Roy op het Veld
Roy op het Veld
19 november 2020, 10:59

“Verandering vraagt om een Rebel in eigen keuken”

Rebel doet zijn naam graag eer aan. “No change without a Rebel,” zegt Marc van der Steen van Rebel dan ook. “Rebellen schoppen tegen het establishment aan, om verandering van de grond te krijgen. Vanuit dat idee is Rebel ooit opgericht.”

Rotterdam 3514466 1280 Rebel begon ooit in het Witte Huis, de iconische wolkenkrabber in Rotterdam (foto). Inmiddels is het bureau verhuisd naar een paar deuren verderop

Rebel is een niet alledaagse advies- en investeringsgroep. Op LinkedIn vermeldt Van der Steen geen functietitel. ‘Transities versnellen’ staat er. Het bedrijf heeft meer dan tweehonderd medewerkers, verspreid over de wereld: de Verenigde Staten, Afrika, Azië, België, Duitsland en Nederland (Rotterdam).

Van der Steen legt uit dat Rebel een niet-hiërarchische organisatie is. Er is geen CEO, en er zijn geen HR-managers. “Als je vraagt wie hier de baas is, dan steekt niemand de vinger op. We werken met zelfsturende teams. Professionaliteit is de bindende factor. Beslissingen worden genomen door informeel leiderschap, waarvoor wel draagvlak van de meerderheid nodig is. Wat er gebeurt als iemand niet functioneert? De manier van werken zorgt ervoor dat mensen zelf beoordelen of ze stevig genoeg in hun schoenen staan om mee te komen. Anders nemen ze afscheid. Even goede vrienden.”

Maatschappelijke meerwaarde creëren

De missie van Rebel? Van der Steen: “Maatschappelijke meerwaarde creëren door de projecten die we doen. Oplossingen in de markt zetten, die duurzamer en relevanter zijn dan het oude.” De belangenconflicten, die bij transformaties ontstaan, schuwt Rebel niet. “Wij willen nieuwe oplossingen en systemen zodanig door ontwikkelen dat ze een ‘point of no return’ bereiken, op eigen kracht gaan groeien, zodat de fossiele oude oplossingen en systemen vanzelf in verval raken.”

Rebel stuurt met andere woorden actief aan op het creëren van impact. “En als we een businesscase maken waar we echt in geloven, dan investeren we er ook zelf in. Dan hebben we ‘skin in the game’. We hebben daarvoor bijvoorbeeld een fonds opgezet, waarmee we vooral in infrastructuur en hernieuwbare energieprojecten met sociale impact investeren. De projecten moeten toegevoegde waarde hebben voor de economie én maatschappij.”

Zo is Rebel mede-eigenaar van de vernieuwde keersluis in Limmel bij Maastricht, die in 2018 werd opgeleverd. Een indrukwekkend bouwwerk, met een grote stalen hefdeur en twee cilindrische heftorens van 22 meter hoog. “De sluis in Limmel is een klimaatadaptatiemaatregel, die ervoor zorgt dat er geen gebieden overstromen”, aldus Van der Steen. “Daar komen complexe contracten bij kijken tussen overheid en bouwondernemingen, waar we in de voorbereiding de rol van financieel adviseur pakken. Naast het harde rationele van Rebel, het maken van businesscases en het regelen van de financiën, doen we ook het boterzachte: mensen verbinden en het organiseren van publiek-private samenwerkingen. We zijn vaak de spin in het web.”

Innovatiekracht verhogen

Een belangrijk onderdeel in de aanpak van Rebel is het verhogen van de innovatiekracht van een organisatie. “Wij worden vaak gevraagd door de koplopers in een organisatie. Die willen veranderen, maar realiseren zich dat het nodig is om het innovatief vermogen van de hele organisatie te verhogen. Voor een verandering heb je intern doortastende Rebels nodig, andersdenkende vernieuwers. Onze projecten zijn erop gericht de intrinsieke motivatie van medewerkers te mobiliseren. Je hebt een omslag in het denken nodig. Mensen moeten zelf nadenken en zich realiseren dat ze zaken anders kunnen aanpakken.”

Rebel richt zich vooral op sectoren waar maatschappelijk relevante ontwikkelingen plaatsvinden. Waar overheden traditioneel belangrijk zijn, maar de markt ook een constructieve rol kan spelen. De zorg, infrastructuur, gebiedsontwikkeling en energie. “Zo kunnen slimme duurzame mobiliteitsoplossingen als autonoom last-mile-vervoer in onze ogen enorme impact maken bij het verhelpen van de congestie in steden en het verbeteren van de luchtkwaliteit. We denken dan graag mee, met zowel de private als de publieke kant, over passende businessmodellen, de organisatie en mensen om daadwerkelijk verandering te realiseren.”

Emissievrije steden

Rebel is al betrokken bij het emissievrij maken van steden, een belangrijke missie van de huidige regering. Als het gaat over transport dan moet daarvoor het particulier vervoer, de bevoorrading van winkels, het openbaar en speciaal vervoer zoals de taxisector allemaal overstappen op uitstootvrije voertuigen.

Van der Steen: “Dat betekent bijvoorbeeld dat alle taxi’s tussen 2025-2027 emissievrij moeten zijn. Kun je dat op dit moment van taxichauffeurs vragen? Het huidige businessmodel is al niet florissant. Die taxichauffeur vindt zelf ook dat hij voor zijn kleinkinderen niet meer in een vervuilende taxi kan blijven rijden. Hij wil best investeren in een betere toekomst. Maar dan moet het wel betaalbaar zijn en die chauffeur moet wel door kunnen blijven werken. Dus heeft hij een laadpaal nodig, liefst bij zijn huis, zodat hij zijn taxi kan laden terwijl hij slaapt. Dan hoeft hij geen ritten te missen.”

“Het interessante is dat door chauffeurs actief mee te laten denken over de inrichting van dit nieuwe systeem, we enerzijds het business model beter kunnen optimaliseren en dat anderzijds het zero emissie rijden sneller geaccepteerd wordt. Het is deze combinatie van economische en sociale aspecten in een project waar ik echt blij van word.”

Combinatie van hard en zacht

“Wij zijn erg financieel georiënteerd, maar je moet niet alles dood rekenen”, vindt Van der Steen. “De transitie naar een duurzame maatschappij is mensenwerk, dat moeten we gevoelsmatig en sociaal aanpakken. Geld is niet het grootste probleem. Het moeilijkste is om mensen anders te laten denken, om ze afscheid te laten nemen van ingesleten gewoonten, en ze open te laten staan voor verandering of zelf met initiatieven te laten komen.”

Deze combinatie van hard en zacht speelt bijvoorbeeld bij een project in het Zuiden van het land, waarbij met een groot aantal partijen wordt nagedacht over de ontwikkeling van een nieuwbouwwijk. “Dat klinkt in deze tijd logisch, alleen betrekken wij in zo’n geval juist de toekomstige bewoners. Niet alleen om hun behoefte aan mobiliteit te horen, maar ook om de ondernemersgeest aan te wakkeren en hen te laten participeren in bijvoorbeeld een aquathermie-systeem, dat de wijk van duurzame warmte voorziet. Dan worden concepten ontwikkeld die echt gebruikt worden. En zien we bewoners en beheerders gemotiveerd raken om ook op andere vlakken de leefbaarheid van de wijk te vergroten en de samenleving weer een stukje duurzamer te maken. Zo willen we graag werken aan projecten met impact op meerdere vlakken.”

‘Wij zien koolstof niet als vijand, maar als een bouwsteen’

Wereldwijd heeft de gebouwde omgeving met 39 procent een gigantische CO2-voetafdruk. De komende jaren zal veel worden bijgebouwd, en duurzaamheid gaat daar een essentiële rol in spelen. “In de discussies over duurzaamheid is er op dit moment vooral aandacht voor ‘operational carbon’. Dat zijn emissies gerelateerd aan bijvoorbeeld het verlichten en verwarmen van woningen en panden”, zegt Janneke Leenaars, duurzaamheidsmanager bij Interface."Er wordt veel minder gesproken over ‘embodied carbon’, dat gaat over de CO2-reis van bouwmaterialen, de constructie van een gebouw en de inrichting. Terwijl ook daar de CO2-uitstoot flink verminderd kan worden." Volgens de duurzaamheidsmanager is er meer aandacht nodig voor embodied carbon. “Een groot gedeelte van deze CO2-uitstoot gaat over bouwmaterialen die de constructie van een pand bepalen. Maar andere componenten hebben ook een CO2-footprint, zoals waarmee en hoe je een gebouw inricht.”  CO2-doelen voor elk bedrijfHet is de persoonlijke missie van Leenaars om mensen ervan bewust te maken dat ze, door te ontwerpen met aandacht voor het klimaat en de natuur, iets terug kunnen geven aan de aarde. “Elk bedrijf dat een pand opnieuw wil inrichten, heeft CO2-doelen. Als je dan als architect, aannemer of opdrachtgever een bewuste keuze maakt, dan kun je een grote impact maken. Gisteren sprak ik architecten, tegen wie ik zei: Jullie hebben een prachtig vak omdat je gebouwen kunt ontwikkelen, die comfortabel zijn en waarin mensen zich fijn voelen. Maar door de ontwikkeling en materiaalkeuzes kun je ook nog eens een significante impact maken wat betreft CO2-uitstoot en het behalen van het Parijsakkoord. Dat is ook echt zo.”"Elk bedrijf dat een pand opnieuw wil inrichten, heeft CO2-doelen"De duurzaamheidsmanager merkt dat steeds meer klanten die bewuste keuze durven te maken. “We zien dat heel veel bedrijven CO2-reductie of zelfs NetZero doelstellingen hebben. In eerste instantie focussen ze zich op de eigen bedrijfsvoering en andere zaken zoals verpakkingen. Maar op het moment dat ze gaan herinrichten, dan is het steeds vaker logisch dat bij de inkoop ook wordt gekeken naar producten met een lage dan wel CO2-neutrale footprint.”Vloerenfabrikant Interface levert vloeroplossingen aan onder meer bedrijfskantoren, ziekenhuizen en scholen. Het bedrijf hanteert een holistische missie, waarbij het zo duurzaam en transparant mogelijk wil zijn door de hele keten. “In onze duurzaamheidsreis van meer dan vijfentwintig jaar, hebben we onze leveranciers steeds weer gevraagd om mee te innoveren om met elkaar stapsgewijs de productieprocessen en producten duurzamer te maken.”DecarboniserenNa de viering van Mission Zero in 2019, gaat Interface nu nóg een stap verder met de nieuwe Climate Take Back-missie. Daarmee wil het bedrijf een positieve impact maken: een regeneratieve bijdrage leveren aan de wereld om de opwarming van de aarde tegen te gaan. Het is gebaseerd op het gedachtegoed van professor Johan Rockström van het Stockholm Resilience Center."Love Carbon is één van onze speerpunten"“Volgens Rockström is het mogelijk om als mensheid de opwarming van de aarde tegen te gaan. Van groot belang is radicaal te decarboniseren als maatschappij, het herstellen en beschermen van natuurlijke ecosystemen en te onderzoeken hoe met technologische innovaties CO2 kan worden opgeslagen. CO2 is op zichzelf niet goed of slecht, we hebben er nu alleen te veel van op de verkeerde plek, de atmosfeer”, legt Leenaars uit. Eén van de vier pijlers waarop de Climate Take Back-missie is gebaseerd, is: ‘Love Carbon’. “We hebben gezocht naar hoe koolstof kan functioneren als bouwsteen voor onze producten om CO2 vast te houden, en hoe we producten kunnen ontwikkelen met CO2-negatieve materialen. Dit heeft tot de nieuwe tapijttegel-backing CQuestBio geleid.”Innovatieve backing voor tapijttegelsBegin oktober werd de CQuestBio in Europa gelanceerd, die is gemaakt van biobased en gerecyclede materialen. Het gemiddelde percentage biobased en gerecyclede content van een totale tapijttegel komt met deze nieuwe backing uit op 92,8 procent. “Daarmee kunnen we de kraan naar virgin fossiele grondstoffen voor tapijttegels bijna dichtdraaien”, aldus de duurzaamheidsmanager. Het effect van de nieuwe backing is dat de gemiddelde CO2-footprint van de totale tapijttegel één derde lager wordt. “Het is all time low, wat we ‘cradle to gate’ realiseren. Ook is het een belangrijke stepping stone naar een CO2-negatief product in de toekomst ”, stelt Leenaars.   TerugnameprogrammaEen andere manier waarop klanten van Interface kunnen bijdragen aan het reduceren van de CO2-uitstoot en grondstoffengebruik, is door oude, gebruikte tapijttegels weer in te leveren. Met het Re-Entry terugnameprogramma neemt het bedrijf gebruikte tapijttegels van klanten weer in op het moment dat ze opnieuw willen inrichten. “Hergebruik vinden wij heel belangrijk omdat het hoog staat op de circulariteitsladder. Met embodied carbon willen we meer bewustzijn creëren, en daarbij hoort ook het hergebruik van tapijttegels. Maar voordat je opnieuw gaat inrichten, komen andere aspecten aan bod, zoals de wijze van installeren en het onderhoud. Ook aan deze manieren van het verlengen van de gebruiksduur besteden we aandacht.”CO2-certificaatInterface overhandigt CO2-certificaten aan klanten als onderdeel van het Carbon Neutral Flooring Programma. Daarop staat vermeld hoeveel CO2-uitstoot ze hebben bespaard met het aankopen van hun vloeren bij Interface. Deze vloeren zijn volledig CO2-neutraal over de gehele levenscyclus van het product. “Voor de emissies, die het bedrijf van cradle to gate’ nog niet kan elimineren, plus wat er plaatsvindt bij de klant tot aan het einde van de levenscyclus, koopt Interface CO2-compensaties in.” Dat zijn bijvoorbeeld sociale projecten zoals initiatieven waarbij bos wordt aangeplant.Lees ook: Klimaatpositief opereren met de natuur als gids“Als een klant CO2-reductie of NetZero doelstellingen heeft dan werkt die, door bewust te kiezen voor een CO2-neutraal product, direct aan zijn doelen”, zegt Leenaars. “Als je een serieus pand hebt met serieuze meters, zoals scholen, ziekenhuizen of overheidsgebouwen, dan kun je een enorme impact maken. Als je zo’n besparing omrekent naar de CO2-uitstoot van een auto in gereden kilometers, dan is dat gigantisch.”Een klimaatpositieve toekomstDe lancering van de CQuestBio backing is een hele grote mijlpaal onder de Climate Take Back-missie. In de toekomst wil Interface toewerken naar klimaatpositieve vloeroplossingen om in 2040 volledig klimaatpositief te opereren. “We moeten CO2 niet als de vijand zien, maar het omarmen en als een bouwsteen inzetten. We willen blijven inspireren op het gebied van duurzaamheid en vinden transparantie daarin erg belangrijk”, besluit Leenaars.Beeld: Adobe Stock, Interface