Erika van Zinderen Bakker 12 april 2023, 15:00

Openluchtmuseum pakt uit voor elektrische rijder

Het Openluchtmuseum heeft sinds dit seizoen 48 laadpunten voor elektrische auto’s op zijn parkeerterrein. Energie-infrastructuurbedrijf Joulz maakte deze flinke uitbreiding mogelijk.

Joulz Matthijs Arhem Bij het Openluchtmuseum in Arnhem staan 24 laadpalen die het opladen in 48 parkeervakken mogelijk maken. | Credits: Joulz

Wie dit voorjaar met zijn elektrische auto naar het Openluchtmuseum wil, hoeft niet te vrezen voor een lege accu. Het Arnhemse museum heeft de afgelopen winter hard gewerkt aan een parkeerplaats met een royale hoeveelheid laadpunten. Op dit moment staan er 24 laadpalen die het opladen in 48 parkeervakken mogelijk maken. Het museum kan dat aantal jaarlijks uitbreiden tot een maximum van 130 laadplekken.

Thema duurzaamheid

Het Openluchtmuseum in Arnhem heeft elk jaar een thema. Dit jaar is dat zorg, maar het thema voor 2024 staat ook al geruime tijd vast: duurzaamheid. In dat kader vonden de medewerkers dat het museum zelf ook wel wat mocht verduurzamen. En daar zijn ze flink mee aan de slag gegaan.

Het museum had twaalf laadpalen voor de medewerkers laten plaatsen en was daar blij mee, vertelt Henk van Deijzen, teamleider techniek vastgoedbeheer bij het Openluchtmuseum. “We hadden goede ervaringen met de nieuwe laadpalen voor ons personeel. Daarom wilden we kijken of we konden uitbreiden met laadpunten voor onze bezoekers.” Om dat te realiseren ging het museum een samenwerking aan met energie-infrastructuurbedrijf Joulz.

Geen aansluiting

Mathijs Duijndam, manager laadoplossingen bij Joulz, was nauw betrokken bij het project. Hij vertelt: “Het Openluchtmuseum heeft een parkeerterrein met zo’n 750 parkeerplaatsen. In de middle of nowhere. Op het terrein waren twee laadpunten.” Het museum wilde er veel meer, maar had beperkt budget beschikbaar en op het parkeerterrein was er geen nabije elektriciteitsaansluiting. Om gebruik te maken van de aansluiting bij het kantoor, een paar honderd meter verderop, moest een nieuw kabeltracé worden aangelegd. Duijndam: “Dat was erg kostbaar. Dus hebben wij een andere oplossing bedacht. Joulz heeft de investering gedaan in de nieuwe aansluiting, in het compactstation [een klein transformatorstation red.] en in de laadpalen. Daarnaast doen wij ook het beheer.”

Van Deijzen: “We hebben een energie-als-een-service-contract. De laadpunten blijven in beheer bij Joulz. Wij krijgen een percentage van de stroomopbrengst van de palen terug.” Duijndam: “Het Openluchtmuseum heeft er nu eigenlijk geen omkijken naar. Wij huren de parkeerplekken en kopen de energie in. Joulz bepaalt ook het tarief op de laadpaal.”

Mathijs Duijndam bij een van de nieuwe laadpalen van het Openluchtmuseum | Credit: Joulz

Attractie met ‘meeste’ laadpunten

Door de aanpassingen op het parkeerterrein eindigt het Openluchtmuseum dit jaar opeens hoog in de laadpunten-top-10 van Nederlandse attractieparken. In die lijst staat de Efteling met 174 laadpunten bovenaan. Maar procentueel gezien is het Openluchtmuseum met 6,4 procent laadpunten de onbetwiste winnaar. (De Efteling scoort 3,48 procent – gebaseerd op 5.000 vaste parkeerplaatsen).

En dat aantal kan dus nog flink worden uitgebreid. Joulz heeft de laadinfra zo aangelegd dat het Openluchtmuseum het aantal laadpalen vrij eenvoudig kan uitbreiden. Duijndam: “We kijken nu naar de bezetting van de parkeerplekken met laadpunt. Zo monitoren we of er voldoende laadplekken zijn of dat er nieuwe laadpalen bij moeten komen. We hebben afgesproken dat Joulz er jaarlijks twintig ‘dubbels’ bij kan plaatsen. Uiteindelijk kunnen we 130 laadpunten aansluiten. Alles in goed in overleg met het Openluchtmuseum, we doen dat natuurlijk niet midden in zomerseizoen.”

‘Verrassend snel’

Van Deijzen is erg te spreken over de samenwerking met Joulz. “Voor de extra laadvoorziening op het parkeerterrein is een extra transformator geplaatst en binnen een jaar was alles gerealiseerd. Voor ons was het verrassend hoe snel alles ging. Eerdere samenwerkingen met andere bedrijven verliepen soms stroef en langzaam.”

Het Openluchtmuseum heeft de smaak van verduurzaming intussen goed te pakken. Van Deijzen: “We zijn nu bezig met ons entreegebouw. Dat heeft een plat dak. We onderzoeken of Joulz dat vol kan leggen met zonnepanelen. Dat is dan voor onze rekening.”

Lees ook:

Dit artikel is gemaakt door een van onze expertredacteuren in samenwerking met onze partner. Change Inc. werkt met partners die de klimaattransitie aanjagen. Zij kunnen cases presenteren waar anderen zich aan kunnen optrekken en zijn eerlijk over de uitdagingen. Niet één bedrijf is al 100 procent duurzaam, maar veel zijn onderweg. Dankzij ons partnermodel zijn onze artikelen gratis toegankelijk voor iedereen. Benieuwd naar ons partnermodel? Klik hier.

Nederland heeft alle grondstoffen en energie voor dit jaar al verbruikt

Als iedereen op aarde zou leven zoals Nederlanders, dan zouden we 3,6 aardes nodig hebben, heeft het Global Footprint Network berekend. Dat gebruikt daarvoor data en statistieken van de VN, het Global Footprint Network en de York University in Canada. Daarbij wordt gekeken wat iemand aan voedsel, energie en grondstoffen gebruikt, afgezet tegen wat de aarde in een jaar kan produceren en hoeveel uitstoot bossen en oceanen kunnen absorberen. Dat heet de bio-capaciteit. De ecologische voetafdruk van Nederland is meer dan zeven keer zo groot als de Nederlandse bio-capaciteit. Leven op de pof Net als veel andere westerse landen leeft Nederland dus op de pof: we overvragen de aarde. Door deze roofbouw op de planeet ontstaan problemen als klimaatverandering, de stikstofcrisis en het verlies aan biodiversiteit. Nederland verbruikt fors meer grondstoffen en energie dan gemiddeld in de wereld. In Jamaica, Indonesië of Ecuador valt de overshoot-dag bijvoorbeeld pas in december. In de VS, Canada, Australië en België al in maart. Earth Overshoot Day, de dag dat de wereld de grens van zijn ecologische voetafdruk overschrijdt, valt dit jaar op 27 juli. Datum later door klimaatbeleid De overshoot-dag valt in Nederland elk jaar vroeger. In 1971 viel die nog op 25 december, in 2000 al op 25 september. Als Nederland zijn klimaatbeleid en zijn plannen voor duurzame landbouw en een circulaire economie uitvoert, kan de dag in 2030 echter opschuiven tot eind juni. Als de CO2-uitstoot met 55 procent wordt verminderd valt overshoot-dag in 2030 maar liefst 32 dagen later. Alle voertuigen elektrisch laten rijden scheelt 18 dagen. De helft minder vlees eten in 2030 levert twee weken winst op. De helft van het afval hergebruiken nog eens 10 dagen en de helft minder voedselverspilling 7 dagen. Daarnaast kan Nederland zijn bio-capaciteit vergroten door bijvoorbeeld biobased materialen te verbouwen die olie en cement voor chemie en bouw kunnen vervangen of via regeneratieve landbouw. Jetten: leren van fouten Duidelijk is dat de ecologische voetafdruk van Nederland nu te groot is. Dat erkent ook minister Rob Jetten van Klimaat en Energie. “We lopen in dit kleine land tegen planetaire grenzen aan, zoveel is duidelijk. Daarom werkt het kabinet er hard aan om de impact van onze economie meer in balans te brengen met klimaat en milieu. Het klimaatbeleid vervult daarbij een centrale rol, maar het is belangrijk om ook breder te kijken. Daarbij is cruciaal dat we leren van fouten uit het fossiele verleden en de ombouw van onze economie naar een duurzame economie in één keer goed aanpakken, met respect voor zaken als klimaat, natuur, mensenrechten en milieu”, zegt hij. Lees ook: Earth Overshoot Day valt weer eerder: ecologische voetafdruk stijgt met 6,6 procentChange Daily: Earth Overshoot Day valt dit jaar op 22 augustus, groene stroom écht groen en succesvol dubbelzijdig zonnepaneelNestlé en Vreugdenhil gaan samen met veehouders broeikasgassen halverenDura Vermeer gaat CO2-uitstoot in zeven jaar halverenDe overshoot-days van alle landen in de wereld