Redactie Change Inc. 22 december 2022, 10:00

Systemisch (samen)werken als oplossing voor de gebouwde omgeving

Wie een project oppakt, kan daar vanuit verschillende kanten naar kijken. Bijvoorbeeld vanuit de eigen doelstellingen en context of vanuit die van de belanghebbenden. Maar om de klimaatdoelen te behalen, is het juist belangrijk dat partijen gezamenlijk optrekken en vanaf de eerste dag op één lijn zitten. Want, zegt Leo van Ruijven van Croonwolter&dros: “We hebben geen tijd meer om zaken opnieuw te doen binnen projecten. Het moet in één keer goed gaan.”

Adobe Stock 541739090 Door systemisch (samen) te werken boek je betere resultaten, stelt Leo van Ruijven van Croonwolter&dros | Credits: wichayada via Adobe Stock

Leo van Ruijven is al jaren bezig met zijn specialisme: systemische benaderingen onderzoeken en (waar mogelijk) toepassen. Het doel: projecten gestroomlijnd(er) laten verlopen en goede resultaten boeken voor alle partijen, door een overkoepelende, integrale aanpak neer te zetten. In zijn werkende leven ziet hij het tegenovergestelde: grote projecten waar de uiteindelijke doelen niet gehaald werden, omdat de aanpak niet doordacht en/of integraal was.

Eerst denken, dan doen

Van Ruijven noemt als voorbeeld de grote IT en infraprojecten bij de overheid. Dit zijn langdurige projecten, die een sterke fragmentatie kennen en waar vele belangen spelen. Bij het nemen van besluiten worden deze onvoldoende afgewogen tegen het beoogde gebruik, waardoor projecten falen of zelfs nooit worden afgemaakt. “Dat is jammer, want het gaat om heel veel (gemeenschaps)geld.”

Zijn visie: de voorbereiding moet (en kan) korter en efficiënter. En voordat je de inhoud induikt, moeten alle betrokken disciplines en belanghebbenden het eens zijn over de doelstellingen. Dat is wat Van Ruijven wil bereiken: “Hoe kunnen we gezamenlijk en efficiënt nadenken over wat we willen bereiken, vóórdat we dingen gaan beginnen? Welke vragen moeten we dan beantwoorden?” Alle neuzen dezelfde kant op dus. En alle vergezichten vanuit dezelfde pen, op hetzelfde papier. Zijn aanpak is als volgt.

De voorbereiding

Pas op voor de valse start, waarschuwt Van Ruijven. Om die te voorkomen, is het belangrijk dat alle betrokken partijen weten wat de wensen, eisen en beperkingen binnen het project zijn. Dit vereist ervaring en kennis van zowel het domein, ontwerpen en samenwerken. En misschien nog wel belangrijker is de taal waarin dat wordt vastgelegd en gecommuniceerd, aldus Van Ruijven: “Want die moet voor iedereen te begrijpen zijn.”

Ook kennis speelt een grote rol. Die moet bij alle partijen op een gelijk niveau zijn. Van Ruijven noemt een spinnenweb als voorbeeld: “Stel: je gaat een spinnenweb bouwen. Dan is het belangrijk om de verschillende aspecten eenduidig te omschrijven. Wat is het doel van een spinnenweb? Wat moet het kunnen? Hoe ziet de oplossing er uit? Hoe wordt het gebruikt en onderhouden?” De truc is om vervolgens niet direct aan de slag te gaan, vervolgt hij: “Bouw niet meteen een web, maar vraag je af: welke soorten spinnendraad zijn er eigenlijk? Welke hebben we precies nodig in welke configuratie om ons doel te bereiken? En is het resultaat duurzaam en onderhoudbaar?”

Van Ruijven ziet nog vaak dat partijen een oplossing uitwerken die aansluit bij hun discipline, zonder de doelstellingen van het project helder te hebben opgeschreven en daar consensus over te hebben bij alle partijen. “Maar daar moet je juist mee beginnen. Hebben we het wel over hetzelfde als het zo op papier staat? Los eerst zoveel mogelijk conflicten op voor je aan de slag gaat.”

Bekijk ook onze infographic over systemisch (samen)werken in onze infographic-databank. Of download de infographic direct.

De transparantie

Bij elk wat groter project, waar meerdere organisaties bij betrokken zijn, heb je te maken met verschillende belanghebbenden binnen die organisaties. En dus ook verschillende visies en doelen. Van Ruijven: “Het is logisch dat iedere organisatie zijn eigen belangen en doelstellingen meeneemt naar de tekentafel.” Zijn advies: wees daar zo transparant mogelijk over. Vertel wat je overall bedrijfsdoelstellingen zijn, waarom die doelstellingen moeten worden behaald, hoe dit project daar aan bijdraagt en wat het budget is. “En wees niet bang om daar écht open over te zijn. Op die manier kun je beter meedenken en -helpen bij het behalen van elkaars doelstellingen.”

In dat proces ontbreekt het nogal eens aan visie en leiderschap. Van Ruijven pleit er dan ook voor dat managers zelf met hun voeten in de klei hebben gestaan, zodat ze (praktijk)kennis van zaken hebben en goede beslissingen kunnen nemen, afgewogen naar de doelstellingen van het project en die van de belanghebbenden

Het eigenaarschap

Een ander struikelblok in samenwerkingen (zowel intern als extern) is eigenaarschap. Wie is feitelijk eigenaar van het project en heeft de verantwoordelijkheid om het (goed) af te ronden? Bij grote projecten met meerdere belanghebbenden is het project van iedereen als het goed gaat, maar van niemand als het slecht gaat.

Van Ruijven: “Dat heeft onder andere te maken met de budgetten, zowel voor investerings- als voor de operationele fase. Die moet je goed afstemmen en dat ook uitspreken. Anders heb je de eerste onenigheden al gauw te pakken. Wat gaat het kosten? Wat is de levensduur van het object? Hierin moeten de life cycle-kosten worden meegenomen om ze continu te kunnen optimaliseren, ook tijdens de ontwikkel- en bouwfase.”

Een uitdaging in de gebouwde omgeving is daarnaast: wie neemt de regisseursrol, wie integreert de disciplines en bewaakt het behalen van de doelstellingen? En wie heeft het mandaat om het geheel aan disciplines bij te sturen indien nodig, op basis van visie en ervaring? In deze sector doen veel spelers mee in een project, en er mist vaak – zo vindt Van Ruijven – leiderschap en visie in grote projecten op het vlak van duurzame integratie en samenwerking. “Een organisatie als Croonwolter&dros zou dit goed kunnen en ook de systeemintegratie-rol willen oppakken, omdat het juist die expertises in huis heeft.

De besluitvorming

Volgens Van Ruijven is het belangrijk om te voorkomen dat iedereen door een eigen bril kijkt naar een gezamenlijke opgave. Want daardoor kunnen suboptimale besluiten genomen worden. “Als mensen een beslissing nemen op basis van bepaalde informatie, gaan ze er vaak vanuit dat die beslissing goed gewogen is. Maar de vraag is of die informatie wel goed, volledig en actueel is. De kwaliteit van een besluit is immers direct gerelateerd aan de kwaliteit van de informatie die gebruikt is voor het besluit. En is iedereen het over de kwaliteit van die informatie eens?” Zijn tip: maak daar afspraken over. Eén kwaliteitsnorm voor alle aspecten die spelen in een project bestaat er niet en er zijn altijd onzekerheden.

Daarnaast is het belangrijk om na te denken over het beoogde versus het behaalde eindresultaat. Van Ruijven: “Dan komt het aan op visie en reflectie. Hoe gaan we om met de informatie die we hebben gecreëerd en vastgelegd en hoe leren we daarvan?” Volgens Van Ruijven gaat het om bewustzijn: “Dat mensen snappen wat ze moeten doen, hoe en waarom. Daarom is human resource management, competentie- en personeelsbeleid, belangrijker dan ooit.”

Methodisch ontwerpen

De methode die Van Ruijven tijdens zijn promotie onderzoek* ontwikkeld heeft op basis van zijn ervaringen in complexe projecten wordt gesymboliseerd door een tetrahedron (piramide, red.) en kan vergeleken worden met de Plan, Do, Check, Act-benadering. Het is een methode waarlangs je alle vragen legt. Van Ruijven: “Het is geen rekenmodel, maar een logische en gestructureerde denk- en werkwijze gebaseerd op evolutionaire en natuurkundige principes. En het is generiek, je kunt het loslaten op alles. Van het ontwerp van een tunnel tot losse, logistieke problemen.”

Naar zijn idee zou dit model op alle complexe projecten toegepast moeten worden om zo een andere manier van denken en handelen te realiseren die organisatie-overstijgend is. “We moeten een slag maken om de doelen rondom onder meer het klimaat- en de energietransitie te behalen in 2030 en 2050. Deze methodiek helpt daarbij.” Daarvoor moeten we een vergezicht schetsen, maar ook de eerste meters levensecht inkleuren. Dat laatste vergt domein- en technologiekennis en kennis van valide oplossingsrichtingen. Maar ook: hoe krijgen we alles in een keer goed gedefinieerd en organiseren we effectieve communicatie en samenwerking, zodat we weten waar we het over hebben? Van Ruijven: “We hebben haast, dus het moet nu first time right zijn. Systemen moeten integraal in de omgeving passen, we moeten het in één keer goed bouwen, zodat aan het eind écht die CO2-uitstoot verminderd is. Het is zaak dat we nu maximaal effectief gebruik maken van alle kennis en middelen. Dan leveren we echt een bijdrage.”

* Het promotie onderzoek is te vinden in de research repository van de TU Delft.

Lees meer over de bouw:

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief: iedere dag rond 07.00 uur het laatste nieuws

Wil jij iedere ochtend rond 7 uur het laatste nieuws over duurzaamheid ontvangen? Dat kan! Schrijf je hier in voor onze dagelijkse nieuwsbrief.

Eerste zwarte T-shirt van algenverf is klaar voor de kledingmarkt

Het duurzame zwarte shirt is al op de markt en kost 85 euro. De samenstelling van het shirt bestaat uit biologisch katoen, zeewier en verpulverde eucalyptus. De verf is gemaakt van spirulina-algen. Volgens Vollebak is dit een wereldprimeur. Dat gaat dan vooral over de toepassing op een shirt, want de technologie om met algen duurzame pigmenten voor ‘carbon zwart’ te ontwikkelen is niet nieuw. Vervuilende verf Zo’n 90 procent van de geproduceerde kleding wordt tegenwoordig synthetisch geverfd. Synthetische kleurstoffen zijn gemaakt van chemische verbindingen zoals kwik, lood, chroom, koper en natriumchloride. Veel van die stofjes zijn giftig. Ze houden kleding sterk en mooi, maar verontreinigen ook het water rondom de fabriek en de lucht in en om de fabriek. Synthetische verf is bovendien niet biologisch afbreekbaar. Het algenshirt is dat wel, omdat het helemaal van biomaterialen is gemaakt. Volgens Nick Tidball, mede-oprichter van Living Ink, zou het shirt in twaalf weken moeten verdwijnen als je het in de aarde begraaft.Het verven van kleding Het verven van kleding kost veel water en energie – ook als er organische, duurzamere stofjes worden gebruikt. Vooral het verven van katoen is erg water-intensief met 125 liter watergebruik per kilo vezels. Het productiestadium waarin kleding wordt geverfd, ook wel ‘tier 2’, is verantwoordelijk voor 52 procent van de emissies van de productie van een kledingstuk.Algenalternatief Waarom is het algenalternatief van Vollebak en Living Ink precies beter? Het begint bij het vervangen van synthetische substanties met natuurlijk materiaal. Voor dit project heeft Living Ink spirulina-algenafval verzameld uit de voedingsindustrie – afkomstig van natuurlijke kleurstoffen. Normaal gesproken produceert Living Ink, tevens aanbieder van algeninkt, haar ‘algencellen’ zelf met zonlicht en CO2 als voedsel om ze te laten groeien.De algen worden vervolgens verhit om de zwarte kleur te krijgen en vermalen tot een kleurstof met pigmenten van 1 micron groot. De verfstof moet zo microscopisch klein zijn om door de stofvezels te worden geabsorbeerd. Voor de inktprints die Living Ink voorheen al op stof liet drukken, was deze gepatenteerde techniek niet nodig. Het grove pigment kon dan gewoon op het stofoppervlak blijven rusten. De techniek is redelijk snel ontwikkeld tot een commercieel product – een unieke situatie in de innovatieve hoek van duurzame mode. Dat was mogelijk dankzij de financiële middelen die Living Ink in korte tijd bij elkaar spaarde. “Zonder de [2 miljoen dollar] investering van de National Science Foundation waren we waarschijnlijk niet waar we nu zijn”, zegt Scott Fulbright, mede-oprichter van Living Ink in een video. Living Ink produceert zijn eigen algencellen om duurzame inkt te maken.Pikzwart is problematisch Het is bij het verven van textiel een uitdaging om het pigment door de vezels te laten vasthouden. Die eigenschap heet ook wel kleurvastheid. Het shirt van Vollebak van katoen worden gemaakt, een dorstig en energie-intensief materiaal, omdat na veel experimenten bleek dat de kleur zo het best overkwam en ook bleef zitten na het wassen. Het shirt heeft op dit moment nog niet de gewenste pikzwarte kleur, eerder donkergrijs. De partnerbedrijven werken daar wel naar toe. “Uiteindelijk moet het mogelijk zijn om de kleur die carbon zwart kan produceren te evenaren”, zei Tidball tegen nieuwsplatform Dezeen. Toekomstperspectief Op dit moment loopt ook een pilotproject om duurzame zwarte inkt op grotere schaal beschikbaar te maken voor de kledingmarkt. Doel van deze ‘black pigment pilot’ is om zwarte verf te ontwikkelen die door gerecyclede polyestergarens (rPET) en cellulosevezels zoals viscose kan worden opgenomen. Living Ink is ook onderdeel van het project. Living Ink en Vollebak zijn niet de enige spelers in de markt voor duurzame zwarte verf. In Nederland bestaat ook een klein merk, Zeefier, dat zich richt op textielverf van algenafval. Het potentieel van algenpigment ligt overigens vooral in andere sectoren, zoals print – de helft van de geproduceerde inkt is zwart – en de industrie. Meer lezen? Waarom algen de duurzame grondstof van de toekomst zijn7x verrassende toepassingen van zeewierSchrijf je in voor onze nieuwsbrief: iedere dag rond 07.00 uur het laatste nieuws Wil jij iedere ochtend rond 7 uur het laatste nieuws over duurzaamheid ontvangen? Dat kan! Schrijf je hier in voor onze dagelijkse nieuwsbrief.