Hidde Middelweerd 28 februari 2023, 09:58

Steeds meer elektrische auto’s in Nederland: hoe behouden we een dekkende laadinfrastructuur?

Steeds meer mensen rijden elektrisch. En in de logistiek- en transportsector maakt de elektrische aandrijving ondertussen ook een stevige opmars. Laadinfrastructuur móét meegroeien, maar dat is gemakkelijker gezegd dan gedaan. Hoeveel laadpalen heb je precies nodig? Welk type? En waar zet je ze neer? Arcadis bouwde daar door de jaren heen veel ervaring in op en publiceerde onlangs de belangrijkste lessons learned. De sleutels tot succes: data, data en data.

Adobe Stock 482617019 Steeds meer elektrische auto's betekent steeds meer laadpunten. Hoe richt je die infrastructuur in? | Credits: Southworks via Adobe Stock

De transitie naar elektrisch rijden gaat hard in Nederland. Eind vorig jaar reden er bijna 330.000 volledig elektrische auto’s rond in ons land. Plus bijna 200.000 plug-in hybride varianten. Afgelopen december had 45 procent van alle nieuw verkochte auto’s zelfs een volledig elektrische aandrijving. Ook in de transportsector gaat het hard. Zo hard zelfs dat de sector tot en met 2030 maar liefst 625 miljoen euro moet investeren in dekkende laadinfrastructuur, bleek uit onderzoek van de Nationale Agenda Laadinfrastructuur. Een ‘grote verduurzamingsuitdaging’, stelden de onderzoekers, die de overgang naar elektrisch rijden kan vertragen.

“De transitie naar elektrisch rijden is onafwendbaar en gaat ontzettend snel”, beaamt Arnoud Neidig, marktgroepdirecteur Mobiliteit bij Arcadis. “Daar moeten we ons op voorbereiden, zeker op het gebied van laadinfrastructuur.”

Dekkende laadinfrastructuur

Nederland staat al te boek als het land met de grootste ‘laaddichtheid’ van Europa. Momenteel staat de teller op zo’n 120.000 (semi)publieke laadpunten en bijna 4.200 (semi)publieke snelladers. Toch is er werk aan de winkel, zegt Neidig: “Er moet echt nog wel een tandje bij. Met name in grote steden, waar de ruimte beperkt is. Maar ook vrachtverkeer is een belangrijk aandachtspunt, waar zwaardere laadvoorzieningen voor nodig zijn. Er gebeurt gelukkig veel. Laadpunten worden op grote schaal uitgerold en er zijn meerdere innovatieve pilots gaande, zoals het herbestemmen van lantaarnpalen als laadpunten en het inrichten van mobiliteitshubs. Maar haast is geboden.”

Om een handje te helpen, publiceerde de Engelse tak van Arcadis onlangs de Electric Vehicle Charging Infrastructure Blueprint. In het Verenigd Koninkrijk worden momenteel namelijk flinke slagen gemaakt op het gebied van infrastructuur. “Overheden, bedrijven en laadpaal-exploitanten rollen daar nu duizenden laadpunten uit”, zegt Neidig. “Dan wordt advies interessant. Arcadis heeft inmiddels behoorlijk wat ervaring, daarom besloten we om onze best practices en lessons learned te delen.”

Data verzamelen en analyseren

Een kleine nuance: een echte blauwdruk voor dekkende laadinfrastructuur bestaat niet. Het verschilt per situatie hoeveel laadpunten (en welk type) je nodig hebt en waar je die neerzet, stelt Neidig. Maar hoe je tot de beste oplossing komt in specifieke situaties, dáár ontwikkelde Arcadis wel een blauwdruk voor. Stap één is het verzamelen van data. “Dat begint met demografische informatie van het gebied waar je laadinfrastructuur wilt uitrollen”, aldus Neidig. “Waar wonen mensen? Waar werken ze? Hoeveel van hen hebben een elektrische auto? En hoeveel komen er (naar verwachting) bij in de aankomende jaren?”

Ook verkeersdata (welke routes rijden mensen?) en ruimtelijke data (op welke plekken kunnen laadfaciliteiten geplaatst worden) zijn essentieel. Hetzelfde geldt voor data over het elektriciteitsnetwerk, want tegenwoordig is lang niet overal genoeg ruimte op het net voor laadinfrastructuur. “Het gaat dus niet alleen om wat je wilt, maar ook om wat er überhaupt mogelijk is”, stelt Neidig. “Door al die data over een gebied over elkaar heen te leggen, zie je patronen ontstaan.”

Arcadis hoeft die patronen overigens niet zelf te herkennen. Daar gebruikt het analyse-software voor, die de datapatronen helder in beeld brengt. Neidig: “Op basis daarvan kunnen we keuzes maken en strategieën bepalen.”

Rekening houden met onzekerheid

Máár… de voorspellingen brengen wel een bepaalde mate van onzekerheid met zich mee, benadrukt Neidig. “Veel factoren laten zich nu eenmaal lastig voorspellen. De opkomst van nieuwe technologieën is daar een goed voorbeeld van. Neem waterstof: zeker voor zwaar vrachtverkeer kan dat een goede optie zijn. De infrastructuur daarvoor wordt nu ook langzaamaan uitgerold. Het is nog niet duidelijk hoe dat zich precies zal ontwikkelen, maar het heeft wel gevolgen voor de laadinfrastructuur die we in toekomst nodig hebben. Hetzelfde geldt voor de ruimte op het elektriciteitsnet. Dat is onzekerder dan ooit, dus we moeten rekening houden met zowel onverwachte knelpunten als onverwachte meevallers.”

Ook menselijk gedrag is een onzekere factor. Hybride werken was al in opkomst, maar door de coronapandemie ging dat ineens een stuk sneller. Sinds de pandemie werken veel mensen vaker thuis, maar anderen hebben de weg naar het kantoor juist weer gevonden. Dat heeft gevolgen voor het woon-werkverkeer en dus ook voor de benodigde laadinfrastructuur. “Hoe vaak gaan mensen nu nog naar kantoor? En op welke dagen en tijdstippen? Dat is (zeker nu) bijzonder lastig te voorspellen. Je kan de laadinfrastructuur natuurlijk dimensioneren op de drukste momenten, maar dat betekent ook dat de initiële investering hoog is en dat de laadpunten relatief weinig gebruikt worden.”

Knelpunt in de transitie?

Best wat onzekerheid dus. Maar dat moet ons vooral niet tegenhouden, stelt Neidig. “Het grootste risico van die onzekerheid is vertraging en dat kunnen we er niet bij hebben op dit moment.” Laadfiles verwacht Neidig niet in Nederland, daar zijn de ritten in Nederland te kort voor. Maar in drukkere steden kunnen wel degelijk problemen ontstaan. En hetzelfde geldt op het gebied van zwaar transport.

“De overstap naar elektrisch rijden gaat gewoon ontzettend rap in Nederland”, besluit hij. “Dat móét je bijbenen, anders wordt de laadinfrastructuur een knelpunt die de transitie remt. ”

Meer weten? De blauwdruk voor laadinfrastructuur van Arcadis is hier gratis te downloaden.

Meer lezen over duurzaam vervoer?

Dit artikel is gemaakt door een van onze expertredacteuren in samenwerking met onze partner. Change Inc. werkt met partners die de klimaattransitie aanjagen. Zij kunnen cases presenteren waar anderen zich aan kunnen optrekken en zijn eerlijk over de uitdagingen. Niet één bedrijf is al 100 procent duurzaam, maar veel zijn onderweg. Dankzij ons partnermodel zijn onze artikelen gratis toegankelijk voor iedereen. Benieuwd naar onze partners? Klik hier.

Nederlandse uitvinding: klimaatneutrale eieren liggen nu ook in Amerika in de winkel

Hoe maak je klimaatneutrale eieren? Ruud Zanders, oprichter van Kipster, begon daarmee in 2017 in Venray. De boerenzoon had het pluimveebedrijf van zijn ouders overgenomen, waarna het als gevolg van onder meer de vogelgriep failliet ging. Hij bedacht een plan om het helemaal anders te doen. Op zijn boerderij zouden kippen voortaan een goed leven hebben, gevoerd worden met reststromen uit de supermarkt, zoals met oud brood, en de energie zou er worden opgewekt door zonnepanelen. Zijn doel: laten zien dat dierenwelzijn, milieuvriendelijkheid en financieel rendement hand in hand kunnen gaan. Derde boerderij geopend Dat sloeg aan en niet alleen in Nederland. Direct kwam er interesse vanuit de andere kant van de wereld. Supermarktketen Kroger zag er wel brood in om deze energieneutrale eieren te gaan verkopen. In 2021 begon de bouw van vier nieuwe Kipster-boerderijen in de staat Indiana. Deze week wordt de derde opgeleverd. En de eieren liggen nu dus in de schappen. In mei moet de vierde boerderij van Kipster de deuren openen aan de andere kant van de wereld. "De boerderijen die al functioneel zijn, draaien goed", zegt Zanders. "We werken met een franchiseconstructie. De eerste periode is er steeds iemand van Kipster uit Nederland aanwezig en er zijn duidelijke draaiboeken over wat er van een Kipster-boerderij wordt verwacht. Met MPS Eggfarms, waarmee we samenwerken, zitten we voor wat de Kipsterfarms betreft op één lijn." Hoe gaat het in zijn werk? De boerderijen van Kipster werken net even anders dan andere boerderijen. Zo is er een bosrijke omgeving nagebootst, omdat kippen van nature bosvogels zijn. De kippen kunnen naar buiten, maar ook binnen is er genoeg ruimte. De uitloop is omheind en overdekt met een net, daardoor ervaren de kippen van Kipster minder last van de maatregelen die worden genomen om de verspreiding van de vogelgriep tegen te gaan. De grootste CO2-winst wordt behaald door de kippen te voeren met reststromen die vrijkomen bij de voedselproductie. Er hoeft dus geen landbouwgrond gereserveerd te worden om voedsel voor de Kipster-kip te verbouwen. De boerderijen worden door zonnepanelen voorzien van energie. Daarnaast werkt Kipster met diverse systemen zodat volgens het bedrijf een minimum aan fijnstof wordt verspreid. In de binnentuin wordt zo'n 40 procent aan fijnstof afgevangen. Verder worden de eieren verpakt in een doosje van oud papier dat gerecycled kan worden. De CO2 die vrijkomt bij de productie van het doosje, wordt gecompenseerd. De boerderijen zijn in principe geopend voor bezoekers die met eigen ogen kunnen zien hoe de kippen erbij zitten. Omdat er vogelgriep heerst, is dat nu al even niet mogelijk. Via een webcam kunnen geïnteresseerden alsnog een inkijkje in de stallen krijgen.Interesse in biologisch eten De boerderijen die in Amerika zijn geopend, werken precies zo, zegt Zanders. Al in 2017, vlak nadat de bouw van de eerste boerderij in Nederland was afgerond, werd Kipster benaderd door supermarktketen Kroger uit Amerika. "Ze hadden van ons gehoord en waren direct enthousiast. 'Kunnen jullie dit ook voor ons doen?' vroegen ze. Natuurlijk, zeiden wij, ook al waren we pas net begonnen." Er gaan heel wat jaren aan research, afspraken maken en regelgeving overheen, maar in 2021 ging op de eerste plek in Indiana de schop in de grond. Sinds eind vorig jaar liggen de eerste eieren in de Amerikaanse schappen. In Amerika lopen straks 100.000 Kipster-kippen. "Hoe de reacties zijn? Dat is lastig te zeggen. We verwachten in de tweede helft van dit jaar, aan de hand van de verkoopcijfers, een beter beeld te hebben. In elk geval hebben we aardig wat aandacht gehad. Amerikaanse media, waaronder The Washington Post, schreven over ons." De eieren liggen met name aan de westkust in de winkels, weet Zanders. "Amerika is een groot land en met name aan de westkust is er interesse in biologisch eten en verduurzaming", weet hij. Grote stap voor Amerika Tegelijkertijd is de stap naar een Kipster-ei groot, voor de Amerikanen. Zanders: "Waar de Europese Unie in 2012 met regelgeving een einde maakte aan legbatterijen, is Amerika nog niet zover. Op veel boerderijen wordt daar nu pas de transitie gemaakt van kippen in een kooi naar scharrelkippen. Dan is de stap naar een Kipster-kip, die nog meer ruimte krijgt, een grote. Gaaf dat er toch ondernemers zijn die dit helemaal zien zitten." De kippen van Kipster hebben volgens Zanders écht een beter leven dan kippen op andere boerderijen. Tegelijkertijd blijft het knagen, erkent hij. Want hoewel de kippen een beter leven hebben, worden ze wel gehouden voor de eiproductie en gaan ze uiteindelijk ook naar de slacht. "We zijn constant bezig om het leven van de kippen zo goed mogelijk te maken. Het is een illusie dat we de kippen hier kunnen houden, zoals ze ook in de natuur leven en dat wringt. Uiteindelijk geloven wij dat het belangrijk is dat mensen vaker plantaardig gaan eten. En dat áls ze een dierlijk product eten, dat dit product dan van een dier komt dat zo goed mogelijk is behandeld. Daar is op het gebied van klimaat, energie én dierenwelzijn de meeste winst te behalen. Met een Kipster-ei héb je zo'n product."Nu de eerste uitbreiding naar de VS een feit is, kijkt het bedrijf naar hoe het in Europa kan groeien. Er zijn plannen voor Frankrijk, België en Engeland. "We zijn er druk mee bezig", zegt Zanders. "Maar in elk geval in de tweede helft van dit jaar, verwacht ik dat er weer ergens een schop in de grond gaat."Lees ook: Miljoenenproject om de eiwittransitie te versnellenDeze boer verandert: 'Het kan ook in je voordeel werken'Eieren met Pasen: Welk ei is het meest duurzaam en diervriendelijk?