Romy de Weert 22 december 2022, 09:00

Those Vegan Cowboys kweekt plantaardige caseïne voor vegan kaas

In het lab van Those Vegan Cowboys kweekten onderzoekers caseïne – het basiseiwit in bijna iedere kaassoort. Met precisiefermentatie schalen ze de productie van caseïne op en maken ze er plantaardige kaas van.

Thosevegancowboys cheese platter e1671218317310 1024x1010 De plantaardige kaas van Those Vegan Cowboys. | Credits: Those Vegan Cowboys

De Belgische start-up Those Vegan Cowboys is een spin-off van de Vegetarische Slager. CEO Jaap Korteweg gaf het project bij aanvang slechts vijf procent kans van slagen. “Onze collega’s in het lab hebben goed werk verricht”, zegt hij tegen DuurzaamOndernemen. “Maar we zijn er nog niet: we moeten verder met de opschaling en onderzoeken hoe we de micro-organismen efficiënter laten werken.”

Plantaardige caseïne

De onderzoekers hebben voor het eerst plantaardige caseïne ontwikkeld. Dat is het ingrediënt dat kaas kaasachtig en rekbaar maakt. “Blue stilton, camembert, rijpe Gouda en scherpe cheddar: ze beginnen allemaal met hetzelfde ingrediënt”, schrijft Those Vegan Cowboys.

De vegan kaas wordt gemaakt met behulp van microflora. Dat zijn microscopisch kleine, plantaardige organismes. De onderzoekers hebben een deel van het DNA van de microflora aangepast, waardoor de organismes met behulp van gist en schimmel caseïne konden maken.

Caseïne is het unieke eiwit dat kaas kaasachtig en rekbaar maakt. | Credit: Those Vegan Cowboys

Basis voor iedere kaassoort

De plantaardig gekweekte caseïne en wei-eiwitten zijn volgens de onderzoekers identiek aan die gemaakt worden door melkkoeien. Beide ingrediënten leggen de basis voor verschillende kaassoorten.

“Dankzij de plantaardige caseïne kunnen we in potentie iedere soort kaas maken. Met dezelfde textuur, smaak en voedingswaarden als de kaas zoals we hem kennen. Maar dan vele malen duurzamer en volledig zonder dieren”, zegt projectleider Will van den Tweel.

Voedselveiligheid

Voordat de vegan kaas op de markt komt, moet aangetoond worden dat de voedselveiligheid op orde is. “Dit kan enkele jaren duren”, schrijft Those Vegan Cowboys. Daarnaast willen de onderzoekers de komende jaren werken aan de opschaling en de ontwikkeling van verschillende kaassoorten.

Nieuwe mogelijkheden voor traditionele boeren

Oprichter Jaap Korteweg, zelf negende generatie boer, gelooft dat deze manier van kaasmaken mogelijkheden biedt voor traditionele melkveehouders. “Ik zie het als een logische vervolgstap. Van het handmelken, naar het gebruiken van machines om de koeien te melken, naar een geautomatiseerde melkmachine, tot de enige echte melkrobot: Margaret.” Robotkoe Margaret is voor Those Vegan Cowboys de vervanger van de echte koe.

Korteweg: “We zullen op termijn gras gebruiken als startpunt van onze kaas. Melkveehouders beschikken over de graslanden. Door hun levende have te vervangen door een efficiëntere roestvrijstalen exemplaar, kunnen we een groot deel van het landbouwareaal teruggeven aan de natuur. En alle monden blijven voeden. We werken graag samen.”

Meer lezen over duurzame ontwikkelingen?

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief: iedere dag rond 07.00 uur het laatste nieuws

Wil jij iedere ochtend rond 7 uur het laatste nieuws over duurzaamheid ontvangen? Dat kan! Schrijf je hier in voor onze dagelijkse nieuwsbrief.

6 belangrijke stappen richting een circulaire economie

Westenbroek is programmadirecteur bij (ISPT) voor onder andere het nieuwe ‘Building blocks from waste’. Dit programma focust zich op het omzetten van afval in grondstoffen en energiedragers zoals waterstof. Welke trends ziet zij die de transitie naar een circulaire economie in gang kunnen zetten?Wie is Annita Westenbroek? Annita Westenbroek is ISPT-programmadirecteur voor programma’s in de papierindustrie, industriële warmteprocessen en het converteren van afval in waarde. Ze heeft een achtergrond in Chemical Engineering en is gespecialiseerd in biobased industrieën. Haar drijfveer is een blijvende duurzame verandering in de wereld bewerkstelligen. Naast haar werk voor ISPT leidt ze nationale en Europese innovatieprojecten voor de papier- en kartonindustrie, als innovatiemanager bij de Vereniging van de Nederlandse Papier- en Kartonindustrie (Koninklijke VNP) en de Vereniging van de Europese pulp- en papierindustrieën (CEPI). 1. Van produceren naar servicen “Het is eigenlijk absurd dat reparatie in veel gevallen duurder is dan de aanschaf van een geheel nieuw product. Het heeft alles te maken met gangbare verdienmodellen gebaseerd op steeds hogere productiecijfers. Hoe het anders kan? Een lichtend voorbeeld vind je op Schiphol. Philips verkoopt er licht en geen lampen en dat is een wezenlijk verschil. Het ‘rond-denken’ zit hier in het principe dat de fabrikant geen producten maar een service verkoopt. Philips is er daardoor bij gebaat dat hun lampen zo lang en duurzaam mogelijk branden. Het wordt daarmee consument van zijn eigen producten. Producent en consument in één: de cirkel is rond.” 2. Van gemengde naar zuivere afvalstromen “Nu grondstoffen duurder worden, bewijst recycling meer dan ooit zijn waarde. Hier komt het aan op de schone kunst van het afval scheiden. In de papierindustrie verstaan ze die kunst al jaren; maar liefst 68 zorgvuldig gescheiden stromen vinden een tweede leven. Zo wordt in Nederland 85 procent van alle papierafval gerecycled. Voor de meeste andere reststromen, moeten we die stappen nog zetten. En snel, omdat er een run op afgedankte kunststoffen en biomassa zal ontstaan. De crux is om reststromen zo in te zetten dat ze de hoogst mogelijke economische waarde opleveren, volgens de aloude Ladder van Lansink: geen biomassa gaan verbranden als je er ook bio-ethanol of bioplastics van kunt maken.” 3. Van ondoorzichtige naar transparante afvalmarkt “Aan afval kun je geld verdienen. Dat is al jaren zo. Bedrijven en instellingen willen niet met het afval blijven zitten en betalen grif aan afvalhandelaren om het te laten verwijderen. De handelaren fungeren als intermediairs tussen aanbieders en verwerkers van afval. Dat is op zich prima, maar in de praktijk leidt dit wel tot een ondoorzichtige markt. Het is voor bedrijven heel lastig om zelf een circulaire keten voor hun afval op te zetten. Maar het kan wel. Met bijvoorbeeld ‘open over afval’ als missie wil het platform Ortessa klanten direct helpen om meer uit hun afvalstromen te halen.“ 4. Van tegenwerkende naar stimulerende regelgeving “Den Haag en Brussel richten hun pijlen op duurzame energie. Hoe belangrijk dit ook is, het staat de circulariteit soms ook in de weg. Neem de bijmengverplichting met biobrandstoffen. Daar waar je van biomassa nieuwe producten kunt maken, zullen brandstofleveranciers de reststromen opkopen om hun benzine en diesels aan de nieuwe normen te laten voldoen. Daarmee gaan circulaire kansen in rook op. Zonde. Laten we wet- en regelgeving zo inrichten dat producenten en consumenten gestimuleerd worden tot hergebruik en recycling. De uitbreiding van het statiegeldsysteem voor plastic drinkflessen bewijst recent nog wat dit oplevert: 70 procent minder flesjes in het zwerfafval.” 5. Van consumeren naar consuminderen en consudelen “De weg naar een circulaire economie raakt ons allemaal. Producenten én consumenten. Wij allen moeten rond-denken om kringlopen te sluiten. Dit houdt kleine en grotere gedragsveranderingen in. Wat minder vaak nieuwe kleren kopen en vaker rondstruinen in de vele vintagezaakjes. Er komen ook steeds meer platforms en apps voor het hergebruiken en het delen van producten. Delen is sociaal en leuk – in mijn buurt delen we van alles. Waarom zou elk gezin een hogedrukspuit of een accuboormachine in huis moeten hebben? En in de deeleconomie is zeker geld te verdienen. Kijk naar het succes van de deelmobiliteit. Een belangrijke voorwaarde is wel een goede en gemakkelijke service. Want in een circulaire economie willen consumenten niet inleveren op comfort.” 6. Circulair denken en doen “De grondstofprijzen stijgen, de druk om te verduurzamen neemt toe. Het momentum is hier om circulair te denken én te doen. Aanbieders en verwerkers van reststromen moeten samen een kring vormen om nieuwe waardeketens te sluiten. De kansen zijn volop aanwezig. Bij ISPT laten we dat zien door met het programma Building from waste verschillende partijen bij elkaar te brengen. Alleen al door matchmaking;in dit groeiende platform ontstaan nieuwe kansen om van een afvalberg een goudmijn te maken. De stap van denken naar doen is praten met elkaar.” Lees ook: Een circulaire en CO2-neutrale procesindustrie in 2050, hoe krijgen we dat voor elkaar?Over ISPT Het Institute for Sustainable Process Technology (ISPT) is een open innovatieplatform voor verduurzaming van de procesindustrie. Samen met industrie, kennisinstellingen en overheid werkt het instituut in projectvorm aan de transitie naar een CO2-neutrale, circulaire economie in 2050. ISPT verbindt stakeholders om innovatie te versnellen en een aanjager te zijn voor de duurzaamheidstransitie.Schrijf je in voor onze nieuwsbrief: iedere dag rond 07.00 uur het laatste nieuws Wil jij iedere ochtend rond 7 uur het laatste nieuws over duurzaamheid ontvangen? Dat kan! Schrijf je hier in voor onze dagelijkse nieuwsbrief.