‘Rood licht stimuleert de groei van de plant en zorgt voor stevig blad. Blauw licht versterkt de smaak’, zegt Laura van de Kreeke van Growy, terwijl ze ons rondleidt in de vertical farm die ze samen met haar vader Ard oprichtte. We kijken een soort container in waarin boven elkaar gestapeld rijen kleine plantjes groeien, zover het oog reikt. Een slamix in dit geval, badend in rood en blauw licht vertoevend onder een constante temperatuur van 24 graden.
Aan de rand van Amsterdam, in een grauw gebouw dat van de buitenkant meer aan een parkeergarage doet denken dan aan een boerderij, teelt Growy verspreid over 48 van dit soort ‘cellen’ groenten. ‘We leveren inmiddels bladgroenten en microgreens (smaakvolle blaadjes en bloemen waarmee chefs garneren, red.) aan een paar honderd restaurants’, zegt Van de Kreeke. ‘En we liggen in zo’n 25 supermarkten, voor dezelfde prijs als vergelijkbare producten van het land of de kas.’
Vertical farming moet businessmodel herzien
Growy heeft inmiddels zo’n veertig werknemers en is een zeldzaam succesverhaal in een sector die rake klappen kreeg. Na een periode waarin door lage rentes investeringsgeld tegen de plinten liep, zakte de markt volledig in. Tussen 2022 en 2023 daalden de investeringen in vertical farms met 91 procent. Bedrijven die voor miljoenen werden gewaardeerd, gingen failliet: het Franse Agricool, Kalera uit Colorado, Infarm uit Berlijn en AeroFarms uit New Jersey. Dit laatste bedrijf stond zelfs op het punt om tegen een waarde van 1,2 miljard dollar naar de beurs te gaan.
‘Vanaf 2022 schoten de energieprijzen omhoog’, zegt Leo Marcelis, hoogleraar aan de Wageningen University & Research en gespecialiseerd in glastuinbouw en vertical farming. ‘Elektriciteit is een enorme kostenpost. Tegelijk werd geld lenen moeilijker door stijgende rentes. Veel bedrijven onderschatten de kapitaalbehoefte: gebouwen, techniek, installaties. Sommige businessmodellen waren vanaf het begin al niet rendabel, ondanks mooie beloftes.’
Hoe duurzaam is vertical farming?
Vertical farming wordt vaak gepresenteerd als een duurzaam alternatief voor traditionele landbouw. Maar de werkelijkheid is genuanceerder, stelt hoogleraar Leo Marcelis van Wageningen University. De positieve punten:
Landgebruik: voor een vertical farm is minder landoppervlak nodig. Wat met de vrijgekomen ruimte gebeurt, is een politieke keuze – maar het kán natuur opleveren.
Watergebruik: waar in Zuid-Europa soms 60 liter nodig is voor één kilo groenten, gebruikt een Nederlandse kas 15 tot 20 liter. In een vertical farming kan dat met slechts 4 tot 5 liter per kilo.
Meststoffen en gewasbescherming: mineralen en andere hulpstoffen kunnen effectief worden toegepast, zonder dat ze uitvloeien naar het milieu. Bestrijdingsmiddelen zijn niet of nauwelijks nodig.
Transport: de ideale vertical farm bevindt zich dicht bij een stedelijk gebied en levert zijn gewassen aan haar inwoners. Dat scheelt transportuitstoot met voedsel dat van verder komt.
Tegelijk zijn er ook uitdagingen:
Energieverbruik: alle planten hebben licht nodig en dat licht wordt gecreëerd met elektriciteit. Wordt deze elektriciteit opgewekt uit fossiele bronnen, in plaats van uit hernieuwbare bronnen, dan stijgt de milieu-impact.
Technologie: zonnepanelen en windmolens zorgen voor een duurzamer energieverbruik, maar vragen ook kostbare materialen. Hetzelfde geldt voor de geavanceerde technologie die het mogelijk maakt om een vertical farm zo geautomatiseerd mogelijk te runnen.
Zo laag mogelijk kostprijs per vierkante meter
Bart Kuiter, projectontwikkelaar bij AMS Institute, herkent die trend. Samen met wetenschappers van Wageningen University & Research, de TU Delft en MIT probeert Kuiter op academische basis oplossingen te bieden voor stedelijke vraagstukken in de regio van Amsterdam. Vertical farming is daarbij een manier om voedsel van dichtbij te halen. ‘De opkomst van vertical farming ging gepaard met veel enthousiasme. Inmiddels is die bubbel doorgeprikt. Deels onvermijdelijk en het zorgde helaas voor een wat negatief imago. Onterecht, want deze sector kan absoluut winstgevend zijn. En vertical farming leent zich juist voor innovaties.’
Maar nu het kaf van het koren is gescheiden, kan de technologie zich doorontwikkelen. Kuiter: ‘Vertical farming is nog een jonge sector. Obstakels horen daarbij. De komende jaren zal alles erop gericht zijn om de kosten per vierkante meter omlaag te brengen. Denk aan slimmer omgaan met energie, gebouwen, teeltvoorschriften, maar ook met genetica: bepaalde plantrassen zijn geschikter om verticaal te kweken dan andere.’
Focus op duurzaam, lekker en betaalbaar voedsel
Ard van Kreeke, voormalig Zeeuwse boer en medeoprichter van familiebedrijf Growy vertelt hoe kostenbeheersing vanaf dag één centraal stond. ‘High tech en AI zijn bij ons geen doel op zich. Iedereen die bij ons werkt, heeft als functietitel ‘farmer’. Dat is wat we doen: duurzaam, lekker en vooral betaalbaar voedsel produceren. We hebben onze techniek zelf ontwikkeld, waardoor onze investeringskosten per vierkante meter zo’n 20 procent van het marktgemiddelde zijn.’
Dat andere farms de energiekosten de schuld geven van hun ondergang vindt hij te makkelijk. ‘Veel ambities gingen uit van veel te hoge investeringskosten. Als je geen betaalbaar product kunt maken voor het schap, is de hype snel voorbij.’

Inmiddels liggen verschillende producten in Growy in het supermarktschap | Bron: Growy
Elke kleur een ander prijskaartje
Growy werkt continu aan kostenverlaging. Het ontwikkelt eigen zaden die met minder energie toe kunnen en maakt zelf het duurzame substraat waarop de plantjes groeien. Elke lichtkleur heeft een ander verbruik, dus zoekt het bedrijf naar het slimste lichtprofiel. De arbeidskosten blijven laag doordat één persoon de hele boerderij op afstand kan aansturen. En is er een storing, dan kan een monteur ingrijpen.
Wereldhonger oplossen met vertical farming?
Een vertical farm past overal en produceert onder ideale omstandigheden voedsel. Dat klinkt als een potentiële oplossing voor wereldhonger. Toch is het niet zo eenvoudig, waarschuwt landbouwexpert Marcelis van Wageningen University. ‘Voor bulkgewassen als tarwe, mais of aardappels is vertical farming onrealistisch. Die produceren te weinig kilo’s oogstbaar product. Technisch kan het prima, maar economisch kan het totaal niet uit.’
Maar voor verse producten – bladgroenten, kruiden, microgroenten – ziet Marcelis zeker potentieel. ‘Je kunt telen zonder veel land, dicht bij stedelijke gebieden, in alle klimaten. Vertical farming is niet de oplossing voor wereldhonger, maar kan wel bijdragen aan de beschikbaarheid van verse en gezonde voeding.
Vertical farms: planten inzetten als biologische batterij
Zowel Kuiter als Marcelis verwachten dat vertical farming de komende jaren verder zal groeien. Kuiter: ‘Ik zie processen in de toekomst verder geautomatiseerd worden, zodat arbeidskosten afnemen. Daarnaast gaan we farms zien in onherbergzame gebieden waar groenteteelt voorheen onmogelijk was, zoals in arctische gebieden. In Nederland is het vooral belangrijk dat subsidies onderzoek stimuleren om te kunnen blijven innoveren en dat wet- en regelgeving faciliterend is voor deze jonge sector. Vertical farming wordt nu gezien als industrie, niet als landbouw en dat heeft ook weer invloed op vergunningen en subsidies’, zegt Kuiter. Voor de korte termijn is het daarom cruciaal dat de overheid vaststelt wat de rol van vertical farming is in ons voedselsysteem.
Volgens Marcelis kunnen supermarkten ook een belangrijke rol spelen in het succes van vertical farming. ‘Met vertical farming kun je het hele jaar door exact dezelfde kwaliteit leveren. Dat is aantrekkelijk voor afnemers die stabiele kwaliteit zoeken. Hij ziet zelfs kansen voor het tegengaan van netcongestie. ‘Bijvoorbeeld door teelt af te stemmen op pieken in duurzame energie en planten dan tijdelijk meer licht te geven. In die zin kun je de plant als een soort biologische batterij gebruiken.’
Beiden zien ook toekomst in meer hybride systemen waarbij traditionele kassen worden gecombineerd met vertical farms. Het opkweken van zaadje tot plant kan dan in een vertical farm gebeuren, waarna de verder groei in de kas plaatsvindt. Met name voor planten die wat sneller de hoogte in groeien, zoals tomaten en paprika’s kan dit een interessant combinatie zijn.
Vertical farms copy-pasten naar het buitenland
Growy lijkt de succesformule zo goed als rond te hebben, al maakt het bedrijf nog geen winst. Maar daar komt volgens de Van de Kreekes snel verandering in. Inmiddels hebben vader en dochter hun pijlen op het buitenland gericht. Laura vliegt vlak na dit interview naar Singapore om de producten van Growy op een boerenbeurs te presenteren. Niet toevallig heeft het bedrijf in dezelfde stadstaat een failliete concurrent overgenomen. ‘Vertical farming is superinteressant op een plek als Singapore, waar ruimte per definitie beperkt is.’
Maar als het aan Growy ligt, blijft het niet bij Singapore. ‘Zwitserland, Scandinavië, Canada, de VS; het zijn allemaal potentiële markten voor ons. Uiteindelijk willen we de boerderij in Amsterdam copy-pasten naar andere landen, daar waar de vraag het hoogst is.’ Ondertussen kijkt het bedrijf naast bladgroenten ook naar andere gewassen. Laura: ‘Aardbeien en paddenstoelen hebben enorme potentie.’
Hoe is het voor Ard om van Zeeuwse boer, nu een binnenboer te zijn? Lachend: ‘Ik mis mijn tractor wel. Nu heb ik alleen nog een kleine’, wijzend naar de modeltractor in zijn kantoor. Maar één ding blijft overduidelijk hetzelfde. ‘Ik produceer voedsel. Als boer weet ik: als je dat niet kunt verkopen, heeft het geen waarde.’
Lees ook:
- Michiel Schoenmaeckers (ceo Van der Hoeven): ‘We leveren geen standaardproduct, maar een oplossing afgestemd op mens, markt en milieu.’
- Spaans klimaat rukt op naar Nederland: knappe koppen uit Wageningen helpen boeren om zich aan te passen
- Bloemen besparen appelboeren bestrijdingsmiddelen en duizenden euro’s




