John van Schagen
12 maart 2025, 11:00

Verduurzaming van onze wegen en energienetten? Dat vraagt om ander leiderschap

Voor de transitie naar een duurzame samenleving is een nieuwe manier van leidinggeven nodig. Dat merken ook organisaties die zich bezighouden met publieke infrastructuur in ons land. Denk aan wegen, dijken en stroomkabels. Een nieuwe leergang aan Nyenrode Business Universiteit stoomt managers klaar voor deze veranderingen. “De complexiteit van ons werk is enorm toegenomen.”

Afbeelding1 Voor organisaties als Stedin is het hollen om bij te blijven. | Credits: Stedin

Nederland leunt op een fijnmazig netwerk van wegen, spoorlijnen, dijken en energienetwerken. Een vitale infrastructuur voor de samenleving, die wordt uitgedaagd door een serie razendsnelle veranderingen. Terwijl de wereld in rap tempo digitaliseert en de energietransitie in volle gang is, worstelen we hier met PFAS, stikstof, Europese regelgeving en dure grondstoffen. En wat te denken van het stroomnet, dat aan alle kanten piept en kraakt. Voor organisaties als ProRail, energiemaatschappijen, Schiphol en de waterschappen is het hollen om bij te blijven. Hun werk is de afgelopen tien jaar heel wat ingewikkelder geworden.

Vertraging met veel impact

“Als er ergens in de straat een nieuwe kabel moest worden aangelegd, dan zagen we dat voorheen al jaren van tevoren aankomen. Trad er in de uitvoering wat vertraging op, dan was dat niet erg. De hele planning schoof dan gewoon een beetje op”, vertelt Trudy Onland van Stedin. Ze is op dit moment nog operationeel directeur van de netbeheerder en wordt in mei de nieuwe CEO. “Nu er op veel plekken netverzwaring nodig is, gelden er heel andere spelregels. Ons werk is veel tijdkritischer geworden. Als we nu achterlopen, kan het zomaar betekenen dat een industrieterrein niet kan uitbreiden. Zo’n vertraging heeft veel meer impact dan voorheen.”

Mensen klaarstomen

Het voorbeeld van Onland schetst de nieuwe realiteit waar organisaties zoals Stedin mee moeten dealen. Dat vraagt om een andere manier van werken. Wat tot voor kort nog verkokerd wordt aangestuurd – spoor hier, waterbeheer daar – vraagt inmiddels om veel meer onderlinge afstemming. En dus ook om een andere manier van leidinggeven. Geïsoleerd werken blijkt niet meer van deze tijd. Meer dan ooit draait het voor managers om het verbinden van verschillende partijen en het creëren van gedeelde waarde. “Het is cruciaal dat we onze mensen hiervoor klaarstomen”, vervolgt Onland. “De complexiteit van ons werk is enorm toegenomen en dat vraagt om mensen die kunnen samenwerken, snappen wat er bij transities komt kijken en weten hoe ze nieuwe technologie kunnen toepassen.”

Publieke Infrastructuur in transitie

Speciaal voor leidinggevenden die werken in deze branche heeft Nyenrode Business Universiteit nu de leergang ‘Publieke Infrastructuur in Transitie’. Hier worden de managers klaargestoomd om Nederland toekomstbestendig te maken. Initiatiefnemer van de opleiding is nlmtd. “Wij helpen organisaties met het maken van positieve impact, zodat ze kunnen bijdragen aan een duurzame planeet en betere samenleving”, vertelt co-founder Mike Hoogveld. “We zijn met ons advieswerk erg actief in de energietransitie. Van opdrachtgevers horen we dat ze worstelen met de snelle veranderingen. Dat gaat over zaken als digitalisering, duurzaamheid en innovatie. Dit bracht ons op het idee voor een nieuwe opleiding, speciaal bedoeld voor high potentials bij organisaties die actief zijn in het domein van de publieke infrastructuur.”

De één werkt bij Schiphol, de ander voor een energiemaatschappij, waterschap of ProRail. Breng de managers van dit soort organisaties bij elkaar en je ontdekt al snel dat ze tegen soortgelijke uitdagingen aanlopen. Hoe stellen we bijvoorbeeld een juridisch waterdicht contract op, zonder elke vorm van flexibiliteit te verliezen? Op welke manier kunnen we onze werkzaamheden slimmer plannen? Wat is ervoor nodig om nieuwe technologie sneller te adopteren? En zijn er partners met wie we samen kunnen optrekken?

Sneller inspelen op veranderingen

Bij de opleiding ‘Publieke Infrastructuur in Transitie’ komen dit soort vraagstukken uitgebreid aan bod. Zo krijgen de managers onder meer les in systeemdenken, persoonlijk leiderschap, verandermanagement en transitiekunde. “Traditionele organisatiestructuren zijn vaak star en traag. Flexibiliteit in denken en handelen stelt organisaties in staat om sneller in te spelen op veranderingen, zoals duurzame wetgeving en de opkomst van AI. Dit vraagt om leiders die adaptief zijn, experimenteren en een cultuur van wendbaarheid bevorderen”, aldus Hoogveld. “Bovendien is sturen op enkel financieel rendement niet meer voldoende. Moderne leiders kijken ook naar sociale en ecologische waardecreatie.”

Mike Hoogveld, co-founder nlmtd, en Trudy Onland, operationeel directeur bij Stedin, over het belang van nieuw leiderschap om transities te versnellen.

Werken in ecosystemen

Verder is er veel aandacht voor – wat Hoogveld de cruciale factor voor de energietransitie noemt – ecosystemen. “Wij geloven erin dat organisaties meer bereiken als ze gaan samenwerken in deze ecosystemen. Dit betekent dat mensen van elkaar gaan leren waardoor ze uiteindelijk tot andere inzichten komen.” Voorbeeld is de WhatsApp-groep die op initiatief van de deelnemers in het leven is geroepen. “Daarin bespreken ze heel praktische zaken. Wat zijn de consequenties als je kantoorpersoneel tijdelijk inzet voor diensten in de operatie, werd er laatst door iemand gevraagd. Al snel volgden er heel nuttige antwoorden van managers van andere organisaties die dat vaker zo doen.”

Binnenkijken bij bedrijven

Onderdeel van de opleiding is ook binnenkijken bij andere bedrijven. Zo nam Stedin het initiatief voor een kennismiddag over cybersecurity en afgelopen jaar was er nog een werkbezoek bij Schiphol, een van de founding fathers van de leergang. Michiel van Goor werkt voor het projectbureau van de luchthaven en ook hij volgt de leergang ‘Publieke Infrastructuur in Transitie’. “We zijn bij Schiphol bezig met grote projecten waaronder een renovatie, het verduurzamen van ons vastgoed en de bouw van een nieuwe pier”, aldus Van Goor. Hij ziet veel gelijkenissen met de uitdagingen waar zijn studiegenoten mee te maken hebben. “We behandelen allemaal een eigen casestudie en lezen elkaars strategieplannen.” Ook hij benadrukt het belang van ecosystemen. “Dit is in de leergang heel duidelijk naar voren gekomen. Waar het om draait is de kwaliteit van verbindingen tussen personen én de organisatie. Die is van wezenlijk belang om transitiestappen te kunnen maken. Ik probeer dat nu steeds meer toe te passen in mijn eigen werkomgeving, door actief het contact te zoeken. Alleen zo kun je de juiste verandering tot stand brengen.”

Als treffend voorbeeld noemt Van Goor het succes van Brainport Eindhoven, dat in de leergang uitgebreid aan bod is gekomen. Dit ecosysteem in Noord-Brabant is goed voor 25 procent van alle private R&D-uitgaven in ons land en genereert jaarlijks miljarden aan export. De regio blinkt uit in samenwerking, met bedrijven als ASML en NXP die nauw verbonden zijn met de TU Eindhoven. Mede hierdoor zijn er voortdurend technische doorbraken en komen er jaarlijks duizenden banen bij. “Wij staan met Schiphol voor grote veranderingen, onder meer op het gebied van verduurzaming. We kunnen echt iets leren van de manier waarop ze zo’n transitie in Eindhoven hebben aangepakt”, aldus Van Goor.

Change Inc. LABS

Wil je ook de overstap maken naar een duurzame wereld, maar kun je nog wat hulp gebruiken? Change Inc. LABS, in samenwerking met nlmtd, kan hierbij helpen. Benieuwd hoe? Kijk op Change Inc. LABS.

Lees ook:

Dit artikel is gemaakt door een van onze expertredacteuren in samenwerking met onze partner nlmtd. Change Inc. werkt met partners die de klimaattransitie aanjagen. Zij kunnen cases presenteren waar anderen zich aan kunnen optrekken en zijn eerlijk over de uitdagingen. Niet één bedrijf is al 100 procent duurzaam, maar veel zijn onderweg. Dankzij ons partnermodel zijn onze artikelen gratis toegankelijk voor iedereen. Benieuwd naar hoe wij werken? Klik hier.

Nieuwsupdate: Stikstofregels remmen energietransitie en 150 miljoen voor Nederlandse uitbater groene tankstations

Bedrijven in de duurzame energiesector willen uitzondering stikstofregels Driekwart van de bedrijven in de duurzame energiesector ondervindt hinder van de Nederlandse stikstofregels. Hierdoor loopt 90 procent van de verduurzamingsprojecten vertraging op, en een derde wordt zelfs volledig stilgelegd, blijkt uit een inventarisatie van de Nederlandse Vereniging Duurzame Energie (NVDE). Vooral projecten die het elektriciteitsnet moeten versterken worden geraakt. NVDE-voorzitter Olof van der Gaag pleit tegenover NOS voor een uitzondering: “Deze projecten veroorzaken tijdelijk een kleine stikstofuitstoot, maar verdienen dat honderd keer terug zodra ze operationeel zijn.” Volgens de sector zijn de regels nu een grote belemmering voor de energietransitie.Daling broeikasgassen vlakt af: klimaatdoelen onder druk De uitstoot van broeikasgassen in Nederland daalde in 2024 met slechts 1,6 procent, veel minder dan de ruim 7 procent in de twee voorgaande jaren. Dit zet de klimaatambities onder druk, meldt het CBS. Om in 2030 de doelstelling van 55 procent reductie te halen, moet de uitstoot jaarlijks met 7 megaton omlaag. Een forse uitdaging, want in 2024 bedroeg de afname slechts 2 megaton. Vooruitgang werd geboekt in de elektriciteitssector en mobiliteit, maar de industrie blijft achter. De beperkte daling wordt onder meer verklaard door een hoogoven van Tata, die na groot onderhoud in 2023 weer operationeel was. Het Planbureau voor de Leefomgeving waarschuwt dat veel verduurzamingsplannen nog op de tekentafel liggen en door economische tegenwind op de tocht staan. Nederlandse uitbater groene tankstations krijgt 150 miljoen voor internationale groei Het Almeerse OG Clean Fuels heeft 150 miljoen euro opgehaald voor de uitbreiding van zijn groene laad- en tankstations in het buitenland. De investering komt van het Britse Pioneer Point Partners, dat de aandelen overneemt van ABN Amro SIF en Meewind. OG, actief in Nederland, Duitsland en Zweden, wil met het geld verder uitbreiden in Duitsland en de Britse markt betreden. Daarna volgen Frankrijk en Spanje. Het bedrijf heeft 325 stations en richt zich op duurzame brandstoffen zoals bio-CNG en biodiesel. Bio-CNG is een gas dat voornamelijk opgewekt wordt uit mest. Bij enkele tientallen stations kunnen ook elektrische voertuigen opgeladen worden. Hetzelfde geldt voor het tanken van biodiesel, die gemaakt is van plantaardige oliën. "Onze droom is dat een vrachtwagen van Stockholm tot het zuiden van Italië, of tot het VK kan rijden door enkel bij ons te tanken", aldus OG-CEO en oprichter Marcel Borger tegenover het FD. Coalitie verdeeld over klimaatbeleid: weinig overeenstemming over extra maatregelen De coalitiepartijen PVV, VVD, NSC en BBB zijn diep verdeeld over de toekomst van het klimaatbeleid. Tijdens een debat dinsdagavond benadrukten alle partijen de hoge kosten voor burgers en industrie, maar concrete maatregelen om de klimaatdoelen te halen bleven uit. VVD’er Silvio Erkens pleit voor meer aardgaswinning en CO2-opslag, terwijl NSC en GroenLinks-PvdA juist inzetten op windparken op zee. BBB en PVV dringen aan op een langzamere transitie. Minister Sophie Hermans (VVD) erkent tegenvallers in de uitvoering en belooft nieuw beleid in de voorjaarsnota. De oppositie vreest dat de verdeeldheid binnen de coalitie zal leiden tot uitstel. CO2-afvang bij Yara Sluiskil van start De verwerking van CO2 bij kunstmestproducent Yara in Sluiskil is begonnen, meldt de Telegraaf. Het schip Northern Pathfinder arriveerde dinsdag om vloeibaar gemaakte, zuivere CO2 af te voeren. De CO2 wordt opgeslagen in Noorwegen, kilometers diep onder de zeebodem. Yara test komende zomer nieuwe installaties in Noorwegen. Vanaf 2026 wordt wekelijks 15.000 ton CO2 vervoerd naar de Northern Lights-terminal bij Bergen. Yara investeert 194 miljoen euro om 40 procent van de uitstoot in Sluiskil te reduceren. De zogeheten carbon capture and storage (CCS)-technologie is voor Europese industrieën onder druk van hoge energieprijzen en concurrentie van belang, stelt Yara-directeur Luc Cattoir. De installatie van de kunstmestproducent wordt de grootste ter wereld voor vloeibare CO2-opslag. Zero-emissiezones verminderen luchtvervuiling in Londen en Brussel Zero-emissiezones roepen weerstand op, maar blijken effectief. In Londen daalde de stikstofdioxide-uitstoot met 27 procent en ultrafijnstof met 31 procent sinds de uitbreiding van de uitstootvrije zone in 2023. Brussel zag vergelijkbare resultaten met een daling van 30 procent sinds 2018, schrijft het AD. Hoewel ondernemers klagen over de kosten, is de gezondheidswinst evident. In Londen sterven jaarlijks 4.000 mensen voortijdig door vuile lucht; in Brussel zijn dat er 930. In Nederland rukken de zero-emissiezones ook op. Vijftien Nederlandse gemeentes hebben ze al, zoals Amsterdam, Nijmegen, Maastricht, Zwolle en Den Haag. In 2024 voldeden slechts zeven landen en 17 procent van de steden aan de kwaliteitsnormen voor schone lucht van de WHO, meldt Trouw. Bijna iedereen op de wereld leeft in vervuilde lucht, meldde de wereldgezondheidsorganisatie WHO al in 2022. Jaarlijks sterven zeven miljoen mensen aan de gevolgen daarvan, schat de organisatie. Onderzoek: ozongat herstelt zich definitief rond 2035 (en dat komt door ons) Een nieuwe studie bevestigt met 95 procent zekerheid dat het ozongat zich herstelt. Het is het eerste onderzoek die met grote statistische zekerheid bewijst dat dit herstel vooral komt door de afname van ozonafbrekende stoffen, en niet door andere factoren zoals natuurlijke weerswisselingen of stijgende broeikasgasemissies naar de stratosfeer. Sinds de ontdekking van het ozongat boven Antarctica in 1985 is de bescherming tegen schadelijke UV-straling afgenomen. Maar nu blijkt dat rond 2035 mogelijk een jaar zonder ozonafbraak kan optreden. “Dit bewijst dat we milieuproblemen daadwerkelijk kunnen oplossen”, zeggen de onderzoekers. De bevindingen staven het succes van wereldwijde maatregelen zoals het Montrealprotocol, dat het gebruik van schadelijke chemicaliën sterk heeft teruggedrongen. Melkunie misleidt klanten over uitstoot, oordeelt Reclame Code Commissie De Reclame Code Commissie heeft Melkunie een tik op de vingers gegeven. Op de verpakkingen van het merk staat dat koeien hun scheten en boeren "kunnen laten waaien", omdat de uitstoot op andere vlakken wordt gecompenseerd. Volgens Wakker Dier stelt die compensatie weinig voor. De dierenwelzijnsorganisatie rekende uit dat Melkunie jaarlijks acht keer de oppervlakte van Nationaal Park De Hoge Veluwe zou moeten beplanten om de volledige klimaatimpact te compenseren. De RCC concludeert dat de milieuwinst beperkt is en beveelt moederbedrijf Arla de claims te schrappen. Arla zegt de tekst als humor bedoeld te hebben, maar zal deze niet langer op verpakkingen gebruiken. Ook in de media: Kamer wil koffiebekertjes met plastic laagje op werk en sportkantine tóch toestaan (RTL)Klanten van Greenchoice zien terugleververgoeding zonnestroom kelderen (BNR)Om een stikstofmysterie in de duinen op te lossen, gaat het RIVM nóg slimmer meten (Trouw)Microplastics bedreigen voedselproductie en verhogen risico op honger (The Guardian)