Teun Schröder
28 augustus 2025, 08:00

Vertical farming herrijst: dit keer op stevigere bodem

Het werd gepresenteerd als dé oplossing voor een voedselsysteem dat tegen zijn grenzen aanloopt: vertical farming, boeren in een perfect gecontroleerde binnenomgeving, idealiter in drukke steden, dicht bij de consument. Toen kwam de energiecrisis en vielen de bedrijven bij bosjes om. Maar er is licht aan het einde van de tunnel. En dat licht kleurt rood en blauw.

Rond de energiecrisis kreeg vertical farming een flinke klap te verduren. Maar inmiddels krabbelt de sector weer op. Rond de energiecrisis kreeg vertical farming een flinke klap te verduren. Maar inmiddels krabbelt de sector weer op. | Credits: Getty Images

‘Rood licht stimuleert de groei van de plant en zorgt voor stevig blad. Blauw licht versterkt de smaak’, zegt Laura van de Kreeke van Growy, terwijl ze ons rondleidt in de vertical farm die ze samen met haar vader Ard oprichtte. We kijken een soort container in waarin boven elkaar gestapeld rijen kleine plantjes groeien, zover het oog reikt. Een slamix in dit geval, badend in rood en blauw licht vertoevend onder een constante temperatuur van 24 graden.

Aan de rand van Amsterdam, in een grauw gebouw dat van de buitenkant meer aan een parkeergarage doet denken dan aan een boerderij, teelt Growy verspreid over 48 van dit soort ‘cellen’ groenten. ‘We leveren inmiddels bladgroenten en microgreens (smaakvolle blaadjes en bloemen waarmee chefs garneren, red.) aan een paar honderd restaurants’, zegt Van de Kreeke. ‘En we liggen in zo’n 25 supermarkten, voor dezelfde prijs als vergelijkbare producten van het land of de kas.’

Vertical farming moet businessmodel herzien

Growy heeft inmiddels zo’n veertig werknemers en is een zeldzaam succesverhaal in een sector die rake klappen kreeg. Na een periode waarin door lage rentes investeringsgeld tegen de plinten liep, zakte de markt volledig in. Tussen 2022 en 2023 daalden de investeringen in vertical farms met 91 procent. Bedrijven die voor miljoenen werden gewaardeerd, gingen failliet: het Franse Agricool, Kalera uit Colorado, Infarm uit Berlijn en AeroFarms uit New Jersey. Dit laatste bedrijf stond zelfs op het punt om tegen een waarde van 1,2 miljard dollar naar de beurs te gaan.

‘Vanaf 2022 schoten de energieprijzen omhoog’, zegt Leo Marcelis, hoogleraar aan de Wageningen University & Research en gespecialiseerd in glastuinbouw en vertical farming. ‘Elektriciteit is een enorme kostenpost. Tegelijk werd geld lenen moeilijker door stijgende rentes. Veel bedrijven onderschatten de kapitaalbehoefte: gebouwen, techniek, installaties. Sommige businessmodellen waren vanaf het begin al niet rendabel, ondanks mooie beloftes.’

Hoe duurzaam is vertical farming?

Vertical farming wordt vaak gepresenteerd als een duurzaam alternatief voor traditionele landbouw. Maar de werkelijkheid is genuanceerder, stelt hoogleraar Leo Marcelis van Wageningen University. De positieve punten:

Landgebruik: voor een vertical farm is minder landoppervlak nodig. Wat met de vrijgekomen ruimte gebeurt, is een politieke keuze – maar het kán natuur opleveren.
Watergebruik: waar in Zuid-Europa soms 60 liter nodig is voor één kilo groenten, gebruikt een Nederlandse kas 15 tot 20 liter. In een vertical farming kan dat met slechts 4 tot 5 liter per kilo.
Meststoffen en gewasbescherming: mineralen en andere hulpstoffen kunnen effectief worden toegepast, zonder dat ze uitvloeien naar het milieu. Bestrijdingsmiddelen zijn niet of nauwelijks nodig.
Transport: de ideale vertical farm bevindt zich dicht bij een stedelijk gebied en levert zijn gewassen aan haar inwoners. Dat scheelt transportuitstoot met voedsel dat van verder komt.

Tegelijk zijn er ook uitdagingen:

Energieverbruik: alle planten hebben licht nodig en dat licht wordt gecreëerd met elektriciteit. Wordt deze elektriciteit opgewekt uit fossiele bronnen, in plaats van uit hernieuwbare bronnen, dan stijgt de milieu-impact.
Technologie: zonnepanelen en windmolens zorgen voor een duurzamer energieverbruik, maar vragen ook kostbare materialen. Hetzelfde geldt voor de geavanceerde technologie die het mogelijk maakt om een vertical farm zo geautomatiseerd mogelijk te runnen.

Zo laag mogelijk kostprijs per vierkante meter

Bart Kuiter, projectontwikkelaar bij AMS Institute, herkent die trend. Samen met wetenschappers van Wageningen University & Research, de TU Delft en MIT probeert Kuiter op academische basis oplossingen te bieden voor stedelijke vraagstukken in de regio van Amsterdam. Vertical farming is daarbij een manier om voedsel van dichtbij te halen. ‘De opkomst van vertical farming ging gepaard met veel enthousiasme. Inmiddels is die bubbel doorgeprikt. Deels onvermijdelijk en het zorgde helaas voor een wat negatief imago. Onterecht, want deze sector kan absoluut winstgevend zijn. En vertical farming leent zich juist voor innovaties.’

Maar nu het kaf van het koren is gescheiden, kan de technologie zich doorontwikkelen. Kuiter: ‘Vertical farming is nog een jonge sector. Obstakels horen daarbij. De komende jaren zal alles erop gericht zijn om de kosten per vierkante meter omlaag te brengen. Denk aan slimmer omgaan met energie, gebouwen, teeltvoorschriften, maar ook met genetica: bepaalde plantrassen zijn geschikter om verticaal te kweken dan andere.’

Focus op duurzaam, lekker en betaalbaar voedsel

Ard van Kreeke, voormalig Zeeuwse boer en medeoprichter van familiebedrijf Growy vertelt hoe kostenbeheersing vanaf dag één centraal stond. ‘High tech en AI zijn bij ons geen doel op zich. Iedereen die bij ons werkt, heeft als functietitel ‘farmer’. Dat is wat we doen: duurzaam, lekker en vooral betaalbaar voedsel produceren. We hebben onze techniek zelf ontwikkeld, waardoor onze investeringskosten per vierkante meter zo’n 20 procent van het marktgemiddelde zijn.’

Dat andere farms de energiekosten de schuld geven van hun ondergang vindt hij te makkelijk. ‘Veel ambities gingen uit van veel te hoge investeringskosten. Als je geen betaalbaar product kunt maken voor het schap, is de hype snel voorbij.’

Inmiddels liggen verschillende producten in Growy in het supermarktschap | Bron: Growy

Elke kleur een ander prijskaartje

Growy werkt continu aan kostenverlaging. Het ontwikkelt eigen zaden die met minder energie toe kunnen en maakt zelf het duurzame substraat waarop de plantjes groeien. Elke lichtkleur heeft een ander verbruik, dus zoekt het bedrijf naar het slimste lichtprofiel. De arbeidskosten blijven laag doordat één persoon de hele boerderij op afstand kan aansturen. En is er een storing, dan kan een monteur ingrijpen.

Wereldhonger oplossen met vertical farming?

Een vertical farm past overal en produceert onder ideale omstandigheden voedsel. Dat klinkt als een potentiële oplossing voor wereldhonger. Toch is het niet zo eenvoudig, waarschuwt landbouwexpert Marcelis van Wageningen University. ‘Voor bulkgewassen als tarwe, mais of aardappels is vertical farming onrealistisch. Die produceren te weinig kilo’s oogstbaar product. Technisch kan het prima, maar economisch kan het totaal niet uit.’

Maar voor verse producten – bladgroenten, kruiden, microgroenten – ziet Marcelis zeker potentieel. ‘Je kunt telen zonder veel land, dicht bij stedelijke gebieden, in alle klimaten. Vertical farming is niet de oplossing voor wereldhonger, maar kan wel bijdragen aan de beschikbaarheid van verse en gezonde voeding.

Vertical farms: planten inzetten als biologische batterij

Zowel Kuiter als Marcelis verwachten dat vertical farming de komende jaren verder zal groeien. Kuiter: ‘Ik zie processen in de toekomst verder geautomatiseerd worden, zodat arbeidskosten afnemen. Daarnaast gaan we farms zien in onherbergzame gebieden waar groenteteelt voorheen onmogelijk was, zoals in arctische gebieden. In Nederland is het vooral belangrijk dat subsidies onderzoek stimuleren om te kunnen blijven innoveren en dat wet- en regelgeving faciliterend is voor deze jonge sector. Vertical farming wordt nu gezien als industrie, niet als landbouw en dat heeft ook weer invloed op vergunningen en subsidies’, zegt Kuiter. Voor de korte termijn is het daarom cruciaal dat de overheid vaststelt wat de rol van vertical farming is in ons voedselsysteem.

Volgens Marcelis kunnen supermarkten ook een belangrijke rol spelen in het succes van vertical farming. ‘Met vertical farming kun je het hele jaar door exact dezelfde kwaliteit leveren. Dat is aantrekkelijk voor afnemers die stabiele kwaliteit zoeken. Hij ziet zelfs kansen voor het tegengaan van netcongestie. ‘Bijvoorbeeld door teelt af te stemmen op pieken in duurzame energie en planten dan tijdelijk meer licht te geven. In die zin kun je de plant als een soort biologische batterij gebruiken.’

Beiden zien ook toekomst in meer hybride systemen waarbij traditionele kassen worden gecombineerd met vertical farms. Het opkweken van zaadje tot plant kan dan in een vertical farm gebeuren, waarna de verder groei in de kas plaatsvindt. Met name voor planten die wat sneller de hoogte in groeien, zoals tomaten en paprika’s kan dit een interessant combinatie zijn.

Vertical farms copy-pasten naar het buitenland

Growy lijkt de succesformule zo goed als rond te hebben, al maakt het bedrijf nog geen winst. Maar daar komt volgens de Van de Kreekes snel verandering in. Inmiddels hebben vader en dochter hun pijlen op het buitenland gericht. Laura vliegt vlak na dit interview naar Singapore om de producten van Growy op een boerenbeurs te presenteren. Niet toevallig heeft het bedrijf in dezelfde stadstaat een failliete concurrent overgenomen. ‘Vertical farming is superinteressant op een plek als Singapore, waar ruimte per definitie beperkt is.’

Maar als het aan Growy ligt, blijft het niet bij Singapore. ‘Zwitserland, Scandinavië, Canada, de VS; het zijn allemaal potentiële markten voor ons. Uiteindelijk willen we de boerderij in Amsterdam copy-pasten naar andere landen, daar waar de vraag het hoogst is.’ Ondertussen kijkt het bedrijf naast bladgroenten ook naar andere gewassen. Laura: ‘Aardbeien en paddenstoelen hebben enorme potentie.’

Hoe is het voor Ard om van Zeeuwse boer, nu een binnenboer te zijn? Lachend: ‘Ik mis mijn tractor wel. Nu heb ik alleen nog een kleine’, wijzend naar de modeltractor in zijn kantoor. Maar één ding blijft overduidelijk hetzelfde. ‘Ik produceer voedsel. Als boer weet ik: als je dat niet kunt verkopen, heeft het geen waarde.’

Lees ook:

Nederland stoomt op naar landelijke dekking voor laadpunten elektrische auto's

Nederland is duidelijk een voorloper in Europa met de uitrol van laadpunten voor elektrische auto's. Afgelopen jaar kwamen er gemiddeld 1.600 publieke laadpunten per maand bij en die trend zette door in de eerste helft van dit jaar, zo blijkt uit nieuwe gegevens van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO).De zogenoemde landelijke dekking van openbare laadpunten is inmiddels gestegen tot ruim 80 procent. Het gaat hierbij om de bereikbaarheid van openbare laadpunten op loopafstand in een kwadrant van 500 bij 500 meter.Bekijk het overzicht van de stand van de laadinfrastructuur van Nederland hieronder in 5 grafieken: #1 Nederland telt meer dan 200.000 openbare laadpunten !function(){"use strict";window.addEventListener("message",function(a){if(void 0!==a.data["datawrapper-height"]){var e=document.querySelectorAll("iframe");for(var t in a.data["datawrapper-height"])for(var r,i=0;r=e[i];i++)if(r.contentWindow===a.source){var d=a.data["datawrapper-height"][t]+"px";r.style.height=d}}})}();Het aantal openbare laadpunten bij publieke laadpalen, semi-publieke locaties zoals parkeergarages, en bij snellaadstations blijft snel groeien. Eind vorig jaar ging het om bijna 184.000 laadpunten en dat is per medio dit jaar alweer gegroeid tot meer dan 200.000. Voor een omrekening naar laadpalen kun je aanhouden dat er gemiddeld twee laadpunten per laadpaal zijn.Kijk je naar de verdeling van laadpunten tussen thuisladen en publieke laadpunten, dan waren er volgens de schatting van de Nationale Agenda Laadinfrastructuur (NAL) eind vorig jaar bijna 680 duizend thuislaadpunten, ruim 3,5 keer zoveel als het aantal openbare laadpunten. #2 Steeds meer laadpunten op korte afstand !function(){"use strict";window.addEventListener("message",function(a){if(void 0!==a.data["datawrapper-height"]){var e=document.querySelectorAll("iframe");for(var t in a.data["datawrapper-height"])for(var r,i=0;r=e[i];i++)if(r.contentWindow===a.source){var d=a.data["datawrapper-height"][t]+"px";r.style.height=d}}})}();De landelijke dekking van openbare laadpunten groeit gestaag. De definitie die hierbij wordt gehanteerd, is dat er minimaal één laadpunt moet zijn op loopafstand, in een kwadrant van 500 bij 500 meter. Het landelijke dekkingspercentage lag in 2020 net onder de 50 procent en is inmiddels gegroeid naar 84 procent per juni 2025. #3 Nederland koploper met 5,3 stekkerauto's per openbaar laadpunt !function(){"use strict";window.addEventListener("message",function(a){if(void 0!==a.data["datawrapper-height"]){var e=document.querySelectorAll("iframe");for(var t in a.data["datawrapper-height"])for(var r,i=0;r=e[i];i++)if(r.contentWindow===a.source){var d=a.data["datawrapper-height"][t]+"px";r.style.height=d}}})}();Wat betreft de verhouding tussen het wagenpark van stekkerauto's en het aantal openbare laadpunten scoort Nederland bijzonder sterk in de Europese Unie. Uitgaande van het aantal volledig elektrische auto's en plug-in hybrides kom je op 5,3 auto's per openbaar laadpunt. In Frankrijk zit je op ruim 13 auto's per laadpunt in en Duitsland op ruim 20. #4 Meer dan 600.000 volledig elektrische auto's !function(){"use strict";window.addEventListener("message",function(a){if(void 0!==a.data["datawrapper-height"]){var e=document.querySelectorAll("iframe");for(var t in a.data["datawrapper-height"])for(var r,i=0;r=e[i];i++)if(r.contentWindow===a.source){var d=a.data["datawrapper-height"][t]+"px";r.style.height=d}}})}();Om iets meer gevoel te krijgen voor dit aantal: medio dit jaar telde Nederland iets meer dan 608 duizend volledig elektrische auto's en ruim 444 duizend plug-in hybrides. Samen is dat meer dan 1 miljoen stekkerauto's. Dat komt neer op iets meer dan 11 procent van het totale wagenpark. #5 Kans dat je een Tesla spot het grootst in Nederland !function(){"use strict";window.addEventListener("message",function(a){if(void 0!==a.data["datawrapper-height"]){var e=document.querySelectorAll("iframe");for(var t in a.data["datawrapper-height"])for(var r,i=0;r=e[i];i++)if(r.contentWindow===a.source){var d=a.data["datawrapper-height"][t]+"px";r.style.height=d}}})}();Nederland is voorlopig nog een echt Tesla-land. In het huidige top 10 van het elektrische wagenpark bezetten de Model 3 en de Model Y respectievelijk de eerste en tweede plaats in absolute aantallen. Samen gaat het om ruim 90.000 stuks. De Kia E-Niro en de Volkswagen ID.3 volgen met respectievelijk ruim 27 duizend en bijna 24 duizend geregistreerde exemplaren. Lees ook:Elektrische SUV van Polestar boekt nieuw afstandsrecord: dit zijn de 10 accu-auto's met de hoogste actieradius China pakt absolute leidersrol met elektrische auto's: 5 opvallende ontwikkelingen Changemaker Lorenzo Engelen (Qarry): ‘Een duurzaam product kan alleen slagen als het ook prijsconcurrerend is’