André Oerlemans
18 december 2024, 14:00

‘Steeds meer bedrijven zien noodzaak van natuurpositiviteit, maar we staan pas aan het begin’

Ongeveer de helft van het bruto nationaal product (BNP) van alle landen in de wereld hangt af van de natuur. Door het verlies aan natuur en biodiversiteit dreigen landen en bedrijven in de toekomst triljoenen euro’s aan waarde te verliezen. Steeds meer bedrijven proberen daarom hun schadelijke impact te verminderen of zelfs bij te dragen aan het toevoegen van meer natuur en biodiversiteit, zien experts van duurzaamheidsconsulent ERM.

Julia Yap ERM 2 Julia Yap, consultant bij adviesbureau ERM. | Credits: ERM

Natuurpositiviteit is een wereldwijd maatschappelijk doel dat verlies van natuur en biodiversiteit een halt wil toeroepen. Simpel gezegd betekent het dat er in 2030 meer natuur in de wereld moet zijn dan in 2020 en dat er daarna verder herstel moet plaatsvinden. “Voor veel bedrijven is natuurpositiviteit nieuw. De problemen rond natuur en biodiversiteit zijn nog niet zo lang actueel als die rond klimaatverandering. Daarom zitten we in een vroege fase. Sommige bedrijven zijn er vorig jaar mee gestart en sommige dit jaar, maar het heeft tijd nodig”, zegt Julia Yap, consultant op het gebied van natuurpositiviteit bij ERM.

Driekwart bedrijven afhankelijk van natuur

Eerst maar eens de harde cijfers. De Centrale Europese Bank becijferde vorig jaar dat 72 procent van de bedrijven in de EU, zo’n 3 miljoen, in het bedrijfsmodel afhankelijk is van in elk geval één natuurdienst. Bijvoorbeeld bestuiving, vruchtbare grond, hout of schoon water. Het gaat om sectoren als visserij en landbouw, maar ook over de bouwsector of bedrijven die grondwater nodig hebben. Het World Economic Forum (WEF) becijferde dat ongeveer de helft van het bruto nationaal product (bnp) van alle landen in de wereld afhangt van deze zogeheten ecosysteemdiensten. In totaal zo’n 44 triljoen dollar. Dat bnp kan tot 2030 met jaarlijks 2,7 triljoen dalen door het verlies van natuur en biodiversiteit. In Nederland schat het CBS de waarde van de natuurdiensten op minstens 869 miljard euro.

Onbekend

Weten bedrijven dat ze zo afhankelijk zijn van de natuur? “Nee, nog niet”, stelt Yap. “Laatst had ik nog een klant van een financiële instelling aan de lijn die me vroeg: waarom moeten we eigenlijk natuurpositief zijn? Waarom zouden we aandacht moeten besteden aan natuurafhankelijkheden? Dat laat zien dat veel bedrijven, waaronder ook financiële instellingen, het lastig vinden om de omvang te begrijpen waarin hun bedrijfsvoering afhankelijk is van natuurdiensten. Er is nog een groot gat in het bewustzijn hierover.”

Risico’s

Dat het slecht gaat met die natuur en biodiversiteit toont het meest recente internationale Living Planet Rapport van het Wereldnatuurfonds (WWF). Sinds 1970 is de populatie van vissen, vogels, zoogdieren, amfibieën en reptielen gemiddeld met 73 procent afgenomen. Volgens onderzoek van de VN wordt wereldwijd een kwart van alle planten en dieren bedreigd en sterven ze tien tot honderd keer sneller uit dan in de afgelopen 10 miljoen jaar. De Nederlandsche Bank waarschuwde eerder dat de Nederlandse financiële sector door het verlies aan biodiversiteit wereldwijd een risico loopt van 510 miljard euro. Wageningen Universiteit en Research (WUR) heeft gekeken wat de economische schade is voor de Nederlandse en Duitse landbouwsector als bijvoorbeeld de bestuiving door insecten weg zou vallen. Dat kwam uit op een jaarlijks verlies van 3,2 miljard euro. Nu al ziet Yap dat door het verlies aan vruchtbare bodems en ontbossing sectoren als de landbouw, de farmaceutische industrie en toerisme grote risico’s lopen.

Kijk hier naar de resultaten uit het Living Planet Rapport van het Wereldnatuurfonds (WWF):

Investeren in natuur loont

Tijd dus voor bedrijven en overheden om meer te gaan investeren in natuurherstel en -behoud. Volgens de Europese Commissie betaalt elke geïnvesteerde euro in natuur zich naar schatting 8 tot 38 keer uit. Nieuwe EU-wetten zoals de CSRD, de ontbossingswet en de CBAM dwingen bedrijven hun impact op klimaat, natuur en mens inzichtelijk te maken en te verminderen. Niet alleen voor zichzelf, maar voor de hele keten van klanten en toeleveranciers. Ook als bedrijven van buiten de EU komen, maar in Europa zaken doen. “Deze regels zullen het tempo waarin bedrijven dit onderwerp oppikken versnellen”, denkt Yap. “Niet alleen in de EU. Ook bedrijven in de VS en Azië pikken dit op, ook al hoeven ze niet aan die regels te voldoen. Uit concurrentieoverwegingen, vanwege hun investeerders of vanwege hun reputatie voelen zij zich ook verplicht te rapporteren over natuur en biodiversiteit.”

Gewoon doen

Maar hoe doe je dat als bedrijf? Hoe maak je biodiversiteit of de waarde van de natuur materieel inzichtelijk in je bedrijfsstrategie en dagelijkse bedrijfsvoering? “Het eerste deel van het antwoord is gewoon doen: je moet eerst duidelijk inzicht hebben in je data, allereerst in de eigen bedrijfsvoering. Daarna moet je een bedrijfsstrategie hebben die aansluit op de reis naar natuurpositiviteit. Zo maak je het transparant”, zegt Yap. “Als je die eenmaal hebt, is de volgende stap om te laten zien wat je hebt gedaan en actie te ondernemen. Het is een cyclisch proces waarin je steeds de kennis over je eigen bedrijfsvoering en je stakeholders vergroot.”

Gebrek aan data

Om de impact van je bedrijf op natuur en biodiversiteit inzichtelijk te maken, zijn data, analyse van die data en wetenschappelijk bewezen meetmethoden nodig. “Alleen als dat duidelijk is, kan een bedrijf zeggen dat het zijn huis op orde heeft en kun je het gesprek aangaan. Je moet de data verzamelen, analyseren en de resultaten gebruiken in je dagelijkse operatie om te weten hoe je je grootste risico’s kunt verminderen”, zegt Yap. “Maar de complexiteit van natuur, als je het bijvoorbeeld vergelijkt met klimaatverandering, ligt vooral in het verzamelen van specifieke en locatie-gerichte data. Daar is momenteel een groot gebrek aan.”

Tools voor bedrijven

Tot nu doen bedrijven veel op vrijwillige basis. Er zijn veel tools voorhanden die hen hierbij helpen. Wat het Science Based Targets Initiative (SBTi) doet om bedrijven te helpen hun klimaatimpact terug te dringen, doet het Science Based Targets Network voor natuurverlies. De Taskforce on Nature-related Financial Disclosures (TNFD) heeft tools ontwikkeld waarmee bedrijven hun afhankelijkheid van de natuur, hun impact op biodiversiteit en de risico’s die daarmee samenhangen in kaart kunnen brengen. Iets soortgelijks doet ook de Global Reporting Initiative (GRI), dat al 25 jaar bestaat. Een andere tool voor bedrijven is Encore. Al meer dan 4.000 bedrijven en financiële instellingen berekenen daarmee hoe groot hun impact is en hoe afhankelijk ze zijn van de natuur.

“Maar het is geen traject dat je als bedrijf alleen kunt uitvoeren. Een bedrijf alleen kan nooit natuur-positief zijn. Je moet al je stakeholders, leveranciers en klanten erbij betrekken. Het is een maatschappelijk doel. Iedereen moet samenwerken zodat de samenleving natuur-positief wordt”, zegt Yap.

Klimaatverandering en natuurverlies samen aanpakken

Voor klimaat hebben landen zich gecommitteerd aan het Parijs-akkoord om de opwarming van de aarde onder de 1,5 graad te houden. Het equivalent daarvan voor natuur en biodiversiteit werd in 2022 tijdens een top in Montreal vastgelegd in het Kunming-Montreal Global Biodiversity Framework. Daarin beloven landen het verlies aan biodiversiteit tegen 2030 te stoppen en terug te draaien. Waar iedereen het over eens is, is dat verlies van natuur en klimaatverandering elkaar versterken en fundamentele risico’s vormen voor bedrijven en sectoren over de hele wereld. Het zijn twee kanten van dezelfde medaille, die samen moeten worden aangepakt.

Routekaart

De World Business Council for Sustainable Development (WBCSD) heeft een routekaart ontwikkeld die bedrijven naar natuurpositiviteit kan wijzen. De raad publiceerde eerder dit jaar een blauwdruk om daar een businesscase voor te maken. Yap ziet positieve voorbeelden daarvan in de textielindustrie, die samen met lokale gemeenschappen en leveranciers werkt aan natuurpositieve mode. Bijvoorbeeld door het invoeren van meer duurzame teelt van katoen en andere grondstoffen, met minder bestrijdingsmiddelen. “Dat heeft direct positieve invloed op de natuur en de gezondheid van de boeren”, zegt Yap.

Veldonderzoek voor ERM-medewerkers. | Credit: ERM

Kleine stapjes

Yap werkt onder meer voor bedrijven in de hernieuwbare energiesector. Ze bezoekt de bedrijven en fabrieken persoonlijk om data te verzamelen. Met deze data, tools en ‘glocalisatie-data’ (het aanpassen van de globalisering aan de lokale en persoonlijke behoeften en gewoonten) bepaalt ze vervolgens hoe een bedrijf impact heeft op de omgeving en hoe het daarvan afhankelijk is. Dan blijkt dat ze bijvoorbeeld veel land of water verbruiken. Als bedrijven dat weten, kunnen ze hun impact verminderen. Bijvoorbeeld door minder land of water te gebruiken, ander vervoer te gebruiken en hun impact op lokale gemeenschappen te verminderen. “Dat is heel complex en het gaat met kleine stapjes.”, zegt ze. “Bezitters van zonneparken kunnen bijvoorbeeld schapen laten grazen op hun land om de biodiversiteit te bevorderen. Dat gebeurt in Nederland al vaak.”

Sneller dan bij klimaat

Yap is positief over het tempo waarin bedrijven aan de slag gaan met natuurpositiviteit. “Daar word ik gelukkig van. Het wordt veel sneller opgepikt dan voorheen het klimaatprobleem. Toch staan we pas aan het begin van de hele discussie. Er is veel momentum nu en ik hoop dat dit niet verloren gaat. Ook moeten we nog veel bedrijven overtuigen van de noodzaak.”

Lees ook:

Dit artikel is gemaakt door een van onze expertredacteuren in samenwerking met onze partner ERM. Change Inc. werkt met partners die de klimaattransitie aanjagen. Zij kunnen cases presenteren waar anderen zich aan kunnen optrekken en zijn eerlijk over de uitdagingen. Niet één bedrijf is al 100 procent duurzaam, maar veel zijn onderweg. Dankzij ons partnermodel zijn onze artikelen gratis toegankelijk voor iedereen. Benieuwd naar hoe wij werken? Klik hier.

Changemaker Suzanne Debrichy (PostNL): ‘In de toekomst gaat de logistieke wereld er anders uitzien’

PostNL heeft als doel om de uitstoot per post of pakket met 90 procent te verminderen in 2040. Hoe gaat dat in zijn werk? “Het is eigenlijk nog breder dan dat. In 2040 willen we ‘net zero’ zijn. Dan hebben we onze CO2-uitstoot met 90 procent verminderd. Dat geldt voor alle bedrijfsprocessen. Daar valt het bezorgen van brieven en pakketten onder, maar ook de data die we gebruiken en hoe we op kantoor de koffie drinken. Dat maakt de uitdaging alleen maar groter. Ons wagenpark zorgt voor de meeste uitstoot, maar er ligt een helder plan. Elektrificatie is daarin het belangrijkste. Waar elektrisch vervoer nog niet mogelijk is, maken we gebruik van biobrandstoffen. Daar kunnen we de uitstoot in ieder geval mee reduceren. We hebben al veel elektrische voertuigen rondrijden, van fietsen tot grote elektrische vrachtwagens. Iedere keer zetten we een kleine stap. Meer elektrische voertuigen vragen om meer oplaadpunten. Het moet dus met elkaar meegroeien. Grote vrachtwagens kunnen nog niet op elke hoek van de straat worden opgeladen. Bij kleinere bezorgbussen is dat wel het geval.” Hoe zinvol is zo’n daling per bezorging als het aantal pakketten alleen maar toeneemt? “Dat is iets wat we ons realiseren. Ieder jaar wordt er weer meer online besteld. Dat zien we wereldwijd gebeuren. Áls we dan iets bezorgen, is het belangrijk dat de impact op milieu en klimaat zo klein mogelijk is. In alle eerlijkheid willen we dat de markt blijft groeien, want het is onderdeel van ons werk. Maar als we het dan doen, zorgen we ervoor dat het emissievrij is en met zo min mogelijk vervoersbewegingen in drukke gebieden.” Vandaag besteld is vaak de volgende dag al in huis. Zijn we daarin niet te verwend? “We hebben zelf ingezet op next day delivery. Ons hele bedrijf is erop ingesteld dat we een bestelling de volgende dag bij mensen thuis kunnen krijgen. Inmiddels is dat geen uitdaging meer en het maakt ook niet dat een bezorging minder duurzaam is. We zien wel piekdagen. Mensen hebben net voor of in het weekend de tijd om een bestelling te plaatsen. Daardoor is het maandag en dinsdag druk en op woensdag weer wat rustiger. Steeds meer webshops geven de optie om een pakket wat later te ontvangen. Mensen vinden het vaak wel handig om zelf het ontvangstmoment te bepalen. Met die 'trucjes' vlakken we de pieken wat af, maar het is niet zo dat next day delivery een enorme impact heeft. Het is gewoon wat we doen.” Alle bestelbussen en bezorgkarretjes hebben effect op de leefbaarheid in steden en wijken. Wat doen jullie om die impact te verkleinen? “Het is in ons belang om zo efficiënt mogelijk te bezorgen. Tegelijkertijd komen we elke dag in elke straat van Nederland. Omdat de stroom aan pakketten toeneemt, kijken we goed waar de consument die het liefste wil ontvangen. We plaatsen meer pakketautomaten zodat mensen ook ’s avonds of onderweg van het station naar huis even snel iets op kunnen halen. Het merendeel van de leveringen is nog altijd aan huis, maar meer mensen vinden hun weg naar de automaten. Op klanttevredenheid scoren ze goed, hoger dan thuisbezorging of afhalen bij een afhaalpunt. Omdat het druk is in de steden, werken we daar vaker met kleinere voertuigen. Dat moet niet ten koste gaan van de efficiëntie: je wil niet met tien bakfietsen één bestelbus vervangen. Samen met een Nederlands bedrijf hebben we de LEVV’s ontwikkeld. Deze elektrische bestelautootjes vervangen een-op-een de pakketbus, maar zijn wel 40 procent smaller. Je kan ermee door smalle straatjes en auto’s en fietsen kunnen er makkelijk langsrijden. De LEVV is elektrisch, dus stil, en verbruikt 10 procent minder elektriciteit dan een bestelbus. Met dat hele pakket van out of home-oplossingen en compactere voertuigen verlichten we de druk op die binnensteden.” Hoe gaan jullie binnen PostNL om met de onduidelijkheid rondom de zero-emissiezones? “We kunnen niet afwachten wat gemeente A of gemeente B gaat doen. Daarom zijn we jaren geleden al begonnen om die stip op de horizon te zetten. We laten ons niet afleiden door de politiek die nu een andere beweging maakt, we gaan gewoon door. Uiteindelijk nemen we niet zozeer maatregelen om puur en alleen aan de wettelijke regels te voldoen, opgelegd door de overheid. We doen het om onze eigen klimaatdoelstellingen te halen. Als groot bedrijf moeten we onze verantwoordelijkheid nemen. Ik hoop dat we daarmee een voorbeeld zijn en dat kleine ondernemers volgen.” PostNL wil ook de circulaire economie aanjagen. Wat gebeurt er op dat vlak? “De circulaire economie is ontzettend belangrijk om de klimaatdoelstellingen te halen. Niet alleen van ons bedrijf, maar van heel Nederland. Onze klanten zetten er meer en meer op in. Veel webshops bieden al duurzamere keuzes aan, tweedehandskleding is online te bestellen en er komen meer huurmodellen. Wat mij betreft mag het allemaal sneller en ik denk dat er voor PostNL een rol is weggelegd om dat te faciliteren. Ook tweedehandsspullen hebben immers logistiek nodig. Die moeten van A naar B, vervolgens van B naar C, van C naar D en weer terug naar A. In de toekomst gaat de logistieke wereld er anders uitzien. Pakketautomaten worden nu gebruikt om spullen op te halen die nieuw zijn besteld, maar wat nou als je gehuurde producten daar worden afgeleverd? Dan halen we een drempel weg voor het bedrijf dat deze service aanbiedt en voor de consument is het even makkelijk om iets te huren als om iets nieuw te bestellen. Op die manier denk ik dat we de circulaire economie kunnen aanjagen. Daarnaast is PostNL een werkgever met ruim 30.000 mensen in dienst. Ook wij gebruiken spullen en kunnen duurzamere keuzes maken. Denk aan bedrijfskleding: onze mensen werken in een poloshirt dat volledig gemaakt is van oud textiel, afkomstig van PostNL.” Pakketjes die zoekraken, te laat of bij het verkeerde adres worden bezorgd: als organisatie krijgt PostNL regelmatig kritiek te verduren. Hoe ga je daarmee om? “We zijn een grote partij. Het is logisch en terecht dat mensen hoge verwachtingen van ons hebben. Af en toe kritiek hoort erbij. Op Cyber Monday hebben we meer dan 3 miljoen pakketten op één dag verwerkt, een nieuw record. Dan gaat niet alles goed. Dat is oké, het is onze taak om ervan te leren en het de volgende keer nog beter doen.” Waar zie je al dat je impact maakt? “De belangrijkste impact zit hem in de uitstoot van de logistiek. We hebben de uitstoot per pakket met 30 procent naar beneden kunnen brengen vergeleken met 2020. Dat is een grote stap en daar ben ik supertrots op. Daarnaast hebben niet alleen directieleden, maar alle collega’s duurzaamheid op de agenda staan. Vanuit het hele bedrijf komen mensen met ideeën. Een voorbeeld: we zijn nu op zoek naar een duurzamer alternatief voor onze postzakken, omdat een van de bezorgers aankaartte dat bij slijtage snippers op straat terecht kunnen komen. Die input helpt.” Op welk vlak is nog winst te behalen? “Ik denk dat we het goede pad bewandelen, maar we kunnen nog meer doen. Naast een postbedrijf zijn we ook een IT-bedrijf. De PostNL-app telt inmiddels 9 miljoen gebruikers. Die app wordt steeds belangrijker. We gebruiken meer AI om onze processen te verbeteren, maar daar zit ook impact achter. Ik wil daar een goede balans in vinden. Net als bij andere organisaties zorgt netcongestie voor uitdagingen. Bussen die al besteld zijn, kunnen we soms niet laten rijden omdat er geen plek is voor een laadpaal. Dat vraagt om een goede planning van onze kant, waarop we een tool met een dynamisch laadschema hebben ontwikkeld. Zo weten we precies welk voertuig wanneer opgeladen moet worden en met hoeveel procent. Op die manier wordt laden geïntegreerd in de planning en omdat we niet altijd volledig op hoeven te laden, belasten we het netwerk minder. Daarnaast overleggen we met andere bedrijven of we laadvoorzieningen kunnen delen, zij laden bijvoorbeeld overdag op en wij ’s nachts.” In dat kader: met welke partij wil je nog eens samenwerken? “Binnenkort start een samenwerking met Pluq, een bedrijf dat laadpleinen bouwt en faciliteert. Onze eigen bussen laden op ons eigen terrein. In Amsterdam hebben we ondertussen zoveel bussen, dat het terrein vol is. We hebben afgesproken dat onze bezorgondernemers bij Pluq kunnen laden. Onze aangesloten koeriers hoeven dus niet allemaal individueel op zoek naar een plekje, maar kunnen daar terecht. Dat is een concreet voorbeeld van hoe we elkaar kunnen helpen.” Meer Changemakers: Changemaker Kiki Lauwers (Thorizon): ‘We kunnen het ons niet veroorloven om kernenergie uit te sluiten’Changemaker Nicole Freid (HAK): ‘Waarom zijn peulvruchten nog niet waanzinnig populair?!’Changemaker Hans Geels (Dille & Kamille): ‘We willen mensen laten nadenken over hun koopgedrag'De Changemaker-serie wordt mede mogelijk gemaakt door Vattenfall.