Wilke Wittebrood
29 juli 2025, 10:15

Vertrek Shell bij klimaatclub laat zien: Big Oil gaat (en kan) niet vrijwillig vergroenen

Shell en andere oliereuzen stoppen hun samenwerking met het Science Based Targets initiative (SBTi). Doel was om tot een standaard te komen die de industrie in 2050 klimaatneutraal moet maken. Maar dat ze daarvoor geen nieuwe olie- en gasvelden meer mochten ontwikkelen, dat gaat de bedrijven te ver. Hoe nu verder? 5 vragen.

Klimaatprotest Een klimaatprotest voor het hoofdkantoor van Shell. | Credits: Getty Images

#1 De Science Based Targets duiken vaker op in duurzaamheidsverslagen, maar wat zijn het precies?

Adidas, Heineken, Coca-Cola, ING; allemaal hebben ze zich gecommitteerd aan het Science Based Targets-initiatief (SBTi). Achter dit ‘klimaatkeurmerk’ zit een invloedrijke non-profitorganisatie, die bedrijven helpt om klimaatbeleid te formuleren dat in lijn is met het Parijsakkoord.

Dat wil zeggen: doelstellingen die overeenkomen met wat volgens de wetenschap nodig is om onder de 2 en liefst nog 1,5 graden opwarming te blijven. Het klimaatbeleid van bedrijven, zagen de oprichters van het SBTi in 2015, ging daarvoor vaak niet ver genoeg.

Dat is te verklaren. Het is nogal ingewikkeld om een mondiale temperatuurdoelstelling te vertalen naar concrete bedrijfsdoelen. SBTi levert hiervoor het raamwerk – een standaard waaraan bedrijven hun beleid kunnen toetsen – én een seal of approval. Tien jaar later hebben ruim 6.000 organisaties wereldwijd zich aan deze science based targets verbonden.

Alleen, voor de olie- en gassector is zo’n standaard er nog niet. Het SBTi sleutelt al zes jaar aan een strategie die ook deze industrie in 2050 klimaatneutraal moet maken. Oliereuzen Shell, het Noorse Aker BP en het Canadese Enbridge waren aan boord, maar hebben zich een half jaar geleden in stilte uit de adviescommissie teruggetrokken, ontdekte de Financial Times.

Sinds april van dit jaar ligt het proces stil, zo is op de site van het SBTi te lezen. Al heeft dat volgens het adviesorgaan niets te maken met het vertrek van de industriepartijen, maar met capaciteitsproblemen.

#2 Shell wil in 2050 klimaatneutraal zijn. Moet het bedrijf dan niet juist aan tafel blijven zitten?

Shell vindt van niet, Aker BP en Enbridge ook niet. De bedrijven konden zich niet vinden het conceptvoorstel van het SBTi, dat in handen is van de zakenkrant. Dat concept weerspiegelde hun standpunt op ‘geen enkele wezenlijke manier’, vonden zij.

Het pijnpunt? De voorwaarde dat de bedrijven die zich aan de SBT’s committeren, geen nieuwe olie- en gasvelden meer mogen ontwikkelen. Op zeer korte termijn bovendien, zodra ze hun plan bij de klimaatclub hebben ingediend of anders uiterlijk tegen het einde van 2027. Ook moeten ze hun olie- en gasproductie volgens het voorstel fors verminderen.

Shell vindt dat ‘niet realistisch’. Aker BP is verontwaardigd omdat het bedrijf ‘beperkte’ invloed heeft gehad op het resultaat en Enbridge wil in de toekomst alleen nog aanschuiven bij ‘praktische en pragmatische’ gesprekken.

Al haasten ze zich alle drie te zeggen dat ze willen blijven bijdragen aan een norm die de industrie moet helpen verduurzamen. Maar die moet, zegt een woordvoerder van Shell tegen de Volkskrant, ‘realistische maatschappelijke en economische veranderingen weerspiegelen en voldoende flexibiliteit geven om te veranderen naar een netto-nulbedrijf’.

#3 Hebben de oliebedrijven een punt?

Ja, in die zin dat de CO2-uitstoot drastisch terugbrengen economisch gezien een lastig verhaal is. Feitelijk betekent het dat olie- en gasbedrijven hun bestaande business grotendeels kunnen opdoeken, zegt klimaatconsultant Margriet Kuijper, die in 2024 deel uitmaakte van diezelfde olie & gas-adviesgroep. ‘Ik denk dat de aandeelhouders dan snel weglopen.’

Een ander probleem is dat de SBTi één standaard op een volledige sector probeert te plakken, zegt ze. ‘We kunnen niet van elk bedrijf verwachten dat ze de bestaande productie halveren. We hebben over 25 jaar echt geen honderd bedrijven nodig die allemaal de helft doen van wat ze deden. Ik voorzie eerder dat we overblijven met vijftig bedrijven die nog wel op volle capaciteit draaien. Maar voor zo’n scenario laat de SBTi weinig ruimte.’

Niet alleen is het economisch ingewikkeld, zolang de bal bij de fossiele industrie zelf ligt, is verduurzaming volgens Kuijper ook niet effectief. Het enige dat er dan gebeurt, is dat koplopers uit de markt worden gedrukt.

‘Dat was een van de hoofdredenen dat de rechter het scope 3-reductiedoel voor Shell afwees’, concludeerde ze na het verloren beroep van Milieudefensie tegen de Britse energiereus, vorig jaar november. ‘Als Shell straks van de Nederlandse rechter bijvoorbeeld geen nieuw olieveld meer mag ontwikkelen in Suriname, neemt Exxon dat met alle liefde over. Dan dalen de emissies alsnog niet.’

De eis om geen nieuwe olie- en gasvelden meer te ontwikkelen noemt ze ‘compleet wereldvreemd’. ‘De energievraag blijft onverminderd hoog. Te hoog om alleen met duurzame energiebronnen in te vullen, zeker met de snelle groei van AI. Als land wil je voor je energievoorziening echt niet afhankelijk zijn van Amerika, Rusland of het Midden-Oosten. Als je eigen voorraden hebt en die niet exploiteert, maak je je onnodig afhankelijk van buitenlandse regimes. Bovendien ben je dan een dief van je eigen portemonnee.’

Dat betekent volgens Kuijper niet dat we op de oude weg verder kunnen. Elk nieuw veld vergroot het risico op een lock-in in het fossiele systeem, zegt ze. ‘Daarom moeten er bij nieuwe fossiele energieprojecten harde voorwaarden aan de emissies worden gesteld. Inclusief de scope 3-emissies, de uitstoot tijdens het verbruik van de olie en het gas.’

#4 Hoe risicovol is het om nieuwe velden te blijven ontwikkelen?

Het Internationaal Energieagentschap (IEA) laat er al jaren geen twijfel over bestaan wat er moet gebeuren. ‘Vanaf vandaag mogen er geen nieuwe olie- en gasvelden worden goedgekeurd voor ontwikkeling’, stelt de organisatie in het rapport Net Zero Emissions by 2050 – en dat stamt alweer uit 2021. Het SBTi baseert zijn adviezen onder andere op de roadmaps van het IEA.

Tot 2050 moet de aanvoer van olie en gas juist dalen – respectievelijk met 70 en 84 procent. Terwijl de industrie ‘koolstofbommen’ blijft ontwikkelen en exploiteren, blijkt uit onderzoek van de Franse ngo Data for Good. Dat wil zeggen: projecten die tijdens hun levensduur meer dan één gigaton aan CO2 uitstoten.

In totaal identificeerden ze 425 projecten, samen goed voor meer dan duizend gigaton aan uitstoot. Dat is het dubbele van wat we volgens het International Panel on Climate Change nog kunnen uitstoten, willen we een kans van 50 procent houden om de opwarming van de aarde tot 1,5 graden te beperken.

#5 Vorige maand liepen pogingen voor maatwerkafspraken tussen Shell en de overheid ook al spaak. Als vrijwillige afspraken met Big Oil niet werken, wat dan wel?

Milieudefensie blijft geloven in de weg van het recht. Na het verloren hoger beroep bereidt de milieuorganisatie een nieuwe zaak voor tegen Shell. Het doel: het concern via de rechter dwingen om de zevenhonderd nieuwe olie- en gasvelden die Shell nog zou kunnen ontwikkelen, niet te exploiteren.

Ook bedrijven kunnen voor deze route kiezen, zei de Amerikaanse klimaatactivist Auden Schendler eerder op MT/Sprout. Ondervinden ze schade of overlast door klimaatverandering? Onderzoek of daar compensatie voor kan worden geëist bij degenen die de CO2-uitstoot hebben veroorzaakt, adviseert hij.

Bedrijven kunnen volgens Schendler meer doen. ‘Stevige druk uitoefenen op het politieke proces om het bestaande beleid drastisch te veranderen. Hun stem echt laten horen.’ Daar sluit klimaatconsultant Margriet Kuijper zich bij aan. Volgens haar begint verandering met erkennen dat ‘99 procent’ van de bedrijven met de huidige regels simpelweg niet klimaatneutraal kan worden.

Nu worden ze gedwongen te doen alsof dat wel kan, zegt ze. ‘Dat is onrealistisch en leidt tot loze beloften.’ Met als gevolg dat een groeiend aantal bedrijven nu op die beloften terugkomt. Zoals Shell, dat zijn targets voor 2030 afzwakte en een tussendoel richting netto-nul in 2050 – een reductie van 45 procent in 2035 – volledig schrapte. Kuijper: ‘Die plannen zijn compleet onvoldoende.’

Als Shell echt toegewijd is aan het halen van de Parijsdoelen, zoals het bedrijf beweert, zou de multinational volgens Kuijper veel transparanter moeten zijn over de weg daarnaartoe. Hoever de oliereus de emissies kan reduceren onder de huidige wet- en regelgeving, hoe ze hun duurzame toekomst zien en wat ze daarvoor nodig hebben in de landen waar ze actief zijn.

Een positieve lobby, noemt ze het. ‘Dat vond ik de belangrijkste toegevoegde waarde van de maatwerkafspraken, ook al zijn die grotendeels mislukt: dat dat gesprek in elk geval werd gevoerd. Niemand heeft iets aan bedrijven die doen alsof ze netto-nul kunnen bereiken zonder beleidswijzigingen.’

Lees ook:

Hoe duurzame, drijvende woningen de woningnood in Nederland kunnen oplossen

‘Er ligt heel veel potentie op het water en daar maken we eigenlijk slecht gebruik van op dit moment’, zegt directeur en medeoprichter Rutger de Graaf. Bluelands wil op ongebruikte waterplassen betaalbare, drijvende woningen bouwen. Niet alleen in Nederland, maar in heel de wereld. Lego op het water Daarvoor heeft de startup een gepatenteerd platform ontwikkeld. Onzinkbaar, duurzaam, goedkoop, modulair en net zo groot te maken als je zelf wilt, stelt Bluelands. De waterdichte buitenkant van de bakjes wordt grotendeels gemaakt van gerecycled plastic. De kern bestaat uit blokken gerecycled piepschuim. Daarop komt een betonnen vloer, die meteen geïsoleerd is en de beganegrondvloer vormt van de woning. Bouwvakkers kunnen daar gewoon overheen lopen om het platform verder in elkaar te zetten.‘We waren op zoek naar een systeem dat heel makkelijk in elkaar te zetten is. Het is letterlijk lego op het water’, zegt De Graaf. ‘Zeker voor de buitenlandse markt moet je een systeem hebben dat makkelijk toepasbaar is. Wij maken blokjes op het water aan elkaar vast en leggen daar de vloer op. Zo kunnen we direct op het water bouwen, waardoor je geen dure voorzieningen zoals kranen of droogdokken nodig hebt.’Bluelands kan zijn platform in principe in iedere vorm en afmeting maken, ook voor grotere, complexe bouwprojecten. ‘Daardoor wordt de opschaling van drijvend bouwen mogelijk. We kunnen drijvende appartementencomplexen van meerdere lagen bouwen. Dat was tot voor kort lastig. Daardoor kun je grotere aantallen bouwen voor diverse doelgroepen. Dus niet alleen een drijvende woning op het water voor rijke mensen, maar ook sociale woningbouw en starterswoningen. We zijn nu bezig om dat marktsegment open te breken. Het is niet erg dat de eerste generatie drijvend bouwen voor de rijkere doelgroep was, maar nu hebben we de technologie doorontwikkeld, zodat het bereikbaar wordt voor iedereen’, zegt hij. Woningnood opgelost met drijvend bouwen Ongeveer 10 procent van Nederland bestaat uit binnenwater. Van rivieren en meren, tot plassen en kanalen. Bluelands zegt daar minder dan 3 procent van nodig te hebben om de benodigde 900.000 woningen tot 2030 te kunnen bouwen en zo de woningnood op te lossen. Twee derde wordt betaalbare woningbouw in het middensegment en een derde sociale woningbouw voor corporaties. Dat kan omdat bouwen op grotere, drijvende platforms van Bluelands minstens 20 procent goedkoper is dan op betonnen caissons, waar momenteel de meeste drijvende woningen op gebouwd worden.Op het land gaan we volgens De Graaf de ruimte voor al die woningen niet vinden. ‘Iedere vierkante meter heeft al een bestemming of het zit in iemands achtertuin, waardoor het moeilijk wordt. Het water is veel minder ontwikkeld dan het land. Niet al het water heeft een hoge natuurwaarde of een transportfunctie. Er zitten ook verlaten oude havenbekkens bij, grindgaten of zandwindplassen. Wij hebben maar een heel klein stukje nodig’, zegt hij.Een drijvende woning stuit volgens hem op minder complexe ruimtelijke ordeningsprocedures. Vaak is alleen een ligplaatsvergunning of toestemming om te bouwen nodig. ‘Land is duur, maar water is goedkoop en soms zelfs gratis’, zegt De Graaf. Platform maakt duurzame houtskeletbouw mogelijk Bluelands levert het drijvende platform, maar bouwt de woningen niet zelf. Daarvoor werkt de startup samen met aannemers, projectontwikkelaars en bouwers die bijvoorbeeld kant-en-klare, prefab, modulaire woningen uit de fabriek bouwen. Vooral houtskeletbouw met biobased materialen. ‘Die zijn bij uitstek geschikt om op ons platform te bouwen’, zegt De Graaf.Bluelands maakt zoveel mogelijk gebruik van gerecycled materiaal. Omdat het platform niet volledig van beton is en er met lichtere gewichten op gebouwd wordt, gebruikt deze methode veel minder beton dan bestaande woningen. Aangezien beton verantwoordelijk is voor 8 procent van de wereldwijde CO2-uitstoot, maakt dat de bouw van de drijvende woningen een stuk duurzamer. [caption id="attachment_162471" align="alignnone" width="900"] Directeur en medeoprichter Rutger de Graaf wil met de drijvende platforms van Bluelands de woningnood oplossen. Credits: Bluelands[/caption] Water komt van vier kanten Daarnaast lossen de drijvende woningen nog een ander klimaatprobleem op: zeespiegelstijging. De uitspraak van het Internationaal Gerechtshof in Den Haag over de aansprakelijkheid van industriële landen voor klimaatverandering, zette nog eens de schijnwerpers op de eilandstaten in de Stille Oceaan die door de zeespiegelstijging onder water dreigen te raken. Dat soort landen wil Bluelands ook gaan helpen met zijn drijvende woningbouwtechnologie.Maar ook Nederland krijgt te maken met de gevolgen van zeespiegelstijging. De komende decennia kunnen hogere dijken het stijgende zeewater nog buiten houden, maar door hevigere regenbuien stijgt ook het waterpeil van rivieren en andere wateren. ‘Water komt van vier kanten. Niet alleen van de zee, maar ook van de rivier, uit de lucht en uit de grond. Dat speelt in Nederland en in andere landen. Daarom wordt wat wij doen steeds belangrijker’, zegt De Graaf. ‘Wij willen met onze technologie graag helpen.’ Voor half miljoen aan aandelen uitgegeven Bluelands is een spin-off van Blue21, het ingenieurs- en architectenbureau dat al achttien jaar drijvende steden ontwerpt en bekend is van projecten als het drijvend paviljoen in Rotterdam en de waterwoningen in de Harnaschpolder in Delft. Beide bedrijven zijn gevestigd in de Buccaneer in Delft. Bluelands bouwde zijn eerste pilot van het drijvende platform daar in de buurt, in The Green Village van de TU Delft. Daarop staat een klein kantoor.‘Door de jaren heen is Blue21 steeds meer een technologiebedrijf geworden’, zegt De Graaf. ‘We hebben onze eigen software, we investeren in het buitenland en zitten in een joint venture voor grootschalige drijvende kuststeden. We zijn dus eigenlijk geen ingenieurs- en architectenbureau meer. Daarom hebben we Bluelands ondergebracht in een aparte dochteronderneming.’Om Bluelands te laten groeien als zelfstandig bedrijf en het drijvende platform overal ter wereld te kunnen verkopen, is de startup een zogeheten sharefunding-campagne begonnen op platform eyevestor. Daarmee wil het voor 500.000 euro aan aandelen uitgeven. De voorinschrijving is begonnen en de verkoop start binnenkort.Van die vijf ton wil de startup een professionele organisatie optuigen die marktpartijen, overheden en corporaties gaat benaderen en demonstratieprojecten gaat uitvoeren. Bluelands werkt nu al mee aan projecten als De Drijvende Kracht in Zwolle, waar het grootste drijvende appartementencomplex ter wereld moet komen, en de drijvende, modulaire woningen van WeFloat. In 2029 moet het bedrijf al een omzet van 10 miljoen bereiken. Lees ook:In deze eeuwenoude broedplaats voor innovatie maken bedrijven de wereld van morgen VLOAT: klimaatneutraal wonen op pontons als eilanden Drijvende studentenwoningen op gerecyclede schepen Bodem Noordzee laat zien dat zeespiegel veel sneller kan stijgen dan gedacht