André Oerlemans
17 december 2024, 10:08

Rechtvaardige energietransitie maakt zonnepanelen duurder, maar sluit dwangarbeid uit

De productie van zonnepanelen in Nederland en Europa heeft nauwelijks bestaansrecht, zolang zwaar gesubsidieerde en met dwangarbeid gemaakte panelen uit China de markt overspoelen. Daarom moet de EU de sector hier meer subsidiëren en strengere eisen stellen aan producten uit het buitenland, waarbij het milieu vervuild wordt of mensenrechten worden geschonden. Ook bedrijven moeten hierin hun verantwoordelijkheid nemen.

IMG 8561 De deelnemers aan het webinar, v.l.n.r.: Imfred de Jong (Meyer Burger), Kees Vendrik (Nationaal Klimaat Platform), Kirsten Kossen (ASN Bank) en presentator John van Schagen. | Credits: Change Inc.

Dat bleek tijdens het webinar ‘Hoe houden we de energietransitie rechtvaardig?’, dat Change Inc. en ASN Bank samen organiseerden. Centrale vraag aan tafel was: hoe voorkomen we dat de zonnepanelen, windturbines, batterijen en elektrische auto’s, waarmee we hier kunnen overstappen naar groene energie, leiden tot grote misstanden in de landen waar die producten en grondstoffen vandaan komen? Bijvoorbeeld doordat mijnbouwbedrijven ter plekke natuur en milieu verwoesten en lokale gemeenschappen verdrijven. Of doordat Oeigoeren in het westen van China onder dwang silicium voor zonnepanelen maken.

Ravage

Dat houdt de energietransitie goedkoop, maar leidt tot misstanden. Of zoals Kees Vendrik, voorzitter van het Nationaal Klimaat Platform én het IMVO-convenant voor de hernieuwbare energiesector, het verwoordde: “We moeten zorgen dat we niet het ene probleem – klimaatverandering – oplossen en vervolgens een enorme ravage aan de andere kant van de wereld achterlaten. Maar dan moet je wel bereid zijn te accepteren dat die supergoedkope panelen uit China in de toekomst misschien niet meer zo goedkoop zullen zijn. Dat is de prijs die we met zijn allen moeten betalen.”

Productie naar de VS

De Chinese zonnepanelenfabrikanten kunnen de prijs laag houden, omdat ze zwaar gesubsidieerd worden door de overheid. Daar kunnen fabrikanten hier niet tegen concurreren. Hoe hoog de nood in Europa is, laat een bedrijf als Meyer Burger zien. Het Zwitserse bedrijf is de grootste zonnecelproducent van Europa, maar zag zich gedwongen zijn zonnepanelenfabriek in Duitsland te sluiten en de productie naar de VS over te brengen. Alleen de zonnecellen worden nog in Duitsland gemaakt. “In Europa is er voor ons geen businesscase”, zegt Imfred de Jong, team lead Benelux van Meyer Burger. “We kunnen onmogelijk concurreren met de goedkope panelen uit China omdat er geen eerlijk speelveld is. Als dat er wel zou zijn, zijn we prima in staat om te concurreren. We zullen wel iets duurder zijn, maar acceptabel duurder. Willen we deze industrie in Europa behouden, dan zou er dus ook op subsidiegebied iets moeten gebeuren.”

Duurzame panelen

Ook de laatst overgebleven producenten in Nederland kijken naar de VS omdat de Chinezen de markt overspoelen. Dat terwijl de Europese zonnepanelen veel duurzamer en een stuk minder vervuilend zijn. Die Chinese panelen worden geproduceerd met goedkope olie en gas uit Rusland die Europa juist boycot, waarbij veel CO2 wordt uitgestoten. Vendrik benadrukt verder dat de huidige panelen niet circulair geproduceerd worden, waardoor we over een paar jaar met een grote afvalberg van gebruikte panelen zitten. Meyer Burger produceert met een lager energiegebruik, met minder vervuilende grondstoffen als zilver, zonder lood en zonder dwangarbeid. “Wij zien meer en meer bedrijven en overheden die vragen om een eerlijk en duurzaam product. Die komen dan bij ons uit”, zegt De Jong.

Slavenarbeid

Omdat 90 procent van onze zonnepanelen uit China komt, is de vraag of bij de productie daar mensenrechten worden geschonden steeds actueler. Oftewel: is het echt zo erg met die Oeigoeren? Ja, stelt Kirsten Kossen, hoofd Mensenrechten bij ASN Bank. “Zij werken onder erbarmelijke omstandigheden in heropvoedingskampen. Ik heb met een aantal Oeigoeren in Nederland gesproken die familie daar hebben. Die verhalen zijn weerzinwekkend. Ze worden gedwongen te werk gesteld, maken heel lange dagen en krijgen daar nauwelijks geld voor. Ze zitten vast in de kampen, kunnen niet vrijuit leven of spreken. Ze worden overal in de gaten gehouden. Eigenlijk is het slavenarbeid.”

Verbod op dwangarbeid

De Oeigoeren hebben hun hoop gevestigd op het EU-verbod op de verkoop, invoer en uitvoer van goederen die met dwangarbeid worden gemaakt. Die regeling is aangenomen, maar treedt pas over drie jaar in werking. Ook wordt het volgens Kossen in de praktijk heel lastig om te bewijzen of producten met dwangarbeid zijn gemaakt. In de VS geldt zo’n verbod nu al. “Daar ligt de bewijslast anders. Daar moeten bedrijven zelf aantonen dat er geen dwangarbeid aan te pas is gekomen. Dat is net even iets anders”, zegt ze.

Topje van de ijsberg

Volgens Kossen zijn deze misstanden slechts het topje van de ijsberg en is het belangrijk dat we daar meer zicht op krijgen. Ook bij mijnbouw in Afrika en Zuid-Amerika worden mensenrechten geschonden en natuur vernietigd tijdens de winning van lithium, kobalt, koper, nikkel en andere grondstoffen voor batterijen, zonnepanelen en windturbines. Kossen: “De arbeidsomstandigheden in de mijnen zijn slecht. Het is er gevaarlijk. Ook daar vindt gedwongen arbeid plaats. Zelfs kinderarbeid. Wat je ook ziet, is dat in gebieden waar nieuwe mijnen worden geopend de landrechten van inheemse volkeren worden geschonden. Daarnaast treedt er veel vervuiling op, zodat bijvoorbeeld de visvangst stopt. De biodiversiteit, de natuur; alles wordt verwoest.”

Kijk hier het hele webinar terug:

Bedrijven verantwoordelijk

Voor bedrijven is het ontzettend lastig om dat soort misstanden in hun hele keten van klanten en leveranciers zichtbaar te maken. Toch hebben ze volgens NKP-voorzitter Vendrik een eigen verantwoordelijkheid daarin. Die pakken ze ook. Bedrijven hebben samen met ngo’s en overheden in allerlei sectoren convenanten getekend, waarin ze beloven om internationaal maatschappelijk verantwoord te ondernemen (IMVO). Door samenwerking willen ze risico’s op het gebied van mensenrechtenschendingen en milieuschade gezamenlijk aanpakken en voorkomen. Van kinderarbeid tot ontbossing, van uitbuiting tot gebrek aan vakbondsvrijheid. Ook de hernieuwbare energiesector heeft sinds vorig jaar zo’n convenant. “De sectoren die ons helpen met het verduurzamen van onze energie moeten niet alleen zorgen dat we hier zonnepanelen op onze daken kunnen monteren, maar dat die zonnepanelen ook deugen. Dus geen grote ecologische schade en geen schending van mensenrechten”, stelt Vendrik.

Panelen duurder

Zijn ondernemers daar nu echt mee bezig? Vendrik denkt van wel. “De zon- en windbedrijven die bij dit convenant zijn aangesloten krijgen hier steeds meer vragen over. Diegenen die beslissen of ze bij bedrijf A of B een zonnepaneel bestellen, vragen door om te weten of die panelen safe and sound zijn. De vraag is alleen of we bereid zijn om een meerprijs te betalen als de meer verantwoorde panelen duurder zijn. Daar zit het probleem. De panelen uit China zijn spotgoedkoop. Daar zit een kwak subsidie op. Dat is een bewuste politiek geweest van de Chinese overheid om een dominantie op de PV-markt in Europa te creëren en dat is goed gelukt.”

Spagaat

Als panelen duurder worden, creëert dat een nieuw soort onrechtvaardigheid in Nederland. Voor armere huishoudens wordt het dan moeilijker om ze op hun dak te leggen. Volgens Kossen zou die spagaat er niet moeten zijn en moet de overheid zorgen dat ook die groepen zonnepanelen en warmtepompen kan aanschaffen. “De oplossing is niet om maar zo goedkoop mogelijke zonnepanelen te leveren, waarvoor mensen aan de andere kant van de keten de prijs moeten betalen”, zegt ze. Volgens Vendrik hebben we de productie van zonnepanelen te lang aan de vrije markt overgelaten. “Ons meeste geld gaat naar de burger, om meer draagvlak voor de transitie te creëren. Dat moeten we corrigeren. De vraag is: stimuleren we de consument of de producent?”, zegt hij.

Strengere wetgeving

Wat zijn volgens de experts dan wel de oplossingen? Strengere regelgeving en EU-subsidies voor producenten hier zouden een eerlijke speelveld kunnen creëren, stellen ze. Naast het toekomstige verbod op dwangarbeid heeft de EU nieuwe wetten zoals anti-wegkijkwet CSDDD, die bedrijven verplicht schendingen van mensenrechten en arbeidsrechten, milieuvervuiling of klimaatschade in kaart te brengen en aan te pakken. In de hele keten, dus ook bij leveranciers en zakelijke klanten. Daarnaast dwingen wetten als CSRD, de ontbossingswet en de CBAM bedrijven hun impact op klimaat, natuur en mens inzichtelijk te maken en te verminderen.

Amsterdam goede voorbeeld

Ook subsidies zijn belangrijk. Een mooi voorbeeld hiervan is de 700.000 euro aan extra subsidie die de gemeente Amsterdam dit jaar uittrekt voor de aanschaf van duurzaam en eerlijk geproduceerde zonnepanelen. Bijvoorbeeld op de panelen van Meijer Burger. “Dat is beter dan importheffingen. Als je alles duurder maakt, vertraagt dat de energietransitie en dat willen we ook niet” zegt De Jong.

Druk vanuit financiële sector

ASN Bank gelooft in de samenwerking met andere partijen en heeft zich daarom aangesloten bij het IMVO-convenant. De bank financiert projecten in hernieuwbare energie en heeft daardoor invloed. Maar ASN is een relatief kleine bank. “Daarom ben ik druk in gesprek met andere partijen in de financiële sector over de vraag hoe we dit gezamenlijk kunnen oppakken”, zegt Kossen. “Hoe meer we vanuit de sector druk kunnen leggen op een verantwoorde productie, hoe steviger we samen een vuist kunnen maken.”

Lees ook:

Dit artikel is gemaakt door een van onze expertredacteuren in samenwerking met onze partner ASN Bank. Change Inc. werkt met partners die de klimaattransitie aanjagen. Zij kunnen cases presenteren waar anderen zich aan kunnen optrekken en zijn eerlijk over de uitdagingen. Niet één bedrijf is al 100 procent duurzaam, maar veel zijn onderweg. Dankzij ons partnermodel zijn onze artikelen gratis toegankelijk voor iedereen. Benieuwd naar hoe wij werken? Klik hier.

De energietransitie van Diergaarde Blijdorp: slimme innovaties en plantaardig gorilladieet op de menukaart

De verblijven van de dieren in een dierentuin moeten zoveel mogelijk de natuurlijke leefomstandigheden nabootsen. Het ene dier is gebaat bij een gekoelde omgeving, terwijl weer een ander de thermostaat liever lekker hoog heeft staan. “Onze pinguïns wonen in een verblijf met een temperatuur van rond de 11 graden, terwijl het Caribisch gebied veel warmer moet zijn met een hoge luchtvochtigheid”, zegt Tania Oudegeest adviseur duurzaamheid van Diergaarde Blijdorp. “Dit geeft al aan dat energie én energiemanagement een cruciale rol spelen.” Het weerhoudt de Diergaarde er niet van om een stevige ambitie neer te zetten. In 2050 wil de dierentuin klimaatneutraal, of zelfs klimaatpositief zijn. “Maar dat mag ook eerder”, zegt Oudegeest er gelijk bij. “Uiteindelijk willen we volledig van het aardgas af en helemaal draaien op hernieuwbare energie.” Diverse energiemix Een deel van de energievraag van het dierenpark komt van de opwek van de eigen zonnecentrale op het dak van het Oceanium. De 3.400 zonnepanelen zorgen ervoor dat de verblijven in dit deel van de dierentuin de juiste temperatuur hebben. Toen de zonnecentrale in 2004 werd geïnstalleerd was het de grootste centrale van Nederland in een bebouwde kom. Andere duurzame energie-installaties die de Diergaarde benut zijn een warmte-koudeopslag (voor het hele Oceanium en met een capaciteit om uit te breiden voor o.a. entree en restaurant De Lepelaar) en een houtsnipperkachel met rookreiniger (voor het verwarmen van de krokodillenrivier). De rest van de hernieuwbare energievraag komt van een windpark in de buurt van Rotterdam. Wat overblijft, wordt nu nog aangevuld met aardgas.Leiders met lef Vooroplopen in de energietransitie vraagt om durf en keuzes maken. Daarvoor heb je ‘leiders met lef’ nodig. In deze serie interviewen we deze leiders, werkzaam bij bedrijven die nu grote stappen maken in de energietransitie. In deel 3: een inkijk in Diergaarde Blijdorp met Tania Oudegeest, adviseur duurzaamheid en Edwin Allen, medeverantwoordelijk voor alle horeca.Strategisch partnerschap Voor een optimale en duurzame energiehuishouding werkt het dierenpark nauw samen met energieleverancier Eneco. “We werken al jaren nauw samen en vanaf 2024 hebben we een strategisch partnerschap met Eneco”, zegt Oudegeest. Zo’n partnerschap gaat verder dan alleen het leveren van energie. “We verkennen samen hoe we de dierentuin nog duurzamer kunnen maken. De samenwerking is alleen al interessant omdat de technologie snel vooruit gaat. Het is handig om met iemand te sparren die kennis van de laatste ontwikkelingen heeft en ons bijvoorbeeld kan wijzen op een nieuwe biovergister die interessant voor ons park kan zijn.” De komende jaren hebben de Diergaarde en Eneco een aantal grote projecten lopen die het energiesysteem van de dierentuin moeten verbeteren. Zo wordt het inmiddels verouderde zonnedak vervangen door een nieuwe versie dat twee keer zoveel meer gaat opwekken en wordt de haalbaarheid verkend van een grote zonnecarport voor het opladen van elektrische auto’s met zonne-energie. Oudegeest: “En waar we cv-ketels kunnen vervangen door warmtepompen, doen we dat natuurlijk.” Plantaardig dieet Maar alleen een duurzaam energiesysteem, maakt nog geen duurzame dierentuin. Daarom werkt de Diergaarde ook hard aan een milieubewust voedingsaanbod voor haar bezoekers. Daarbij maken dierlijke ingrediënten steeds meer plaats voor plantaardige producten. Kartrekker van dit proces is Edwin Allen; de man die volgens Oudegeest zes jaar geleden ‘al zag dat een plantaardig aanbod hard in opkomst was in de maatschappij ’ en dus ook een grotere rol zou gaan spelen in de dierentuin. Allen is voortdurend op zoek naar smaakvolle en verantwoorde snacks en maaltijden. “In de eerste plaats testen we producten intern”, zegt Allen. Hij herinnert zich nog goed een moment in 2019. “Tijdens een vergadering van de directie bracht ik als tussendoortje vegetarische kroketten, zonder dat te benoemen. Achteraf vond iedereen het hartstikke lekker. Niemand had door dat het vegetarisch was. Daarna was het makkelijk de traditionele kroket te vervangen.” Eet als een gorilla Van de pakweg honderd producten die het dierenpark op dit moment verkoopt, bevatten nog zo’n zes gerechten vlees. Volgens de man die medeverantwoordelijk is voor alle horeca is het belangrijk dat bezoekers stap voor stap worden meegenomen in deze transitie, zonder dat het belerend overkomt. Daarbij valt het hem op dat kinderen gemakkelijker zijn te overtuigen dan hun ouders. Maar dat blijkt ook deels te wijten aan de creativiteit van Allen. “Twee jaar geleden draaiden we een pilot waarbij we aan kinderen vroegen wie het sterkste dier in de dierentuin was. Dan komt al snel Bokito, de gorilla naar voren, die iedereen kent. En wat eet een gorilla? Groente en fruit. Toen hebben we een menu samengesteld op basis van het dieet van de gorilla, bijvoorbeeld een smoothie van boerenkool en amandelen. Daar worden kinderen enthousiast van.” Carnivoor? Geef het door! Zowel de belangrijke stappen in de Diergaarde haar energietransitie als de ontwikkelingen in het plantaardige menu vragen om daadkrachtig leiderschap en het creëren van draagvlak in de organisatie, menen Oudegeest en Allen. Oudegeest: “Je moet veel met collega’s samenwerken en praten. Maar uiteindelijk ziet iedereen wel de noodzaak van duurzaamheid in.” En er is een beetje lef nodig om bepaalde keuzes door te voeren. Oudegeest: “Jarenlang kreeg ik het er niet doorheen dat interne evenementen een vegetarisch menu moesten hebben. Toen heb ik een memo gestuurd met de tekst ‘Carnivoor? Geef het door!’, zodat mensen nadrukkelijk moesten aangeven of ze wél vlees wilden; de default was vega. In eerste instantie bleken er nog aardig wat vleesliefhebbers te zijn. Maar dit jaar bestond er al geen twijfel meer over dat het personeelsfeest vegetarisch moest worden.” Daarbij denkt Allen dat iedereen die bij de Diergaarde werkt zich op een bepaalde manier wel bewust is van de veranderende wereld. Het werken met diersoorten, die in sommige situaties in hun natuurlijke habitat bedreigd worden door de gevolgen van klimaatverandering, draagt bij aan die bewustwording. Exotische dieren beschermen Allen en Oudegeest hopen dat de Diergaarde een bijdrage kan leveren aan de bewustwording rond de bedreigde status van bepaalde diersoorten onder haar bezoekers. Al blijven er critici die vraagtekens zullen zetten bij het houden van exotische dieren in Nederland. En die vragen zijn terecht, meent Oudegeest. “Ook bij de Diergaarde worden die gesprekken gevoerd. Er zijn wel eens gesprekken geweest over een dierentuin met alleen dieren die in Europa voorkomen en dus gewend zijn aan ons klimaat. Maar op dit moment denken we dat we meer impact kunnen maken met het redden van bepaalde diersoorten.” De Diergaarde heeft namelijk tien soorten geselecteerd die op dit moment bedreigd worden, zoals de Aziatische olifant en de rode panda; beide soorten aanwezig in de Rotterdamse dierentuin. Door middel van populatiemanagementprogramma’s, educatie en gerichte donaties hoopt de Diergaarde deze diersoorten van hun bedreigde status af te krijgen. Dierentuin van de toekomst Toch denkt het tweetal dat de dierentuin van de toekomst er heel anders gaat uitzien dan nu. Oudegeest: “De klassieke dierentuin gaat, of is al aan het verdwijnen. ‘Sjokken langs hokken’, noemt onze directeur dat wel eens. De hokken zijn al verdwenen; we hebben nu verblijven. Dierentuinen kunnen nog veel meer een verhaal vertellen en echt ingericht zijn als een biotoop of een bepaald werelddeel. Soms hoor ik wel eens van een klacht dat een bezoeker een bepaald dier niet heeft gezien. Mooi, denk ik dan. Dat betekent dat onze dieren zich kunnen terugtrekken als ze daar behoefte aan hebben.” Allen: “De dierentuin van de toekomst is in mijn ogen deels een natuurbehoudorganisatie, die met een goed verdienmodel en een verantwoorde selectie van dieren zichzelf in stand houdt.” Maar als hij echt mag dromen: “Dan zie ik een soort groot vrij toegankelijk stadspark met opvang voor dieren. Een dierentuin wordt dan veel meer een ontmoetingsplek. Wat we daar dan eten? Vooral groenten. Geen snacks met insecten in ieder geval. Anders eten we nog steeds dieren.”Dit artikel is gemaakt door een van onze expertredacteuren in samenwerking met onze partner Eneco. Change Inc. werkt met partners die de klimaattransitie aanjagen. Zij kunnen cases presenteren waar anderen zich aan kunnen optrekken en zijn eerlijk over de uitdagingen. Niet één bedrijf is al 100 procent duurzaam, maar veel zijn onderweg. Dankzij ons partnermodel zijn onze artikelen gratis toegankelijk voor iedereen. Benieuwd naar hoe wij werken? Klik hier.Lees ookVolledig klimaatneutraal in 2035 vraagt om gedurfde keuzesZo wil Eneco al in 2035 klimaatneutraal worden: ‘Doen en niet wachten tot perfecte oplossing’Spitsmijden op het energienet: ‘Het is duurzaam en biedt concurrentievoordeel’Een overvol stroomnet: zo kun je als onderneming alsnog vergroenen