Wilke Wittebrood
30 oktober 2025, 15:00

Tony’s Chocolonely-topman: ‘We zijn niet op aarde om ons eigen merk groter te maken’

Van journalistiek project is Tony’s Chocolonely in twintig jaar uitgegroeid tot een bedrijf met 200 miljoen euro omzet. Een dagelijkse balanceeract tussen commercie en impact, zegt ceo Douglas Lamont. ‘We geven zelfs onze cacaobonen weg aan concurrenten.’

ceo Douglas Lamont Tony's-ceo Douglas Lamont: 'We willen dat 5 procent van alle cacao in West-Afrika via ons model wordt ingekocht.' | Credits: Anne Barlinckhoff

Chief Chocolonely. Dat is de titel op het visitekaartje van Douglas Lamont, topman van Tony’s Chocolonely. De Brit benadrukt het tijdens het 20-jarige jubileumevent van het merk nog maar eens: hij is geen ceo van een bedrijf, maar van een missie. Geen ceo van een chocoladebedrijf dat impact maakt, maar van een impactbedrijf dat chocola maakt.

Tony’s Chocolonely is ver gekomen. In 2005 gestart door journalisten Teun van de Keuken, Roland Duong en Maurice Dekkers, die voor het tv-programma Keuringsdienst van Waarde in de chocolade-industrie doken en zich rot schrokken van de misstanden die ze op cacaoplantages in West-Afrika tegenkwamen.

Bij wijze van experiment wilden ze onderzoeken of ze een reep op de markt konden brengen zonder dat mens en milieu daarvoor werden uitgebuit. Concreet betekent dat drie dingen: kinderarbeid en ontbossing stoppen, en de cacaoboeren helpen aan een leefbaar inkomen.

Ondernemer Henk Jan Beltman werd er in 2010 bijgehaald om van het journalistieke project een echt bedrijf te maken. Een jaar later nam hij een meerderheidsbelang in het bedrijf. De hele geschiedenis wordt uitgebreid uit de doeken gedaan in de ‘Choco Experience’ in de Hallen Amsterdam, een rood-blauw doolhof in de vorm van de bekende ongelijkmatig verdeelde chocoladereep. De pers kan deze maandagochtend alvast een kijkje nemen.

82 miljoen repen

Twintig jaar na die bescheiden start staat er een chocolade-imperium dat actief is in meer dan zestig landen en in het meest recente boekjaar (2023/2024) meer dan 82 miljoen repen verkocht, goed voor een recordomzet van 200,1 miljoen euro. Winst wordt er nog niet gemaakt: hoewel de omzet vorig jaar met 33 procent steeg, bleef er onderaan de streep een verlies van 6,8 miljoen euro over.

Het bedrijf verkiest groei boven winst, zei Lamont daar bij de presentatie van de jaarcijfers over. Ook werden de snel gestegen wereldmarktprijzen van cacao, die in 2024 piekten, niet volledig doorberekend aan de consument.

De keuze tussen groei en winst is niet de enige afweging die de topman moet maken. De rol van Chief Chocolonely vraagt om een constante balanceeract tussen commercie en impact, vertelt Lamont na afloop van het event, in een zaaltje boven het chocolade-doolhof. Zijn taak? In een notendop: ervoor zorgen dat iedereen ‘even ontevreden’ is.

‘Dat komt erop neer dat je vaak ‘nee’ moet zeggen en veel compromissen moet sluiten’, zegt hij. ‘Mensen die in afzonderlijke silo’s opereren, willen altijd meer voor hun silo. De commerciële afdeling wil de prijzen zo laag mogelijk houden, de country managers in Ghana en Ivoorkust willen meer boots on the ground. Voor beide afwegingen kun je een businesscase maken. Maar we hebben beperkte middelen en moeten die op de juiste manier aanwenden.’

Geen 100% vegan chocola

Tweede deel van dat gesprek is dat je mensen uitlegt waarom iets wel of niet kan. ‘Want ik wil ook dat mijn mensen gemotiveerd blijven’, zegt Lamont. ‘Daarom probeer ik de trade-offs die we dagelijks moeten maken, groot en klein, constant te verbinden aan het grotere doel.’

Zo’n trade-off komt tijdens het rondje persvragen langs. Waarom Tony’s, gezien de druk van de zuivelindustrie op klimaat en milieu, niet overstapt op 100 procent vegan chocolade? Daarmee zou het bedrijf zichzelf beperken, reageert Frits Snel, de country manager Benelux. ‘De grootschalige doorbraak van vegan producten blijft tot nu toe uit. En hoe meer repen we kunnen verkopen, hoe meer levens van cacaoboeren we kunnen verbeteren.’

Een bedrijf als Tony’s leiden is een continue zoektocht naar de juiste balans, beaamt Lamont. Is hij blij met die balans? ‘We zijn het snelst groeiende chocolademerk ter wereld. Dus ja.’ Zijn ambitie: van Tony’s een bedrijf met een omzet van 500 miljoen euro maken. Zijn komst in 2022 markeerde de nieuwe groeifase die het bedrijf inging. Belangrijke drijver achter die groei is het succes in de Verenigde Staten. Dankzij grote supermarktklanten als Walmart en Kroger heeft Amerika de thuismarkt, Nederland, inmiddels ingehaald als grootste markt.

Maar ook de sourcingtak van het bedrijf – Tony’s Open Chain, waarmee andere foodbedrijven hun cacao kunnen inkopen via het netwerk van Tony’s – groeit hard, tot 40 procent van het totale inkoopvolume vorig jaar.

Unieke eigenschap weggeven

Ook dat is volgens Lamont nodig om schaal te krijgen. ‘We zijn niet alleen op aarde om ons eigen merk groter te maken. Dat is slechts één van de puzzelstukjes. Uiteindelijk is het doel om grotere volumes in te kopen via ons model: 5 procent van alle cacao die in West-Afrika wordt ingekocht, tegen 1 procent nu. En het feit dat we bereid zijn om daarvoor een van onze unique selling points ‘weg te geven’, namelijk onze cacaobonen, zorgt er ook voor dat consumenten ons meer vertrouwen.’

Voelen consumenten zich niet bekocht als ze een reep van een andere aanbieder naast die van Tony’s in het schap zien liggen, voor een lagere prijs maar wel van dezelfde bonen? ‘Nee, echt niet. Het feit dat we daar zo open en transparant over zijn en partners als Albert Heijn aan boord hebben, versterkt onze geloofwaardigheid juist.’

Tony’s model onderscheidt zich allereerst door het inzicht in de keten. Het bedrijf, dat voor de inkoop met partnercoöperaties werkt, heeft exact in kaart op welke cacaoplantages en onder welke omstandigheden de bonen in hun repen zijn geoogst. De cacao is ‘100 procent traceerbaar’, waar dat aandeel volgens het bedrijf bij andere spelers blijft hangen op 40 procent.

Verder betaalt de chocolademaker een premie bovenop de reguliere marktprijs, de zogeheten living income reference price. Vorig jaar ging het om een toelage van 44 procent in Ivoorkust en 18 procent in Ghana.

Mislukte oogsten

Daarbovenop ontvangen de inkoopcoöperaties een fee, bedoeld om te investeren in professionalisering van de keten en het opbouwen van veerkracht tegen schokken. De keten staat als gevolg van klimaatverandering, droogte en gewasziekten namelijk zwaar onder druk. Dat heeft weerslag op de consumentenprijzen: volgens analisten van de Rabobank is chocolade in de winkel nu meer dan 50 procent duurder dan in 2021.

Ook Tony’s Chocolonely heeft zijn prijzen moeten verhogen, maar die stijging was minder fors dan bij sommige concurrenten, zegt Lamont. ‘Dat komt deels omdat we de klimaatrisico’s al hebben ingeprijsd, maar ook omdat onze boeren weerbaarder zijn. West-Afrika werd vorig jaar getroffen door de ergste droogte in jaren. Toch viel de opbrengst van onze best presterende partnercoöperatie slechts met 11 procent terug, bij een marktgemiddelde van 30 procent.’

Het datamodel helpt de chocolademaker ook om misstanden in de keten aan te pakken. Zo stuitte het bedrijf bij bezoeken aan boerenfamilies vorig jaar op zo’n 1.500 gevallen van kinderarbeid. Tony’s Chocolonely werkt samen met lokale partijen om deze kinderen van de plantages te halen en naar school te sturen.

Naast de diepe armoede waarin hun families soms leven, spelen ook andere oorzaken. Soms heeft een kind geen geboorteakte, nodig om naar school te kunnen, of is er überhaupt geen school om naartoe te gaan.

Dus werd in 2008 de Chocolonely Foundation opgericht, bedoeld om de regio’s waar de chocolademaker actief is te versterken, bijvoorbeeld door meer scholen te bouwen. De stichting ontvangt jaarlijks 1 procent van de netto-omzet van het bedrijf.

Productie in West-Afrika geen optie

De repen met de bekende kleurrijke wikkels worden in België en sinds begin dit jaar ook in de Verenigde Staten geproduceerd, bij partnerfabrikant World’s Finest Chocolate in Chicago. In Europa werkt het bedrijf onder meer samen met Barry Callebaut, een Zwitserse chocoladefabrikant met een fabriek in Antwerpen. Dat kostte het bedrijf vier jaar geleden zijn plek op de lijst van ethische chocolademerken van NGO Slave Free Chocolate; Barry Callebaut wordt beschuldigd van misstanden in de keten.

Toch kiest Tony’s er bewust voor om met een van de grootste chocoladeproducenten wereldwijd te werken, liet het bedrijf destijds in een reactie weten, in de hoop ‘Big Choco’ te laten zien dat het ook anders kan. Tony’s-chocolade wordt bovendien ‘volledig gescheiden’ verwerkt.

Volledige chocoladeproductie in West-Afrika is voor het bedrijf op dit moment geen optie, laat Lamont desgevraagd weten. De cacaoverwerking tot het halffabricaat couverture, vloeibare chocolade en uiteindelijke repen moet dicht bij de klanten gebeuren. ‘Het eindproduct dicht bij de eindconsument maken, is economisch gezien het meest logische om te doen. Het is veel duurder om vloeibare chocolade te vervoeren, daarnaast kan het transport afbreuk doen aan de kwaliteit.’

Rianne van Doeveren, general manager van Tony’s Open Chain, voegt toe: ‘Bovendien hebben we voor de eindproducten ook andere ingrediënten nodig, die we niet altijd in West-Afrika kunnen inkopen.’

Naast vloeibare chocolade worden de cacaobonen verwerkt tot cacaoboter en cacaomassa. Dat deel van het proces vindt wel in West-Afrika plaats. Lamont: ‘We willen lokaal meer waarde toevoegen dan de inkoop van cacaobonen alleen.’ Op drie vlakken, knikt Van Doeveren. ‘Door naast ruwe cacao ook halfafgewerkte producten te exporteren, is de exportwaarde hoger. Daarnaast creëren we werkgelegenheid en helpen we kennis in deze landen te houden.’

Niet onderdrukken, maar versterken

Maar toch. De cacao-industrie heeft sterke koloniale wortels. Schuurt het dan ergens niet dat ook Tony’s cacao(producten) aan Afrikaanse landen onttrekt, om er in het Westen luxe repen van te maken en te verkopen?

Let’s be clear’, reageert Lamont. ‘Ons hele model is er juist op gericht om cacaoboeren in West-Afrika meer zeggenschap te geven en hun positie te versterken. Om ze te helpen van hun cacaoplantage een bloeiende onderneming te maken, met toegewijde lokale teams op locatie.’

Maar hij moet ook toegeven: de kans is klein dat de landen waar de cacao in de Tony’s-repen vandaan komt, afzetmarkten zullen worden. ‘Dat is gewoon de realiteit. Als we het eindproduct weer terug naar Ghana en Ivoorkust moeten verschepen, wordt het veel te duur en slechts voor een kleine groep mensen interessant. En het kan smelten. Vanwege de hitte is chocola in West-Afrika sowieso een lastig product.’

En ja, ze kennen de verhalen van cacaoboeren die hun leven lang nooit een chocoladereep proeven of zelfs maar zien. Dat is bij Tony’s niet zo, benadrukt Van Doeveren. ‘Daar zorgen we wel voor. We komen met koffers vol langs.’

Dit artikel verscheen oorspronkelijk op MT/Sprout.

Lees ook:

Rabobank wil met € 100 miljoen voor dochterbedrijf BPD Bouwfonds biobased bouwen aanzwengelen

Rabobank wil met kapitaalinjectie van 100 miljoen euro de onrendabele top financieren van biobased bouwprojecten van dochterbedrijf BPD Bouwfonds. Daarmee wordt een van de grootste knelpunten van deze manier van bouwen doorbroken: het tekort aan vraag.Doordat BPD meer kan betalen voor biobased materialen durven boeren meer vezelgewassen als hennep, olifantsgras of vlas te verbouwen, kunnen aannemers en ontwikkelaars er vaker mee bouwen en neemt de vraag toe. Alle partijen in de keten krijgen hierdoor meer zekerheid om te investeren.‘We hopen echt op een multipliereffect. Dat het een soort sneeuwbal wordt’, zei business developer Julian Wup van de Rabobank deze week tijdens het jaarlijkse congres van WeGrow, het platform voor biobased bouwen. ‘We willen een voorspelbare en langdurige vraag creëren en de patstelling doorbreken waar we in zitten. Zo komt er ruimte voor opschaling, want wij gaan ervan uit dat agrariërs bereid zijn deze gewassen te leveren als er een goede prijs tegenover staat. Als een agrariër zegt: daar ga ik het niet voor doen, dan komt biobased bouwen niet van de grond.’ Koolstofbudget voor de bouw is bijna op De bank heeft zich aangesloten bij de Nationale Aanpak Biobased Bouwen (NABB). Dat overheidsprogramma streeft ernaar dat in 2030 minimaal 30 procent van alle nieuwbouwwoningen met minimaal 30 procent aan biobased bouwmaterialen wordt gebouwd, het zogeheten 30-30-30-doel.Rabobank raakte er al een paar jaar geleden van overtuigd dat biobased bouwen de toekomst is en veel problemen in de sector kan oplossen. In het Klimaatakkoord van Parijs is afgesproken dat de aarde in 2050 niet meer dan 1,5 graad mag opwarmen. Om daar onder te blijven heeft iedere sector in Nederland een maximale hoeveelheid CO2 toebedeeld gekregen die ze nog mag uitstoten. De bouw mocht vanaf 2023 in totaal nog maar 43 miljoen ton CO2-uitstoten. Daarna is zijn budget op. Die grens wordt al in 2027 overschreden.Maar dat is niet het enige probleem. De bouw gebruikt inmiddels 60 procent van alle grondstoffen. Een paar jaar geleden was dat nog 50 procent. Ook kampt de sector met strenge regelgeving en problemen met stikstof.  Dat terwijl er een wooncrisis is en er meer gebouwd moet worden. Biobased bouwen biedt boeren nieuw verdienmodel Van alle emissies die bij nieuwbouw vrijkomen, is driekwart verbonden met het materiaal. Zo is cement in beton alleen al verantwoordelijk voor 7 tot 8 procent van de wereldwijde CO2-uitstoot, vanwege het chemische proces en het hoge energieverbruik bij de productie.Door over te stappen naar biobased materialen zoals hout en vezelgewassen als hennep, vlas en olifantsgras kan die uitstoot met 20 tot 60 procent verminderd worden. Sterker nog: die natuurlijke materialen slaan CO2 voor tientallen jaren op. Dat is de reden dat boeren geld kunnen verdienen met koolstofcertificaten als ze deze gewassen verbouwen.Vanuit het perspectief van Rabobank is het interessant dat boeren er een alternatief verdienmodel mee kunnen optuigen door toeleverancier voor de bouw te worden. Geld om problemen op te lossen Maar biobased bouwen kampt volgens de bank nog met een aantal knelpunten. Boeren willen wel telen, maar hebben behoefte aan langetermijncontracten. De verwerkers van de vezels willen wel opschalen, maar moeten wel afzet hebben.Projectontwikkelaars zeggen dat er nog niet genoeg natuurlijke materialen zijn. Aannemers hebben er geen ervaring mee, moeten ermee leren werken en zijn bang dat woningen duurder worden. Ook woningbouwcorporaties zijn nog niet bereid meer te betalen voor biobased materialen.Om die problemen op te lossen is geld nodig. Met de investering van 100 miljoen euro denkt de bank de markt te kunnen opschalen. Daarnaast heeft de bank een Transitiefonds opgericht, dat is ondergebracht bij het Nationaal Groenfonds. Hieruit kunnen duurzame ondernemers en boeren aanvullende financiering tegen gunstige voorwaarden krijgen voor hun investeringen. ‘Dat maakt bijvoorbeeld biobased telen mogelijk omdat boeren qua financiering een langere periode kunnen overbruggen voordat er afgelost moet worden’, legt Wup uit.Mkb’ers, dus ook boeren, kunnen een deel van hun duurzame investering als gift terugkrijgen. Consumenten die een biobased woning kopen kunnen een rentekorting op hun hypotheek krijgen. ‘Allemaal zaken waarmee we de markt aanwakkeren’, zegt ze. Ook geld voor drinkwaterbesparing Er zit één addertje onder het gras. De investering van 100 miljoen euro is ook bedoeld voor technieken die het verbruik van drinkwater terugdringen. Ook waterbesparende technologie zorgt bij nieuwbouwprojecten voor meerkosten. De vraag is welk deel van de 100 miljoen euro naar waterbesparing gaat. Daar kan de Rabobank nog geen antwoord op geven.Ook kan de bank niet garanderen dat alle vezelgewassen die nodig zijn, door Nederlandse boeren worden geteeld. ‘Onze voorkeur gaat uit naar nationaal, maar we kunnen ons voorstellen dat bepaalde vezels uit het buitenland komen’, zegt Wup. Lees ook:Boeren die bouwmateriaal voor huizen telen krijgen miljoenen betaald in carbon credits Hoe boeren over vijf jaar 100.000 voetbalvelden aan bouwmateriaal voor woningen telen Certificaten voor CO2-opslag in woningen kunnen voor revolutie in de bouw zorgen