Teun Schröder
16 juli 2024, 08:00

Nieuwe methode van Ørsted maakt bouw van windmolenfunderingen sneller, goedkoper en stiller

De Deense energiereus Ørsted heeft een nieuwe methode ontwikkeld om funderingen voor offshore windparken te plaatsen. De techniek is sneller, goedkoper en ruim 99 procent stiller dan de conventionele aanpak. Het bedrijf wil in de loop van dit jaar het eerste windpark openen dat met deze techniek is geïnstalleerd.

Getty Images 2160711137 Waterstralen onderaan de fundering spuiten het zand weg, waardoor Ørsted niet hoeft te heien. | Credits: Getty Images

Wie naar een windturbine op zee kijkt, ziet eigenlijk maar het topje van een ijsberg. Onder de stalen reuzen die soms honderden meters de hoogte in rijken, rust namelijk een gigantische fundering die de turbine op zijn plek houdt. Deze funderingen worden met enorm veel kracht de zeebodem in gehamerd. Dit gaat gepaard met een hoop lawaai, dat schadelijk is voor het zeeleven. Bruinvissen en zeehonden schieten ervan in de stress of lopen gehoorbeschadiging op.

Niet heien, maar zinken

Het Deense energiebedrijf en bouwer van windparken Ørsted heeft nu voor het eerst succesvolle testen gedaan met een nieuwe methode genaamd ‘jetting’. Deze technologie wordt onderaan de fundering aangebracht en zorgt ervoor dat er van de onderkant sterke waterstralen naar beneden schieten. Als deze waterstralen de zeebodem raken, wordt de zandgrond lokaal weggespoten en zinkt de fundering als het ware de bodem in.

Duitse Noordzee

Volgens Ørsted is de nieuwe techniek met een reductie van 99 procent veel stiller dan de conventionele aanpak. Ook claimt het bedrijf dat het installeren van funderingen sneller en goedkoper gaat. Inmiddels heeft Ørsted al enkele turbines op de met jetting geïnstalleerde funderingen geplaatst bij windpark Gode Wind 3 in de Duitse Noordzee. Dit windpark wordt later dit jaar commercieel operationeel.

Routekaart natuur

Er komt steeds meer aandacht voor de impact van de mens op de zee, temeer na een rapport van afgelopen jaar waarin duidelijker wordt dat de Noordzee het zwaar heeft. Migratieroutes van vissen en vogels worden gehinderd door schepen en windparken, niet in de laatste plaats omdat ze veel lawaai met zich meebrengen.

Vorige maand riep energiebedrijf RWE ontwikkelaars, overheden en milieuorganisaties nog op om samen een routekaart op te stellen voor het natuur-inclusief bouwen van offshore windparken in de Noordzee. Onderdeel van deze routekaart is het verzamelen en delen van ecologische data en innovatieve technieken die kunnen helpen bij de ontwikkeling van windparken.

Lees ook:

Gastland COP29 kondigt klimaatfonds aan dat door fossiele bedrijven gevuld moet worden

Het bij elkaar sprokkelen van nationale klimaatfinanciering verloopt al sinds jaar en dag moeizaam. In 2021 spraken VN-landen af om 100 miljard dollar per jaar beschikbaar te stellen voor het tegengaan van klimaatschade in ontwikkelingslanden. Volgens schattingen is die doelstelling pas vorig jaar gehaald, terwijl er eigenlijk veel meer geld nodig is. In 2022 spraken de lidstaten af om een specifiek ‘loss and damages fund’ op te richten met hetzelfde doel. Maar voor dat fonds werden pas een jaar later, tijdens de Dubai-COP in 2023, bedragen toegezegd. Of die bedragen inmiddels daadwerkelijk zijn overgeboekt, is niet bekend. Fonds met oliegeld Komende november vindt de volgende klimaattop (COP29) plaats in Azerbeidzjan. En ook daar zal hoogstwaarschijnlijk het onderwerp klimaatfinanciering hoog op de agenda staan. In aanloop naar COP29 is Azerbeidzjan naar verluidt bezig geweest met het uitwerken van een speciale heffing voor olieproducerende bedrijven. Fossiele bedrijven zouden met het voorstel verplicht een specifiek percentage van hun omzet moeten afstaan aan klimaatgerichte investeringsfondsen. Volgens Reuters heeft dit voorstel het uiteindelijk niet gehaald omdat andere lidstaten tegenstribbelden. Wel heeft Azerbeidzjan inmiddels een vrijblijvender initiatief aangekondigd. Namelijk: het ‘climate investment fund for future’. Dit is een fonds waar uiteindelijk zo’n 460 miljoen euro in moet vloeien, waarvan een gedeelte afkomstig is van olieproducenten. Initieel gaat het om het bedrijf Socar, een Azerbeidzjaanse oliegigant. Maar het doel is om ook andere fossiele producenten aan te haken. Die kunnen ervoor kiezen om willekeurige bedragen in het fonds te storten, of alsnog een bepaald percentage van hun omzet. Schatkist Azerbeidzjan is als ‘host’ van de volgende klimaattop niet uitgesloten van kritiek. Het land is namelijk, net als de Verenigde Arabische Emiraten (de vorige gastheer), een oliestaat. Er wordt door sommige partijen getwijfeld of je met zo’n rol wel een geloofwaardige kandidaat bent om vergaand beleid op te stellen tegen klimaatverandering. De schatkist van Azerbeidzjan wordt immers voor een groot deel gevuld met inkomsten uit fossiele energiebronnen. Dat beeld werd versterkt toen president Ilham Aliyev de nationale olie- en gasreserves omschreef als een godsgeschenk waar nog jaren gebruik van gemaakt zal moeten worden. Brug slaan Toch kan de geschiedenis als oliestaat ook voordelen opleveren bij een COP. Het kan bijvoorbeeld leiden tot betere dialogen met tegenstribbelende lidstaten, waardoor er ambitieuzere deals op tafel komen. Na de vorige klimaattop zei Piet Sprengers, duurzaamheidsexpert bij ASN Bank, daarover tegen Change Inc.: “Je moet hopen dat zo’n land (de Verenigde Arabische Emiraten, red.) een brug kan slaan naar de grootste dwarsliggers, Saudi-Arabië bijvoorbeeld. Uiteindelijk is dat misschien ook wel gebeurd.” Lees ook: IEA: groei hernieuwbare energie fors, maar nog niet genoegCOP28 is ten einde; zelfs oliestaten akkoord met afbouwen van fossiele brandstoffenDuurzame investeringsfondsen leverden in 2023 meer geld op dan traditionele fondsen