Hannah van der Korput
31 mei 2024, 13:13

Verzorgingsproducten zonder microplastics: zo doen Smyle en Naïf het

Veel verzorgingsproducten zitten vol microplastics. Dat het anders kan, bewijzen Smyle en Naïf. De twee Nederlandse merken gebruiken geen microplastics en hopen dat andere bedrijven hun voorbeeld volgen.

NIEUW V2 Almar Fernhout (l) en Sjoerd Trompetter (r) kiezen ervoor om microplastics te weren uit hun verzorgingsproducten. | Credits: Smyle, Naïf

Microplastics zijn klein, maar overal. In de badkamer zijn ze goed vertegenwoordigd: onderzoek van de Plastic Soup Foundation wijst uit dat negen op de tien verzorgingsproducten microplastics bevatten. Dat de plasticdeeltjes ook in babyverzorging zitten, ontdekte Sjoerd Trompetter toen hij vader werd. Samen met zijn compagnon startte hij Naïf en bracht crèmes, babyolie en billendoekjes met enkel natuurlijke ingrediënten op de markt. Daar voegde het microplasticvrije merk later verzorgingsproducten voor volwassenen aan toe.

Keerzijde

Trompetter noemt plastic een bijna magisch ingrediënt. “Fabrikanten zijn er dol op, want het is heel goedkoop. De toepassingen zijn eindeloos. Plastic geeft de gewenste structuur aan producten. Siliconen in shampoos laten het haar glanzen en microplastics in crèmes bieden een goede textuur om rimpels op te vullen. Er is echter een grote keerzijde. Plastic breekt namelijk niet af. Het verdwijnt door de wasbak en het doucheputje en komt vervolgens in het ecosysteem terecht. Dat betekent dat het eindigt in het water, de vissen, het voedsel en in ons lichaam.”

Gezondheid

Microplastics in het lichaam hebben schadelijke gevolgen voor de gezondheid, zegt Almar Fernhout. “Steeds meer onderzoeken wijzen uit hoe slecht het is. De Plastic Soup Foundation bericht over rapporten waarin plastic chemicaliën in verband worden gebracht met onvruchtbaarheid, kanker en auto-immuunziekten zoals Alzheimer en Parkinson. Als je ziet wat recente onderzoeken zeggen, is het van de gekke dat het nog mag, al die microplastics in verzorgingsproducten.”

Met zijn bedrijf Smyle pakt Fernhout het anders aan. Hij ontwikkelde tandpastatabletten als vervanging voor de vloeibare tandpasta in plastic tubes. Dankzij de vaste vorm bevat het geen chemische toevoegingen zoals microplastics. “Toen ik hoorde dat mensen zevenhonderd keer per jaar hun tanden poetsen met plastic, dacht ik: dit kan niet waar zijn. Maar het is echt zo. Microplastics in het haar is al niet fris, maar in de mond en tussen de kiezen… Dat heeft me doen besluiten om tandpasta zonder plastic te ontwikkelen.”

Het kan gewoon

Nu zijn verzorgingsproducten niet de enige bron van microplastics. Ze komen ook in het milieu terecht door zwerfafval en slijtende autobanden. Trompetter: “Toch is 2 procent van alle microplastics in de oceaan afkomstig van verzorgingsproducten. Dat is niet nodig. Microplastics horen niet thuis in deze productcategorie.”

Dat bewijst hij met Naïf. In plaats van microplastics, worden natuurlijke ingrediënten gebruikt die een vergelijkbare werking hebben. Zo bevat de wascrème voor kinderen zonnebloem- en katoenzaadolie. In de conditioner is lijnzaadolie verwerkt. “Er zijn genoeg alternatieven. Het wel of niet gebruiken van microplastics is een keuze. Microplastics bestaan nog niet zo lang op deze schaal. Het is een innovatie van de laatste decennia. In de jaren 60 was er ook shampoo en daar zat het niet in.”

Ook tandpastamerk Smyle vermijdt microplastics. De tabletvorm maakt dat mogelijk, verklaart Fernhout. “Als je iets vloeibaar uit een tube wil krijgen, moet er van alles en nog wat in. Onze tabletten bevatten alleen ingrediënten die werkzaam zijn voor het gebit. Meer niet. Ik zeg niet dat het makkelijk was, maar het is zeker mogelijk en bovendien onbeperkt schaalbaar. Met Smyle laten we zien dat het gewoon kan. En als wij het kunnen, dan kunnen grote bedrijven het al helemaal. Die budgetten zijn honderden, zo niet duizenden keren hoger dan de onze.”

Duurzamer?

Zijn microplasticvrije producten ook automatisch duurzamere producten? “Niet per definitie”, zegt de oprichter van Naïf. “Duurzaamheid is breder dan microplastics alleen, maar het is een belangrijk ingrediënt. Bij Naïf maken we op verschillende vlakken duurzame keuzes. Zo zijn de tubes die we gebruiken gemaakt van bioplastic, op basis van rietsuiker. Onze zonbescherming bevat geen chemisch filter en brengt daardoor geen schade toe aan de oceaan. Ook doen we footprint studies naar al onze producten om de CO2-uitstoot verder omlaag te brengen.”

Ook bij Smyle wordt nagedacht over duurzaamheid. De tabletten worden geleverd in een glazen flesje. Het idee is dat deze glazen fles vaker wordt gebruikt. “We werken met refills. Die verpakkingen zijn gemaakt van gerecycled papier en lichter dan tandpastatubes. Dus al met al is het glazen flesje wat zwaarder dan een tandpastatube, maar daarna is de nalevering veel lichter en dus beter voor het milieu omdat er minder CO2-uitstoot tijdens transport plaatsvindt.”

Tijd en geld

Op dit moment kunnen veel merken moeilijk afscheid nemen van microplastics. Hoe komt dat? “Multinationals zijn niet erg flexibel”, zegt Fernhout. “Voor grote partijen is het lastig om innovaties snel door te voeren. Ingrediënten worden vaak grootschalig ingekocht. Dat zorgt voor meer procenten winst in de marge, maar het maakt ze niet wendbaar. En dan is er nog de lobby vanuit de beautyindustrie. In plaats van te veranderen, wordt een ellenlange discussie gevoerd over de definitie van microplastics. De formules van producten worden niet aangepast. Wel wordt er druk nagedacht over manieren om het label microplastic te omzeilen.”

“Een product aanpassen kost tijd en geld”, vult Trompetter aan. “Als er geen harde noodzaak is, doen bedrijven het niet. Die noodzaak moeten we dus creëren. Enerzijds door wetgeving, maar dat duurt erg lang. Anderzijds hebben consumenten en winkelketens een rol. Op het moment dat Kruidvat zegt: we kopen geen producten meer in met microplastics, kan het snel gaan.”

Campagne

Om die noodzaak aan te wakkeren, zijn Naïf en Smyle een campagne gestart in samenwerking met andere microplasticvrije merken WELEDA, Witlof Skincare, Marcel’s Green Soap, The Lekker Company en de Plastic Soup Foundation. De campagne moet het bewustzijn bij consumenten vergroten. Fernhout: “Mensen weten vaak niet dat er microplastics in hun verzorgingsproducten zitten. Daarom kaarten we het probleem aan. Tegelijkertijd willen we duidelijk maken dat een plasticvrije keuze niet moeilijk en duur hoeft te zijn. Er zijn alternatieven die net zo goed en goedkoop zijn, dus waarom zou je het niet doen?”

Ook retailers sluiten zich aan bij de campagne, vertelt Trompetter. “Bol.com is partner en onze boodschap werd enthousiast ontvangen door Etos. Kruidvat is actief bezig om microplastics uit de eigen producten te verwijderen. Dat komt deels door campagnes zoals deze. Nederlandse winkelketens zijn bereid om het goede te doen, maar hebben wel een zetje nodig. Dan helpt het als merken het voortouw nemen en een activistisch geluid laten horen.”

De lopende campagne moet het bewustzijn bij consumenten vergroten.

Antiplastic pact

Volgens de twee ondernemers werkt zo’n antiplastic pact zijn vruchten af. “Als een consument Naïf-shampoo zonder microplastics probeert en het bevalt, dan bestaat de kans dat er ook eens plasticvrije tandpasta en deodorant wordt gekocht. Als merken hebben we verschillende producten, maar de gemeenschappelijke factor is dat we microplasticvrij zijn. Daar vinden we elkaar.”

Trompetter: “Wanneer je samenwerkt, heb je een sterkere boodschap. Alle merken die betrokken zijn bij de campagne willen voorloper zijn. Wanneer een groepje voorlopers samenwerkt, zet iedereen grote stappen. We inspireren elkaar en kunnen concrete dingen van elkaar leren: of het nu gaat om het maken van duurzaamheidsrapportages of in contact komen met partijen uit de retail. Dat maakt zo’n samenwerking erg waardevol.”

Lees ook:

‘Perfect storm’ treft zonnepanelenbranche: vraaguitval, politiek gedoe en slechte pers

Het faillissement van Koolen Industries Solar, Koolen Installation Services, BonGo Solar en Novavolt is een bittere pil voor investeerder Kees Koolen. Hij had met investeringsvehikel Koolen Industries juist ingezet op groei van de vier zonnepaneelbedrijven in zijn portfolio. Niet onterecht, want volgens curator Bert Jansen draaiden die tot vorig jaar nog ‘hartstikke goed’. De orderportefeuilles waren gevuld, de magazijnen vol. Nu loopt Jansen door een ‘enorme echoput’, zegt hij tegen RTL Nieuws. De bedrijven zagen de omzet in korte tijd halveren. Geld bijstorten bleek onbegonnen werk. Uiteindelijk restte geen andere optie dan het faillissement aanvragen.Concurrentie uit China De faillissementen staan niet op zichzelf. Eerder deze maand zakten installateurs E-Partners en Elektro Service Brabant door het ijs. De maanden daarvoor vielen installateurs HT Solar en E-Partners en zonnepanelenproducent Exasun om. Arthur Weeber, hoogleraar zonne-energie aan de TU Delft, vreest dat meer bedrijven gaan volgen. Er spelen verschillende dingen, legt hij uit. Fabrikanten als Exasun zuchten onder concurrentie uit China, die de afgelopen anderhalf jaar nog steviger is geworden. "De prijs van Chinese pv-panelen is in 2023 gehalveerd. Ik denk dat een 400 watt-module in China voor een tweeënhalf keer lagere kostprijs kan worden geproduceerd dan in Europa. En dat is een voorzichtige schatting." Dan de installateurs, waaronder ook de bedrijven van Koolen. Zij kampen met vraaguitval, die deels het gevolg is van verzadiging op de particuliere markt. Nederland behoort wereldwijd tot de koplopers op het gebied van zonne-energie. Nederlanders installeerden vorig jaar een recordvermogen van 2,55 gigawatt aan zonnepanelen op het dak, blijkt uit het Nationaal Solar Trendrapport 2024 van DNE Research. Dat is 17 procent meer dan in 2022, het vorige recordjaar, toen de vraag naar duurzame energie als gevolg van de Oekraïne-oorlog piekte. Inmiddels is een derde van de Nederlandse woningen voorzien van zonnepanelen.Explosieve groei Die explosieve groei trok een leger van bedrijfjes en zzp’ers aan. In minder dan twee jaar tijd steeg het aantal installateurs van zonnepanelen van 4.757 naar 8.705, meldt het FD op basis van KvK-gegevens. De ‘cowboys en gelukszoekers’ vallen nu als eerste af, ziet Jan Pieter Versluijs, medeoprichter van Solar Monkey. "Net als de kleintjes." Zijn softwarebedrijf verzorgt ontwerp- en offertesoftware voor installateurs van zonnepanelen en dekt met 800+ klanten in de residentiële en kleinzakelijke sector 25 tot 30 procent van de markt af. "Wij zien: bedrijven die wat meer body hebben en meer op de lange termijn gericht zijn, hebben betere kansen. Maar hun buffers krimpen ook." Opvallend is dat de sector de recordgroei van 2023 volledig aan de eerste zes maanden van het jaar te danken heeft. In de tweede helft slaat de groei om naar krimp, een ontwikkeling die in 2024 doorzet. "Het afgelopen half jaar is het verkoopvolume van onze klanten met 70 procent afgenomen. Ja, dat doet ons ook pijn", zegt Versluijs. "Als ik naar de bedrijven van Kees Koolen kijk, zullen die ongetwijfeld rekening gehouden hebben met een terugval. Maar niet op deze schaal."Kees Koolen zag vier van zijn zonnepaneelbedrijven failliet gaan.Zwabberend overheidsbeleid Die extreme terugval is volgens branchekenners niet los te zien van de invloed van de politiek en media. Het zwabberende beleid rondom de salderingsregeling heeft veel schade aangericht, zeggen zij. Die zou eerst vanaf 2025 stapsgewijs worden afgebouwd, bleef toch overeind, om in het nieuwe hoofdlijnenakkoord per 2027 in zijn geheel te worden geschrapt. Op zich een verstandige beslissing, vinden ondernemers. De regeling was op langere termijn niet houdbaar. Het gaat om de manier waaróp, zegt Bram Klaassen. Hij is oprichter en CEO van BeSolar Store, een ander bedrijf uit de stal van Koolen Industries, dat duurzame energieoplossingen levert vanuit twintig eigen winkels. "Niemand vindt het leuk als tijdens het spel de regels ineens worden gewijzigd. Dat maakt mensen onzeker." Met de salderingsregeling mogen zonnepaneelbezitters goedkope zonnestroom die ze terugleveren aan het net, afstrepen tegen de vaak duurdere stroom die ze op dagen zonder zon gebruiken. Maar met het overvolle stroomnet zien overheid en energiebedrijven liever dat huishoudens die elektriciteit zelf gebruiken. Bijvoorbeeld door op strategische momenten – lees: overdag, als de zon schijnt – de wasmachine te laten draaien of de elektrische auto op te laden. "Nu zijn opwek en verbruik vaak niet in balans", legt Versluijs uit. ‘In plaats van salderen, moet er een prikkel komen om energie op een ander moment te gebruiken of tijdelijk op te slaan." Hoogleraar Arthur Weeber ziet de salderingsregeling liever nog niet verdwijnen. Ja, het instrument heeft gebreken, maar het werkte wél. "Dankzij de salderingsregeling heeft de markt van zonnepanelen een enorme boost gekregen", zegt hij. "Nu wordt dat instrument uit de gereedschapskist gehaald, zonder dat er een beter alternatief voor in de plaats komt. Terwijl we midden in een energietransitie zitten, die we moeten blijven stimuleren." ‘Terugleverboete’ Het terugleveren van al die stroom betekent extra kosten voor energiemaatschappijen. Een huishouden met zonnepanelen kost leveranciers jaarlijks tot enkele honderden euro’s meer dan een huishouden zonder, berekende de Autoriteit Consument & Markt, kosten die over alle klanten worden verdeeld. In dat licht is het niet gek dat inmiddels bijna alle leveranciers een fee rekenen, of gaan rekenen, voor zonnepaneelbezitters. Ook dat leverde verwarring op. En boosheid, want daar sta je dan met je goede gedrag. En wat gaat dat eigenlijk kosten? In de media is deze fee de ‘terugleverboete’ gaan heten. Iets waar Klaassen geen goed woord voor over heeft. "Laatst heb ik een paar dagen lang krantenkoppen verzameld van alles wat over onze branche geschreven werd", zegt hij. "Die schetsten een behoorlijk gekleurd beeld. Dat klanten zich bekocht voelen, dat de energietransitie mislukt zou zijn. Het AD en De Telegraaf schreven dat de terugverdientijd tien tot vijfentwintig jaar is. Daar klopt niets van. Wij weten dat, maar de gemiddelde krantenlezer niet." Meer probleem dan oplossing Zonnepanelen gaan minimaal 25 jaar mee. Milieu Centraal gaat uit van een terugverdientijd van ongeveer vijf jaar, al verschilt dat volgens Klaassen per klant en locatie, daarna leveren ze nog twintig jaar of langer geld op. Hij vindt het dan ook ‘ongelooflijk jammer’ dat zonnepanelen nu meer probleem dan oplossing lijken. "Omdat het niet alleen gaat over duurzaamheid of financieel voordeel, maar vooral over onafhankelijkheid. Uiteindelijk moeten we allemaal toe naar eigen energievoorziening; zonnepanelen in combinatie met een dynamisch contract en een thuisbatterij." Daar ligt volgens de ondernemers direct een van de oplossingen voor zonnepaneelbedrijven in het nauw: het verdienmodel verbreden. Naast zonnepanelen ook de batterij- en warmtepompmarkt op, al dan niet in samenwerking met spelers die daar al actief zijn, om klanten complete energiemanagementsystemen te kunnen leveren. "De markt voor zonnepanelen is enorm hard gegroeid en daar mogen we als branche waanzinnig trots op zijn", zegt Versluijs. "Maar er is nog zoveel meer te doen." Dit artikel verscheen oorspronkelijk bij MT/Sprout.Lees ook: Offshore windpark levert altijd stroom dankzij opslagtank op zeebodemHoe kolenmijnen de groene transitie een handje kunnen helpenKan dit manifest de stilliggende aanleg van warmtenetten vlot trekken?