Rombout Swanborn is terug. De oprichter van het afgelopen april omgevallen zonnefoliebedrijf HyET Solar maakt een nieuwe start: met twee letters extra in de naam van zijn nieuwe bedrijf, HyET Solaris, en 60 miljoen euro aan toegezegd groeikapitaal van durfinvesteerders Aequitas Carbon en Abbeydale Partners.
Daarmee krijgt Arnhem twee startups op het gebied van zonnefolie, want uit het faillissement van HyET Solar volgde met oude aandeelhouders een doorstart onder de naam Lift PV. Swanborn werd daar buiten gehouden en probeerde afgelopen augustus tevergeefs de toegang tot enkele waardevolle machines van zijn oude bedrijf te waarborgen.
Met de maandag aangekondigde verse financiering voor het nieuwe bedrijf HyET Solaris wil de veteraan op het gebied van flexibele zonnefolie (powerfoils) medio 2026 een nieuwe productiefaciliteit in Arnhem draaiend hebben.
De ultralichtgewicht zonnefolie op basis van dunnefilmtechnologie werkt met flexibele rollen die zowel horizontaal als verticaal aangebracht kunnen worden op onder meer daken en gevels van industriële gebouwen. Doel is om in het slotkwartaal van 2027 de eerste commerciële leveringen van de powerfoil te verzorgen met een modulaire productielijn van 50 megawatt op jaarbasis. Dat vormt de springplank voor de volgende stap: een fabriek met een capaciteit van 1 gigawatt.
Change Inc. sprak met Swanborn over zijn nieuwe zonnefoliebedrijf en de ambities om de stap naar grootschalige commerciële productie te gaan zetten.
De rechten op de oude machines van HyET Solar liggen bij Lift. Betekent dit dat HyET Solaris met de 60 miljoen euro aan financiering compleet nieuwe machines gaat bouwen om zonnefolie te produceren?
‘Dat is correct. We kunnen daarbij de ervaring met de oude machines gebruiken en het doel is om een productiefaciliteit neer te zetten die 30 procent goedkoper is dan de oude.’
Hoe zit het met intellectuele rechten op zonnefolietechnologie die bij het failliete HyET Solar lagen, waarvan Lift de rechtsopvolger is?
‘Wij respecteren uiteraard de IE-rechten van Lift. Wat meespeelt is dat eerdere patenten gedeeltelijk zijn verlopen en dat we deels kunnen voortbouwen op eigen technologie. Van het oude team is onder meer technologiedirecteur Edward Hamers meegegaan naar HyET Solaris. Hij is de geestelijke vader van de op aluminium gebaseerde lichtgewicht fotovoltaïsche technologie. Verder was HyET Solar een dochterbedrijf van de holdingmaatschappij HyET Group, waaronder nog altijd een aantal HyET-bedrijven vallen. Via de holding zijn er dus ook rechten op onder meer het gebruik van merknamen.’
HyET Solaris gaat powerfoils produceren, dus complete zonnefolie PV-modules. Wat is het verschil met de plannen van Lift?
‘Onze nieuwe productiefaciliteit gaat inderdaad volledige modules produceren. Ik heb geen zicht op wat Lift precies gaat doen, maar het lijkt erop dat men in eerste instantie mikt op de productie van halffabricaten.’
Tussen de eerste faciliteit van 50 megawatt en opschaling naar 1 gigawatt aan productiecapaciteit zit een factor twintig. Betekent dit dat je na de eerste stap nieuwe financiering nodig hebt om verder op te schalen?
‘Ja, dat is inderdaad het geval. Opschalen is echter niet de grootste uitdaging. Het gaat om een modulair systeem: als één productielijn werkt, kun je er prima twintig bij zetten. Met het opschalen komen er ook extra kostenvoordelen als gevolg van schaalvergroting.
Bij de eerste productiefaciliteit kijken we naar diverse optimalisaties. Voor de nieuwe machines werken we met geïntegreerde teams van machinebouwers. Een belangrijke stap in het proces is het aanbrengen van de siliciumlaag op de flexibele dunnefilmpanelen. Dat gebeurt met een vacuümproces, waarvoor een beperkt aantal leveranciers in de wereld grote kasten leveren. Als je voor datzelfde proces kleinere vacuümkasten kunt gebruiken, scheelt dat in de kosten, maar dan moet je wel helemaal zeker weten dat het werkt.’
De integratie van het materiaal perovskiet wordt gezien als een grote kans voor dunnefilmtechnologie. Welke plannen heeft HyET Solaris op dit vlak?
‘Met tandemzonnecellen kun je twee cellen bovenop elkaar plaatsen, waarbij de bovenste gemaakt is van perovskiet. We zijn parallel aan de uitrol van de huidige Powerfoil bezig om daar een product voor te ontwikkelen. Dat gebeurt in samenwerking met onderzoeksinstituten. Ik denk wat we in een vrij unieke positie zijn om een commercieel perovskiet-product te realiseren. Het grote voordeel is dat perovskiet als materiaal een hoge efficiëntie heeft, niet heel duur is en eenvoudig kan worden aangebracht.
De uitdaging ligt bij het feit dat perovskiet niet tegen vocht kan. Je hebt dus een hermetisch afgesloten deklaag nodig. Die zijn commercieel verkrijgbaar, maar dat is momenteel zo duur dat je de voordelen van het gebruik van perovskiet kwijtraakt. Als je echter een siliciumlaag als afdeklaag gebruikt, wordt het een ander verhaal en kun je veel goedkoper produceren.’
Op site van HyET Solaris wordt een efficiëntie van 18 procent genoemd voor de Powerfoil. Zijn er kansen om een hoger percentage van zonlicht in stroom om te zetten?
‘Die 18 procent efficiëntie bestaat uit twee elementen. Voor het huidige product met een dubbele siliciumlaag is het rendement 12 procent, maar omdat je met flexibele zonnefolie oppervlaktes veel beter kunt afdekken vergeleken met kristallijne panelen, win je daarmee 50 procent en kom je uit op een vergelijkbare efficiëntie van 18 procent. Op het moment dat je perovskiet in modules integreert, gaat het rendement van de zonnefolie naar iets meer dan 18 procent. Als je daar de inzet van extra oppervlak bij rekent, kom je dan in totaal uit op minimaal 27 procent efficiëntie. Dus hoger dan huidige kristallijne panelen.’
Hoe verhouden de kosten van dunnefilmtechnologie zich tot kristallijne zonnecellen, als je inderdaad opschaalt naar productievolumes van 1 gigawatt?
‘Als we een perovskiet-product hebben, kunnen de prijzen zakken naar 5 tot 7 eurocent per wattpiek. Dat klinkt misschien heel laag, maar het scheelt dan zo’n 10 cent per wattpiek met kristallijne panelen. Interessant is vooral dat je ook aan de systeemkant een enorme kostenverlaging kunt realiseren. Als de zonnefolie in een fabriek direct wordt aangebracht op membraanrollen voor de afdichting van daken, hoef je de zonnefolie niet meer apart te installeren. Daarmee bespaar je fors op de kosten.’
De verwachting is dat er de komende periode wereldwijd jaarlijks meer dan 600 gigawatt aan nieuwe capaciteit voor zonnepanelen wordt bijgeplaatst. Wat zijn de perspectieven voor dunnefilmtechnologie tegen die achtergrond?
‘We zijn al bezig om licentiepartners te vinden in Azië en de Golfstaten voor de technologie van HyET Solaris. Er begint een markt te ontstaan die een heel aantrekkelijk alternatief kan vormen voor kristallijne panelen. Dat is de transitie die er nu aankomt.’




