Wilke Wittebrood
10 september 2025, 16:15

Goed doen én goed verdienen: zo bouw je de volgende Fairphone of Tony’s Chocolonely

Het is de droom van elke impact-ondernemer: een nieuwe Tony’s Chocolonely of Fairphone bouwen. Journalist Susan Sjouwerman onderzocht hoe je dat doet. Haar belangrijkste les? Winst is geen vies woord. ‘Zonder ben je geen bedrijf, maar een stichting.’

 

fairphone-tonys-chocolonely-impact-bedrijven Bedrijven die echt impact willen maken, moeten 'goed doen' verankeren in hun businessmodel. | Credits: Foto: Fairphone/Tony's Chocolonely

Koop een paar schoenen, doneer een paar aan iemand in nood. Met dat principe veroverde schoenenmerk Toms vanaf 2006 in een stormachtig tempo de markt. Buy one, give one heet het model en nog steeds zullen veel mensen bij die woorden direct aan de vrolijke espadrilles van het Amerikaanse bedrijf denken.

Het weggeven van schoenen zat zó verweven in de identiteit van het merk, dat het Toms heel veel moeite kostte om uit te leggen waarom ze er in 2021 mee stopten. Het was niet meer op te brengen: de verkopen waren stevig teruggelopen, even dreigde zelfs een faillissement. Al zei het bedrijf dat natuurlijk niet op die manier.

Er kwam een nieuw donatiesysteem. Voortaan, beloofde Toms, zou het bedrijf een derde van de nettowinst aan goede doelen schenken. Aan organisaties die zich inzetten voor het bevorderen van de mentale gezondheid, kansengelijkheid en het beëindigen van wapengeweld.

Sympathiek, dat weggeven, maar niet per se effectief, schrijft journalist en auteur Susan Sjouwerman (@modeconomie) in haar nieuwe boek, Goed werk. Met haar ‘ondernemersgids voor ambitieuze idealisten’ biedt ze handvatten voor (beginnende) impact-ondernemers die willen doorpakken met hun bedrijf.

Een van die lessen? Bedrijven die echt impact willen maken, kunnen beter voor een ander instrument kiezen dan donaties. Tijd voor een gesprek over haar belangrijkste inzichten.

#1 Geef impact een centrale plaats in je businessmodel

Ondernemers die hun bedrijf willen inzetten als force for good hebben grofweg twee opties. Ze kunnen kiezen voor een trade-off of buy-one-give-one model – de ‘Toms-methode’ dus, producten of winst weggeven dus – of voor een aligned businessmodel. Dat betekent dat het maken van impact integraal onderdeel van de activiteiten en het verdienmodel is. Daar moeten ondernemers volgens Sjouwerman al bij de start van hun bedrijf over nadenken.

Sprekend voorbeeld is het Nederlandse cosmeticamerk Food for Skin. Oprichters en zussen Angela en Cathy Ursem maken huidverzorgingsproducten met 100 procent natuurlijke ingrediënten, als alternatief voor de synthetische ingrediënten die veel traditionele merken gebruiken.

‘Het slimme is dat ze grondstoffen gebruiken die anders zouden worden weggegooid’, vertelt Sjouwerman. ‘Namelijk reststromen uit de voedingsindustrie die ze via een partner inkopen. Tomatenzaden en schillen bijvoorbeeld, van een pastasausfabriek in Italië.’

Hoe meer crèmes en serums het bedrijf verkoopt, hoe minder voedselverspilling. Al moet een bedrijf als Food for Skin goed in kaart brengen hoe groot het op die manier kan worden. Die vraag moeten meer sociale ondernemers zichzelf stellen, vindt Sjouwerman. ‘Voor een bedrijf als Food for Skin, dat grotendeels met reststromen werkt, hangen de groeimogelijkheden af van de beschikbare middelen.’

Voor een bedrijf als The Good Roll daarentegen is the sky the limit. Zij maken fairtrade wc-papier van bamboe uit Ghana, een plant die heel snel groeit. ‘Hoe meer ze daarvan verkopen, hoe meer toiletten ze kunnen bouwen voor mensen die geen toegang hebben tot schoon sanitair.’

Susan Sjouwerman Goed Werk

Journalist Susan Sjouwerman maakte een ‘ondernemersgids voor ambitieuze idealisten’: ‘Je hoeft het niet meteen perfect te doen.’ Foto: Roeltje van de Sande Bakhuijzen

In de gesprekken die Sjouwerman met ondernemers voerde (zeventien in totaal, waaronder ook circulaire fietsproducent Roetz Bikes, natuurlijke schoonmaakmiddelenproducent Seepje en e-wasteverwerker Closing the Loop) viel het haar op dat zij vrijwel zonder uitzondering voor een aligned businessmodel hadden gekozen. De reden is simpel: gegarandeerde impact.

Niet dat we het trade-off model meteen af moeten schieten. ‘Het vereist alleen heel stevig leiderschap om dat overeind te houden’, zegt Sjouwerman. ‘Want wat doe je als de prijzen van grondstoffen, personeel of energie omhoog gaan?’

Dan wordt het heel verleidelijk, misschien zelfs noodzakelijk, om die gestegen kosten op te vangen met een graai in de goede-doelen-pot. De slechte resultaten dwongen Toms zelfs om het hele model om te gooien. ‘Dan kom je als ondernemer voor lastige ethische kwesties te staan. De investeerders die ik sprak, vinden dat ook ongemakkelijk en die investeren daarom liever niet in trade-off businessmodellen.’

#2 Winst maken als duurzaam bedrijf? Kan gewoon (en is ook noodzakelijk)

Een impact-onderneming is volgens Sjouwerman een bedrijf dat een maatschappelijk probleem aanpakt en daar zakelijk succes mee boekt. Dat blijkt: veel bedrijven in Goed werk zijn uitgegroeid tot miljoenenondernemingen. Zoals de duurzame horecagroothandel InstockMarket (2,6 miljoen euro omzet in 2024), sieradenmerk A Beautiful Story (4,7 miljoen), sociale soepen- en maaltijdenleverancier Oma’s Soep (5,5 miljoen) en fairtrade wc-papiermerk The Good Roll (8,5 miljoen).

Meer dan de helft van de geportretteerde bedrijven maakt inmiddels winst of draait break-even. Het is een misvatting dat sociale bedrijven geen winst kunnen (of mogen) maken, stelt Sjouwerman. Zwarte cijfers zijn juist een must. ‘Zonder ben je geen bedrijf, maar een stichting.’

Verschil met reguliere bedrijven is dat impact-ondernemingen het maken van winst zien als een middel, geen doel. Uiteindelijk draait alles om de missie. Ze hebben ook een bredere definitie van winst. ‘Neem ontwerper Joline Jolink, die met haar gelijknamige modemerk economische, ecologische en sociale winst in balans wil brengen’, vertelt Sjouwerman. ‘Onderdeel van die strategie is dat ze een productieplafond heeft ingesteld van 20.000 kledingstukken per jaar. Jolink denkt ook na over de vraag: wanneer is het genoeg?’

En om een ander misverstand uit de weg te helpen: ja, deze ondernemers kunnen gewoon op vakantie. En een huis kopen lukte ook.

#3 Bouw controlemechanismen in om je missie te beschermen

Een aligned businessmodel alleen is niet genoeg om te garanderen dat een bedrijf de missie in ere blijft houden. Naarmate een onderneming groeit, worden ook de belangen groter. Daarbij geven de oprichters steeds meer controle uit handen. Er komen managementlagen, serieuze financieringsrondes. Er stappen aandeelhouders in.

Sociaal ondernemen is doorlopend balanceren tussen financiële resultaten en impact. Om te voorkomen dat die weegschaal de verkeerde kant uitslaat en winst en marge leidend worden, zijn idealen alleen niet genoeg. Sjouwerman: ‘Ondernemers moeten ook controlemechanismen inbouwen. Invloeden, of dat nu van binnenuit is of buitenaf, die het bedrijf dwingen om datgene wat ze beloven te doen, waar te blijven maken. Die controlemechanismen zijn ook belangrijk voor het bewaken van je legacy bij een potentiële exit.’

Een optie is het verwerven van een keurmerk voor het product of – meer werk – een B Corp-certificering voor het bedrijf als geheel. Misschien wel het meest effectief is een governancemodel om de missie te borgen. Steward-ownership is de bekendste: een eigendomsstructuur waarbij winstrecht en stemrecht van elkaar gescheiden zijn. De stemgerechtigde aandelen worden beheerd door stewards: mensen die als taak hebben om de missie van het bedrijf te borgen, en te zorgen dat de winst ten goede komt aan die missie.

Het bekendste voorbeeld is Patagonia, maar ook Bosch, Carlsberg en Rolex zijn steward-owned. Zij hebben geen externe aandeelhouders die drukken op de kwartaalcijfers of de richting. Tony’s Chocolonely werkt met een light versie: het bedrijf heeft drie ‘mission guardians’ die toezicht moeten houden. Zij hebben een gouden aandeel, wat behoorlijk imposant klinkt, maar daar is geen stemrecht aan verbonden.

‘Daar kun je van alles op aanmerken, maar er is in elk geval juridisch iets vastgelegd’, zegt Sjouwerman. ‘Ook Patagonia kreeg veel kritiek, onder andere dat het bedrijf belasting probeerde te ontwijken. Toch denk ik dat steward-ownership een van de beste manieren is om te zorgen dat er aan beide doelstellingen kan worden gewerkt: de financiële en sociale.’

#4 Je hoeft het niet gelijk perfect te doen (en daar is meer begrip voor dan je denkt)

Een valkuil waar veel impact-ondernemers in trappen, is dat ze alles meteen perfect willen doen. Met als gevolg dat het product eronder lijdt – doordat het te duur wordt, onaantrekkelijk of niet gebruiksvriendelijk genoeg – en daarmee het hele bedrijf.

Dat kan in ogenschijnlijk kleine dingen zitten, vertelt Sjouwerman. ‘Food for Skin verpakt hun producten bijvoorbeeld in glazen flesjes. Het meeste cosmetische glas komt uit Azië. Dat wilden de oprichters niet, maar Europese partijen maakten alleen flesjes met een plastic pompje. Ze hebben uiteindelijk besloten dat plastic pompje maar te accepteren. Dat was voor het gebruiksgemak namelijk heel belangrijk – en dus ook voor de verkoop.’

Klinkt logisch, maar zulke afwegingen houden sociale ondernemers uit hun slaap. ‘Ze voelen een enorme verantwoordelijkheid om het goed te doen. Als dat niet lukt, zien sommigen dat als persoonlijk falen. In de duurzame startupwereld zijn burn-outs schering en inslag.’

Wat deze ondernemers niet altijd beseffen, ontdekte Sjouwerman, is dat ze bij hun publiek meer potjes kunnen breken dan ze denken. ‘Seepje kwam er vorig jaar achter dat de handzeep die ze verkochten niet 100 procent natuurlijk was, maar 99,3 procent. Waarop het bedrijf zijn excuses aanbood met een paginagrote advertentie in de krant. Daar kwamen veel positieve reacties op.’ Win-win, want dat was meteen ook goede marketing.

Het helpt natuurlijk dat Seepje een heel ander bedrijf is dan Unilever, dat publiekelijk neergesabeld werd toen het bedrijf vorig jaar aangaf dat de groene plannen toch te ambitieus bleken.

Maar uiteindelijk is open communicatie volgens Sjouwerman de sleutel. ‘Als je beloftes doet en die niet kunt waarmaken, nemen mensen daar terecht aanstoot aan. Maar als je transparant bent over wat nog niet perfect gaat en waar je aan werkt, en de buitenwereld meeneemt in dat proces, vinden mensen dat doorgaans sympathiek.’

Goed WerkIn Goed werk laat Susan Sjouwerman zien hoe ondernemers hun bedrijf kunnen inzetten als ‘force for good’ terwijl ze tegelijkertijd zakelijk succes boeken. Ze geeft praktische adviezen op basis van de verhalen van onder andere Seepje, Oma’s Soep en The Good Roll.

Lees ook:

Greenwashing of duurzame belegging: het verschil tussen een groen sausje en impact investeren

Voor Van Rheenen is impact investeren nooit een hype geweest, maar altijd pure noodzaak. Al bij de start, ruim vijftien jaar geleden was zijn overtuiging helder: ‘Kapitaal is niet neutraal. Het bouwt óf aan de toekomst, óf het ondermijnt die. Wie alleen voor de korte termijn kiest, is eigenlijk de toekomst aan het opeten.’ Vijftien jaar bouwen aan bedrijven met impact Sinds de oprichting investeerde Momentum in ondernemingen die niet mikken op snelle winst, maar sectoren blijvend willen veranderen. De portefeuille loopt uiteen van climate-tech en biogrondstoffen tot LED-innovaties en life sciences. En zelfs in de leisure-sector, waar Momentum investeert in circulair gebouwde vakantieparken, draait het om meer dan rendement. Steeds is de insteek: bedrijven bouwen die een nieuwe standaard afdwingen in hun sector.'Niemand zorgt zo goed voor geld als voor zijn eigen geld', zegt Van Rheenen. Momentum investeert daarom altijd zelf, tussen de 5 en 100 miljoen euro per keer. Vaak samen met co-investeerders, maar nooit als stille kapitaalverstrekker. 'We zijn altijd strategisch partner, geen geldschieter aan de zijlijn.’ Impact investing is gewoon ondernemen, maar wel met een langere horizon Wie denkt dat impact investing wezenlijk verschilt van ondernemen, vergist zich. Volgens Van Rheenen is het hetzelfde spel, maar met een langere horizon en vaak meer complexiteit.Een van zijn bekendste observaties: 'Als alles slaagt, neem je te weinig risico.' Impact komt nooit zonder mislukkingen. Een circulaire oplossing voor bouwmaterialen waarin Momentum vroeg instapte, bleek bijvoorbeeld te vroeg voor de markt. 'Dan moet je accepteren dat het niet werkt, en ook de moed hebben om te stoppen.' Het tegenovergestelde gebeurt ook: blijven investeren ondanks zware jaren. Bij ventures als Perpetual Next, dat houtige reststromen omzet in biogrondstoffen voor de industrie, was de markt traag en de technologie complex. Toch hield Momentum vast, omdat de kernoplossing overeind bleef. 'Juist dát onderscheid – tussen een moeilijke fase en een doodlopende weg – is cruciaal.' Een lang traject, met een schuivende horizon en tientallen miljoenen aan R&D-investeringen.Perpetual is nu marktleider in zijn sector - een venture waar Van Rheenen echt trots op is: op het team dat het voor elkaar kreeg, en op de bedrijven in de markt die hun nek uitstaken. Er worden nu boten gebouwd die gaan varen op de grondstof van Perpetual. Greenwashing of echte transitie? In een markt waarin iedereen zich impactinvesteerder kan noemen, ligt greenwashing op de loer. Van ESG-fondsen die vooral gericht zijn op risicobeperking of reputatie tot het investeren in charmante pilots of lokale circulaire projecten, die vooral goed ogen op de website – maar weinig structurele verandering brengen. Van Rheenen maakt er korte metten mee. 'Superleuk om over te lezen. Maar die andere 99 procent van wat we verbruiken en vervuilen verandert daar niet door. Daarmee sla je geen deuk in een pakje boter.'Dat onderscheid maakt ook duidelijk wat impact investeren wél is: kapitaal inzetten met de expliciete intentie om meetbare, schaalbare en positieve verandering te realiseren, bovenop financieel rendement. Waar ESG vooral draait om het vermijden van schade en risico’s, gaat impact om het actief creëren van oplossingen die sectoren verduurzamen. Een ander voorbeeld is Seaborough, een venture die met LED-technologie de verlichtingsindustrie opschudt met energiebesparingen. Impact gaat niet om leuke neveneffecten of marketing. ‘Het gaat erom of je de spelregels in een hele sector kunt veranderen.’ Opportunisme en angst: de valkuil van de korte termijn Echte impact vraagt een lange adem. Toch ziet Van Rheenen steeds weer hoe kortetermijndenken de overhand krijgt. 'We investeren alleen in bedrijven waar we zelf naast gaan staan. Al het andere is opportunisme of angst.'Opportunisme of hebzucht, is de reflex om snel winst te nemen zodra het kan. Angst is het vasthouden aan businessmodellen waarvan je wéét dat ze eindig zijn. 'Je ziet dat partijen blijven hangen in wat nu nog winstgevend is, maar feitelijk geen toekomst meer heeft. Dat is óók angst, uitmelken van het oude, in plaats van investeren in het nieuwe.''Ik denk dat het heel belangrijk is om voor je eigen waarden te blijven staan.' Betekenisvolle beslissingen nemen, ook als de beloning pas later komt, legt Van Rheenen het uit. 'Met de juiste partners iets opbouwen dat er over twintig jaar nog toe doet.' Die juiste partners komen vaak uit familiebedrijven. ‘Die herkennen hoe lang het duurt om een bedrijf te bouwen.’ Missie vasthouden, uitvoering herijken Koersvastheid is volgens Van Rheenen geen kwestie van blind volhouden. Het is het vermogen om missie en uitvoering uit elkaar te houden. Wát hij met Momentum wil bereiken, heeft nooit gewankeld. Rendement behalen met het tegengaan van vervuiling, oplossingen bedenken voor schaarste, het klimaat niet verder laten vervuilen. 'Maar we discussiëren voortdurend over hóe we het doen. Zit je met de juiste partners? Heb je de timing goed? Dat soort vragen moet je blijven stellen. Zonder dat verval je in dogma’s.'Het vraagt lef om die gesprekken open te voeren. Momentum nam afscheid van investeringen die niet bleken te werken, en bleef juist extra lang zitten bij initiatieven die tegen de stroom in wél perspectief boden. 'Soms moet je accepteren dat jouw geloof is ingehaald door iemand met iets beters. Dan moet je daarvoor gaan klappen.' De nieuwe generatie: lef en zingeving De jonge generatie investeerders voelt de urgentie sterker dan ooit. 'Twintigers en dertigers willen zingeving, maken zich oprecht zorgen over de toekomst voor hun kinderen,’ zegt Van Rheenen. Ze hebben nog het avonturisme en het lef om groots te denken, soms zelfs zichzelf te overschatten, zoals ik ook zo vaak gedaan heb. Maar juist dat is wat nodig is om door muren heen te breken.Tegelijk benadrukt hij dat dit alleen werkt als er ook langetermijnervaring en partnerschap aan tafel zitten. 'Oudere generaties brengen het netwerk en de wijsheid om koers te houden. Samen heb je die mix nodig.'En waar liggen voor hen de grootste kansen de komende tien jaar? Van Rheenen wijst naar veilig water, schone energie en circulaire grondstoffen.. 'Dat zijn markten die móeten veranderen. Daar zit uiteindelijk de grootste hefboom.'Impact investing klinkt sexy, maar is in de praktijk gewoon topsport – geen hype.Dit artikel is gemaakt door een van onze expertredacteuren in samenwerking met onze partner Momentum Global Ventures. Change Inc. werkt met partners die de klimaattransitie aanjagen. Zij kunnen cases presenteren waar anderen zich aan kunnen optrekken en zijn eerlijk over de uitdagingen. Niet één bedrijf is al 100 procent duurzaam, maar veel zijn onderweg. Dankzij ons partnermodel zijn onze artikelen gratis toegankelijk voor iedereen. Benieuwd naar hoe wij werken? Klik hier.