Donald Trump heeft het roer bij het energiebeleid van de VS drastisch omgegooid: klassieke fossiele energiebronnen zoals olie, gas en kolen staan wat de Amerikaanse president betreft weer op de eerste plaats. Het effect daarvan op de mondiale energietransitie is echter marginaal, zo stelt het Noorse ingenieursbureau DNV in de nieuwe editie van zijn jaarlijkse Energy Transition Outlook.
‘De toenemende invloed van geopolitiek en het belang van energiezekerheid werken twee kanten op, met in sommige gevallen meer nadruk op hernieuwbare energie en in andere een blijvende focus of fossiele bronnen’, zegt projectdirecteur Sverre Alvik van DNV bij een persconferentie. ‘Er is een grotere bereidheid om meer te betalen voor energiebronnen waar landen zelf controle over hebben.’
Divers effect geopolitiek op CO2-emissies
In het Amerika van Donald Trump zorgen geopolitieke afwegingen momenteel voor een versterkte nadruk op olie en gas, terwijl er vertraging van de investeringen in extra capaciteit voor hernieuwbare energie optreedt. Voor veel staten uit het Midden-Oosten geldt eveneens dat er een zwaarwegend geopolitiek belang is om de olie- en gasindustrie in stand te houden.
China daarentegen zet om strategische redenen sterk in op hernieuwbare energie uit zon en wind, en teert daarnaast op zijn kolenreserves. Ook India leunt deels op eigen kolen, maar heeft tegelijk veel te winnen bij een sterke expansie van hernieuwbare energie.
Europa heeft weinig grote voorraden van fossiele energie om op terug te vallen en zou vanuit geostrategisch oogpunt zwaar moeten inzetten op energie uit zon en wind. Al is de vraag of dat op korte termijn voldoende gebeurt, aangezien de afbouw van de afhankelijkheid van Rusland voorlopig gepaard lijkt te gaan met een versterkt beroep op vloeibaar aardgas uit de VS.
Op de wat langere termijn hebben geostrategische overwegingen die leiden tot meer investeringen in hernieuwbare energie volgens DNV in China, India en Europa per saldo een drukkend effect op de CO2-emissies. Voor Noord-Amerika en het Midden-Oosten geldt het omgekeerde.

De invloed van geostrategische keuzes op de energiemix van landen en regio’s verschilt en daarmee ook de impact op CO2-emissies. Bron: DNV
Trumps liefde voor fossiele energie leidt volgens de Energy Transition Outlook 2025 tot een vertraging van vijf jaar bij de daling van CO2-emissies in Noord-Amerika, zoals te zien is aan de linkerzijde van de grafiek hieronder. Voor de wereld als geheel heeft dit echter een marginaal effect (rechterzijde van de grafiek).

Prognose ontwikkeling CO2-emissies Noord-Amerika en hele wereld. Bron: DNV
Per saldo constateert het ingenieursbureau in de Energy Transition Outlook 2025 dat de uitstoot van CO2 door het gebruik van fossiele bronnen zeker niet op ‘netto nul’ zal uitkomen in 2050. Momenteel stoten we mondiaal jaarlijks ongeveer 38 miljard ton CO2 uit. Volgens DNV is een reductie van 43 procent mogelijk naar een jaarlijkse uitstoot van nog iets meer dan 20 miljard ton in 2050.
Daarnaast wordt gekeken naar het uit de lucht te filteren en opslaan van CO2, bijvoorbeeld met carbon capture and storage en direct air capture. Optimistische schattingen gaan ervan uit dat dit 5 tot 7 miljard ton aan CO2-emissies kan compenseren in 2050; niet genoeg om over vijfentwintig jaar netto nul te halen.
Dit betekent volgens DNV dat de opwarming van de aarde zeker de 1,5 graden Celsius zal passeren en naar verwachting eind deze eeuw op ongeveer 2,2 graden uitkomt.
Een belangrijke factor hierbij is de traagheid van de vervanging van fossiele energie, die in 2050 naar verwachting nog steeds goed zal zijn voor ongeveer de helft van de zogenoemde primaire energieconsumptie. ‘Het standhouden van fossiele energie heeft vooral te maken met sectoren die lastig koolstofvrij gemaakt kunnen worden, zoals de luchtvaart en de zware industrie. Daarnaast wordt er nog relatief veel geïnvesteerd in kolencentrales en zijn er sterke gevestigde belangen van de fossiele industrie in bepaalde landen’, geeft Alvik aan.
Hernieuwbare energie wordt dominant bij stroomvoorziening
Het goede nieuws zit volgens DNV bij het feit dat de opmars van zonne- en windenergie de komende vijfentwintig jaar onverminderd zal doorzetten. Dit heeft vooral voor de stroomopwekking in de wereld grote gevolgen. Die zal naar verwachting tegen 2060 voor meer dan 90 procent bestaan uit CO2-arme bronnen, met een dominante rol voor hernieuwbare energie uit zon en wind.

Hernieuwbare energie uit zon en wind wordt dominant bij de stroomvoorziening van de wereld. Bron: DNV
Oplossen netcongestie moet topprioriteit zijn in Europa
In Europese landen zoals Nederland stuit de verdere groei van energie uit zon en wind momenteel op serieuze obstakels door problemen met netcongestie en het ontbreken van voldoende buffercapaciteit via batterijopslag, om schommelingen in het aanbod van stroom uit zon en wind te kunnen opvangen.
Alvik zegt desgevraagd dat hij zich over de ontwikkeling van batterijtechnologie niet al te veel zorgen maakt: ‘De kosten van batterij-opslag blijven sterk dalen, waarmee deze optie steeds beter betaalbaar wordt.’
Uitbreiding en verbeteringen van stroomnetten is wel een belangrijk aandachtspunt. Alvik: ‘Het is duidelijk dat dit vooral in Europa momenteel een grote uitdaging vormt. Europese overheden zouden dan ook absolute prioriteit moeten geven aan investeringen in de capaciteit van het stroomnet.’
Lees ook:
- Het wonder van exponentiële groei: elke 3 jaar is er wereldwijd dubbel zo veel zonnestroom beschikbaar
- Met deze 4 versnellers kan Nederland de energietransitie alsnog laten slagen (ook goed voor de economie)
- Hoe zorgen we dat de levering van stroom betrouwbaar blijft? 5 vragen over een centrale capaciteitmarkt en andere opties




