Hannah van der Korput
11 oktober 2024, 14:10

Opmerkelijk: de bijensterfte te lijf met data, verwarming en robots

Soms stuit je als redactie op nieuws waarbij een wenkbrauw omhoog schiet. Die ene vreemde innovatie, een onverwacht effect van klimaatverandering of een staaltje menselijke onhandigheid. Opmerkelijk dus. Deze week: met innovaties de bijensterfte te lijf.

Getty Images 1584521477 Wetenschappers aangesloten bij diverse Europese onderzoeksprojecten komen met creatieve oplossingen om de bijensterfte tegen te gaan. | Credits: Getty Images

Dat het niet goed gaat met de bij, is inmiddels wel duidelijk. Veel soorten zitten op de rand van uitsterven, concludeerde de Europese Commissie vorig jaar. Een mix van intensieve landbouw, schadelijke pesticiden, stedenbouw en klimaatverandering maakt dat bijen het moeilijk hebben.

Bestuivers

Dat is slecht nieuws, want bijen vervullen een belangrijke rol als bestuivers. Ze bestuiven voedselgewassen, waardoor ze vruchten kunnen dragen. Zonder bijen zouden er veel minder fruitsoorten, groenten, zaden en noten zijn. Van de wilde planten is 85 procent afhankelijk van bestuivers. De kleine dieren leveren dus een grote bijdrage aan de biodiversiteit van bloemen, planten en dieren.

Data verzamelen

Wetenschappers aangesloten bij diverse Europese onderzoeksprojecten schieten de bijen te hulp en komen met innovatieve oplossingen om de bijensterfte tegen te gaan. Eén zo’n idee is een monitoringssysteem dat in een bijenkast kan worden geplaatst. Het systeem bestaat uit verschillende sensoren die data verzamelen over de bijen. Zo is gewicht een goede indicator om te voorspellen of een kolonie de winter zal overleven, zegt Dirk De Graaf. Hij is hoogleraar biomedische fysiologie en insectenfysiologie en betrokken bij het Europese onderzoek. “Met behulp van onze technologie kunnen we nu kolonies identificeren waarbij moet worden ingegrepen. Dit wordt vervolgens via op maat gemaakte waarschuwingen met specifieke instructies aan de imkers gecommuniceerd”, zegt hij tegen de Vlaamse site Vilt.

Verwarming

Een ander Europees onderzoeksteam plaatst ook sensoren, maar deze zijn vooral bedoeld om de temperaturen in de bijenkorf te meten. Indien nodig, kunnen de sensoren ook dienen als verwarming. Als de temperatuur in een bijenkorf onder de 10 graden Celsius komt, raken de bijen in een coma en kunnen ze overl­ijden. Daarom clusteren de bijen in koude perioden in de korf samen om warm te blijven. De hoop is dat door de bijenkorf te verwarmen, de overlevingskans van de dieren wordt vergroot.

De eerste experimenten met de verwarming zijn positief. Door de temperatuurstijging passen de bijen zelfs hun eigen warmteproductie aan, zo blijkt. Dat zorgt voor de nodige energiebesparing.

Robotbij

Een andere opmerkelijk onderzoek staat in het teken van robotbijen. Wanneer een bij voedsel vindt, voert deze een bepaalde dans uit voor zijn soortgenoten. Deze bijendans vertelt waar de voedselbron zich bevindt en wat de afstand is. Een onderzoeksteam aan de Duitse Freie Universität Berlin ontwikkelde een dansende robotbij. Het doel is dat de robot bijenkolonies de weg kan wijzen naar veilige voedselvoorraden en weg van gebieden met gewasbeschermingsmiddelen of ziekten.

Ook opmerkelijk:

Hoe verduurzamen we de industrie? ‘De hele, complexe puzzel moet in elkaar vallen’

Waar veel industriële processen nu nog draaien op fossiele brandstoffen, moet dat binnen afzienbare tijd anders zijn. “Als we naar de toekomst kijken, en dat staat ook in het Klimaatakkoord, produceren fabrieken straks op elektriciteit uit hernieuwbare bronnen zoals zon en wind. Of er wordt energie ingezet afkomstig van aardwarmte, waterstof of groen gas. Het energieverbruik moet in ieder geval duurzamer worden, we moeten er naartoe dat we minder fossiele brandstoffen gebruiken voor onze energievoorziening. ” Bedrijven zijn daar al druk mee bezig, ziet Nieuwenhuis. “Een goede eerste stap is energiebesparing. Machines en assets worden steeds duurzamer en gebruiken minder energie. Daarnaast kunnen bepaalde processen nog slimmer en efficiënter worden ingericht. Digitalisering en AI kunnen helpen bij die efficiëntieslag. Ook moeten er dus minder fossiele brandstoffen worden gebruikt door de industriële sector. Dit kan door het elektrificeren van productieprocessen, maar het is vervolgens wel belangrijk dat hiervoor elektriciteit uit hernieuwbare bronnen wordt gebruikt. Toch moeten we ook realistisch zijn, er zullen altijd processen zijn waar fossiele brandstoffen voor nodig zijn, al is het maar als back-up. Een mogelijk andere duurzamere oplossing is het afvangen van CO2 die vrijkomt bij het productieproces, die opslaan en weer als grondstof gebruiken. Die opslag zou bijvoorbeeld kunnen plaatsvinden in lege gasvelden in de Noordzee.” Volatiele markt Doordat het aandeel hernieuwbare energie groeit, ontstaat er ook steeds meer volatiliteit op de energiemarkt, aldus Nieuwenhuis. “Er is immers niet altijd wind en zon op momenten dat er elektriciteit moet zijn. De energieprijzen zie je dan ook vaak sterk oplopen. Dat is een nieuwe situatie waar bedrijven mee om moeten leren gaan en hun productieprocessen en hun energieverbruik op moeten aanpassen. Dat biedt tegelijk mogelijkheden voor sommige bedrijven, bijvoorbeeld door slim in te kopen.” Interne drijfveer Nederlandse en Europese wetgeving verplicht bedrijven om te verduurzamen. “Maar we zien dat de industrie ook intrinsiek gemotiveerd is. We hebben ruim een jaar geleden onderzoek gedaan onder onze grootste klanten met de hoogste CO2-uitstoot. Zij zien verduurzamen echt als ‘license to operate’. Anders bestaan ze over een aantal jaar niet meer. Die continuïteit van de organisatie vormt een belangrijke drijfveer. En bij steeds meer bedrijven zie je ook nadrukkelijk de wens om de wereld een stukje beter achter te laten. Het generatie-denken, hoe laten we de wereld achter voor de generatie na ons, komt steeds meer naar voren.” Netcongestie Dat is een mooi streven. Hoe gaat het in de praktijk? “Er zijn een aantal barrières. Netcongestie is zo’n uitdaging. Dat is filevorming op het elektriciteitsnet. Op het moment dat bedrijven gaan elektrificeren, moet er voldoende elektriciteit beschikbaar zijn om dat te kunnen doen. Die capaciteit is in een groot deel van Nederland op sommige momenten van de dag een uitdaging. Vooral in de piekuren. Dat betekent dat we, tot het elektriciteitsnet is uitgebreid, slim moeten omgaan met de beschikbare elektriciteit. Op dagen met veel zon en wind is er veel elektriciteit uit hernieuwbare bronnen beschikbaar. Zoveel dat er soms geen plek voor is op het elektriciteitsnet. De prijs wordt dan in extreme gevallen negatief. Bedrijven ontvangen dan niks voor de elektriciteit die ze opwekken met hun zonnepanelen, maar moeten er zelfs voor betalen. Op zo’n moment is het logischer om zonnepanelen even uit te zetten of bij Vattenfall zelf windmolens af te schakelen. In toenemende mate zie je nu ook, afhankelijk van de energiemarkt, dat er met marktpartijen afspraken worden gemaakt om de productie tijdelijk te stoppen of hen af te schakelen van het net. Vaak zijn dat maar kwartiertjes of halfuurtjes op een dag. Doen veel bedrijven dit, dan vangen we gezamenlijk de pieken op en ontstaat meer ruimte. Die flexibiliteit biedt ook kansen. Daar bieden wij ook diensten voor aan, zodat bedrijven daar optimaal op in kunnen spelen.” Meer uitdagingen “Een andere uitdaging is de timing van investeringen”, vervolgt hij. “Hoe staat het met de afschrijving van bestaande assets en machines die nog produceren met behulp van fossiele brandstoffen? Maar ook: zijn de juiste technieken al (voldoende) beschikbaar? Soms voldoet een warmtepomp of e-boiler, maar dat geldt niet voor alle industriële processen. En dan is er nog het stukje kennis en ontwikkeling: het elektrificeren van het productieproces leidt naast het productieproces ook tot aanpassingen van producten of recepturen. Is die kennis beschikbaar in het team? Tot slot spelen vergunningen een rol. Is het toegestaan om een batterij op het terrein te installeren? Mag ik zomaar een e-boiler plaatsen? Daar komen bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen bij kijken. Dat kost tijd en bovendien ben je afhankelijk van diverse overheden.” Verduurzamen door de hele keten Die uitdagingen ga je niet alleen aan, zegt Nieuwenhuis. “Daar is de hele keten voor nodig. Waar ik voor pleit, is dat we veel meer in die keten gaan denken. Zo heeft een klant onlangs een nieuw pand geopend. Bij het hele ontwerp van pand, infrastructuur en productieproces zijn diverse partijen meegenomen. Alle betrokkenen hebben met elkaar samengewerkt: het bouwbedrijf, de leverancier van de machines, de netbeheerder tot wij als energieleverancier. Het gevolg is dat er 40 procent minder netcapaciteit nodig was dan werd gedacht. Dat komt omdat het bedrijf zelf elektriciteit opwekt, een batterij heeft, slim de voertuigen oplaadt, productie kan op- en afschakelen en al dan niet elektriciteit levert aan omliggende bedrijven. Het is dus die hele keten die je bij zo’n project betrekt, die als geheel samenwerkt om zo tot een duurzaam succes te komen.” Genoeg hernieuwbare energie Met de elektrificatie van de industrie is veel elektriciteit gemoeid. Aan energieproducenten en -leveranciers de taak om die benodigde elektriciteit te leveren, het liefst uit hernieuwbare bronnen. Dat doet Vattenfall met diverse windparken op zee. Vorig jaar opende het windpark Hollandse Kust Zuid. De bouw van Zeevonk, een windpark van twee gigawatt met daartussen een drijvend zonnepark van 50 megawatt, start binnenkort. Daar komt ook een elektrolyser bij op land, waarmee duurzaam opgewekte elektriciteit wordt omgezet in waterstof. “Met waterstof kun je uiteindelijk hogere temperaturen behalen. Voor bepaalde productieprocessen is dat een vereiste. Een voorbeeld is een project in Zweden waar we betrokken zijn bij het produceren van fossielvrij staal. Dat doen we daar ook met groene waterstof.” Complexe puzzel Nieuwenhuis omschrijft de industriële energietransitie als een puzzel die in elkaar moet vallen. Daarbij heeft Vattenfall ook een aantal stukken in handen. “Allereerst is de leveringszekerheid van duurzaam opgewekte elektriciteit belangrijk. Daar zijn we druk mee bezig. Daarnaast kunnen we een rol spelen in het verduurzamen van industriële machines. We kunnen een bijdrage leveren aan de bouw en het onderhoud van e-boilers of industriële warmtepompen. Financiering hiervan behoort ook tot de mogelijkheden. De vraag is dan of we assets leveren en onderhouden of dat de assets in ons bezit blijven en we in feite stoom leveren. De energievoorziening wordt steeds complexer. De hele puzzel moet in elkaar vallen: van de beschikbaarheid van duurzaam opgewekte elektriciteit, voldoende capaciteit op het net, het inrichten van bedrijfsprocessen en het inspelen op de energiemarkt met flexibiliteitsdiensten. Energie wordt een totaaloplossing. Met onze kennis en ervaring kunnen we een belangrijke bijdrage leveren. Uiteraard in samenwerking met alle partijen die erbij betrokken zijn.” Lees ook: Netcongestie: vertrager of versneller van de energietransitie? Nederland kan met 1.200 ‘energy hubs’ netcongestie en CO2-uitstoot fors verminderenVattenfall wil naar netto nul CO2-uitstoot in 2040: ‘Onze groene ambities stuwen creativiteit’Explosieve groei windparken op Noordzee snel voorbij als industrie niet meer stroom kan gaan gebruikenDit artikel is gemaakt door een van onze expertredacteuren in samenwerking met onze partner Vattenfall. Change Inc. werkt met partners die de klimaattransitie aanjagen. Zij kunnen cases presenteren waar anderen zich aan kunnen optrekken en zijn eerlijk over de uitdagingen. Niet één bedrijf is al 100 procent duurzaam, maar veel zijn onderweg. Dankzij ons partnermodel zijn onze artikelen gratis toegankelijk voor iedereen. Benieuwd naar hoe wij werken? Klik hier.