Lieuwe Jan Hettema 07 november 2011, 10:06

‘Producent blijft verantwoordelijk voor product’ (Judith Merkies, PvdA)

Bedrijven die duurzaam willen ondernemen krijgen steeds meer met ‘Europa’ te maken. In aanloop naar de Dag van de Duurzaamheid belt DuurzaamBedrijfsleven.nl met vijf Nederlandse Europarlementariërs. Vandaag deel 1: Judith Merkies (PvdA).

Merkies parlement small

Hoe kan op Europees niveau het bedrijfsleven gestimuleerd worden duurzaam te ondernemen?

“Het leuke is dat heel veel grote bedrijven daar zelf op dit moment al een business case in zien. Ze zien dat duurzaamheid een echte markt is en dat producten verduurzaamd moeten worden.Europa kan door bedrijven met elkaar, met overheden en met onderzoeksinstellingen te verbinden een rol spelen in de verduurzaming van het bedrijfsleven. Het uitdelen van geld is natuurlijk niet het enige wat Europa doet.

“Verder speelt beleid natuurlijk een grote rol. De auto-industrie is bijvoorbeeld enorm geïnnoveerd door het wettelijk begrenzen van de CO2-uitstoot. De EU zette de maximale C02-uitstoot op een ambitieus laag niveau, waardoor de automobielindustrie niet anders kon dan met veel zuinigere motoren te komen.”

Er zijn diverse stakeholders op het gebied van duurzaamheid: de overheid, het bedrijfsleven, NGOs, etc. Bij welke partij moet nu het initiatief liggen?

“Ik denk dat de burger een vergeten schakel is. De burger kan inventief zijn door op verschillende manieren energie op zijn huis te besparen en zelfs te produceren. Er zijn veel belemmeringen voor burgers om zelf te ondernemen.

“Een burger kan op dit moment bijvoorbeeld de energie die hij te veel produceert, niet zomaar kwijt óf hij krijgt er niet voor betaald. En als huurder zet je niet zo snel een zonnecel op je dak. Je moet het collectief inzetten om zonnecellen goedkoper te maken. Dan kunnen ‘Janneke en Martijn’ de investering veel sneller terugverdienen.

“Misschien kunnen ook banken voortaan een interessantere lening geven aan huiseigenaren die hun woning isoleren. Wanneer de energieprijzen toenemen zitten ‘Janneke en Martijn’ er warmpjes bij zonder dat hun financiële situatie onder druk komt te staan.”

Innovatie speelt een belangrijke rol in duurzaamheid. Hoe kan de EU innovatie stimuleren?

“We moeten een grootser en meeslepender beleid op poten zetten. Ik merk dat de Nederlandse overheid nogal solo gaat in Europa, vooral op innovatiebeleid. Innoveren moet juist op grote schaal gebeuren, en daar is Europa erg geschikt voor. Een goed voorbeeld is de financiering voor innovatieve start-ups. Start-ups lopen op dit moment tegen verschillende barrières aan om een startkapitaal te verkrijgen.

“In de VS heb je netwerken van business angels (individuen die start-ups van klein kapitaal voorzien, red.) en durfkapitaal die hiervoor kunnen zorgen. In Europa heb je die ook wel, maar het leeft hier wat minder. De Amerikaanse netwerken weten waar de interessante ontwikkelingen liggen om in te investeren. Ook in Europa moeten en kunnen we financiers verbinden.”

Hoe ziet een duurzaam Europa er in 2020 in het ideale geval uit, en welke rol heeft Nederland daarin gespeeld?

“Nederland heeft de ideale infrastructuur om een voorbeeldland te kunnen worden voor recycling en cradle-to-cradle. Maar om zo ver te zijn in 2020 moeten we wel alles op alles zetten, negen jaar is snel voorbij. Op dit moment leggen we de verantwoordelijkheid voor hergebruik bij de consument. Ik pleit voor meer lease-constructies, waarbij de producent verantwoordelijk wordt voor de gehele levensloop van zijn product.

“Neem mobiele telefoons: je koopt de belminuten in en krijgt daar een telefoon in bruikleen bij. Sluit je een nieuw abonnement af, dan breng je de telefoon terug naar de winkel. De producent kan uit de gebruikte telefoon vervolgens waardevolle grondstoffen terugwinnen. Zo stimuleer je hergebruik.”

Wat doet u zelf aan duurzaamheid?

“Ik eet geen vlees, dat scheelt veel. Per slot van rekening trekt intensieve veehouderij een zware wissel op het milieu. Daarnaast fiets ik heel veel en neem ik vaak de trein en ander openbaar vervoer.

“Ik trok laatst de prullenbak open en zag dat mijn man een kapot wifi-apparaat er in had gegooid. Ik trok wit weg, want dit is precies wat ik de hele tijd roep: die apparaten verdwijnen veel te gemakkelijk in de vuilnisbak. Het is heel belangrijk te kijken naar het goed opleiden van mensen. Het begint en eindigt bij de consument.”

Morgen belt DuurzaamBedrijfsleven.nl met VVD-Europarlementariër Hans van Baalen. “Veilige kernenergie is een stap naar duurzaamheid”.

Het tattoomuseum: bijna net zo duurzaam als een tattoo zelf

Wanneer je het museum aan de Amsterdamse Plantage Middenlaan binnen loopt word je vrijwel direct geconfronteerd met een bonte verzameling van tatoeages, rariteiten, kunst, boeken, prenten, foto's en tribale gebruiksvoorwerpen, vrijwel allemaal uit de collectie van tattookoning Henk Schiffmacher.In het museum doorloop je de geschiedenis van de tatoeage aan de hand van honderden tattoomachines en handwerktuigen, vele foto's, schilderijen en tekeningen. Maar wat de meeste bezoekers niet zal opvallen is het duurzame interieur van het museum.Er zijn verschillende stappen genomen om het monumentale pand om te toveren tot een duurzaam gebouw. Zo zijn er een energiezuinig ventilatiesysteem, een laagtemperatuur verwarmingssysteem en een warmteterugwininstallatie geplaatst. Ook ligt er een groen dak in de planning. Met de duurzame klimaatinstallatie wordt naar verwachting maar liefst 30 tot 40 procent energie bespaard.Huurder versus eigenaarEnergiebesparingen zijn in het voordeel van de huurder, terwijl de eigenaar de investeringen moet doen. Geen win-win situatie dus. Normaal vormt de eigenaar-huurder verhouding dan ook een grote belemmering voor het maken van duurzame investeringen.Het tattoomuseum vormt een goed voorbeeld van hoe het wél kan. Door goed overleg tussen verhuurder en huurder zijn afspraken gemaakt over wie welke investeringen levert, zodat beide partijen kunnen profiteren van de duurzame technieken.Leon van Ooijen, namens de eigenaar van het pand Metroprop, over de totstandkoming: “De samenwerking is vooral te danken aan onze gedeelde visie voor de toekomst van het pand. Het was vooral belangrijk dat we beide een langetermijnrelatie met het pand willen aangaan, waardoor praten over duurzaamheid een stuk realistischer werd.”Ook Jeanette Seret, de investeerder in het tattoomuseum, is zeer te spreken over het resultaat: “De eigenaar reageerde wonderbaarlijk op onze duurzame ideeën, er was direct sprake van een klik.”Professioneel adviesMet behulp van energieadviseur Trefoil zijn beide partijen rond de tafel gaan zitten om hun duurzame ideeën tot leven te brengen. “Door TreFoil in te schakelen zijn we gekomen waar we nu zijn, zij hebben alles uitgerekend en uitgezocht, zonder hen had ik nu nog steeds zitten googlen”, aldus Seret. Het inschakelen van een derde partij is zeker een aanrader, omdat de meeste wel duurzame ideeën hebben maar deze niet kunnen uitvoeren vanwege gebrek aan kennis”, voegt van Ooijen hieraan toe.“Wij hebben het Tattoo museum geholpen met de klimaatinstallatie, de rest van de invulling is voor de huurder zelf ", aldus Van Ooijen. En ook daar vind je de duurzaamheid overal terug in onder andere biologische handdoeken, wc-papier en fairtrade koffie.Duurzamer dan een tattooOok de sociale duurzaamheid komt ruim aanbod in het museum aan de Plantage Middenlaan. Seret: “Ik ga altijd heel erg voor duurzaamheid.”Jeanette Seret, directeur van Partners aan het Werk BV, bracht met haar bedrijf al ongeveer drieduizend mensen in reïntegratieprojecten. Met het tattoomuseum wil ze nog eens 300 mensen per jaar aan het werk brengen. Ze ziet sociale duurzaamheid, als een investering in een lange relatie met de traject medewerkers.Met haar projecten biedt ze werklozen, zoals vluchtelingen en getraumatiseerden werkervaring zodat ze meer kans hebben op een betaalde baan in de toekomst. “Ik wil laten zien dat ook mensen met een tattoo kunnen werken," aldus Seret.Het tattoomuseum wordt aankomende zaterdag tijdens de Amsterdamse Museumnacht geopend door Henk Schiffmacher.