Teun Schröder
16 juli 2025, 11:00

Changemaker Stephanie de Heer (WBCSD): 'Je bereikt alleen systeemverandering als je iedereen aan tafel hebt'

Met een wereldwijd netwerk van 250 vooraanstaande multinationals wil de World Business Council for Sustainable Development (WBCSD) een drijvende kracht zijn achter duurzame ontwikkeling. Stephanie de Heer, voorheen werkzaam bij certificeringsinstanties UTZ en Rainforest Alliance, verbindt als cmo de leden en zorgt dat de kudde de goede kant op beweegt.

Stephanie de Heer 'Ik hoef inmiddels niet meer uit te leggen wat de gevolgen van klimaatverandering zijn. Ook bij bedrijven niet.'

Je bent chief member & marketing officer. Wat houdt die rol precies in?

‘In eerste instantie lijkt mijn rol op die van een klassieke cmo. Maar bij ons draait het veel meer om onze leden. Mijn verantwoordelijkheid is om hun impact en leiderschap zichtbaar te maken. Naar buiten toe, zodat we kunnen laten zien hoe bedrijven samen het verschil maken. En naar binnen toe, door te zorgen dat wat we doen – aan programma’s, content en samenwerking – waarde oplevert voor onze leden.’

In hoeverre merk je dat bedrijven worstelen met hun duurzaamheidsverhaal?

‘Ze worstelen vooral met hóe ze het naar buiten moeten brengen. Dat geldt ook voor hoe het verhaal intern wordt verteld. Duurzaamheid moet niet alleen overtuigend zijn voor de sustainability officer, maar ook voor de cfo en de marketingdirecteur. Je verhaal moet dus niet alleen moreel kloppen, maar ook materieel. Wat levert het op? Wat betekent het voor je businesscase? Die shift – van moreel naar materieel verankerd – is cruciaal.’

Wat is de World Business Council for Sustainable Development?

De World Business Council for Sustainable Development (WBCSD) is een wereldwijd netwerk van 250 multinationals, waaronder Amazon, BMW, Ikea, Microsoft, dat zich inzet voor versnelde verduurzaming van de economie. De organisatie biedt strategische begeleiding, ontwikkelt programma’s rond onder meer decarbonisatie, circulaire economie en verantwoorde bedrijfsvoering en stimuleert samenwerking tussen bedrijven, overheden en kennisinstellingen.

Je was laatst in Singapore voor een groot WBCSD-event. Wanneer zijn zulke reizen voor jou geslaagd?

‘Ik reis alleen als het toegevoegde waarde heeft – voor onze leden, voor het netwerk. Singapore was zo’n voorbeeld. Daar kwamen veel leden samen. En interessant is dat de overheid daar actief samenwerkt met het bedrijfsleven. Bovendien zijn de klimaatuitdagingen in Azië anders dan bijvoorbeeld in Amerika. Dan kun je echt het regionale perspectief ophalen: wat speelt daar, wat zijn de uitdagingen, hoe kunnen wij vanuit een mondiale ambitie helpen? Dat maakt zo’n bezoek waardevol.’

Wat valt je op aan de manier waarop bedrijven in Azië omgaan met de transitie, in tegenstelling tot westerse landen?

‘Je ziet dat bedrijven daar directer de gevolgen van klimaatverandering ervaren, van gemeenschappen die geraakt worden tot productielocaties die moeilijk verzekerbaar zijn. De transitie is dan ook veel meer gericht op praktische en pragmatische actie, direct geworteld in de businesscase. In Europa voeren we nog vaak het gesprek over of en hoe. In Azië zegt men sneller: “We weten wat er moet gebeuren. Laten we het doen.” Het momentum is er.’

De WBCSD heeft 250 leden, waaronder bedrijven als Chevron, Bayer en Dow. Niet bepaald duurzame koplopers. Waarom zijn zij toch welkom in jullie netwerk?

‘Omdat je alleen systeemverandering bereikt als je iedereen aan tafel hebt. Natuurlijk stellen we voorwaarden: leden moeten serieus werk maken van hun duurzaamheidsambities. Daarvoor hebben we criteria opgesteld waarop we kunnen meten. We gaan alleen een samenwerking aan als de ambitie echt is en niet alleen voor de bühne.

Maar als je dit soort bedrijven buiten de discussie houdt, verandert het systeem niet. Juist in gesprek blijven – en waar nodig aansturen zodat de ambities hoog blijven – zorgt voor vooruitgang.  Ik sta liever ín het gebouw, met hen in gesprek, dan erbuiten met stenen te gooien.’

Hoe voorkom je dat bij jullie aangesloten bedrijven het netwerk als greenwashing gebruiken?

‘Aan de hand van onze criteria kunnen we bepalen in hoeverre je gecommitteerd bent en of je ambitie op het juiste niveau zit. Dat is een continu gesprek. Juist omdat ons netwerk zo divers is ontstaat er een omgeving waarin bedrijven van elkaar leren. “Hoe doe jij dat?” is een vraag die vaak wordt gesteld. Dat levert waardevolle inzichten op. Bovendien helpen we bedrijven bepalen waarop ze moeten versnellen, of waar interventies nodig zijn.’

Je zit al jaren in het veld van duurzaamheid. Wat valt jou op als je terugkijkt op de duurzame transitie in de afgelopen tien jaar?

‘Ik ben altijd hoopvol gebleven. Maar we gaan nog niet snel genoeg. De urgentie is wél gegroeid – klimaatverandering is geen ver-van-ons-bed-show meer. Overstromingen, droogte, bosbranden: iedereen voelt het nu. Ik hoef inmiddels niet meer uit te leggen wat de gevolgen van klimaatverandering zijn. Ook bij bedrijven niet.

Bedrijven weten inmiddels dat niks doen riskanter is dan wél actie ondernemen. De shift zit nu in de uitvoering. Hoe gaan we die transitie financieren en implementeren? Want er zijn flinke investeringen nodig.’

Wat zijn in jouw ogen op dit moment de grootste obstakels?

‘De markten zijn nog niet goed ingericht. Duurzaamheid wordt onvoldoende beloond, of zelfs afgestraft. Investeerders kijken te veel naar de korte termijn. Als we willen dat duurzaamheid mainstream wordt, moeten kapitaalmarkten beter worden afgestemd op de langetermijnimpact. Daar zit nu de grootste bottleneck.’

Hoe houd je dan toch focus bij bedrijven, ondanks alle geopolitieke en economische onzekerheden?

‘Door het telkens terug te brengen naar de businesscase. Laat zien wat duurzaamheid oplevert in termen van risico, winstgevendheid, concurrentiepositie. We focussen op waar de meeste impact te maken is: decarbonisatie, corporate performance, accountability, en educatie. Samen zijn onze leden verantwoordelijk voor een substantieel deel van de wereldwijde uitstoot. Dus als wij hen helpen, kunnen we echt verschil maken.’

Vind je het ergens niet tragisch dat het dan toch weer een gesprek over geld wordt?

‘Ik denk dat geld simpelweg onderdeel is van het systeem waarin wij leven. Dus ja: als je verandering wilt, moet je dáár beginnen. Maar duurzaamheid is ook een mindset. De jongere generatie begrijpt dat steeds beter.

Als je echt iets wilt veranderen, moet je binnen het systeem opereren, maar met een ander perspectief. Performance, risico’s, rendement: die kunnen allemaal hand in hand gaan met duurzaamheid. En bedrijven zijn essentieel in die opschaling.’

Wat zou er volgens jou moeten veranderen in bestuurskamers?

‘De kwaliteit van de beslisinformatie. Niet zozeer de mensen zelf zijn het probleem – de intentie is er echt – maar ze missen vaak de juiste data om goede beslissingen te nemen. Daar valt nog veel te winnen. En daarom is consistente, relevante rapportage zo belangrijk.

Wat dat betreft is het jammer dat de CSRD en CSDDD worden uitgekleed. We hebben die standaarden nodig. Aan de andere kant moeten we ook niet verzanden in compliance. Er zijn nu zo veel frameworks – CSRD, SBTi, GRI – dat bedrijven soms door de bomen het bos niet meer zien. Er moet meer consistentie komen. Level playing fields zijn cruciaal. Maar we moeten vooral richting performance-gedreven duurzaamheid, waarin bedrijven beloond worden voor échte vooruitgang.’

Jullie hebben al heel veel bedrijven in jullie netwerk. Maar met wie zou je nog meer willen samenwerken?

‘Met innovators. Met tech- en AI-partijen die met slimme oplossingen komen voor de knelpunten waar grote bedrijven nu mee worstelen. Er is al zo veel beschikbaar, maar we brengen de werelden nog te weinig bij elkaar. Als we technologie koppelen aan de slagkracht van onze leden kunnen we die transitie versnellen.’

Lees ook:

Nieuwsupdate: Mode-industrie haalt eigen CO2-doelen niet en Klimaatraad pleit voor minstens 25 jaar vooruitkijken

Mode-industrie niet op koers voor netto nul CO2-uitstoot in 2050 Fast fashion drukt een flink stempel op de mode-industrie, en dat is ook merkbaar in de duurzaamheidsresultaten. Slechts 11 procent van de markt ligt op koers voor haar zelf bepaalde doelstelling voor CO2-reductie in 2030, blijkt uit een analyse van Bain & Company. Daarmee raakt ook het doel van netto nul uitstoot in 2050, waar de meeste modebedrijven zich aan hebben gecommitteerd, uit zicht.Bain doet ook aanbevelingen voor verduurzaming in de industrie. Het adviesbureau stelt bijvoorbeeld voor om AI te gebruiken voor verkoopvoorspellingen om overproductie te voorkomen. Daarnaast moeten merken een winstgevend kanaal maken van tweedehandskleding 'voor zowel klantwaarde als duurzaamheidsdoelen'. Momenteel is tweedehandsverkoop voor de meeste merken niet rendabel.Lees ook: Brightfiber Textiles maakt van oude vodden de mode van morgen Samenwerking om oceaanplastic op te sporen met AI The Ocean Cleanup heeft een samenwerking aangekondigd met Amazon Web Services (AWS). De non-profit organisatie van Boyan Slat wil in 2040 90 procent van het drijvende plastic in de oceanen hebben verwijderd, maar die uitdaging wordt steeds moeilijk door de verspreiding van plasticfragmenten. Met AI-toepassingen van AWS wil The Ocean Cleaup plasticaccumulatie in de oceaan nauwkeuriger tracken en afvalverplaatsing voorspellen. Volgens de technologiedirecteur van Amazon is de samenwerking een blauwdruk voor 'hoe geavanceerde cloudcomputing en AI krachtige tools kunnen zijn voor milieubeheer'.Lees ook: The Ocean Cleanup gaat eerst plastic in rivieren opruimen en zet de oceaan even op pauze Wetenschappelijke Klimaatraad pleit voor 'perspectief en houvast' Het huidige klimaatbeleid is te veel gericht op de korte termijn, daar waar de samenleving juist behoefte heeft aan visie. Dat stelt de Wetenschappelijke Klimaatraad (WKR) in een nieuw advies. 'Het beleid doet eerder een stapje terug dan vooruit', licht raadslid Wieke Pot toe in Trouw. De minister voor Klimaat – momenteel Sophie Hermans (VVD) – moet volgens de WKR verantwoordelijk worden voor het opstellen van een bredere klimaatvisie. Ook burgers moeten worden betrokken. De klimaatvisie moet resulteren in keuzes in beleid die minstens 25 jaar doorwerken, maar liefst honderden jaren.Lees ook: Tijd voor visie en samenwerking in de politiek, niet voor haarkloverij en stokpaardjes Ombudsman vraagt EU om uitleg over schrappen duurzaamheidsregels De Europese Commissie (EC) was wel erg snel met haar voorstel om de (rapportage)regels rondom duurzaamheid voor bedrijven te verzwakken. Dat vindt Ombudsman Teresa Anjinho, die de Commissie dinsdag in een brief om uitleg vroeg, meldt Reuters. Onder de nieuwe regels hoeven alleen grote bedrijven nog te voldoen aan de CSRD en CSDDD. Maar in tegenstelling tot de gebruikelijke gang van zaken heeft de Commissie geen uitgebreide analyse over de impact van haar voorstel uitgevoerd, inclusief het betrekken van burgers. Volgens Anjinho heeft de EC ook geen onverwachte gebeurtenis genoemd die 'de urgentie zou rechtvaardigen'.Lees ook: Architect van antiwegkijkwet: ‘Lobby heeft grip gekregen op duurzaamheidswetten’ Gesprekken overheid en Tata Steel over miljardensteun verlopen stroef De overheid en Tata Steel praten al sinds 2022 over mogelijke staatssteun voor vergroening van de staalproductie. Zonder staatssteun kunnen Tata's verduurzamingsplannen niet doorgaan, bleek ook vorige week weer. De gesprekken worden in het geheim gevoerd, maar zijn dankzij een Wet open overheid-verzoek van NRC deels inzichtelijk. Uit de documenten blijkt een 'zeer stroeve samenwerking', reconstrueert de krant. Tata Steel zou in eerste instantie een te groot steunbedrag vragen en weinig financiële informatie verstrekken. En in het kabinet bestaan 'zeer verschillende denkrichtingen' over de fabriek. Tot een deal is het tot op heden niet gekomen.Lees ook: CEO van Tata Steel Nederland Hans van den Berg: ‘Telkens als ik hoor dat we een vies bedrijf zijn doet dat pijn, maar ik begrijp dat het gezegd wordt’ Minder bedrijven investeren in verduurzaming Het aantal bedrijven dat investeert in een klimaatneutrale bedrijfsvoering, daalt. Dat blijkt uit dinsdag gepresenteerde cijfers van het CBS. Investeerde in 2024 68 procent van de bedrijven in verduurzaming, dit jaar is dat nog 64 procent. Bedrijven met meer dan 250 werknemers investeren het vaakst, het midden- en kleinbedrijf juist minder vaak. Naast financiële beperkingen en gebrek aan duurzame alternatieven is vooral onzekerheid over economie of beleid een belangrijke belemmering. Opvallend: netcongestie en arbeidstekort worden minder als belemmering ervaren.Lees ook: Een overvol stroomnet: zo kun je als onderneming alsnog vergroenen Ook in de media:Nederlanders gooien weer meer weg, terwijl afvalstroom jarenlang juist kromp (Nu.nl) Eneco en EP NL investeren in 200 MWh batterijopslagproject bij Enecogen in de Rotterdamse haven (Eneco) IATA: kopen groene vliegtuigbrandstof buiten de EU is niet effectief (Reuters) Met de elektrische auto op vakantie pakt steeds vaker duur uit (Nu.nl) Een op de twaalf zonnepanelenbezitters heeft een thuisbatterij (Slimster) Het is tijd voor wat e-bikeschaamte (NRC)