Sebastian Maks
19 december 2023, 11:05

Volgens Piet Sprengers (ASN Bank) is COP28 niet historisch, maar wel het hoogst haalbare

Nu COP28 ten einde is, kan het knokken voor de doelen van Parijs echt beginnen. En daarmee ook het debat: zal het ‘historische’ akkoord in Dubai daadwerkelijk leiden tot verduurzaming? Het International Energieagentschap loeide de sirene en zei dat het akkoord de temperatuurstijging op aarde niet zal beperken tot 1,5 graad. Hoe kijkt Piet Sprengers, duurzaamheidsexpert bij ASN Bank, terug op de 28e klimaattop?

Piet Sprengers "Als het gaat om een lening voor een nieuw olie- of gasveld, zullen financiers zich inmiddels afvragen: zitten we allemaal stranded assets te financieren?”

“Ik vond het wel een achtbaan hoor”, vertelt Sprengers. Tijdens de top lag hij met een griepje op de bank en had hij veel tijd om de ontwikkelingen in Dubai te volgen. Nóg meer dan hij anders al gedaan zou hebben. “Zoals veel mensen was ik sceptisch over een oliestaat als gastland. Maar goed, ik dacht: je moet hopen dat zo’n land een brug kan slaan naar de grootste dwarsliggers, Saudi-Arabië bijvoorbeeld. Uiteindelijk is dat misschien ook wel gebeurd. Maar het proces was alsnog een achtbaan. Eerst lag er een redelijke tekst, toen kwam er een tekst die volledig uit de bocht vloog, en uiteindelijk is het tot een compromis gekomen.”

Wat vind je van dat compromis?

“Politiek gezien was het, denk ik, het hoogst haalbare. Wat dat betreft hebben Sultan Al Jaber (president van COP28, red.) en Wopke Hoekstra (Eurocommissaris verantwoordelijk voor de Green Deal, red.) hun best gedaan. Maar het gaat me wel ver om het akkoord, zoals Wopke, historisch te noemen.”

Aan jouw kant dus geen euforie?

“Nee, dat klopt. Maar tegelijk denk ik dus dat dit voor nu het maximaal haalbare was. Eigenlijk is het heel raar dat er pas na 28 COP’s iets in een akkoord staat over het afbouwen van fossiele brandstoffen. Maar goed, alle landen moeten ermee akkoord gaan, hè. En je hebt een handvol landen die het echt niet zien zitten om met fossiele brandstoffen te stoppen. Die hebben uiteindelijk wel akkoord kunnen gaan met deze tekst omdat hij vrij zwak is. Je kunt hier gewoon je handtekening onder zetten en vervolgens op je handen gaan zitten. Er is niemand die je een boete komt opleggen. Maar dat is allemaal part of the game.”

Dat is wel de kritiek die men heeft op klimaattoppen. Er worden geen bindende afspraken gemaakt. Wat is zo’n akkoord dan eigenlijk nog waard?

“Zeker, dit stuk papier is natuurlijk redelijk tandeloos. Ik zou het liever anders zien, maar goed, het is zoals het is. Voor mij is het interessanter wat hierna gaat gebeuren. De gemaakte afspraken hadden er natuurlijk allang moeten zijn. Maar nu ze er zijn, geeft het wel een sterk signaal af. Met name voor de financiële sector. Daar zal de risicobeleving van het investeren in fossiele brandstoffen wel een stuk hoger zijn geworden. Als het gaat om een lening voor een nieuw olie- of gasveld, zullen financiers zich inmiddels afvragen: zitten we allemaal stranded assets te financieren?”

“Ook ben ik benieuwd naar hoe dit akkoord zal gaan doorwerken in nieuwe NDC’s (National Determined Contributions, red.). Dat zijn concrete toezeggingen die landen voor 2025 moeten gaan indienen, en die het akkoord in Dubai vertalen naar wat er concreet, op staatniveau, gaat gebeuren. Die NDC’s hebben veel meer voeten in de aarde. Er komt dan eigenlijk pas boter bij de vis.”

Wat kan het COP-akkoord gaan betekenen voor bedrijven?

“Over de financiële sector heb ik het net al even gehad. Voor andere bedrijven denk ik dat het er vooral toe zal gaan leiden dat ze genoodzaakt zijn hun doelstellingen op klimaatgebied te verhogen. Het zou bijvoorbeeld kunnen dat de science based targets
worden aangescherpt (op wetenschap gebaseerde doelstellingen om het klimaatakkoord van Parijs te kunnen halen, red.). Als bedrijven daar nog aan willen voldoen, zullen ze wellicht een schepje bovenop hun eigen doelstellingen moeten doen.”

Laten we het hebben over een ander groot element uit het akkoord. Landen hebben namelijk afgesproken om de capaciteit van hernieuwbare energie voor het einde van dit decennium te verdriedubbelen. Een lastige opgave?

“Ik denk het eigenlijk niet. Windenergie heeft in West-Europa op het moment een dip, maar over het algemeen gaat het heel goed met hernieuwbare energie. Zonne-energie blijft voordeliger worden, en het einde daarvan is nog niet in zicht. De effectiviteit van panelen blijft omhoog gaan. En het wordt ook steeds interessanter om met die zonne-energie bijvoorbeeld groene waterstof te gaan produceren. Ook op het gebied van batterijopslag gebeurt er veel, wat mede bepaalt of je zonne-energie breed kunt uitrollen. Met batterijen kun je de elektriciteitspieken namelijk beter gaan opvangen. En wereldwijd denk ik bijvoorbeeld aan India, China en landen in Zuid-Amerika. Ik verwacht dat duurzame energie daar wel echt een vlucht gaat nemen.”

“Wat ik een moeilijker verhaal vind, is de verdubbeling van energie-efficiëntie voor 2030. Het is de enige maatregel van het akkoord die raakt aan de gedachte: misschien moeten we eens iets anders gaan kijken naar ons begrip van economische groei. Wind- en zonne-energie leveren natuurlijk gewoon rendementen op. Die leiden weer tot allerlei economische activiteit. Maar het verbeteren van de energie-efficiëntie, energiebesparing eigenlijk, dat staat niet bovenaan de lijst maatregelen om economische groei te realiseren. En die energiebesparing moet dan ook nog eens gaan plaatsvinden in sectoren waarin het lastig is om flinke stappen te zetten. Bijvoorbeeld de woningbouw of in de luchtvaart. Nou ja, ga er maar aan staan.”

In Dubai is ook een klimaatschadefonds voor armere landen beklonken van enkele honderden miljoenen. Dat terwijl experts zeggen dat er honderden miljarden, zo niet biljoenen nodig zijn. Hoe zie jij dat?

“Ik deel die kritiek. Het is eigenlijk een druppel op een gloeiende plaat. Klimaatverandering gaat ondertussen namelijk gewoon door, en de schade die daaruit voortkomt, zal alleen maar toenemen. Dus ja, hoe wil je daar dan tegenop boksen met een fonds als dit? Anderzijds is het toch wel een redelijke doorbraak dat er nu toch in ieder geval een tiende van wat nodig is, is toegezegd. Wat dat betreft, geldt hetzelfde als met de afgesproken afbouw van fossiele brandstoffen. In het voorgenomen klimaatschadefonds zit nog veel te weinig geld, maar er is in ieder geval een stap gezet. Arme landen die problemen ervaren, zijn daarmee wel voor een deel geholpen.”

Het is wat vroeg, maar heb je al verwachtingen voor COP29 in Azerbeidzjan?

“Nee, die heb ik nog niet. Mijn blik is nu vooral gericht op de NDC’s. Dat is echt het moment waarop we gaan zien of landen daadwerkelijk iets gaan doen met de uitkomst van deze klimaattop. Ik heb al Europese consultaties voorbij zien komen waar gesproken werd over klimaatneutraal zijn in 2040 in plaats van 2050. Dat zou ook consequenties kunnen hebben voor Nederland. Daar ben ik dus heel benieuwd naar.”

Lees ook:

Half vlees, half plantaardig: Nederlands bedrijf zet in op hybride vlees

Waar de markt voor vleesvervangers groot is, geldt dat niet voor hybride vlees. Aris Molenaar, manager bij Olijck, heeft zich daar vaak over verbaasd. “Ik kijk met belangstelling hoe de eiwittransitie wordt vormgegeven. Plat gezegd moeten vleeseters zo snel mogelijk vegetarisch en het liefst veganistisch eten. We gaan van 0 naar 100. De vraag is hoe realistisch dat is.” Vleesvervangers “Bovendien is de smaak van vleesvervangers nog lang niet optimaal. Als het superlekker was, gingen we massaal aan de vegetarische burgers. Maar dat is niet het geval. Bovendien is het gros van dergelijke producten erg vet, zout en bewerkt. Het barst van de e-nummers.” Idee is niet nieuw De scale-up denkt met hybride vlees de heilige graal te hebben gevonden. Het idee is niet nieuw, al is het volgens Molenaar knap lastig om dit concept succesvol in de praktijk te brengen. “Het loopt vaak stuk op sappigheid, waardoor het te droog wordt. Dierlijke eiwitten in vlees hebben moeite om zich te hechten aan plantaardige eiwitten. Dit kan worden verholpen door e-nummers en trucs, maar dat maakt het weer ongezond. Dat willen we juist niet.” Zeewier Het vlees wordt aangevuld met groenten zoals wortel en ui. En dan is er nog een interessant ingrediënt: zeewier. Hier worden hybride hamburgers, gehaktballen, rundervinken, hotdogs en rookworsten van gemaakt. “Het blijkt precies de binder die we nodig hadden. Dat maakt dat onze Meat-You-Halfway-producten maar weinig toevoegingen nodig hebben. Op voedingswaarde scoort zeewier goed. Het zit vol vezels, mineralen, visvetzuren, vitamines en eiwitten. Door de zilte smaak is minder toegevoegd zout nodig en er zitten niet veel calorieën in.” Zeewier is ook vanuit duurzaamheidsoogpunt interessant. Zo heeft het geen land en geen zoet water nodig om te groeien. De algen en wieren nemen CO2 op, ontzuren de oceanen en dragen bij aan de biodiversiteit in het water. Smaak Al vindt Molenaar de smaak nog het grootste voordeel. “Er bestaan zo’n 12.000 soorten zeewier wereldwijd. Vooralsnog mogen er 24 gebruikt worden binnen de EU voor menselijke consumptie. Dat laat zien dat het nog een totaal onontgonnen gebied is. De zee biedt zoveel smaken en variatie in zeewier. Daar kan je mee experimenteren en mooie producten van maken.” Olijck gebruikt zeewier vooral afkomstig van de Noorse en Ierse kust. De wens is om dit in de toekomst dichter bij huis te halen. In Zeeland en Scheveningen wordt inmiddels ook op kleine schaal zeewier geteeld. Milieubelasting door de helft Het aanvullen van conventioneel vlees met zeewier en groenten verkleint de impact op het milieu. “Voor hetzelfde product is 50 procent minder vlees nodig. Tegelijkertijd blijft de smaak van vlees behouden. Er wordt nog altijd gigantisch veel vlees gegeten. Als we dat halveren, is de impact enorm.” Die impact heeft Olijck laten doorrekenen door Seaweed Food Solutions in samenwerking met Wageningen Universiteit en Research (WUR). Er zijn drie assen onder de loep genomen: CO2-uitstoot, water en landbouwgrond. “De rekensom conventioneel vlees tegenover hybride vlees is niet zo lastig. Alles gaat door de helft. De impact van de zeewierketen meenemen is wat lastiger. Daar werken we nog aan.” Transitie Molenaar is van mening dat hybride vlees een goede oplossing kan zijn. Sowieso voor nu. “Het hangt ervan af hoe goed vegetarische en veganistische vervangers in de toekomst worden. Of hoe kweekvlees zich gaat ontwikkelen. Vooralsnog zijn vervangers voor veel mensen een teleurstelling en mag kweekvlees nog niet de Nederlandse markt op. Dan is hybride vlees, met de smaak van echt vlees, een aantrekkelijk alternatief. Onze producten bevatten op dit moment 50 procent vlees. We onderzoeken of we dit nog verder kunnen terugbrengen zonder dat het ten koste gaat van de smaak. Binnenkort hebben we misschien al genoeg aan 25 of 30 procent vlees.” Afzetmarkt Het assortiment Meat-You-Halfway is nog niet verkrijgbaar in winkels, al is die ambitie er wel. In plaats daarvan levert Olijck de producten aan cateraars, bijvoorbeeld in bedrijfskantines en ziekenhuizen. Het hybride vlees werd ook geserveerd tijdens KLM-vluchten. Duurzamere maaltijden uitdelen tijdens een vervuilende vlucht klinkt als water naar de zee dragen. Molenaar ziet dat niet zo. “Voor ons was het een ultieme test, we wilden graag weten hoe onze producten werden ontvangen. Zo’n actie bij de KLM gaf toegang tot veel ervaringen en feedback. Daar zijn we onwijs mee geholpen. Bovendien spaart een dergelijke samenwerking jaarlijks tonnen vlees uit.” Concurreren met echt vlees Kan het hybride met het echte vlees concurreren als het gaat om prijs? “Dat is het moeilijkste stuk”, geeft Molenaar toe. “Dat we het vlees halveren, wil helaas niet zeggen dat we de prijs ook halveren. Zeewier is best kostbaar. Ons productieproces is prijzig omdat we niet één, maar vijf à zes ingrediënten verwerken. Daarbij zijn onze volumes nog laag. Wanneer we de productie opschalen, zal het al snel goedkoper worden. Onderaan de streep komen we nog vrij dicht bij de prijs van conventioneel vlees. Ik schat in dat ons hybride vlees 10 à 15 procent duurder is.” Samenwerking met grote vleesverwerker Een strategische samenwerking kan helpen om het productieproces in de toekomst efficiënter in te richten en goedkoper te maken. Olijck bundelt de krachten met Enkco (onderdeel van de Van Loon Group), een van de grootste vleesverwerkers van Nederland. Een samenwerking met zo’n grote partij brengt voordelen met zich mee, meent Molenaar. “Enkco heeft veel connecties, bijvoorbeeld in de retail. Dat maakt dat je een ingang hebt bij potentiële afnemers. Het mes snijdt aan twee kanten. Enkco wil de duurzame kant op bewegen. Wij kunnen ze daarbij helpen.” Bovendien gelooft hij in verandering van binnenuit. “Partijen uitsluiten vind ik geen goed idee. Willen we echt een systeem veranderen, dan moet iedereen mee. Ook vleesverwerkers en de KLM. We trekken graag samen met ze op. Samen bereik je nu eenmaal meer.” Lees ook: Meer dan de wikkel om je sushi: is zeewier onze redder in nood?De Nieuwe Keuken: 'Voor ons voldeden de huidige vleesvervangers gewoon niet'Deze Rotterdamse ondernemer kweekt straks eiwitrijke superalgen in Ghana