Hidde Middelweerd 22 mei 2023, 10:00

Van maatwerk naar modules: hoe de wereld van gebouwinstallaties razendsnel verandert

Wie aan modulariteit denkt, denkt misschien aan een Fairphone of IKEA-kast. Maar ook in de installatietechniek neemt modulair ontwerpen en bouwen al jaren een vlucht. Begrijpelijk ook, want het brengt veel voordelen met zich mee. Zowel op het gebied van snelheid en betaalbaarheid als duurzaamheid en circulariteit.

JDZ3395 LR Dit is een module die 1-op-1 in een gebouw geplaatst kan worden | Credits: ModuleMakers

ModuleMakers is een venture van technisch dienstverlener Croonwolter&dros. De start-up ontwikkelt, levert en installeert modules voor gebouwinstallaties en telt inmiddels bijna 40 medewerkers. Wout van den Toorn, commercieel manager bij ModuleMakers, licht de potentie van modulair werken toe: “Dankzij modules verkort je de tijd op de bouwplaats aanzienlijk en heb je minder arbeidskrachten nodig voor hetzelfde werk. Dat is geen overbodige luxe in tijden van schaarste op de arbeidsmarkt.”

Snelheid en betaalbaarheid

Wat doet ModuleMakers precies? Van den Toorn legt het uit aan de hand van een voorbeeld. “Stel je de warmte- en koelsystemen van een groot kantoorgebouw voor. Die bestaan grofweg uit drie onderdelen: de warmtebron (ofwel de technische ruimte, die vaak in de kelder van het gebouw te vinden is), de distributiekanalen (ofwel het leidingwerk) en de afgiftesystemen, zoals klimaatplafonds”, zegt hij. “Traditioneel worden al die onderdelen allemaal op locatie in elkaar gezet, aan elkaar gelast, noem maar op. Dat betekent veel verschillende mensen op de bouwplaats, die met allerlei uiteenlopende zaken bezig zijn.”

ModuleMakers pakt dat anders aan. In de fabriek in Amersfoort, een gigantische hal van bijna 5.000 vierkante meter, doet het bedrijf al veel voorwerk. Daar ontwerpt en produceert het namelijk modules, die op de bouwplaats als Lego-blokjes aan elkaar gekoppeld kunnen worden. “Neem het leidingwerk: dat assembleren we in onze fabriek al tot modules, die we op locatie alleen nog maar aan het plafond hoeven te bevestigen”, aldus Van den Toorn. “En de volgende module schroef je er zo aan vast.”

Dat bespaart ontzettend veel tijd en arbeidskrachten, zegt hij: “Normaal gesproken ben je per verdieping, waar ongeveer 375 meter aan buizen ingaat, gemiddeld zeven dagen bezig met leidingwerk. Wij doen het in twee dagen, met z’n tweeën.” ModuleMakers is in staat om bijna alle vormen van gebouwtechnologie op deze manier te ontwerpen. En de producten die het levert, kunnen ook overal aangesloten worden. Wat het bedrijf nog niet kant-en-klaar kan leveren, ontwerpt het zelf, met behulp van eigen software.

Tekst gaat verder onder het kader.

Wat is modulariteit ook alweer?

Een modulair product of systeem bestaat uit verschillende componenten (ofwel modules) die gemakkelijk te monteren, demonteren en vervangen zijn. Denk bijvoorbeeld aan modulaire bouw, waarbij complete woningen soms bijna net zo gemakkelijk als een IKEA-kast in elkaar ‘geklikt’ kunnen worden. Of denk aan de Nederlandse Fairphone. De verschillende componenten van deze smartphone zijn gemakkelijk te vervangen als ze stukgaan, zodat de smartphone zelf langer meegaat.

Slimmer ontwerpen

De werkwijze van ModuleMakers brengt verschillende voordelen met zich mee. De kortere tijd op de bouwplaats en dat er minder medewerkers nodig zijn, zijn er twee van. Maar het kan ook tot kostenreducties leiden, bijvoorbeeld op het gebied van inkoop. Van den Toorn: “Wij weten immers precies hoeveel isolatiemateriaal elke module vereist. Dat kunnen we dus in één keer inkopen, in de toekomst zelfs voor meerdere projecten tegelijkertijd. Dat kan veel schelen.”

De echte winst is echter te behalen tijdens het ontwerp- en tekenproces van het bedrijf. “Die is bij ons volledig ingericht op standaardisatie. Want hoe minder maatwerk er nodig is, hoe lager de kosten uitvallen”, legt Van den Toorn uit. Elke ontwerpkeuze die ModuleMakers maakt, wordt daarom opgeslagen in een digitale bibliotheek, waar het bij volgende projecten weer gebruik van kan maken. “We hoeven nu eigenlijk alleen de afmetingen en wensen van klanten in te voeren in onze configuratie-software en er rolt al een eerste schets uit.”

“Als de klant bepaalde aspecten toch anders wilt, een grotere pomp bijvoorbeeld, dan passen we dat gemakkelijk aan in onze software. De andere aspecten van het ontwerp veranderen dan automatisch mee”, vervolgt Van den Toorn. “Zo hoeven we niet langer bij elk project het wiel opnieuw uit te vinden. Dat is belangrijk, want daar zit een groot deel van de kosten. Momenteel overheerst maatwerk nog, maar het is onze ambitie om dit steeds vaker te vervangen door gestandaardiseerde modules.”

Circulaire installaties

Ook op het gebied van duurzaamheid zorgt dat voor voordelen, vervolgt hij. “Onze modules bestaan uit verschillende onderdelen, die normaal gesproken apart van elkaar en in kartonnen en plastic verpakkingen geleverd worden. Voor een aantal modules heb je dus al snel een behoorlijke berg verpakkingsafval opgebouwd”, aldus Van den Toorn. “Maar omdat wij altijd dezelfde onderdelen nodig hebben, konden wij afspraken maken met onze leveranciers, om producten voortaan alleen nog in karretjes aan te leveren, zónder verpakkingen.”

Modulair ontwerp maakt gebouwinstallaties daarnaast meer circulair. De verschillende modules worden namelijk aan elkaar gekoppeld met groefkoppelingen. Met andere woorden: er komt geen snij- of lasapparaat aan te pas tijdens het monteren en demonteren. “De onderdelen blijven intact en zijn dus gemakkelijk opnieuw te gebruiken. En aangezien wij gestandaardiseerde systemen leveren, kunnen we zelfs volledige systemen opnieuw inzetten bij een volgend project én gemakkelijk optimaliseren.”

ModuleMakers hoopt in de toekomst steeds meer impact te maken op dat gebied. Van den Toorn: “We werken bijvoorbeeld ook aan een modulaire technische ruimte, voor portiekflats die in de aankomende jaren van het gas af moeten. Wij maken daar een verplaatsbaar huisje van, dat je op of naast een portiekflat zet. De installaties in die technische ruimte zorgen voor een aardgasreductie van ongeveer 70 procent. Mocht de technische ruimte niet langer nodig zijn, bijvoorbeeld omdat de portiekflat overstapt op stadswarmte of op een andere manier aardgasvrij wordt, dan kunnen we die in zijn geheel terugnemen en weer inzetten bij een volgend project.”

Wordt modulair werken de norm?

Van den Toorn verwacht dat modulair ontwerpen en werken in de installatiesector steeds meer de norm wordt. “In de bouwsector zie je het al veel vaker: er rollen tegenwoordig complete woonmodules uit de fabriek. Maar voor technische systemen loopt het nog een beetje achter. Dat gebeurt vaak nog op de traditionele wijze”, zegt hij. “Maar dat gaat snel veranderen. We moeten wel; de arbeidskrachten zijn er simpelweg niet meer om het op een traditionele manier te blijven doen. Modulair werken wordt een must, je kan straks niet meer anders.”

Samenwerking op alle fronten, maar niet meer mondiaal

Om de wereld echt in transitie te brengen en alle mooie internationale doelen tussen 2030 en 2050 te laten slagen, is samenwerking de sleutel. Hoe meer en hoe sneller er onvermoede coalities worden gesloten, hoe beter het is. Bedrijven, overheden, NGO’s en filantropen zullen de handen vlug ineen moeten slaan om de almaar luider klinkende roep om systeemverandering te voltrekken. Het is geen prioriteit meer elkaar te beconcurreren, maar om samen op weg te gaan naar nieuwe tijden. De sympathieke oproep staat in schril contrast tot de realiteit van de oorlog in Oekraïne, die de Westerse wereld niet alleen ruw wakker schudde uit een droom van onkwetsbaarheid, maar ook een andere opgave op tafel legde. Hoe kun je afzien van concurrentie als de grote machtsblokken in de wereld zich juist op het eigen speelveld terugtrekken? De ontwikkelingsstrategie van de Chinese overheid, het Belt and Road Initiative, om de belangrijkste handelsroutes wereldwijd in eigen voordeel te kunnen benutten, liep ver vooruit op de rest van de wereld. Amerika, voorzichtig onder Obama, versneld onder Trump en van een uitroepteken voorzien door Biden met de Inflation Reduction Act, volgde al snel. En Europa kon, gedwongen door deze ontwikkelingen en op scherp gezet door de oorlog, niet achterblijven. De Europese leider met de grootste ambities op dit vlak is Emmanuel Macron. De Vlaamse zakenkrant De Tijd schreef: ‘Frankrijk zet de turbo op zijn re-industrialisering om te voorkomen dat het de concurrentieslag met de Verenigde Staten en China verliest. Om dat te verwezenlijken lanceert Emmanuel Macron stimuli voor goederen van Europese makelij.’ In de jaren zeventig was de industriële sector goed voor bijna 25 procent van het BBP, nu ligt dat op 12 procent. Macron is vastbesloten een inhaalslag te bewerkstelligen. Investeerders kunnen rekenen op vereenvoudiging van bureaucratische procedures, producenten van warmtepompen, zonnepanelen, batterijen en halfgeleiders krijgen aanzienlijke belastingvoordelen. En wie een elektrische auto koopt, kan rekenen op een zogenaamde ecobonus, door Macron heel slim ‘Made in Europe’ genoemd. Want hij wil wel degelijk samenwerken, het is geen Franse ‘Alleingang’, maar wél met de juiste partners. Voor de Financial Times schreef Macron een opiniestuk over het evenement ‘Choose France’, waar hij tweehonderd CEO’s ontmoette in het paleis van Versailles. Zijn inzet: ‘We are committed to building back French Industry and fostering our economic power.’ Ook in de FT laat Macron geen ruimte voor twijfel. Natuurlijk, hij sprak met Elon Musk, die hij een haf jaar geleden ook al in Amerika ontmoette om te spreken over elektrische auto’s en batterijen. En 'de strijd om het binnenhalen van de eerste Europese fabriek voor autobatterijen van het Taiwanese ProLogium’, heeft hij ook gewonnen, schreef NRC. Ook sprak hij maandag op het evenement met topmannen van Pfizer en Walt Disney. Maar, vertrouwt hij de FT toe, dat doet hij uiteindelijk ten behoeve van heel Europa: ‘However, this battle for re-industrialisation must obviously be fought on a European Scale, as well. Since becoming president of France in 2017, I have consistently argued for the idea of European sovereignty.’ En nu goed blijven opletten dat Frankrijk niet het China van Europa wordt, dan is de kans op een groene afloop in 2050 niet denkbeeldig, juist dankzij Macron.