Teun Schröder
12 september 2023, 10:13

Recycling en hergebruik van bouw- en sloopafval is een enorme kans voor de circulaire economie

De bouwsector is verantwoordelijk voor zo’n 11 procent van de nationale CO2-uitstoot en is goed voor bijna 50 procent van de materiaalvraag in Nederland, blijkt uit cijfers van wetenschapsnetwerk Het Groene Brein. Logisch dus dat de verduurzaming van de bouw essentieel is voor het slagen van onze klimaatambities. ‘Waste-to-product’-bedrijf Renewi en bouwbedrijf Heijmans zien een enorme potentie voor de circulaire economie.

Adobe Stock 268225711 Bij de bouw- en sloop komen een hoop afvalstromen vrij. Gelukkig is er steeds meer mogelijk om deze te recyclen en hergebruiken. | Credits: Adobe Stock

“We bouwen de huizen in Nederland steeds energiezuiniger. Er komen meer en meer zonnepanelen op daken en onze woningen zijn steeds beter geïsoleerd. Deze vooruitgang betekent dat de grootste milieudruk van de gebouwde omgeving verschuift: van het gebruik van een gebouw, naar het gebruik van de materialen”, zegt Thijs Huijsmans, senior adviseur circulair bouwen bij Heijmans. | Credit: Heijmans “Er ligt een enorme opgave voor ons om al die materialen veel langer in de kringloop te houden. Heijmans’ missie is het creëren van een gezonde leefomgeving. Het gebruik van circulaire materialen past daar naadloos in. Dat bespaart CO2 en is daarmee beter voor de aarde, dus onze leefomgeving.”

Samenwerking met Renewi

Huijsmans is onderdeel van een team bij Heijmans dat verantwoordelijk is voor verduurzaming op de lange termijn. “We plaatsen een vergezicht. Niet alleen vanuit onze eigen capaciteiten, maar juist met het oog op samenwerking met andere partijen. Om de duurzaamheidsopgave voor elkaar te krijgen is de hele keten nodig.”

Thijs Huijsmans, senior adviseur circulair bouwen bij Heijmans. | Credit: Heijmans

Eén van die partijen is afvalrecycler Renewi. Want zowel bij de bouw, als de sloop van gebouwen komen diverse afvalstromen vrij. En dat is voor Renewi een waardevolle bron van grondstoffen. “Zo’n samenwerking begint vanuit ‘afvalontzorging’: bij de activiteiten van Heijmans komt afval vrij en komen wij in beeld als partner voor inzameling”, zegt Marc den Hartog, directeur Renewi Nederland. | Credit: Renewi “Maar onze samenwerking heeft zich steeds verder ontwikkeld. We zijn samen gaan kijken hoe de bouwsector veel bewuster om kan gaan met deze afvalstromen. Waar bestaat dit afval eigenlijk uit? Welke stromen kunnen we scheiden? En wat moet er gebeuren als we deze afvalstromen weer opnieuw willen inzetten als grondstoffen?”

Inzicht in afval

Heijmans krijgt maandelijks een rapportage van Renewi waarin alle afvalstromen van alle bouw- en sloopprojecten gedocumenteerd worden. Zo ziet Heijmans direct welk afval ertussen uit springt en wat het dus aandacht moet geven. “Een mooi voorbeeld is steenwol”, zegt Huijsmans. “Wij kopen dat in via groothandels die het geleverd krijgen van de steenwolproducent. Steenwol is een product met een flinke milieubelasting. Met Renewi hebben we er nu voor gezorgd dat steenwol na een sloop in een aparte container terechtkomt. En Renewi heeft op zijn beurt afspraken met de producent die het materiaal weer inneemt. Zo wordt oude steenwol weer verwerkt in het productieproces, om het aandeel secundaire grondstoffen in producten te verhogen. Zo ben je met meerdere partijen in de keten bezig de cirkel rond te krijgen.”

Marc den Hartog, directeur Renewi Nederland. | Credit: Renewi

Menselijk factor

Een specifiek materiaal of afvalstroom onder de loep nemen is slechts een deel van het succes. “Minstens zo belangrijk is de menselijke factor”, zegt Den Hartog. “Uiteindelijk zijn het de mensen op de bouwplaats die door middel van het scheiden van afval aan de bron onze recycling- en hergebruikdoelstellingen mogelijk maken. Daarom organiseren we interventies en maken we instructies visueel helder. We werken zelfs met gedragswetenschappers om samen te kijken hoe we mensen de juiste kant op kunnen nudgen.”

Huijsmans benadrukt wat voor uitdaging dit soms is. “Het is niet zeldzaam dat er op een bouwplaats vier verschillende talen worden gesproken. Heijmans wil CO2-neutraal zijn, maar daarvoor moet je wel aan iedereen het belang van afval scheiden kunnen uitleggen. Dat is heel complex. Met behulp van toolboxsessies (workshops, red.) proberen we mensen scherp te houden.”

Leveranciers beïnvloeden

Een andere uitdaging is het reduceren van afval dat via leveranciers wordt aangeleverd. Veel bouwmaterialen worden namelijk aangeleverd in plastic, in allerlei verschillende kleuren en diktes. “Als Heijmans hebben we afgesproken dat we alleen nog verpakkingsmateriaal accepteren dat recyclebaar óf herbruikbaar is”, zegt Huijsmans. Dat betekent bijvoorbeeld dat plastics minimaal bedrukt zijn met teksten en logo’s of dat verpakkingen gemaakt zijn van biologisch materiaal. “In het begin vreesden we dat zo’n statement ons vooral geld zou kosten, omdat we nog maar bij een paar leveranciers terecht konden. Maar in de praktijk merk je dat vrij snel de meeste leveranciers zich aanpassen. Dan is het helemaal geen issue meer.”

Inmiddels heeft Heijmans zelfs in zijn voorwaarden vastgelegd dat leveranciers de duurzaamheidsstrategie van de bouwer moet respecteren en er actief aan bij moet dragen. “We zien dat steeds meer andere bouwers dit ook van leveranciers vragen”, zegt Huijsmans. “In het begin is er wat lef voor nodig, maar uiteindelijk maak je zo samen de sector duurzamer.”

Uitstroom minstens zo belangrijk als instroom

Bij het verduurzamen van de gebouwde omgeving gaat veel aandacht uit naar de instroom van materialen die nodig zijn op de bouwplaats. Maar Huijsmans ziet het als zijn taak om de uitvoerende stroom, bijvoorbeeld bij sloopprojecten, net zo belangrijk te maken. Huijsmans: “Je wilt natuurlijk alle materialen die uit een project stromen zo hoogwaardig mogelijk opnieuw gebruiken. Maar eigenlijk zit er nog een stap voor: in de eerste plaats moet het doel zijn om materialen gewoon in het gebouw te laten zitten. Met andere woorden: is sloop in de eerste plaats wel nodig?”

Degrowth in de bouw

Er zijn allemaal ontwikkelingen in de bouw gaande die de sector duurzamer maken en afval beperken. Denk aan houtbouw, prefab- en demontabele huizen, het materialenpaspoort en staal geproduceerd met groene waterstof. Huijsmans: “Maar innovaties alleen gaan ons niet helpen. Uiteindelijk moeten we naar een vorm van degrowth en minder consumptie, ook in de bouw.”

“Er is niet één oplossing”, valt Den Hartog hem bij. Het wordt volgens hem steeds relevanter om rekentools als CO2-beprijzing en true pricing in alle facetten van de economie mee te nemen. “Het gaat erom dat we alle kosten toekennen die aan materialen kleven, ook de kosten die gemoeid gaan met een negatieve impact op het milieu. Daarmee wordt de afweging om telkens nieuwe materialen te gebruiken of juist te kiezen voor secundaire grondstoffen een veel bewustere keuze.”

Rol overheid

Den Hartog ziet hierin ook een belangrijke rol voor de overheid. “De overheid, en in dit geval het Rijksvastgoedbedrijf, is ook het grootste vastgoedbedrijf van Nederland. Zij kunnen een voorbeeldrol spelen door van circulariteit de norm te maken in hun aanbestedingen en daarmee de vraag een enorme boost geven. Daarnaast is de overheid in staat om de spelregels vast te stellen, bijvoorbeeld door het gebruik van secundaire grondstoffen te verplichten in nieuwe bouwmaterialen. Tenslotte doet de kwaliteit van gerecycled materiaal inmiddels niet meer onder voor die van gloednieuwe materialen en wordt deze vraag door verdere innovatie gestimuleerd. Er ligt een enorme kans om Nederland koploper in circulaire bouw te laten zijn.”

Lees ook:

Dit artikel is gemaakt door een van onze expertredacteuren in samenwerking met onze partner. Change Inc. werkt met partners die de klimaattransitie aanjagen. Zij kunnen cases presenteren waar anderen zich aan kunnen optrekken en zijn eerlijk over de uitdagingen. Niet één bedrijf is al 100 procent duurzaam, maar veel zijn onderweg. Dankzij ons partnermodel zijn onze artikelen gratis toegankelijk voor iedereen. Benieuwd naar ons partnermodel? Klik hier.

Volledig elektrisch rijden in 2050: hoe gaan we dat halen?

Huidige stand van zaken Voordat we naar de toekomst kijken, is het allereerst belangrijk om te weten hoe we er vandaag de dag voor staan. Want het vervangen van alle 9,1 miljoen Nederlandse personenwagens en bestelbussen is een tijdrovend proces. Maar goed nieuws: waar vorig jaar 20 procent van de verkochte auto’s een stekker had, steeg dit aantal dit jaar al naar 25 procent.Dat is zeker vooruitgang, maar gaat het hard genoeg? Want dat de verkoopcijfers van elektrische en hybride auto’s stijgen, betekent nog niet dat we het klimaatdoel gaan halen. Er zijn namelijk veel mitsen en maren aan elektrisch rijden, zoals de stijgende energieprijzen, actieradiussen of de hoeveelheid accu’s en laadpalen. Zo promoot de overheid elektrisch rijden Twijfel jij hierdoor nog over de overstap? Dan trekt de overheid een hoop uit de kast om jou te stimuleren. Zo ontvang je bijvoorbeeld een flinke subsidie bij het kopen van een elektrisch voertuig en zitten er meerdere belastingtechnische voordelen aan EV-rijden. Maar let op: in de komende jaren worden deze voordelen afgebouwd. Wie optimaal wil profiteren van stimuleringsmaatregelen, kan dus maar beter vooroplopen dan afwachten. Hier lees je alles over de subsidiebedragen en andere stimuleringsmaatregelen. Kosten van elektrisch rijden De stimulans vanuit de overheid maakt een elektrische auto momenteel dus erg aantrekkelijk. En niet geheel onbelangrijk: je draagt je steentje bij aan het behalen van de klimaatdoelen. Maar het is niet alleen maar rozengeur en maneschijn, want een elektrische auto is niet goedkoop. Zo is de goedkoopste auto op dit moment de Dacia Spring van 21.750 euro. Daarnaast is de kilowattuurprijs in de afgelopen maanden natuurlijk flink gestegen. Hierdoor betaal je meer bij publieke laadpalen of wanneer je een eigen laadpaal hebt maar geen zonnepanelen. Dit telt mogelijk mee bij de afweging tussen fossiele brandstof of elektrisch rijden. Oplossingen voor extra stimulering Hoe kunnen we er toch samen voor zorgen dat we het klimaatdoel gaan halen? MKB Brandstof ziet een grote kans bij de elektrificatie van het zakelijke wagenpark. Meer dan de helft van de Nederlandse autokilometers is namelijk zakelijk. Zijn al deze bedrijfsauto’s elektrisch, dan wordt de CO2-uitstoot door auto’s in Nederland maar liefst gehalveerd. Alles over elektrisch rijden voor ondernemers Wil je meer weten over de voordelen van zakelijk elektrisch rijden? MKB Brandstof schreef er een whitepaper over. Hierin lees je niet alleen alles over hoe jij profiteert van de stimuleringsmaatregelen. Je ontdekt ook hoe je ervoor zorgt dat je nooit met een lege accu langs de snelweg staat! Download de whitepaper hier.