Redacteur Maaike
Maaike Kooijman
14 oktober 2025, 16:18

Progressieve partijen zorgen voor CO2-reductie, al zitten daar haken en ogen aan, blijkt uit doorrekening CPB

GroenLinks-PvdA, D66, de ChristenUnie en Volt vieren feest: de doorrekening van hun partijprogramma laat zien dat hun plannen voor een ‘veel grotere’ reductie van broeikasgasemissies zorgen. Waar halen ze dat geld vandaan, en belangrijker: hoe uitvoerbaar zijn hun plannen?

Voor de ChristenUnie is de toename van emissies buiten Nederland relatief beperkt, berekende het CPB Voor de ChristenUnie is de toename van emissies buiten Nederland relatief beperkt, berekende het CPB. | Credits: Getty Images

Tien partijen hebben hun verkiezingsprogramma door het Centraal Planbureau (CPB) laten doorrekenen: GroenLinks-PvdA, VVD, NSC, D66, BBB, CDA, SGP, CU, Volt en JA21. Het CPB vergelijkt de situatie waarin al hun plannen worden doorgevoerd met een zogenoemd basispad, ofwel de uitkomst bij ongewijzigd beleid.

Voor de doorrekening van klimaatplannen werkte het CPB samen met het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL). Dit is wat je daarover moet weten.

1. Wat betekenen de partijplannen voor het klimaat?

Als de plannen in de partijprogramma’s van GroenLinks-PvdA, D66, de ChristenUnie en Volt worden ingevoerd, realiseert Nederland een ‘veel grotere’ reductie van broeikasgasemissies dan bij ongewijzigd beleid. Ook het CDA realiseert – ondanks afschaffing van de nationale CO2-heffing – emissiereductie, zij het in mindere mate.

De emissiereductie bij deze partijen wordt in grote mate bepaald door maatregelen in de sector industrie. Dat levert een belangrijke kanttekening op. Hoge heffingen en strikte normeringen in de industrie kunnen bedrijven zomaar eens het land uitjagen. De reductie van landelijke emissies wordt dan deels teniet gedaan door extra CO2-uitstoot in het buitenland. De plannen van GroenLinks-PvdA, D66 en Volt kunnen zo’n effect hebben. Voor de ChristenUnie is de toename van emissies buiten Nederland relatief beperkt, berekende het CPB.

Bij NSC, de BBB en JA21 neemt de broeikasgasuitstoot juist toe. Al die partijen willen onder meer de CO2-heffing industrie en de Stimulering Duurzame Energieproductie en Klimaattransitie (SDE++)-subsidies afschaffen.

De VVD en SGP houden vast aan het basispad, ondanks mooie woorden van de reformatorische partij over het beschermen van de Schepping. De SGP wil weliswaar enkele klimaat- en milieuheffingen invoeren, bijvoorbeeld op polymeren en luchtverontreinigende emissies, maar de CO2-reductie die dat oplevert valt weg door het afschaffen van de CO2-heffing industrie.

2. Waar halen ze dat geld vandaan?

Om tot CO2-reductie te komen kiezen partijen voor verschillende maatregelen, met verschillende lasten tot gevolg. Zo kiest Volt vooral voor heffingen, zoals op broeikasgassen in de landbouw. GroenLinks-PvdA, D66 en de ChristenUnie gaan juist voor een combinatie van subsidies, heffingen en normeringen om klimaatdoelen te halen.

Met name GroenLinks-PvdA, maar ook D66 en de ChristenUnie verhogen de generieke lasten voor bedrijven om investeringen te kunnen doen. GroenLinks-PvdA wil bijvoorbeeld verhoging van de winstbelasting en invoering van een brede vermogensbelasting. Ook D66, de ChristenUnie en Volt willen een verhoging van de lasten op vermogen.

Berekening van de lasten voor bedrijven

Berekening van de lasten voor bedrijven. Het basispad is de verwachte ontwikkeling bij ongewijzigd beleid. | Credits: Centraal Planbureau, Keuzes in Kaart 2027-2030

D66 dekt een groot deel van de investeringen in klimaat- en milieumaatregelen uit overheidspotjes. De partij verhoogt de overheidsuitgaven met 19 miljard euro in 2030, waarvan 5,2 miljard euro voor klimaat en milieu. Dat gaat onder meer naar een transitiefonds voor de landbouw.

In de rest van de plannen zijn de extra overheidsuitgaven voor klimaat en milieu een stuk lager. De VVD wil tot 2030 1,1 miljard extra uitgeven; het CDA 0,9 miljard; de SGP 0,8 miljard; GroenLinks-PvdA 0,7 miljard; en ChristenUnie 0,1 miljard. Volt, JA21, de BBB en NSC willen juist minder overheidsgeld aan klimaat en milieu besteden. Op de lange termijn vallen ook de extra overheidsuitgaven van D66 overigens mee.

3. Wat betekent dat voor het bedrijfsleven?

Het CPB noemt hogere lasten voor bedrijven ‘ongunstig voor het investeringsklimaat’. De kans is dan ook groot dat het bedrijfsleven geen fan is van de plannen van GroenLinks-PvdA, D66 en de ChristenUnie.

Daar staan echter ook enkele andere plannen tegenover. Zo verruimen GroenLinks-PvdA, VVD, D66, CDA en Volt de financieringsmogelijkheden voor bedrijven, wat het investeringsklimaat ten goede komt. Dat willen de partijen doen middels een kapitaalinjectie in een investeringsinstelling. Diezelfde partijen verhogen bovendien de investeringen in infrastructuur. Volt wil de werkgeverspremies helemaal afschaffen, GroenLinks-PvdA en de ChristenUnie willen die verlagen.

Daarbij kun je je afvragen hoe erg het is als vervuilende bedrijven naar het buitenland verdwijnen. Er komt dan bijvoorbeeld meer ruimte voor duurzamere productie in Nederland. Die transitie kost weliswaar geld, maar levert ook nieuwe banen én innovatie op.

4. Wat willen de partijen met stikstof?

Waar enkele partijen de inspanningen op klimaatgebied willen verlagen, is dat op stikstofgebied bij geen enkele partij het geval. NSC, de BBB, de SGP en JA21 houden vast aan het basispad, de andere partijen zorgen voor extra reductie van de stikstofuitstoot. Daarmee willen ze belemmeringen in de vergunningverlening voor bijvoorbeeld bouwprojecten wegnemen.

De meeste partijen willen hervormingen in de landbouw doorvoeren, vooral door boeren eigen emissienormen te geven. GroenLinks-PvdA, de VVD, NSC, D66, het CDA en de ChristenUnie willen zogenoemde overgangszones rondom stikstofgevoelige natuurgebieden instellen. In die gebieden moeten boeren hun uitstoot verder reduceren of verplaatsen.

Net als bij klimaat kiest Volt vooral voor heffingen, bijvoorbeeld op kunstmest en broeikasgassen in de landbouw, terwijl GroenLinks-PvdA, D66 en de ChristenUnie liever voor normeringen gaan. Zij willen bijvoorbeeld een strikte maximale veebezetting per hectare voor alle dieren, wat de veestapel moet doen krimpen. De VVD en het CDA zetten in op vrijwillige stoppersregelingen.

5. Hoe uitvoerbaar is dat allemaal?

Het CPB houdt in zijn berekeningen geen rekening met uitvoeringsproblematiek, maar stelt wel dat de uitvoering van veel beleidskeuzes in de praktijk ‘weerbarstig’ blijkt, zeker in één kabinetsperiode. Zo wil de Christenunie een grote herziening van het belasting- en toeslagenstelsel, die zowel aan de uitgaven- als lastenkant tot ‘omvangrijke mutaties’ leidt. Volt wil eveneens ingrijpende hervormingen in het belastingstelsel. Ook de hervorming van bedrijven met een grote klimaat- of milieu-impact kost veel tijd.

Naast problemen met de uitvoering kennen sommige plannen ook juridische risico’s. Zo willen Volt en GroenLinks-PvdA beide verschillende normen en heffingen voor de landbouw om de stikstofuitstoot te verlagen. Volgens het CPB is er een risico dat de rechter zo’n stapeling van maatregelen ‘als disproportioneel beoordeelt, omdat de partij geen compensatie beschikbaar stelt’.

Afgezien daarvan kan lastenverhoging altijd op weerstand rekenen. Zowel gezinnen als bedrijven zijn er niet blij mee om meer te moeten betalen. Ook de overheidsschuld kent grenzen. Maar gezien Nederland niet op koers ligt voor het behalen van ons klimaatdoel voor 2030, zijn extra maatregelen wel degelijk nodig. Het goede nieuws is dat die op lange termijn zullen lonen, zowel ecologisch als financieel. De gevolgen van klimaatverandering kosten immers nog veel meer geld.

Lees ook:

Netcongestie aanpakken: 11.000 voetbalvelden aan extra ruimte nodig voor landelijk stroomnet

Nog 14.044 wachtenden voor u. Het fenomeen netcongestie heeft in Nederland in relatief korte tijd indrukwekkende proporties aangenomen, met inmiddels massale wachtrijen voor bedrijven die toegang willen tot het stroomnet. Aan welke knoppen kun je allemaal draaien om het probleem te verlichten en hoe ziet de langere termijn eruit? ln een tweeluik over netcongestie geeft Change Inc. een overzicht van uitdagingen en mogelijke oplossingen die voor het nationale stroomnet spelen én initiatieven die bedrijven kunnen helpen op decentraal niveau. In dit eerste deel gaat het over het landelijke stroomnet. Het tweede deel behandelt decentrale oplossingen. Afgelopen week gaf demissionair minister Hermans van Klimaat en Groene Groei in een brief aan de Tweede Kamer aan dat ze voor het landelijke stroomnet grofweg naar drie dingen kijkt: sneller bouwen, het stroomnet sllimmer benutten en beter inzicht krijgen via IT- en datamanagement.Hieronder kijken we vooral naar de eerste twee punten: uitbreiding van het stroomnet en betere benutting door meer flexibiliteit bij vraag en aanbod. Waarom is een groter stroomnet nodig? De verduurzaming van het Nederlandse energieverbruik zorgt ervoor dat het aanbod van energie uit zon en wind stijgt in de elektriciteitsmix. Tegelijk neemt ook het totale stroomverbruik toe, doordat meer gebouwen en woningen gebruikmaken van elektrisch aangedreven warmtepompen in plaats van aardgas en elektrisch vervoer oprukt ten koste van fossiele motorbrandstoffen. Bovendien gaat de industrie naar verwachting zwaarder leunen op elektriciteit om productieprocessen te verduurzamen.In de tabel hieronder, uit een rapport van de landelijke netbeheerder TenneT, is dit terug te zien bij de verwachte stijging van de totale elektriciteitsvraag in de komende tien jaar (uitgesplitst naar herkomst). De zogenoemde inflexibele stroomvraag – die dus niet makkelijk kan reageren op meer of minder aanbod  – lag in 2023 op 115 terawattuur en groeit naar verwachting fors, tot 190 terawattuur in 2035.[caption id="attachment_166709" align="aligncenter" width="900"] Bron: TenneT Monitor Leveringszekerheid 2025[/caption]Naast de structurele groei van de stroomvraag is er nog een ander fenomeen dat netcongestie veroorzaakt: de onbalans tussen vraag en aanbod door grote schommelingen op de korte termijn. Dat heeft te maken met het stijgende aanbod van variabele stroom uit zon en wind, in combinatie met nieuwe vormen van piekvraag op momenten dat er relatief weinig aanbod is van hernieuwbare energie.Zo geeft TenneT in de Monitor Leveringszekerheid 2025 aan dat zogenoemde avondpiek tussen 19.00 uur en 20.00 uur wordt versterkt als steeds meer Nederlanders met een elektrische auto ervoor kiezen om die aan de laadpaal te leggen als ze 's avonds thuiskomen. Vooral in de winter, als het sneller donker wordt, is er dan een mismatch tussen het aanbod van zonne-energie en de stroomvraag van elektrische auto's. Bedrijven die toegang zoeken tot stroomnet in de knel De gevolgen van netcongestie zijn het meest acuut voor bedrijven die tot de grotere stroomverbruikers behoren. Dat is onder meer te zien bij de verschillen tussen ontwikkeling van nieuwe aansluitingen voor kleinverbruikers (maximaal 3 x 80 ampère) en de situatie voor zakelijke verbruikers.In een begin deze maand verschenen rapport van koepelorganisatie Netbeheer Nederland valt te lezen dat het aantal nieuwe kleinzakelijke aansluitingen op het stroomnet sinds 2021 redelijk constant is gebleven, op iets meer dan 100.000 per jaar. Het gaat dan om aansluitingen voor nieuwe woningen, mkb-bedrijven, laadpalen en openbare verlichting.Er is wel een toenemende vraag naar aansluitingen voor kleinverbruikers, maar die komt voornamelijk van bedrijven die eigenlijk een grootverbruikersaansluiting willen. De vraag naar nieuwe stroomaansluitingen vanuit de woningmarkt is nog goed te overzien. Dat heeft mede te maken met het relatief trage tempo waarmee nieuwe woningen worden gebouwd.Het plaatje bij grotere zakelijke verbruikers is totaal anders, zoals blijkt uit de onderstaande grafieken. De situatie is het meest dramatisch bij de aanvragen van zakelijke gebruikers voor de afname van stroom bij regionale netbeheerders. Ging het in 2022 nog om minder dan 700 openstaande verzoeken, inmiddels zijn dat er meer dan 14.000, zo bleek de begin deze maand uit de update van Netbeheer Nederland.window.addEventListener("message",function(a){if(void 0!==a.data["datawrapper-height"]){var e=document.querySelectorAll("iframe");for(var t in a.data["datawrapper-height"])for(var r,i=0;r=e[i];i++)if(r.contentWindow===a.source){var d=a.data["datawrapper-height"][t]+"px";r.style.height=d}}});Wat betreft het aantal aanvragen bij de landelijke netbeheerder TenneT is overigens in de eerste helft van dit jaar een lichte daling te zien. Dat komt volgens Netbeheer Nederland mede doordat oudere aanvragen worden ingetrokken, omdat de businesscase voor zakelijke grootverbruikers niet meer aantrekkelijk genoeg is.window.addEventListener("message",function(a){if(void 0!==a.data["datawrapper-height"]){var e=document.querySelectorAll("iframe");for(var t in a.data["datawrapper-height"])for(var r,i=0;r=e[i];i++)if(r.contentWindow===a.source){var d=a.data["datawrapper-height"][t]+"px";r.style.height=d}}});Naast de wachtrij om stroom af te nemen is er ook sprake van congestie bij zakelijke aanvragen om stroom te mogen leveren aan het net, bijvoorbeeld vanuit exploitanten van zonneparken of partijen die voorzien in batterijopslag,Deze wachtlijst ziet er iets minder dramatisch uit, maar is toch ook fors gegroeid naar ruim 8.500 aanvragen medio dit jaar bij de regionale netbeheerders. Ook hier is bij de landelijke netbeheerder TenneT een terugval te zien bij verzoeken om grootschalig stroom te leveren aan het net door het afhaken van bedrijven.window.addEventListener("message",function(a){if(void 0!==a.data["datawrapper-height"]){var e=document.querySelectorAll("iframe");for(var t in a.data["datawrapper-height"])for(var r,i=0;r=e[i];i++)if(r.contentWindow===a.source){var d=a.data["datawrapper-height"][t]+"px";r.style.height=d}}});window.addEventListener("message",function(a){if(void 0!==a.data["datawrapper-height"]){var e=document.querySelectorAll("iframe");for(var t in a.data["datawrapper-height"])for(var r,i=0;r=e[i];i++)if(r.contentWindow===a.source){var d=a.data["datawrapper-height"][t]+"px";r.style.height=d}}}); Bouwen, bouwen bouwen Tegen deze achtergrond is het interessant om te kijken wat de doelen zijn voor de uitbreiding van het landelijke stroomnet in de komende vijfentwintig jaar, en hoe die zich verhouden tot recente realisaties.Het gaat hierbij om drie niveaus: hoogspanning (vanaf 110.000 volt), middenspanning (tussen de 1.000 volt en 25.000 volt) en laagspanning (onder de 1.000 volt). Deze niveaus worden aan elkaar gekoppeld via transformatoren, waarbij de bekende kleinere trafohuisjes in buurten de brug vormen tussen de midden- en laagspanning.Voor de periode tot 2050 hebben de netbeheerders de volgende doelen gesteld:window.addEventListener("message",function(a){if(void 0!==a.data["datawrapper-height"]){var e=document.querySelectorAll("iframe");for(var t in a.data["datawrapper-height"])for(var r,i=0;r=e[i];i++)if(r.contentWindow===a.source){var d=a.data["datawrapper-height"][t]+"px";r.style.height=d}}});Als we beginnen met de benodigde extra hoog- en middenspanningsstations, dan betekent een uitbreiding met minstens 670 stuks in vijfentwintig jaar dat er per vijf jaar gemiddeld 134 bij moeten komen.Zet je dat af tegen de realisatie van respectievelijk 8 nieuwe hoogspanningsstations en 78 middenspanningstations in de afgelopen vijf jaar, dus 86 in totaal, dan is duidelijk dat het tempo van de bouw omhoog moet.window.addEventListener("message",function(a){if(void 0!==a.data["datawrapper-height"]){var e=document.querySelectorAll("iframe");for(var t in a.data["datawrapper-height"])for(var r,i=0;r=e[i];i++)if(r.contentWindow===a.source){var d=a.data["datawrapper-height"][t]+"px";r.style.height=d}}});Zak je een niveau af tot de ruim 50.000 benodigde transformatorhuisjes, dan is het beeld wat positiever. De komende vijfentwintig jaar zijn er gemiddeld 2.000 nieuwe trafohuisjes per jaar nodig en de afgelopen jaren zit er schot in de bijplaatsing. Die lag in 2024 zelfs op ruim 2.400 nieuwe transformatorhuisjes.window.addEventListener("message",function(a){if(void 0!==a.data["datawrapper-height"]){var e=document.querySelectorAll("iframe");for(var t in a.data["datawrapper-height"])for(var r,i=0;r=e[i];i++)if(r.contentWindow===a.source){var d=a.data["datawrapper-height"][t]+"px";r.style.height=d}}}); Strijd om schaarse ruimte Een belangrijke uitdaging bij de uitbreiding van het landelijke stroomnet zit bij de strijd om ruimte. Iedereen in Nederland wil voldoende stroom hebben, maar niet iedereen wil naast een hoogspanningsmast of in de buurt van een hoogspanningsstation wonen.Mede hierdoor is er een sterke discrepantie tussen het vergunnings- en proceduretraject en de daadwerkelijke bouwtijd van nieuwe hoogspanningsprojecten. Ceo Manon van Beek van TenneT gaf afgelopen week bij een paneldiscussie aan dat nieuwe projecten gemiddeld een realisatieperiode van tien jaar kennen, waarbij acht jaar opgaat aan vergunningstrajecten en goedkeuringsprocedures en twee jaar aan de daadwerkelijke bouw.Wat betreft het totale ruimtebeslag van nieuwe hoog- en middenspanningstations en trafohuisjes in de komende vijfentwintig jaar, gaat het volgens Netbeheer Nederland om een gebied dat meer dan 11.000 voetbalvelden beslaat. Om dat iets tastbaarder te maken, staan in de grafiek hieronder een paar vergelijkende cijfers.Als je een voetbalveld met minimale afmetingen van 105 bij 64 meter neemt, dan heeft dat een oppervlakte van 6.720 vierkante meter. Met 11.000 velden kom je dan op ongeveer 74 miljoen vierkante meter. Dat is een ruimte van ongeveer 8.600 meter x 8.600 meter.window.addEventListener("message",function(a){if(void 0!==a.data["datawrapper-height"]){var e=document.querySelectorAll("iframe");for(var t in a.data["datawrapper-height"])for(var r,i=0;r=e[i];i++)if(r.contentWindow===a.source){var d=a.data["datawrapper-height"][t]+"px";r.style.height=d}}});Een hoogspanningsstation heeft volgens Netbeheer Nederland doorgaans een omvang van minimaal vijftien voetbalvelden. Dat komt neer op ruim 100.000 vierkante meter, ofwel een gebied van gemiddeld 317 meter bij 317 meter.Nu gaat het bij de uitbreiding van het stroomnet niet alleen om hoogspanningsstations, maar als je weet dat er begin dit jaar 251 projecten voor uitbreiding bij TenneT in de pijpleiding zaten, waarvan er zich 71 in de realisatiefase bevonden, dan is duidelijk dat er een flinke inspanning nodig is om de overige 180 in een redelijk tempo op te leveren. Verkorting van vergunningsprocedures kan dan een belangrijk deel van de oplossing zijn. Vraag naar stroom flexibeler maken Bij de verzwaring van het stroomnet draait het vooral om het bouwtempo, maar intussen liggen er ook kansen om efficiënter gebruik te maken van het net. Het gaat hierbij om flexibilisering aan zowel de vraag- als de aanbodkant om piekbelasting te verminderen.Aan de vraagzijde kijken netbeheerders en energieleveranciers voor de zakelijke markt steeds meer naar nieuwe contractvormen, waarbij afspraken met klanten worden gemaakt over capaciteitsbepekering. Afhankelijk van de drukte op het stroomnet kan een klant te maken krijgen met beperkingen bij de afname van stroom of juist de levering aan het net.Daarbij zijn er inmiddels diverse varianten mogelijk wat betreft de contractvorm:Volledig variabel transportrecht: de toegang tot het net kent geen restricties zolang er genoeg restcapaciteit is, maar kan worden beperkt als er nieuwe aansluitingen komen. Tijdsgebonden transportrecht: alleen binnen een bepaald tijdsblok, bijvoorbeeld de nacht, is er volledige toegang tot het stroomnet. Groepsovereenkomst voor bedrijven: een groep bedrijven sluit samen contract af voor een bepaalde leveringscapaciteit en regelt onderling de verdeling daarvan door piek- en dalgebruik op elkaar af te stemmen. Groepsbeperking voor capaciteit: afspraken over beperking van de stroomafname worden niet individueel maar voor een groep bedrijven bepaald.In de tabel hieronder is te zien dat zakelijke contracten met capaciteitsbeperkingen een vrij nieuwe markt vormen, maar dat er in de eerste helft van dit jaar wel sprake is van sterke groei. Dat geldt vooral voor afspraken over de afname van stroom.window.addEventListener("message",function(a){if(void 0!==a.data["datawrapper-height"]){var e=document.querySelectorAll("iframe");for(var t in a.data["datawrapper-height"])for(var r,i=0;r=e[i];i++)if(r.contentWindow===a.source){var d=a.data["datawrapper-height"][t]+"px";r.style.height=d}}}); Meer buffercapaciteit bij aanbod van stroom Wat betreft flexibilisering aan de aanbodzijde is onder meer de groei van de markt voor batterijopslag van belang om fluctuaties op te vangen. Ook hier is in het grootzakelijke segment sprake van een prille, maar snel groeiende markt.In de afgelopen twee jaar was bijvoorbeeld sprake van een ruime vertienvoudiging van het opgestelde batterijvermogen tot iets meer dan een halve gigawatt, blijkt uit cijfers van Netbeheer Nederland.window.addEventListener("message",function(a){if(void 0!==a.data["datawrapper-height"]){var e=document.querySelectorAll("iframe");for(var t in a.data["datawrapper-height"])for(var r,i=0;r=e[i];i++)if(r.contentWindow===a.source){var d=a.data["datawrapper-height"][t]+"px";r.style.height=d}}});In een aantal Europese landen, waaronder België, is batterijopslag onderdeel van een zogenoemde centrale capaciteitsmarkt. Hierbij worden er op landelijk niveau veilingen gehouden voor tijdelijke beschikbaarheid van reservecapacititeit. Energiebedrijven kunnen daarop inschrijven en krijgen dan een vaste vergoeding als ze daadwerkelijk gedurende een bepaalde periode reservecapaciteit beschikbaar stellen.In Nederland wordt nog flink gediscussieerd over de voors en tegens van een centrale capaciteitsmarkt, waarbij de politieke beslissing komt te liggen bij een nieuw kabinet dat na de verkiezingen van 29 oktober geformeerd kan worden. Naast de inspanningen voor uitbreiding en slimmere benutting van het landelijke stroomnet wordt ook gekeken naar alternatieve oplossingen voor netcongestie. Dan gaat het veelal om decentrale stroomvoorziening voor bedrijven met plaatselijke opwek, zonder het landelijke net extra te belasten. Dat is het onderwerp van het volgende deel van dit tweeluik.Lees ook:Hoe zorgen we dat de levering van stroom betrouwbaar blijft? 5 vragen over een centrale capaciteitmarkt en andere opties TU Eindhoven laat zien hoe je met slimme superbatterij netcongestie op industrieterreinen en campussen kunt oplossen Netcongestie oplossen? Zo kun je een groot distributiecentrum laten draaien op de stroomaansluiting van drie huishoudens