pers, investeerders, gebruikers en lokale bestuurders wordt er nog volop gesleuteld aan de verschillende onderdelen van een Qarry (spreek uit als het Engelse carry) in de maak. Nog deze maand moeten er veertig nieuwe wagens van de band rollen. Aantrekkelijker dan diesel Met zijn formaat, dat ergens tussen een bakfiets en een bestelbus inzit, heeft Qarry een niche te pakken, legt oprichter Lorenzo Engelen uit. Zijn wendbare en elektrische voertuig met een inhoud van 2.800 liter, biedt een oplossing voor ondernemers die in steeds drukker wordende binnensteden hun waren en pakketten moeten afleveren. Daarbij heeft Engelen de beleidsmatige wind mee: steeds meer steden stellen emissievrije zones in en door de afschaffing van de bpm-vrijstelling voor bestelbussen, worden bedrijfsbussen op diesel straks een stuk duurder. “We zijn nu al net zo effectief als de veel grotere Mercedes Sprinter-bussen”, zegt Engelen. “Alle lichten staan op groen.” Rijdende ondernemers Bedrijven kunnen de karretjes kopen (15.950 euro per stuk) of leasen (295 euro per maand). Qarry focust op dit moment op drie typen ondernemers: voeding, bezorging en dienstverlening. Zo bezorgen verschillende horecagroothandels hun producten ermee bij restaurants en gebruikt Bpost, de Belgische equivalent van PostNL, de Qarry als pakketbezorger. Felyx zet het voertuig in om batterijen van deelscooters te vervangen en dan rijdt er ook nog een bups aan schilders, hoveniers en andere zelfstandigen in de wagentjes rond.Aan potentiële klanten geen gebrek, zegt Engelen. De beste reclame zijn de koddige karretjes zelf. "Op de bak staat een QR-code die je naar onze website leidt. Verder zijn we actief op de socials en in de media. Vanochtend was ik op RTL Z. Dan stromen de berichten ook weer binnen.” Uitpuilende bakfietsen ‘Vriend van de show’ is Onno de Looff van MyPup, een bedrijf dat op verschillende plekken slimme pakketkluizen plaatst en bedient. Daarvoor gebruikte MyPup altijd elektrische bakfietsen. De Looff: “Maar steeds vaker zag ik uitpuilende bakfietsen waar stapels pakketten op vast waren getapet. Dat is niet veilig en ziet er bovendien niet uit.” Met de groei van het aantal pakketbezorgingen, moest De Looff dus op zoek naar een nieuw voertuig. Chauffeursborrels Dat vervoersmiddel koos De Looff samen met zijn medewerkers. Bij elke bedrijfsborrel voor chauffeurs nam hij een nieuw voertuig mee dat zijn medewerkers – veelal studenten – konden testen. “Die waren gelijk enthousiast over de uitstraling en het rijgemak van de Qarry.” Inmiddels worden de elektrische bakfietsen ervoor ingeruild. Later dit jaar verwelkomt MyPup zijn derde Qarry.Positief neveneffect: ook De Looff plukt de vruchten van een rijdende Qarry, voorzien van QR-code, die in dit geval leidt naar de wervingssite van MyPup. “Iedere week krijg ik wel weer twee nieuwe aanmeldingen van potentieel nieuwe chauffeurs." Schoolmaaltijden bezorgen Ook TommyTomato, de sociale onderneming die gezonde maaltijden op scholen uitdeelt, is enthousiast over de wagens. Op het moment voert het bedrijf testen uit met een Qarry. “Voor ons is het eigenlijk de enige optie in zijn soort om maaltijden af te leveren op scholen in drukke binnensteden”, zegt Marleen Gerritsen van TommyTomato.Omdat de Qarry officieel een brommobiel is, mag hij op de stoep geparkeerd worden. Je hoeft dus niet op zoek naar een parkeerplaats en je mag altijd laden en lossen, niet alleen in de tijdvakken waar bestelbussen in grote steden mee moeten dealen. En omdat het een brommobiel is mag iemand van zestien al met een Qarry rijden. Al zal dat voor TommyTomato minder uitmaken. “Onze bezorgers zijn allemaal AOW-gerechtigden”, zegt Gerritsen. “Die hebben alleen misschien nog wel een deur nodig.” Repareren voor het stuk gaat Engelen kijkt nuchter naar de uitdagingen die bij opschalen horen. “Ik vind niet zo snel dingen spannend, maar er moet natuurlijk een hoop gebeuren: nieuw kapitaal aantrekken, het personeelsbestand uitbreiden en goede service verlenen als straks nog meer Qarry’s op de weg rijden.”Die service regelt Qarry in-house. Strandt er ergens een wagentje, dan trekt het serviceteam eropuit om ondersteuning te bieden. Al zet Engelen liever in op preventie dan reparatie. Alle voertuigen die rondrijden worden nauwkeurig gemonitord. Rijgedrag, batterijconditie, gordelcontrole; alles wordt in kaart gebracht. Op die manier kan het bedrijf op tijd reparaties uitvoeren of ondernemers helpen hun karretjes duurzamer te gebruiken. Groeiambities Het licht hoeft dus voorlopig niet uit in de fabriek waar Lightyear tot aan het faillissement in 2023 zijn zonneauto ontwikkelde. Want na de 250 Qarry’s die dit jaar van de band moeten rollen, wil het bedrijf volgend jaar 650 wagens produceren. Engelen kan volop gebruik maken van alle faciliteiten en expertise die de Automotive Campus te bieden heeft. Al is de kans klein dat hij over tien jaar nog op dezelfde plek zit; als het aan hemzelf ligt tenminste. “Dan zijn we zo groot dat je met een Qarry door onze nieuwe fabriekshal rondgereden moet worden.” Lees ook:Auto met zonnepanelen hoeft ‘s zomers niet meer aan de laadpaal: geeft Google straks de route met de meeste zon? Zonnepanelen op vrachtwagen besparen brandstof en verduurzamen transport Zonne-auto’s komen eraan. Kan de laadinfrastructuur dat aan?