Hannah van der Korput
07 oktober 2024, 12:10

Vegetarische hamburgers zijn ook hamburgers, oordeelt Europees Hof

Geroockte speckjes, hamplackjes, chik’nfilet: producenten van vleesvervangers hoeven niet langer creatief te zijn met de namen van hun producten. Vegetarische en veganistische varianten mogen namelijk ook biefstuk of hamburger heten. Dat zegt het Europees Hof.

Getty Images 2048805085 Het Europees Hof oordeelt dat vleesvervangers de naam mogen dragen van het product dat het vervangt. | Credits: Getty Images

De zaak was aangespannen door het bedrijf Beyond Meat, bekend van zijn vleesvervangers, en de drie belangenorganisaties Protéines France, de European Vegetarian Union en de Association Végétarienne de France. De partijen maakten bezwaar tegen een Franse maatregel die vorig jaar werd ingevoerd. Die verbood om vleesalternatieven te bestempelen als ‘biefstuk’ of ‘worstjes’, ook als er plantaardig of vegetarisch aan werd toegevoegd. Zo’n etiket zou tot verwarring leiden bij de consument, was de motivering van de Franse overheid.

Oordeel

Het Europees Hof oordeelt dat een vleesvervanger de naam mag dragen van het product dat hij vervangt. Daarmee krijgen de aanklagers gelijk. Lidstaten kunnen het gebruik van termen die traditioneel geassocieerd worden met dierlijke producten voor plantaardige alternatieven niet verbieden, zo luidt het oordeel. De voorwaarde is wel dat de ingrediënten duidelijk op het etiket moeten staan. Volgens het Europees Hof is een vegetarische hamburger dus ook een hamburger.

Lidstaten

De uitspraak geldt voor alle lidstaten, benadrukten de Europese rechters. Dat betekent dat de nationale maatregelen van de lidstaten het EU-kader voor etikettering niet kunnen overrulen.

Afzonderlijke lidstaten kunnen wel zaken aanvechten waarin voedselmarketing consumenten zou kunnen misleiden. Ze moeten dit echter aantonen binnen het EU-regelgevingskader.

Zuivel

Voor zuivel zit het anders, oordeelde het Europese Hof in 2017. Room, kaas, boter en melk zijn beschermde namen die enkel voor zuivelproducten mogen worden gebruikt. In zuivel moet een minimaal percentage melkvet worden verwerkt. Om die reden is de naam havermelk officieel niet toegestaan en moet er worden uitgeweken naar benamingen zoals haverdrink of haverdrank.

Droomboter

Onlangs kreeg het Nederlandse merk Mister Kitchen het aan de stok met de Nederlandse Zuivelorganisatie (NZO) en de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) over de naam Droomboter: een plantaardig alternatief voor roomboter. Daan Faber, een van de oprichters, vindt het hoog tijd dat de oude wet wordt herzien. “Die wet stamt uit 1899. Ik vind dat we deze discussie anno 2023 niet zouden moeten voeren. De wereld staat in de fik. We moeten als maatschappij in transitie. Dit gesteggel helpt daar niet bij”, zei hij eerder tegen Change Inc.

Naar eigen zeggen wisten de producenten dat ze met de naam een risico namen. Toch is er bewust voor gekozen. “Consumenten hebben een bepaalde referentie nodig als het gaat om plantaardige alternatieven. Door de naam Droomboter weten mensen precies wat het product inhoudt. Zouden we ons product plantaardig vetsmeersel hebben genoemd, dan begrijpen consumenten niet wat ze ermee moeten en kopen ze het niet. Nieuwe producten hebben een bepaalde mate van herkenbaarheid nodig. Dat geldt voor havermelk, vleesvervangers en dus ook voor plantaardige boter.”

Lees ook:

Hoe heeft het Europese emissiehandelssysteem zich ontwikkeld en wat gaat de nieuwe CO2-grensheffing doen?

Allereerst even terug naar het begin: het ETS werd in 2005 in het leven geroepen en omvat meer dan 10.000 bedrijven in sectoren zoals warmte- en energieopwekking, zware industrie, commerciële luchtvaart. In lijn met de EU Green Deal, streeft het handelssysteem ernaar ons op koers te houden voor “Net Zero” tegen 2050. De ETS volgt een "cap-and-trade" systeem. Dit betekent dat er een vastgestelde limiet is op de totale hoeveelheid broeikasgassen die uitgestoten mag worden. Deze hoeveelheid wordt gemeten in 'rechten', waar 1 recht gelijk staat aan 1 ton broeikasgasuitstoot. Bedrijven mogen deze rechten vervolgens verhandelen. Bedrijven die minder uitstoten dan hun limiet verkopen rechten en degenen die meer uitstoten kopen ze juist. De ETS is eigen een soort uitstootbelasting, maar in plaats van een prijs wordt er dus een limiet gezet. De markt bepaalt uiteindelijk wat de prijs is van de rechten die verhandeld worden. De bedoeling van het ETS is om bedrijven te stimuleren om te verduurzamen. Dit doet het op twee manieren: enerzijds door de mogelijkheid om inkomsten te genereren uit snellere verduurzaming (ze kunnen hun overschot aan emissierechten doorverkopen), en anderzijds door middel van boetes die ontvangen als hun uitstoot de totale rechten die ze gekregen of gekocht hebben. Hoeveel invloed heeft het ETS? De effectiviteit van het ETS-systeem wordt vaak in twijfel getrokken vanwege historisch lage prijzen van rechten. Na de introductie in 2005 bleven de prijzen de eerste 15 jaar van het bestaan van het systeem onder de 30 euro per ton – onvoldoende om grote investeringen te stimuleren. In 2021 schoot de prijs kort naar 100 euro, onder andere door de implementatie van de EU Green Deal en de invasie van Oekraïne door Rusland. Dit leidde hier en daar tot paniek en onzekerheid bij de grote verbruikers, maar sindsdien zijn de prijzen weer gedaald naar 65-70 euro per ton. Hoewel deze lage prijzen als argument worden aangevoerd dat het ETS niet zou werken, laten historische emissiegegevens een uitstootvermindering van 47 procent zien in de betrokken sectoren tussen 2005-2023. Dit heeft te maken met onder andere de industrialisatie, maar ook sterke verduurzaming die vaak harder ging dan verwacht. Oneerlijke verdeling Terugkijkend op de afgelopen decennia kunnen we stellen dat de druk van het ETS ongelijk gevoeld wordt door verschillende sectoren. Sommige bedrijven krijgen meer gratis rechten dan ze kunnen gebruiken, terwijl anderen voor elke ton CO2 moeten betalen. Er is een duidelijk verschil tussen bedrijven die 'verhandelbare' en bedrijven die 'niet-verhandelbare' goederen produceren. Verhandelbare goederen zijn de producten met een regionale of wereldwijde handel, zoals staal, chemicaliën en meststoffen, terwijl niet-verhandelbare dicht bij de consumptie locatie worden geproduceerd, zoals elektriciteit. Omdat verhandelbare goederen over lange afstanden worden verzonden, hebben ze een hoog risico op 'koolstoflekkage'. Dit betekent dat die bedrijven dreigen hun operaties buiten de EU te verplaatsen als de koolstof kosten in eigen land te hoog zijn. Als gevolg hiervan krijgen bedrijven zoals Tata Steel (staal) en Yara (kunstmest) in Nederland meer gratis rechten dan ze nodig hebben. Tata krijg er zelfs twee keer zoveel. Hierdoor profiteren ze eigenlijk op een oneerlijke manier van het ETS. Andere bedrijven moeten namelijk gewoon betalen voor alle rechten die ze nodig hebben. Neem energiebedrijven zoals Vattenfall, RWE en Uniper. Zij betalen de volle prijs voor hun emissies omdat er geen risico is op koolstoflekkage: ze kunnen de energieopwekking niet zomaar naar het buitenland verplaatsen.Visualisatie door Rubio.Rubio Impact Ventures Investeerder Rubio Impact Ventures richt zich op schaalbare innovaties van bedrijven die oplossingen ontwikkelen die een concrete positieve bijdragen leveren aan mens en/of milieu. Maar hoe beoordeelt Rubio welke innovaties impactvol en kansrijk zijn? Wanneer is een bedrijf het investeren waard? Aan de hand van deepdives in specifieke sectoren hoopt Rubio antwoord te krijgen op deze vragen. En deze deepdives deelt het met de redactie van Change Inc. Zo krijgen wij een kijkje in de keuken van een impactinvesteerder.Gelijkspeelveld dankzij grensheffing Gelukkig is de Europese Commissie bezig met een oplossing: het Carbon Border Adjustment Mechanism (CBAM), gepland voor 2026. Onder CBAM moeten in de EU geïmporteerde industriële goederen de uitstoot van hun toeleveringsketen buiten de EU-grenzen rapporteren en hiervoor de ETS-prijs betalen. Dit betekent dat zelfs als Tata Steel of Yara hun productie buiten de EU verplaatsen, ze dezelfde koolstofkosten zouden maken als onderdeel van het ETS, waardoor het risico op koolstoflekkage wordt weggenomen. In een volgende stap worden de gratis rechten van deze bedrijven afgebouwd. Dit zorgt ervoor dat er een veel grotere push komt voor verduurzaming in deze sectoren. Ondernemers in groen staal, -cement, -meststoffen en andere duurzame alternatieven krijgen hiermee een flink steuntje in de rug. Onze afdronk: Rubio verwacht dat de precieze CO2-prijs eigenlijk niet zo belangrijk is. Veel zwaarder wegen de risico’s en onzekerheden die hier omheen hangen. Het verduurzamen van de zware industrie kost jaren, zo niet decennia. Dit moet proactief gebeuren, omdat de ETS-prijs in een jaar tijd kan verdrievoudigen door bijvoorbeeld conflicten of politieke beslissingen, en als men dan pas naar een oplossing gaat zoeken is het te laat. Hoewel de details vast nog gaan veranderen is het duidelijk dat de regels steeds strenger worden. Rubio ziet dat veel bedrijven - klanten van bedrijven in het portfolio van Rubio - interne CO2-prijzen hanteren boven de 100 euro per ton – een stuk hoger dan de huidige ETS-prijs. Deze bedrijven zien investeren in verduurzaming als een manier om dit risico af te kopen. Genoten van deze uiteenzetting van het ETS door Rubio Impact Ventures? Meld je dan aan voor hun nieuwsbrief om meer deep dives te ontvangen.Lees ook:Bill Gates investeert in Nederlandse warmtebatterij en ijzerpoederWat is thermische energieopslag en kan het de industrie op korte termijn verduurzamen?Drijvende radar voorkomt dat vogels en vleermuizen botsen met windparken op zee