Sebastian Maks
21 mei 2024, 14:00

Werner Schouten: ‘CFO’s worden niet genoeg aangesproken op hun maatschappelijke verantwoordelijkheid’

In de duurzame transitie worden bestuurders van grote bedrijven uitgedaagd om verder te kijken dan hun winstgerichte neus lang is. Vaak ligt het vergrootglas op CEO’s. Volgens Werner Schouten, directeur van de Impact Economy Foundation, heeft ook de chief financial officer (CFO) een sleutelpositie in handen om bedrijven een duurzamere koers te laten varen.

Wernerschouten Werner Schouten: “Duurzaamheid is nu nog te veel een vernislaag op het verdienmodel.” | Credits: Conferentie Brede Welvaart

Hoe de ideale CFO eruit ziet? Volgens Schouten laat die zich het beste omschrijven als chief value officer. Iemand die niet alleen stuurt op financiële, maar ook op maatschappelijke waarde, en die waarde verankert in elk besluit binnen het bedrijf. Schouten doelt daarbij op de invloed die bedrijven hebben op het klimaat, biodiversiteit en de leefomstandigheden van mensen. “Niet alleen in mooie proza, met mooie foto’s, maar met harde cijfers, net zoals je dat met de financiën ook zou doen.”

Schouten was van 2019 tot 2021 voorzitter van de Jonge Klimaatbeweging. Nu is hij directeur bij de Impact Economy Foundation, een organisatie die jaarlijks de Chief Value Officer van het jaar uitroept. Volgens Schouten is dat een eretitel, en bovendien een manier om te laten zien hoe belangrijk CFO’s zijn bij het verduurzamen van organisaties. “Als chief value officer ben je transparant over wat goed gaat, maar ook over wat minder goed gaat. Dat is namelijk ook een uitnodiging aan de sector, aan de regelgever en aan jezelf, om te zorgen dat je nog beter gaat presteren in plaats van dat je het onder het tapijt schuift.”

Waarom heb je je zinnen op de CFO gezet?

“We praten al dertig jaar over people, planet and profit en zo’n twintig jaar over ESG (environmental, social and governance, red.). Maar als je binnen organisaties kijkt, zie je dat duurzaamheid nog te vaak een deur is op de tweede verdieping. Een vernislaag over het verdienmodel. Het is nog niet de kern van de organisatie. De taken zijn belegd bij een hoofd duurzaamheid en als je geluk hebt, kijkt de CEO er soms ook even naar. Duurzaamheidsdoelen worden los van financiële doelen gesteld, en als die dan conflicteren, zijn het de financiële doelstellingen die de voorkeur hebben. Maar je wil die twee doelen juist in een gezamenlijk besluit vastleggen. Dat investeringsbeslissingen niet alleen worden gemaakt op basis van financiële risico’s, maar ook maatschappelijke risico’s. Daarvoor moet je bij de CFO zijn. Wat ik ook zag, is dat CFO’s, anders dan CEO’s en CSO’s (chief sustainability officers, red.), helemaal niet zo erg worden aangesproken op hun verantwoordelijkheid in deze transitie. Terwijl ze in mijn optiek een van de belangrijkste spelers zijn die de koers kunnen verleggen en met hun moreel kompas hun bedrijf kunnen sturen.”

Waarom zouden CFO’s dat eigenlijk doen, sturen op brede welvaart?

“Allereerst omdat maatschappelijke waarde iets is dat we intuïtief heel normaal vinden. Als ik aan een individu vraag waartoe bedrijven op aarde zijn, zal die vaak zeggen dat ze moeten bijdragen aan de kwaliteit van leven, het welzijn van mensen. Maar we hebben nu een markt gecreëerd waarmee we van die gedachte vervreemd zijn geraakt, met een focus op financiële waarde. Dus ik denk dat maatschappelijke waarde appelleert aan iets heel menselijks, namelijk dat we goed willen doen voor elkaar.

Een tweede belangrijke reden is dat je er als bestuurder steeds meer toe gedwongen wordt. Dankzij de CSRD (corporate sustainability reporting directive, red.) zie je dat bedrijven transparant moeten zijn over hun impact op de samenleving en concrete doelen moeten gaan stellen. En je ziet natuurlijk dat er steeds vaker rechtszaken worden aangespannen tegen bedrijven die dat niet doen. Het is dus ook erg strategisch om te sturen op brede welvaart.”

Hoe wordt er in bestuurskamers gekeken naar de CSRD?

“De CSRD helpt om een gelijker speelveld te creëren. Voorheen waren het namelijk alleen de duurzame bedrijven die rapporteerden over hun impact en daarmee aantoonden dat ze beter waren dan the rest of the pack. Nu moeten alle grote bedrijven rapportages opstellen. Ik denk wel dat er bij bedrijven zorgen bestaan over hoe verschillende aspecten met elkaar moeten worden afgewogen, om zo tot goede beslissingen te komen. Door de CSRD moeten bedrijven rapporteren over hun CO2-uitstoot, maar ook over bijvoorbeeld mensenrechten, waterverbruik en biodiversiteit. Als je dan bij de besluitvorming tonnen CO2, hectares biodiverse grond en kubieke meters watergebruik met elkaar moet vergelijken, moet je haast promoveren in de natuurwetenschappen om een afweging te kunnen maken die zo goed mogelijk is voor de samenleving. Je merkt dat steeds meer organisaties zich dat realiseren.”

Bij veel bedrijven laat de CFO zich leiden door de aandeelhouders. Gezegd wordt dat die zouden weglopen als een bedrijf zijn focus verschuift van financieel naar maatschappelijk. Waarom zou een CFO die keuze dan toch maken?

“Het begint allemaal met transparantie. Ik zou zeggen, begin daar gewoon mee. Maak de maatschappelijke impact van je investeringsbeslissingen transparant. Nu geven we aandeelhouders niet eens de kans om te kijken naar het maatschappelijke rendement van hun investeringen, omdat CFO’s hen die informatie niet geven. Als bedrijven zouden laten zien wat een duurzamere investering doet voor de samenleving en wat de organisatie daar zelf op de lange termijn voor terugkrijgt, dan helpt dat de aandeelhouders om uit die kortetermijnkramp te komen. Dat gesprek voeren we nog veel te weinig. En als die kramp echt blijft bestaan, moet je als bedrijf misschien strategische veranderingen in je aandeelhouders gaan maken. Er zijn genoeg grote pensioenfondsen die brede welvaart steeds belangrijker vinden.”

Onlangs maakte Unilever, een bedrijf dat voorheen geroemd werd vanwege zijn koploperspositie op het gebied van maatschappelijke betrokkenheid, bekend enkele duurzaamheidsdoelen terug te schroeven. Dat lijkt tegengesteld aan de route die jij voorstelt. Hoe kijk je daarnaar?

“Ja, het is natuurlijk doodzonde dat de legacy van Paul Polman (oud-topman van het bedrijf, red.) aan het verdampen is. Maar het mag ons niet verrassen, want maatschappelijke waarde wordt op dit moment nog te weinig afgedwongen. Te weinig impact maken is nog niet existentieel, te weinig financiële waarde creëren wel. Daarom hebben we dus leiders nodig die een vuist maken tegen de status quo en zeggen dat dit niet is waar ondernemerschap voor bedoeld is.”

Welke CFO’s vind jij het goede voorbeeld geven?

“Bijvoorbeeld de CFO van netbeheerder Alliander, Walter Bien. Hij is echt vooruitstrevend geweest. Hij begreep dat het rapporteren over brede welvaart goed en nodig is, maar dat je alleen daarmee niet de wereld gaat veranderen. Daarom heeft hij besloten om te gaan sturen op brede welvaart, door het mee te nemen bij investeringsbeslissingen en bij keuzes over het plaatsen van elektriciteitsnetten. Dat is wel echt next level. Een ander mooi voorbeeld is Jan Huij, CFO bij Tony’s Chocolonely. Dat bedrijf besloot met Tony’s Open Chain zijn manier van chocolade produceren openbaar te maken, zodat andere fabrikanten ook op een verantwoordelijke manier met cacaobonen kunnen werken. Vanuit financieel oogpunt is dat natuurlijk twijfelachtig, omdat je je onderscheidend vermogen te grabbel gooit. Maar je zorgt wel voor zoveel mogelijk impact. Daarom vind ik dat een hele moedige stap.”

Het is nu zo’n drie jaar geleden dat je stopte als voorzitter van de Jonge Klimaatbeweging. Hoe kijk je terug op de jaren sindsdien? Erger je je vaak aan hoe traag de dingen gaan of zie je bij bedrijven gestage verbetering?

“Als je de nieuwsberichten leest, kan je inderdaad het idee krijgen dat mijn werk frustrerend is. Maar er zijn zo veel mensen, zeker ook in de laag onder het directe management van bedrijven, die dit onderwerp begrijpen. Dat maakt me niet alleen hoopvol, maar geeft me ook veel energie. De realiteit is natuurlijk dat we de tijdgeest niet mee hebben. Maar dat is alleen maar een oproep om ons nog beter en strategischer te organiseren. Het is een grote uitdaging, en ik ben ontzettend dankbaar dat ik me daarvoor mag inzetten.”

Chief value officers van het jaar 2024

De ‘CVO’s van het jaar’-verkiezing is een ode aan de meest impactgedreven CFO’s van Nederland. CVO’s sturen niet alleen op financiële waardecreatie, maar ook op maatschappelijke waardecreatie – voor alle betrokken partijen. Elk jaar kiest een vakjury de drie meest uit het oog springende CVO’s. Tijdens de Nationale Conferentie Brede Welvaart worden de winnaars bekendgemaakt.

Ken je een CFO die voor deze titel in aanmerking komt? Nomineren kan tot 7 juli via deze link.

Lees ook:

Van afval naar waarde: hoe Europese afvalplannen de circulaire revolutie drijven

Dit opiniestuk werd geschreven door Otto de Bont, CEO van Renewi. Het is een goed moment om het over recyclen te hebben. Earth Day is net achter de rug en Earth Overshoot Day, de datum waarop we als mensheid collectief meer grondstoffen hebben verbruikt dan de aarde in één jaar kan vernieuwen, wordt verwacht in juli. Zou de gehele mensheid het consumptiegedrag vertonen van de Nederlandse bevolking, dan had deze dag al eerder, namelijk op 1 april, plaatsgevonden. Beide dagen benadrukken het belang van recyclen. De behoefte om afval te recyclen, hergebruiken en te verminderen komt voort uit de noodzaak om klimaatverandering aan te pakken. Bovendien wordt afvalbeheer een belangrijke economische prioriteit door de toenemende grondstoffenschaarste.Kritieke grondstoffen Zowel op Europees als op nationaal niveau dringt door dat we te veel afval produceren en meer moeten recyclen. De Wereldbank voorspelt dat in 2050 de wereldeconomie 500 procent meer kritieke grondstoffen nodig zal hebben. Ondertussen verbruikt Europa nu al 27 procent van de bestaande wereldwijde voorraad en produceren we slechts 3 procent. In Nederland is de afvalproductie per persoon per jaar zelfs hoger dan het Europese gemiddelde. Het doel van de Europese Unie is om in 2040 de netto-uitstoot van broeikasgassen met 90 procent te verminderen en in 2050 klimaatneutraal te zijn. Op nationaal niveau heeft Nederland in het klimaatakkoord toegezegd in 2030 ten minste 49 procent minder broeikasgassen uit te zullen stoten en in 2050 volledig circulair te zijn. Recyclen en hergebruiken van materialen is essentieel om deze doelen te halen. Hierdoor zijn we minder afhankelijk van grondstofwinning en beperken we milieuschade. Toch gaat recycling niet alleen over rentmeesterschap; maar ook over economische veerkracht en het realiseren van groene en digitale transities. Naarmate concurrentie op wereldhandel toeneemt en toeleveringsketens kwetsbaarder worden, is het zaak om onze duurzaamheidsagenda en onze economie beter te beschermen. Toegang hebben tot betaalbare en voldoende grondstoffen is bijvoorbeeld essentieel voor de stroomopwekking door windturbines en de vervaardiging van batterijen voor elektrische voertuigen. Momentum voor verandering Hoewel de behoefte en het belang om op grote schaal een circulaire economie te ontwikkelen niet nieuw zijn, lijken Europese beleidsmakers de noodzaak hiervan steeds meer te beseffen. In 2022 bestond slechts 11,5 procent van het totaal gebruikte grondstoffen uit gerecyclede materialen, een stijging van minder dan één procentpunt sinds 2010. Dat is geen revolutie. Inmiddels is de afgelopen vijf jaar het aantal discussies, debatten en artikelen over de circulaire economie bijna verdrievoudigd. Dat duidt op groot toegenomen bewustzijn van en interesse in circulariteit. De commerciële realiteit van grondstoffen, schaarste en wetgevende druk om koolstofuitstoot te verminderen creëren nu momentum voor verandering. Van Amsterdam tot Athene en van Stockholm tot Sevilla leggen beleidsmakers ambities vast die recycling en het beheer van belangrijke afvalstromen stimuleren. Dat meer gerecyclede materialen hun weg vinden naar de waardeketen is een belangrijk onderdeel van circulariteit. Bovendien is de CO2-voetafdruk van deze materialen veel lager dan van nieuwe materialen. Schaalvergroting op dit gebied wordt essentieel voor de circulaire economie en investeren in recycling is daarom een logische keuze. Het is goed voor de planeet en baant de weg naar net zero. Voedselverspilling Aankomende Europese en nationale wetgeving streeft naar een verdubbeling van het gebruik van gerecyclede materialen als onderdeel van de totale grondstoffenconsumptie in de periode 2020 tot 2030. Deze richtlijn zal aanzienlijke capaciteit creëren van gerecyclede grondstoffen. Daarmee ontstaat ook de noodzaak om te investeren in nieuwe infrastructuur, faciliteiten en diensten op nationaal, regionaal en lokaal niveau. Neem etensresten als voorbeeld. Een EU-richtlijn die momenteel wordt herzien lijkt af te stevenen op een vermindering van 10 procent van het afval gegenereerd door voedselverwerking en -fabricage in alle EU-landen in 2030. En daarnaast een 30 procent vermindering van voedselafval gegenereerd door huishoudens, detailhandel en restaurants. Dat is een belangrijke impuls voor de ambities van de EU. Toch heeft Europa geen geharmoniseerde aanpak op het gebied van circulaire economie. Zo verschillen de recyclingtarieven tussen landen aanzienlijk. Dit is zowel een uitdaging als een grote kans voor de recyclingsector.Nederland en België Wanneer lidstaten kennis en ervaring met elkaar delen kan dit een belangrijke katalysator zijn voor de benodigde veranderingen in de EU. Nederland en België laten al zien dat het mogelijk is. Samen met ons buurland behoren wij tot twee van negen EU-landen die al recyclingpercentages (voor zowel huishoudelijk als het totale verpakkingsafval) van 50 procent of hoger halen, vooruitlopend op de EU-doelstellingen voor 2025. Zowel Nederland en België zijn hard op weg naar een volledig circulaire economie. Het optimaliseren van het afvalbeheer in Europa is een prioriteit geworden voor zowel ondernemers als openbaar bestuurders. Zij zijn een belangrijke aanjager van groei en investeringen in de recyclingsector. Maar om te kunnen anticiperen op langetermijnplanning en -investeringen en deze haalbaar te maken, heeft de sector een duidelijk, consistent en ambitieus beleid nodig. Afval is niet meer gewoon afval: het is een waardevolle bron, een schat die beter benut kan worden. Van kritieke grondstoffen in elektrische apparaten, puin van bouwmaterialen, etensresten, tot glas en papier, hoe meer we recyclen, hoe duurzamer we worden en hoe robuuster onze economie zal zijn. Leve de revolutie!Lees ook:Kritische reacties op coalitieakkoord uit duurzaamheidswereld: 'Dit akkoord ademt vooral angst voor verandering'Nieuw kabinet, nieuw klimaatbeleid: dit willen de partijen veranderenVerkiezingen: de klimaatplannen van alle grote partijen op een rij