André Oerlemans
10 oktober 2024, 15:00

Rotterdamse metro- en tramnet van RET wordt grote batterij voor laadpalen

Het elektriciteitsnet voor trams en metro’s van de RET in Rotterdam wordt binnenkort ingezet als een grote batterij voor laadpleinen, waar elektrische bussen en auto’s worden opgeladen. Hierdoor is de RET het eerste Europese OV-bedrijf dat netbeheerder is geworden en is het startsein gegeven voor een nieuw Nederlands stroomnet op gelijkstroom (DC). Daarnaast opent de RET begin december een grote batterij die op piekmomenten stroom levert aan zijn trams en metro’s.

Tram coolsingel rkeus 2020 1 Het elektriciteitsnet voor trams en metro's van de RET wordt in Rotterdam ingezet voor laadpleinen. | Credits: Rick Keus

Het elektriciteitsnet in Nederland zit op de meeste plaatsen vol. Vanwege die netcongestie kunnen nieuwe, grote bedrijven of wind- en zonneparken niet meer aangesloten worden. De RET wil in Rotterdam meehelpen die congestie op te lossen. Het OV-bedrijf transporteert jaarlijks 90.000 megawattuur stroom over zijn net, ongeveer net zoveel als het jaarverbruik van 36.000 huishoudens. Maar als de trams en metro’s ’s avonds en in de daluren stilstaan, is er nog transportruimte genoeg over op dat netwerk. “Wij hebben een heel groot energienetwerk, net als vele OV-bedrijven. Daar moeten we slim mee omgaan en het optimaal gebruiken”, vertelde Leo Vliegenthart, assetmanager bij RET, tijdens het congres ‘Noodzaak van Storage’ in Den Haag.

Langste verlengsnoer

Hij noemt het net van OV-bedrijven als de RET het ‘netwerk van de toekomst’. “Eigenlijk is ons netwerk gewoon het langste verlengsnoer van Rotterdam. We lopen van noord naar zuid en van oost naar west. Vroeger was het gewoon een eigen netwerk om te zorgen dat je rijdt. We hebben grote pieken in de ochtend en in de avond, maar op de dag minder en ‘s nachts rijden we helemaal niet”, vertelt hij. Al die overtollige capaciteit kan volgens hem maatschappelijk nuttig gebruikt worden. Dat gebeurt nu door het stroomnet van de RET te verbinden met de elektrische laadpleinen die de gemeente Rotterdam aanlegt bij de metrostations Meijersplein en Rotterdam Alexander. In feite fungeert het RET-net zo als een grote batterij.

Landelijk DC-net

Dat kan niet zomaar. In Nederland beheren netbeheerders de stroomnetten. Om een eigen elektriciteitsnet te mogen beheren moet de Autoriteit Consument & Markt (ACM) een ontheffing verlenen voor een zogeheten gesloten distributiesysteem (GDS). Die ontheffing
kreeg de RET in juli van dit jaar. Daardoor kunnen de laadpleinen straks geladen worden via het stroomnet van de RET. Behalve het oplossen van de lokale netcongestie heeft dat nog een ander voordeel: het stroomnet van de RET werkt op gelijkstroom (DC) en niet op wisselstroom (AC), zoals het Nederlandse net. Omdat elektrische voertuigen ook op DC rijden, kunnen ze via een DC-net sneller laden. “Dit is de landelijke start om het DC-net te delen”, stelt Vliegenthart. “We moeten die netten van de vervoersbedrijven vaker gebruiken en aan elkaar koppelen.”

Verder kunnen aannemers die aan de tram- of metrosporen werken hun elektrisch materieel ter plekke opladen via het RET-net via een omvormer aan de bovenleiding. Zonder de trams en metro’s te storen.

Leo Vliegenthart van de RET legde tijdens het congres uit hoe het precies werkt en wat de voordelen zijn. | Credit: André Oerlemans

Extra stopcontact

Van het overtollig vermogen van het metro- en tramnet ‘s nachts en op daluren kan het OV-bedrijf 220 megawatt beschikbaar stellen. Daarmee kan de RET een aardige stekkerdoos zijn voor Rotterdam. Als andere OV-bedrijven aanhaken bij het initiatief, krijgen veel grote steden er een extra stopcontact bij. Zo is ProRail al aan het kijken of het treinstroomnet op deze manier ingezet kan worden. Ook de Haagse Tram Maatschappij (HTM) heeft inmiddels van de ACM toestemming gekregen om zijn bovenleidingen te mogen inzetten voor laadpalen.

Energiebank

Maar de RET heeft niet alleen stroomcapaciteit over, het heeft zelf ook een probleem. Het OV-bedrijf komt op sommige momenten energie tekort. Omdat er in de toekomst meer elektrisch vervoer bij komt naar nieuwe wijken en tijdens grote evenementen, moet de RET investeren in nieuwe onderstations, die de stroom leveren aan de tram- en metrolijnen. Dat zou 28 miljoen euro kosten. Die extra capaciteit zou slechts 30 dagen per jaar nodig zijn. De oplossing: een batterij. Of zoals RET hem noemt: een energiebank. Op 2 december wordt de batterij van 1 megawatt geopend. Een Europese primeur.

Remenergie opslaan

Volgens Vliegenthart lost de batterij veel problemen op. De RET hoeft geen miljoenen te investeren in onderstations. Daar is ook geen ruimte voor en regionaal netbeheerder Stedin zou die acht of negen stations ook niet kunnen aansluiten. De batterij gaat ook remenergie van trams opslaan en terugleveren wanneer nodig. Hij is verplaatsbaar, zit in een container en kan neergezet worden waar hij op dat moment nodig is. Hij zou zelfs stroom aan derden kunnen leveren, zoals aan andere OV-bedrijven en ProRail.

Vijf jaar drammen

Volgens Vliegenthart is dit niet allemaal vanzelf gegaan. “Dit heeft me vijf jaar gekost. Vijf jaar drammen, zeuren en mekkeren, ook bij het ministerie. Uiteindelijk heb ik het ministerie mee”, zegt hij. Dat heeft ertoe geleid dat de OV-bedrijven op 22 oktober met het ministerie aan tafel zitten om de slimme inzet van hun netwerken en van batterijen op landelijke schaal te bespreken.

Lees ook:

Anders boeren: deze burgers beginnen gezamenlijk boerderijen

Het is een mooie dinsdagochtend in Noord-Brabant. De zon schijnt en de lucht is strakblauw. Boven mij trakteren vogels op een heus fluitconcert. Ik heb afgesproken in Boxtel. Het is de plek waar Herenboeren dik tien jaar geleden begon, vertelt oprichter Geert van der Veer. “Ik ben opgeleid als boer. Tijdens de studie stelde ik mezelf meer dan eens de vraag: waarom leren we het landschap aanpassen aan ons bedrijf in plaats van andersom? Als je het over People, Planet en Profit hebt, dan miste ik tijdens mijn opleiding die P van Planet. Toen ik later bij land- en tuinbouworganisatie LTO werkte, merkte ik dat ook People en Profit niet in balans zijn. Boeren krijgen te weinig betaald voor hun producten. Daardoor gaan ze zoveel mogelijk produceren voor een zo laag mogelijke prijs. Dat gaat ten koste van de bodemkwaliteit, de biodiversiteit en het klimaat. En uiteindelijk van ons allemaal.” Hij is heel duidelijk: boeren zijn niet de boeman. “Zij zijn slechts een onderdeel van de voedselketen. Uiteindelijk doen zij wat de markt van hen vraagt. Zolang wij ons consumptiepatroon niet aanpassen, kunnen boeren geen kant op. Tussen de eindgebruiker en de boer zit een hele keten. Als die niet gaat bewegen, gebeurt er helemaal niks. Dat we met Herenboeren boerderijen opzetten, is niet omdat er toevallig een markt voor is. Het gaat over een systeemverandering, een beweging die het anders wil. Duurzamer, gezonder en eerlijker.”Hoe werkt een Herenboerderij? Een Herenboerderij is een coöperatie met zo'n 250 huishoudens. Er zijn meerdere boeren in dienst die als agrarisch bedrijfsleider de boerderij aansturen. De aangesloten huishoudens kunnen wekelijks boodschappen afhalen op de boerderij. Het kost 2.000 tot 2.500 euro om mede-eigenaar te worden, naast een wekelijkse bijdrage om de lopende kosten te dekken.Samen Het idee slaat aan, onder andere bij Philomeen Duinisveld. Ze is voorzitter en mede-oprichter van Herenboeren Landmeerse Loop in het Brabantse Boekel. “Ik ben ingestapt omdat ik beter voor de natuur wil zorgen”, zegt ze. “Ik kom oorspronkelijk uit Noord-Groningen en heb geen familie in de buurt wonen. Met de Herenboerderij heb ik er voor mijn gevoel een soort familie bijgekregen. Ik ken de mensen, spreek ze vaak en bouw een band met ze op. Dat sociale aspect vind ik heel waardevol. Ik vind de boerderij zo’n fijne plek dat ik altijd langer blijf dan gepland.” Samen doen staat centraal bij Herenboeren. Samen bepalen wat er wordt geteeld, samen op het land werken, samen oogsten. Maar ook: samen de kosten en de bijbehorende financiële risico’s dragen. “We hebben gekozen voor een cost-sharing model in plaats van een model waar winst maken de boventoon voert”, legt Van der Veer uit. “We weten in de jaarvergadering precies welk budget beschikbaar is voor het volgende jaar. We maken geen winst, maar spelen altijd quitte. Dat maakt dat er geen economische prikkel is bij de beslissingen die we nemen. Waarden zoals biodiversiteit en het sociale aspect gaan niet ten koste van economisch gewin.” Pionieren Dat wordt niet altijd begrepen, merkt hij. “Ik ben in gesprek met banken over financiering. Het alarm gaat af omdat we geen winst maken. In de ogen van geldverstrekkers is continuïteit een bedrijf dat winst maakt. Wanneer je als eigenaren de kosten dekt, is de kasstroom veel stabieler dan wanneer je van marktwerking afhankelijk bent. Dat blijkt een lastig verhaal om over te brengen op financiers. In die zin is het echt pionieren.” Varkens Een ander voorbeeld zijn de varkens. Diverse Herenboerderijen willen de dieren houden en buiten laten rondlopen. “Maar daar blijkt helemaal geen wet- en regelgeving voor te zijn. De wetgeving rondom varkenshouderij is een stallenbesluit. Dat begint met varken: staldier. Terwijl varkens van nature graven en wroeten. De hele beredenering van varken als buitendier is wel mogelijk, maar simpelweg nooit uitgewerkt omdat het in de praktijk toch niet voorkwam. Dat zijn dingen waar we tegenaan lopen”, aldus Van der Veer. Mest Die varkens willen ze bij Herenboeren niet eens houden voor het vlees. “Varkens zijn opruimers. Ze eten reststromen en dode dieren op om ze vervolgens weer uit te scheiden in nutriënten. Het idee is dat ze die functie ook op de boerderijen gaan vervullen. Dingen opeten, de grond omwroeten en mest produceren. Als je in dat soort kringlopen gaat denken, zijn dieren hartstikke nuttig. Net als veel planten, bomen en kruiden, trouwens.” Op haar Herenboerderij in Boekel zou Duinisveld graag op korte termijn varkens houden. “Onze aardappeloogst is mislukt en we denken erover om alvast drie dieren aan te schaffen, dat mag hobbymatig, om de restaardappelen uit de grond te halen. Zo hebben we minder kans om de schimmel Phytophthora aan te trekken. Met onze dierenwerkgroep vragen we ons niet af hoeveel vlees we willen eten, maar wat voor werk de varkens kunnen doen en hoeveel poep onze grond nodig heeft om gezond te zijn. We zitten op best wel arme zandgrond met veel stenen erin. Met onze aanpak wordt vlees het bijproduct van mest in plaats van andersom.” Voedselstrategie De burgerbeweging is gestart om het contact met de natuur te herstellen. Dat is belangrijk, zegt Van der Veer. “De afstand is zó groot gemaakt. Veel mensen hebben geen idee waar hun voedsel vandaan komt en hoe het groeit. Ondertussen vergrijst de beroepsgroep. Nederlandse boeren zijn gemiddeld tegen de 60 jaar. Van hen heeft een derde geen bedrijfsopvolger. Als oplossing voor het stikstofprobleem moeten boeren maar worden uitgekocht. Dat gaat niet werken. Het ontbreekt aan een duidelijke voedselstrategie.” Die voedselstrategie gaat wat hem betreft veel verder dan alleen de manier van boeren. “Hoe we als consument met eten omgaan, speelt een grote rol. Wat ligt er op ons bord? Vinden we prijs de belangrijkste component als we in de supermarkt staan? Het gaat veel verder dan een landbouwtechniek. Omdat we bij Herenboeren die rechtstreekse verbinding met de eigenaren hebben, kunnen we andere stappen zetten richting duurzaamheid. Wat wij doen, kun je niet zomaar implementeren in de gangbare landbouw. Dat kan alleen als het systeem meegaat. Dat moeten we echt erkennen. We hebben een andere werkwijze nodig om de boeren in staat te stellen om te verduurzamen.” Burgers aan het werk op de Herenboerderij in Alphen, Noord-Brabant.Uitnodigen Bij Herenboeren nodigen ze boeren dan ook uit om samen te werken. “We gaan gangbare boeren niet vertellen dat het op onze manier moet. Ons concept is ook niet dé oplossing. Er zal altijd een markt zijn voor de gangbare landbouw. Wie in Amsterdam op negenhoog woont, gaat op zaterdag niet ver rijden om ergens de boodschappen op te halen. De gemaksfactor blijft. Herenboeren is toch een redelijke bubbel. Redelijk wit, redelijk hoog opgeleid en idem dito salaris. We zijn meer dan eens bestempeld als elitair. Dat kan ik me best voorstellen. Aan de andere kant proberen we iets nieuws en steken we onze nek uit. Deze beweging gelooft dat de voedselketen op de schop moet. Dat doen we graag samen, ook met boeren. We staan ervoor open om kennis te delen en vertellen graag wat we de afgelopen jaren geleerd hebben.” Appgroepen Op de 22 boerderijen van Herenboeren werken in totaal al meer dan veertig boeren in loondienst. Zij houden toezicht en wisselen kennis uit. In appgroepen gaan berichten over en weer, ziet Duinisveld. “Dan gaat het over machines, schimmels en plagen. Het gaat maar door, van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat. De boeren bezoeken elkaars locatie om te kijken wat daar gebeurt en hoe collega’s bepaalde uitdagingen aanpakken. De boeren hebben goed contact met elkaar. Dankzij het netwerk staan ze er niet alleen voor. Dat wens ik alle landbouwers toe. Dat agrariërs met gelijkgestemden werken en er samen wat van maken.” Meer in deze serie: Anders boeren: zeewier kweken tussen windmolens op de NoordzeeAnders boeren: efficiënt en pesticidevrij telen in verticale kassen